Omzetbelasting, vrijstelling; diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen door werkgevers- en werknemersorganisaties aan hun leden tegen statutair vastgestelde contributie
De Minister van Financiën heeft het volgende besloten:
Dit besluit is een samenvoeging van de besluiten die zijn verschenen over de vrijstelling voor de diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van werkgevers- en werknemersorganisaties. Bij de samenvoeging is rekening gehouden met de inhoud van de Europese jurisprudentie. De samenvoeging heeft niet de bedoeling de inhoud van de bij dit besluit ingetrokken besluiten te wijzigen.
1. Inleiding
In dit besluit komt de reikwijdte aan de orde van de vrijstelling voor bepaalde diensten door werkgevers- en werknemersorganisaties. Verder komen de goedkeuringen aan de orde die bij deze vrijstelling zijn getroffen.
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
wet: Wet op de omzetbelasting 1968
uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968
uitvoeringsbeschikking: Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968
vrijstelling: artikel 11, eerste lid, onderdeel t, van de wet
Zesde richtlijn: Zesde richtlijn betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (77/388/EEG)
Hof van Justitie: Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
2. Juridisch kader
Er geldt een vrijstelling voor de diensten die werkgevers- en werknemers-organisaties verrichten jegens hun leden tegen een statutair vastgestelde contributie (zie artikel 11, eerste lid, onderdeel t, van de wet). Ook de leveringen door deze organisaties die nauw met de vrijgestelde diensten samenhangen vallen onder de vrijstelling. De vrijstelling geldt alleen als de betrokken organisaties met de vrijgestelde prestaties geen winst beogen (zie artikel 11, tweede lid, van de wet). De bepalingen uit de wet zijn gebaseerd op artikel 13A, eerste lid, sub l, en tweede lid, sub a, van de Zesde richtlijn. Bij wijze van goedkeuring is de toepassing van de vrijstelling ook aan andere voorwaarden gebonden. Deze voorwaarden zijn ontleend aan artikel 13A, tweede lid, sub a, van de Zesde richtlijn.
3. Reikwijdte vrijstelling
De vrijstelling geldt voor organisaties van werkgevers, werknemers, vrije beroepsbeoefenaren en ondernemers, die ten doel hebben de collectieve belangen van hun leden te behartigen. Bij collectieve belangenbehartiging gaat het om het vertegenwoordigen van de leden tijdens onderhandelingen met derden (Hof van Justitie, 12 november 1998, zaak C-149/97 (Motor Industry). Te denken valt aan CAO-onderhandelingen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, aan overleg in advies- en overlegorganen zoals de SER en de Stichting van de Arbeid en aan overleg dat lokale ondernemersverenigingen voeren met gemeenten. Dit houdt ook in dat de vrijstelling niet van toepassing is op diensten verricht aan individuele leden, zoals bedrijfseconomische adviezen, secretariaatswerkzaamheden of het uitlenen van personeel. Deze diensten zijn belast, ook als zij worden gefinancierd via de contributie.
4. Goedkeuring; aanvullende voorwaarden voor toepassing vrijstelling
Ik keur goed dat de toepassing van de vrijstelling ook afhankelijk is van de volgende twee voorwaarden:
het beheer en bestuur van de betrokken organisaties vindt in hoofdzaak plaats op vrijwillige basis en zonder vergoeding door personen die zelf geen rechtstreeks of zijdelings belang hebben bij de resultaten van de organisatie;
de vrijstelling leidt niet tot concurrentievervalsing ten nadele van commerciële ondernemers die aan de BTW-heffing zijn onderworpen.
Als de organisaties niet voldoen aan (één van) de hiervoor bedoelde voorwaarden, worden zij voor de diensten jegens hun leden belast.
De voorwaarde van vrijwillig beheer en bestuur betekent niet dat de betrokken organisatie geen betaald personeel in dienst mag hebben. Doorslaggevend is dat de personen die rechtstreeks zijn belast met het beheer en bestuur van de instelling geen bezoldiging ontvangen (Hof van Justitie, 21 maart 2002, zaak C-267/00; Zoological Society of London).
5. Goedkeuring; aanvullende toepassing van de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden
Als de organisaties voor bepaalde diensten jegens hun leden niet onder de vrijstelling vallen, kunnen deze organisaties voor deze diensten mogelijk de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden toepassen. Zie in dit verband artikel 11, eerste lid, onderdeel u, van de wet, artikel 9 van het uitvoeringsbesluit en artikel 9a van de uitvoeringsbeschikking.
Ik sta toe dat organisaties waarin naast vrijgestelde leden ook belaste leden samenwerken, de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel u, van de wet toepassen voorzover zij diensten verrichten aan vrijgestelde leden. Deze goedkeuring kan ook worden toegepast door organisaties waarin leden samenwerken op wie de landbouwregeling ( artikel 27 van de wet) al dan niet van toepassing is.
6. Goedkeuring; ledenbladen van werknemersorganisaties
Ik keur goed dat er geen omzetbelasting wordt geheven bij de levering van ledenbladen door drukkerijen aan werknemersorganisaties. Ook sta ik toe dat de drukkerijen voor deze levering aftrek van omzetbelasting hebben. (aftrek van voorbelasting bij de drukkerijen bij vorenbedoelde levering in stand blijft). Onder werknemersorganisaties vallen ook de overkoepelende organen van deze organisaties. Als werknemersorganisaties de ledenbladen zelf drukken en vervolgens aan hun leden leveren, is de hiervoor beschreven goedkeuring ook van toepassing.
7. Ingetrokken regelingen
De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:
nr. D 69/4572, d.d. 13 mei 1969 ( Ledenbladen van werknemersorganisaties );
nr. 086-2556, d.d. 16 oktober 1986 (BTW-positie van werkgeversorganisaties);
nr. 088-262, d.d. 4 februari 1988 ( BTW-positie ondernemersorganisaties ).
Naast de in dit onderdeel opgesomde besluiten zijn er op het terrein van deze vrijstelling in het verleden mogelijk ook andere publicaties met een beleidsmatig karakter verschenen. Het gaat bijvoorbeeld om mededelingen in het voormalige Infobulletin. Om onduidelijkheid te voorkomen over de vraag of dergelijke publicaties nog geldend beleid bevatten, trek ik deze publicaties collectief in met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit.
8. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot de dagtekening van het besluit.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 27 november 2006
de
Minister
directeur-generaal Belastingdienst
Inhoudsopgave
1. Inleiding
1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
2. Juridisch kader
3. Reikwijdte vrijstelling
4. Goedkeuring; aanvullende voorwaarden voor toepassing vrijstelling
5. Goedkeuring; aanvullende toepassing van de vrijstelling voor samenwerkingsverbanden
6. Goedkeuring; ledenbladen van werknemersorganisaties
7. Ingetrokken regelingen
8. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht