Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2012. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2012.

Overdrachtsbesluit Wet inzake de geldtransactiekantoren

Uitgebreide informatie
Besluit van 5 juli 2002, houdende uitvoering van artikel 18, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren (Overdrachtsbesluit Wet inzake de geldtransactiekantoren)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 6 mei 2002, FM 2002/0652-M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Algemeen beleid en Integriteit;
Gelet op artikel 18, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren;
De Raad van State gehoord (advies van 23 mei 2002, nr. W06.02.0204/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 1 juli 2002, nr. FM 2002/0722-U, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Integriteit;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet inzake de geldtransactiekantoren;
b. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
c. de Bank: De Nederlandsche Bank NV.
Artikel 2
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 18, eerste lid, van de wet worden de taken en bevoegdheden die Onze Minister op grond van de wet heeft, overgedragen aan de Bank.
1.
Aan de overdracht van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2, worden de in het tweede tot en met zevende lid bedoelde beperkingen en voorschriften gesteld onderscheidenlijk verbonden.
2.
Over door de Bank te stellen regels met betrekking tot de bedrijfsvoering en de administratieve organisatie van geldtransactiekantoren als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt door de Bank vooraf met Onze Minister overleg gevoerd.
3.
Schriftelijke afspraken tussen de Bank en andere toezichthoudende autoriteiten die tot uitwerking van de in artikel 14 van de wet bedoelde informatie-uitwisseling dienen, worden ter voorafgaande instemming aan Onze Minister voorgelegd. Onze Minister kan zijn instemming slechts onthouden, indien naar zijn oordeel de belangen die worden gediend door verdragen of bindende besluiten als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet dan wel het algemeen belang zich tegen die afspraken verzetten onderscheidenlijk verzet.
4.
In schriftelijke afspraken als bedoeld in het derde lid die worden gemaakt met toezichthoudende autoriteiten van een staat waarmee het Koninkrijk geen verdrag als bedoeld in dat lid heeft gesloten, wordt bepaald dat deze afspraken bij de totstandkoming nadien van een dergelijk verdrag met die staat wederom ter instemming aan Onze Minister worden voorgelegd. In dat geval toetst Onze Minister die afspraken aan het betrokken verdrag.
5.
Instemming als bedoeld in het derde of vierde lid wordt geacht te zijn verleend, indien Onze Minister niet heeft beslist binnen vier weken na ontvangst van het desbetreffende voorstel of, indien hij om nadere inlichtingen heeft verzocht, binnen vier weken na de ontvangst daarvan.
6.
Van schriftelijke afspraken als bedoeld in het derde lid waarmee Onze Minister heeft ingestemd, wordt door de Bank mededeling gedaan in de Staatscourant .
7.
Voor zover de Bank daarover uit hoofde van de wet beschikt of kan beschikken, verstrekt zij desgevraagd aan Onze Minister alle inlichtingen die van betekenis kunnen zijn voor:
a. het verlenen, wijzigen of intrekken van een vrijstelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet;
b. het vaststellen van de hoogte van de in artikel 7 van de wet genoemde bedragen als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet;
c. het stellen van regels als bedoeld in de artikelen 20, derde lid, 21, derde lid en 31, tweede lid, van de wet, ter zake van de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, 21, eerste lid en 31, eerste lid, van de wet.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.
Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als: Overdrachtsbesluit Wet inzake de geldtransactiekantoren.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 5 juli 2002
De Minister van Financiën,
Uitgegeven de achttiende juli 2002
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken