Let op. Deze wet is vervallen op 28 december 2013. U leest nu de tekst die gold op 27 december 2013.

Omzetbelasting, plaats van dienst en nultarief; reparatie en onderhoud van voertuigen

Uitgebreide informatie
Omzetbelasting, plaats van dienst en nultarief; reparatie en onderhoud van voertuigen
Inleiding
Aan mij zijn vragen voorgelegd over de heffing van omzetbelasting ter zake van reparatie en onderhoud in Nederland van in het buitenland geregistreerde voertuigen (zoals personen- en vrachtauto’s) door een in Nederland gevestigde ondernemer. Hierbij doen zich een aantal uiteenlopende situaties voor met verschillende gevolgen voor de heffing van omzetbelasting. Voor het antwoord op de vraag zijn met name van belang waar de plaats van dienst is gelegen, wat de status van de afnemer is en waar hij is gevestigd. Daarnaast kan het nultarief van toepassing zijn.
Vraag 1
Hoe moeten de reparatie- en onderhoudswerkzaamheden worden gekwalificeerd voor de bepaling van de plaats van dienst in de Wet op de omzetbelasting 1968 (de Wet)?
Antwoord
De reparatie en het onderhoud van vervoermiddelen zijn aan te merken als werkzaamheden met betrekking tot roerende zaken (artikel 6, tweede lid, onderdeel c, ten derde, en artikel 6b van de Wet).
Aan de zinsnede ‘werkzaamheden met betrekking tot roerende zaken’ in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, ten derde, van de Wet moet namelijk dezelfde betekenis worden toegekend als aan de in artikel 9, tweede lid, onderdeel c, van de Zesde BTW-richtlijn gebruikte bewoordingen ‘bewerkingen van roerende lichamelijke zaken’ (Hof van Justitie van 6 maart 1997, nr. 167/97 in de zaak Linthorst c.s.). Het gaat daarbij, aldus het Hof, om werkzaamheden bestaande uit louter fysieke ingrepen die in beginsel niet wetenschappelijk of intellectueel van aard zijn. Gelet op de overeenkomstige bewoordingen geldt deze uitleg ook voor artikel 6b van de Wet en het overeenkomstige artikel 28ter, onderdeel F, van de Zesde BTW-richtlijn. Reparatie- en onderhoudswerkzaamheden voldoen aan de door het Hof gegeven omschrijving.
Vraag 2
Wat is de plaats waar de werkzaamheden voor de heffing van omzetbelasting worden verricht?
Antwoord
De werkzaamheden worden verricht in Nederland, tenzij de uitzondering van artikel 6b van toepassing is.
Uitgangspunt is dat werkzaamheden met betrekking tot roerende zaken worden verricht in het land waar de werkzaamheden feitelijk worden verricht (artikel 6, tweede lid, onderdeel c, van de Wet).
Artikel 6b van de Wet maakt daarop echter een uitzondering. Dat artikel bepaalt dat, indien aan de afnemer een BTW-identificatienummer is toegekend door een andere lidstaat dan Nederland en de dienst onder dat nummer wordt afgenomen, de plaats van de werkzaamheden is gelegen in die andere lidstaat. Een bijkomende voorwaarde is wel dat het voertuig Nederland verlaat. De presterende ondernemer mag er overigens van uitgaan dat aan deze voorwaarde wordt voldaan, als het kenteken van het voertuig is afgegeven in een andere lidstaat. Als voor het voertuig een Nederlands kenteken is afgegeven, moet worden aangenomen dat de plaats van de dienst in Nederland is gelegen.
Vraag 3
Wie is de belasting verschuldigd en wat is het tarief?
Antwoord
Als de plaats van de dienst in Nederland is gelegen, is de presterende Nederlandse ondernemer in Nederland belasting naar het algemene tarief dan wel het nultarief verschuldigd (artikel 1 van de Wet). Is de uitzondering van artikel 6b van de Wet van toepassing dan is de afnemer belasting verschuldigd in de lidstaat die het door hem gebruikte BTW-identificatienummer heeft afgegeven, omdat de dienst op grond van dat artikel niet In Nederland is verricht.
De presterende ondernemer is in Nederland meestal belasting verschuldigd naar het algemene tarief (momenteel 19%).
Indien het vervoertuig is geregistreerd in een land buiten de Gemeenschap, kan als aan de voorwaarden is voldaan het nultarief van toepassing zijn (bijlage II, post b 5, bij de Wet). Voorwaarde voor het nultarief is dat het voertuig wordt verzonden of vervoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap. Hiervan kan bij registratie van de auto in een derde land worden uitgegaan. De Nederlandse ondernemer die de werkzaamheden uitvoert, dient aan de hand van een kopie van het kentekenbewijs aan te tonen dat de voertuig in een derde land is geregistreerd. Daarnaast moet blijken dat de opdrachtgever niet in Nederland gevestigd of woonachtig is, tenzij de Nederlandse ondernemer kan aantonen dat hij zelf zorg heeft gedragen voor vervoer naar buiten de Gemeenschap. In het algemeen zal de woon- of vestigingsplaats van de opdrachtgever voldoende blijken uit de tenaamstelling in het kentekenbewijs.
Als artikel 6b van de Wet van toepassing is, is de afnemer omzetbelasting ter zake van de aan hem verrichte prestatie verschuldigd in de lidstaat die hem het BTW-identificatienummer heeft toegekend (artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Zesde BTW-richtlijn). Dit betekent overigens niet zonder meer dat de presterende ondernemer in Nederland geen belasting is verschuldigd. Voorwaarde daarvoor is dat hij aan de hand van boeken en bescheiden kan aantonen dat de plaats van dienst niet in Nederland is gelegen. Tot dat bewijs kan dienen een kopie van het kentekenbewijs tezamen met het (geverifieerde) BTW-identificatienummer van de afnemer. Het BTW-identificatienummer alleen biedt onvoldoende duidelijkheid.
Inhoudsopgave
Inleiding
Vraag 1
Antwoord
Vraag 2
Antwoord
Vraag 3
Antwoord
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht