Omzetbelasting, reikwijdte vrijstelling voor beroepsopleidingen; cursussen voor EHBO, levensreddende handelingen en bedrijfshulpverlening
Er zijn vragen gesteld over de reikwijdte van de vrijstelling voor beroepsopleidingen. De vragen hebben betrekking op EHBO-cursussen, LEH-cursussen (LEH= levensreddende handelingen) en BHV-cursussen (BHV= bedrijfshulpverlening). De vragen en de antwoorden zijn hierna opgenomen.
Feiten
Een ondernemer biedt EHBO-, LEH- en BHV-cursussen aan. Het karakter van de cursussen en de omstandigheden waaronder de ondernemer deze cursussen aanbiedt, variëren. Sommige cursussen zijn relatief kort (tijdsduur van enkele uren), andere cursussen hebben een langere tijdsduur (van 30 uur). Soms verstrekt de ondernemer aan de cursisten de onderwijsmaterialen (boekjes, verband, reanimatiepoppen e.d.), in andere gevallen zorgt de afnemer van de cursus daarvoor.
De cursussen worden door verschillende soorten bedrijven en instellingen afgenomen. Het gaat onder meer om werkgevers die hun personeelsleden cursussen laten volgen en om instellingen die zelf een beroepsopleiding verzorgen en de betrokken ondernemer inschakelen voor het verzorgen van een bepaald onderdeel uit die beroepsopleiding.
Bij bepaalde BHV-cursussen gaat het om cursussen die worden gevolgd door werknemers die op basis van de Arbeidsomstandighedenwet (hierna: de Arbowet) door de werkgever zijn aangewezen om hulp te verlenen aan (andere) werknemers bij ongevallen, brand en noodsituaties. Via het volgen van BHV-cursussen wordt de betrokken werknemers de kennis en vaardigheden bijgebracht waarover zij in dit kader dienen te beschikken.
Vraag 1
Kunnen EHBO-cursussen, LEH-cursussen en BHV-cursussen delen in de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel o, 2°, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) juncto artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 (hierna: het Uitvoeringsbesluit), indien deze cursussen een onderdeel vormen van een door een andere ondernemer verzorgde beroepsopleiding, die op grond van voornoemde bepaling is vrijgesteld?
Antwoord
Ja. De ondernemer die een onderdeel van een ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel o, 2°, van de Wet juncto artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit vrijgestelde beroepsopleiding verzorgt, is voor die prestatie vrijgesteld van de heffing van omzetbelasting.
Vraag 2
Indien het antwoord bevestigend is, is dit antwoord dan niet strijdig met de inhoud van het Besluit van 10 mei 2000, nr. VB 2000/732, VN 2000/30.18?
Antwoord
Nee. Dit standpunt is niet strijdig met het Besluit van 10 mei 2000, nr. VB 2000/732, omdat dat besluit geen betrekking heeft op BHV-cursussen die een onderdeel vormen van een beroepsopleiding. In het Besluit van 10 mei 2000 wordt een oordeel gegeven over BHV-cursussen als zodanig, dat wil zeggen als op zichzelf staande cursussen.
Vraag 3
Wat is het verschil tussen BHV-cursussen (geen beroepsopleiding) en cursussen voor werknemers die lid van een ondernemingsraad zijn? Laatstgenoemde opleidingen zijn volgens het Besluit van 25 februari 2002, nr. CPP2002/553M, VN 2002/14.27, aan te merken als een vrijgestelde beroepsopleiding.
Antwoord
Tijdens BHV-cursussen worden algemeen toepasbare vaardigheden bijgebracht, terwijl bij cursussen voor ondernemingsraadleden (hierna: OR-cursussen) kennis en vaardigheden worden bijgebracht, die verband houden met het functioneren binnen een bepaalde werkkring.
Inhoudsopgave
Feiten
Vraag 1
Antwoord
Vraag 2
Antwoord
Vraag 3
Antwoord
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht