Overdracht van aandelen door aandeelhouder(s) aan werknemersstichting De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Dit besluit is opnieuw uitgebracht voor de toepassing van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarbij van de gelegenheid gebruik is gemaakt de uitvoering te delegeren aan de inspecteur.
1. Inleiding
In dit besluit wordt het beleid met betrekking tot de fiscale behandeling van overdracht van aandelen in besloten vennootschappen door aandeelhouders aan zgn. ‘stichtingen werknemerszelfbestuur’ weergegeven. Het gaat daarbij om overdrachten waarbij een te lage tegenprestatie wordt bedongen of waarbij een tegenprestatie ontbreekt.
De aard en de omvang van de te verlenen faciliteiten worden verduidelijkt in paragraaf 3. In paragraaf 4 zijn de aan het verlenen van de faciliteiten verbonden voorwaarden opgenomen. Deze voorwaarden hebben het karakter van standaardvoorwaarden.
Afhankelijk van de in het individuele geval geldende feiten en omstandigheden kunnen daarnaast aanvullende en voor zoveel nodig afwijkende voorwaarden worden gesteld. De voorwaarden in paragraaf 4 zijn toegesneden op de overdracht van aandelen aan ‘stichtingen werknemerszelfbestuur’.
2. Definities
Voor de toepassing van deze aanschrijving wordt verstaan onder:
a. Wet: de Wet inkomstenbelasting 2001;
b. Vennootschap: een naar Nederlands recht opgerichte en in Nederland gevestigde naamloze of besloten vennootschap, die – afgezien van de rechtspersoonlijkheid – voldoet aan de vereisten voor ondernemer in de zin van artikel 3.4 of artikel 3.5 van de Wet;
c. Stichting: een naar Nederlands recht opgerichte en in Nederland gevestigde stichting, die ten doel heeft het voortbestaan van de vennootschap te verzekeren en te bevorderen, een en ander mede in het belang van de werknemers van de vennootschap;
d. Aandelenoverdracht: de vervreemding van aandelen in de vennootschap aan de stichting om niet dan wel tegen een prijs, die lager is dan de waarde welke in het economische verkeer ten tijde van de vervreemding aan de aandelen kan worden toegekend.
3. Te verlenen faciliteiten
Op een gezamenlijk schriftelijk verzoek van degene die in het kader van een aandelenoverdracht aandelen vervreemdt en van de stichting, worden de in paragraaf 4 opgenomen voorwaarden alsmede onder de voorwaarden, die in daartoe leidende gevallen in aanvulling op de in paragraaf 4 opgenomen voorwaarden dan wel in afwijking daarvan worden gesteld, de hierna onder A en B vermelde faciliteiten verleend.
A. Met betrekking tot de heffing van de loon- en inkomstenbelasting alsmede van de premies volksverzekeringen
1. Inkomen uit aanmerkelijk belang
De aandelenoverdracht wordt geacht te geschieden tegen een tegenprestatie die is bedongen bij een onder normale omstandigheden gesloten overeenkomst.
2. Loon uit dienstbetrekking
Heffing van loon- en inkomstenbelasting alsmede van premies volksverzekeringen over de voordelen die werknemers van de vennootschap ten gevolge van de aandelenoverdracht genieten achterwege.
B. Met betrekking tot het schenkingsrecht
Heffing van schenkingsrecht ter zake van de aandelenoverdracht blijft achterwege.
A. De faciliteiten worden slechts verleend indien in de statuten van de stichting bepalingen met de volgende strekking zijn opgenomen
1. De stichting is gevestigd in Nederland.
2. De stichting heeft ten doel het voortbestaan van de vennootschap overeenkomstig de doelstellingen van de vennootschap te verzekeren en te bevorderen, een en ander mede in het belang van de werknemers van de vennootschap. Hiertoe tracht de stichting alle aandelen van de vennootschap te verwerven.
3. De bezittingen van de stichting kunnen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend zijn:
aandelen in de vennootschap;
middelen, bestemd te worden aangewend ter verkrijging van aandelen in de vennootschap.
4. De stichting verleent geen medewerking aan het vergroten van het geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap indien daardoor aandelen in handen zouden komen van anderen dan de stichting. Onverminderd het bepaalde onder A.6 kan de stichting de in haar bezit zijnde aandelen in de vennootschap niet vervreemden, belenen of in pand geven; evenmin kan zij op deze aandelen een genotsrecht ten behoeve van een ander vestigen.
5. Het bestuur van de stichting wordt benoemd op voordracht van de werknemers van de vennootschap. Aan degene die aandelen in de vennootschap in het kader van de aandelenoverdracht aan de stichting vervreemd, wordt als zodanig geen bevoegdheid of zeggenschap in het bestuur van de stichting toegekend.
Dit laat onverlet dat de vervreemder op voordracht van de werknemers van de vennootschap in het bestuur kan worden benoemd, met dien verstande dat de vervreemder, diens echtgenoot en bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad, rechtstreeks dan wel via hun adviseur, slechts een minderheid in het bestuur van de stichting mogen vormen. In dit verband wordt een samenwoner in de zin van artikel 24, tweede lid, van de Successiewet 1956 gelijk gesteld met een echtgenoot.
6. De stichting vervreemdt de in haar bezit zijnde aandelen in de vennootschap binnen een jaar nadat de vennootschap haar ondernemingsactiviteiten heeft gestaakt dan wel na het moment met ingang waarvan haar activiteiten grotendeels bestaan uit beleggen of daarmede overeenkomende werkzaamheden.
De stichting wordt ontbonden terstond nadat zij de in haar bezit zijnde aandelen in de vennootschap heeft vervreemd.
7. Bij ontbinding van de stichting wordt het batig saldo van haar bezittingen en haar schulden uitsluitend gebruikt:
a. ter financiering van een naar maatschappelijke opvattingen redelijke afvloeiingsregeling ten behoeve van werknemers van de vennootschap;
b. voor de vestiging of de verbetering van pensioenrechten van werknemers of van vroegere werknemers van de vennootschap mits er sprake is of blijft van een pensioenregeling in de zin van hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964;
c. voor het doen van schenkingen aan een of meer binnen Nederland gevestigde instellingen als bedoeld in artikel 6.33, onderdeel b, van de Wet.
B. Aan de verlening van de faciliteiten worden voorts nog de volgende voorwaarden verbonden
Dit besluit treedt in werking met ingang van het belastingjaar 2001.
1. De statuten van de stichting alsook wijzigingen in de statuten van de stichting behoeven de goedkeuring van de inspecteur die bevoegd is ten aanzien van de stichting. De statuten, onderscheidenlijk de wijzigingen in de statuten, worden daartoe voorafgaande aan het verlijden van de akte, toegezonden aan de inspecteur. De inspecteur zendt een afschrift van de statuten of de wijziging van de statuten naar de inspecteur die bevoegd is ten aanzien van degene die aandelen in de vennootschap in het kader van de aandelenoverdracht vervreemdt onder vermelding van zijn goedkeuring of afwijzing.
2. Uitkeringen en verstrekkingen die werknemers van de vennootschap van de stichting ontvangen worden aangemerkt als loon uit dienstbetrekking in de zin van artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964 en als zodanig in de heffing van de loon- en inkomstenbelasting, alsmede van de premies volksverzekeringen betrokken. De stichting is ter zake inhoudingsplichtige in de zin van artikel 6 van de Wet op de loonbelasting 1964.
3. Degene die aandelen in de vennootschap in het kader van een aandelenoverdracht aan de stichting vervreemdt, de vervreemder, dient gezamenlijk met de stichting voorafgaande aan de aandelenoverdracht schriftelijk een verzoek in tot het verlenen van de in paragraaf 3 genoemde faciliteiten. Het verzoek wordt gezonden aan de inspecteur die bevoegd is ten aanzien van de vervreemder. Bij het verzoek worden overgelegd:
1. een schriftelijke verklaring van de vervreemder waarin hij aanvaardt dat het bepaalde in afdeling 4.10 van de Wet inzake de verrekening van een verlies uit aanmerkelijk belang niet wordt toegepast op de aandelenoverdracht, tenzij de waarde in het economische verkeer van de aandelen lager is dan de verkrijgingsprijs;
2. een gezamenlijke schriftelijke verklaring van de vervreemder de stichting en de vennootschap waarin ieder de verplichting op zich neemt om bij niet nakoming van de voorwaarden de hieruit voor de Staat der Nederlanden voortvloeiende (belasting-)schade volledig te vergoeden, met dien verstande dat betaling door één hunner de anderen bevrijdt.
De inspecteur die bevoegd is ten aanzien van de vervreemder beoordeelt of aan de voorwaarden wordt voldaan en deelt zijn beslissing mee aan de inspecteur die bevoegd is ten aanzien van de stichting respectievelijk de vennootschap.
Met dit besluit komen de besluiten van 23 oktober 1989, nr. DB89/4393 en van 21 maart 1988, nr. DB88/1778 te vervallen.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Definities
3. Te verlenen faciliteiten
4. Voorwaarden
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht