Overdrachtsbelasting; kapitaalsbelasting; successierecht; schenkingsrecht; recht van overgang; te laat ingediend verzoek om handhaving rangschikking onder de Natuurschoonwet 1928 De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.
Dit besluit vervangt het besluit van 20 februari 2002, nr. CPP2002/267M. Het is opnieuw uitgebracht in verband met de reorganisatie van de Belastingdienst met ingang van 1 januari 2003. Hiermee is geen inhoudelijke wijziging beoogd.
Inleiding
Op grond van artikel 3 van de Natuurschoonwet 1928 (NSW) verliest een als landgoed aangemerkte onroerende zaak in een aantal gevallen de status van landgoed. Eén van die gevallen betreft overdracht van (een gedeelte van) het landgoed. Indien echter de koper van het landgoed binnen zes maanden na de overdracht een verzoek om handhaving van de rangschikking doet en het verzoek wordt ingewilligd, treedt bedoeld statusverlies niet op.
Indien het verzoek te laat – dus na zes maanden na de overdracht – wordt ingediend heeft dit tot gevolg dat het landgoed met ingang van het tijdstip van de overdracht wordt onttrokken aan de rangschikking onder de NSW. Bij inwilliging van het verzoek vindt de rangschikking ten name van de koper plaats met ingang van datum indiening van het verzoek. Er ontstaat derhalve een onderbreking in de rangschikking. De intrekking van de rangschikking van het landgoed onder de NSW heeft tot gevolg dat de op het landgoed rustende belastingclaims (successierecht, schenkingsrecht, recht van overgang) op grond van artikel 8 NSW worden ingevorderd. Bovendien is op grond van artikel 9c NSW alsnog belasting verschuldigd in het geval een overdrachtsbelasting- of kapitaalsbelastingclaim op het landgoed rust.
Termijnverlenging
Artikel 3, tweede lid NSW geeft de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de bevoegdheid de termijn van zes maanden te verlengen. Termijnverlenging is alleen mogelijk in bijzondere gevallen. De ervaring leert dat daarvan doorgaans geen sprake is.
Bezwaar tegen onttrekking aan de rangschikking
Tegen een beschikking houdende rangschikking of onttrekking aan de rangschikking van landgoederen onder de NSW kan bezwaar worden gemaakt. Is een bezwaar gericht tegen een tijdelijke onttrekking die een gevolg is van een te laat ingediend verzoek om handhaving van de rangschikking, dan wordt dit bezwaar ongegrond verklaard, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
Toepassing hardheidsclausule
In een aantal gevallen is gebleken dat de op grond van de artikelen 8 en 9c NSW alsnog in te vorderen c.q. alsnog verschuldigde belasting in geen verhouding staat tot de omstandigheid dat de zesmaandstermijn is overschreden.
Ik ben daarom bereid om op daartoe in te dienen verzoeken met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen goed te keuren dat invordering van de hiervoor genoemde belastingen gedeeltelijk achterwege blijft in gevallen waarin de zesmaandstermijn is overschreden en vanaf de datum van de overdracht tot aan de datum van indiening van het verzoek om handhaving van de rangschikking niet meer dan vijf jaren zijn verstreken. Bij de hierna beschreven beperking van het in te vorderen bedrag heb ik een relatie gelegd met de mate waarin de termijn is overschreden.
Voor het successierecht, schenkingsrecht en recht van overgang houdt de beperking van de invordering het volgende in. Van het op grond van artikel 8 in te vorderen bedrag wordt niet meer ingevorderd dan 1/25 gedeelte van de belasting waarvan ingevolge artikel 7, eerste lid, invordering achterwege is gebleven vermenigvuldigd met het aantal jaren dat na de overdracht is verstreken tot het tijdstip waarop het verzoek om rangschikking is ingediend. Bij de berekening van het aantal verstreken jaren wordt een gedeelte van een jaar als een geheel jaar beschouwd.
Voor de overdrachtsbelasting houdt de beperking van de invordering het volgende in. Van het op grond van artikel 9c verschuldigde bedrag wordt niet meer ingevorderd dan 1/25 gedeelte van de belasting die op grond van artikel 9c alsnog is verschuldigd vermenigvuldigd met het aantal jaren dat na de overdracht is verstreken tot het tijdstip waarop het verzoek om rangschikking is ingediend. Bij de berekening van het aantal verstreken jaren wordt een gedeelte van een jaar als een geheel jaar beschouwd. Ik merk hierbij op dat het gehele op grond artikel 9c verschuldigde bedrag wordt nageheven. Het verschil tussen het nageheven bedrag en het op grond van dit besluit beperkt in te vorderen bedrag blijft buiten invordering.
De tegemoetkoming houdt voorts in dat het op grond van de bovenomschreven formule in te vorderen bedrag wordt gebonden aan een maximum.
Het in te vorderen bedrag bedraagt niet meer dan € 5.000 wanneer het verzoek om rangschikking binnen vijf jaar na de datum van de overdracht is ingediend. Bij indiening van het verzoek binnen vier, drie, twee en één jaar na de datum van de overdracht bedraagt het in te vorderen bedrag niet meer dan respectievelijk € 4.000, € 3.000, € 2.000 en € 1.000. Bij de berekening van het aantal verstreken jaren wordt een gedeelte van een jaar als een geheel jaar beschouwd.
Opgemerkt wordt dat op een landgoed meer dan één belastingclaim kan rusten. Een onttrekking aan de rangschikking van een landgoed onder de NSW in verband met een overschrijding van de zesmaandstermijn heeft in beginsel tot gevolg dat alle op het landgoed rustende claims worden ingevorderd. In dat geval zal het maximaal in te vorderen bedrag per belastingclaim op de bovenomschreven wijze worden berekend.
De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor zover het karakter van landgoed van de onroerende zaak in de periode van de tijdelijke onttrekking niet is aangetast of verloren gegaan door gebrek aan behoorlijk onderhoud of door andere omstandigheden. Bij een als opengesteld gerangschikt landgoed dient bovendien het landgoed in de periode van de tijdelijke onttrekking overeenkomstig de daarvoor geldende voorwaarden voor het publiek toegankelijk te zijn geweest.
De gevallen waarop dit besluit ziet betreffen niet alleen het statusverlies ten gevolge van overdracht van de eigendom van het landgoed, maar alle in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, genoemde gevallen.
Mandatering
Voorts heb ik aanleiding gevonden de bevoegdheid om artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen toe te passen voor de bedoelde gevallen, te mandateren aan de inspecteur. De toepassing van dit wetsartikel voor de vorenbedoelde gevallen is geconcentreerd bij de Belastingdienst/Oost-Brabant/kantoor ’s-Hertogenbosch.
Reikwijdte besluit Het besluit is met onmiddellijke ingang van kracht voor de op grond van de artikelen 8 en 9c NSW alsnog in te vorderen c.q. alsnog verschuldigde belasting. Indien en voor zover invordering heeft plaatsgevonden in verband met overdrachten die niet meer dan 5 jaren vóór de datum van dit besluit hebben plaatsgevonden, neemt voormelde eenheid van de Belastingdienst desgevraagd een beslissing in overeenstemming met dit besluit.
Wellicht ten overvloede merk ik nog op dat het onderhavige besluit geen tegemoetkoming biedt voor de mogelijke invordering van successiebelastingen op grond van artikel 8a NSW.
Vervallen besluit
Het besluit van 13 mei 2003, nr. CPP2003/1109M is hiermee vervallen.Voorbeeld:
NSW-landgoed (niet opengesteld) wordt krachtens erfrecht verkregen door B ten gevolge van het overlijden van A op 6 januari 1990.
Waarde zonder toepassing van artikel 7 NSW 5.000.000
Verschuldigd successierecht hierover stel 1.300.000
Waarde met toepassing van artikel 7 NSW:    
½ × bestemmingswaarde (stel bestemmingswaarde = 80% van de waarde) 2.000.000
Verschuldigd successierecht hierover stel 500.000
     
Successierecht zonder toepassing van artikel 7 NSW 1.300.000
Terstond in te vorderen 500.000
Buiten invordering blijft 800.000
     
Landgoed wordt op 10 november 1998 verkocht aan C    
Waarde per 10 november 1998 8.000.000
     
Verschuldigde overdrachtsbelasting indien geen NSW 480.000
Met toepassing van artikel 9a verschuldigd 0
Met toepassing van artikel 9c kan alsnog worden verschuldigd (claim) 480.000

Aanvraag van C om handhaving van de rangschikking wordt op 28 december 1999 ingediend.
De rangschikking vervalt per 10 november 1998 door overschrijding van de zesmaandstermijn.
De nieuwe rangschikking t.n.v. C gaat bij inwilliging van het verzoek in per 28 december 1999.
Door het vervallen van de rangschikking moeten op grond van de artikelen 8 en 9c NSW
de op het landgoed rustende claims worden ingevorderd c.q. nageheven:
Successierecht: 800.000
Overdrachtsbelasting 480.000
Totaal: 1.280.000

Met toepassing van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de invordering als volgt beperkt tot:
Inhoudsopgave
Inleiding
Termijnverlenging
Bezwaar tegen onttrekking aan de rangschikking
Toepassing hardheidsclausule
Mandatering
Vervallen besluit
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht