Overeenkomst tot eenmaking van het Benelux-douanegebied
(authentiek: nl)
De Regering van het Koninkrijk België,
De Regering van het Groothertogdom Luxemburg,
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
Verlangende de Benelux Economische Unie te verstevigen door het tot stand brengen van een gemeenschappelijk douanegebied,
Overwegende, dat daartoe de douaneformaliteiten aan de binnengrenzen van Benelux dienen te worden afgeschaft door middel van een uitbreiding tot het gehele Beneluxgebied van de werkingssfeer der nationale douanewetgevingen betreffende het goederenverkeer,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
buitengrenzen: de grenzen tussen enerzijds België, Luxemburg of Nederland en anderzijds een derde land of de volle zee;
binnengrenzen: de grenzen tussen België en Luxemburg en tussen Nederland en België;
douanegoederen: in België, Luxemburg of Nederland uit derde landen binnengekomen goederen welke op regelmatige wijze bij de douane zijn aangebracht en aangegeven, voor zover zij niet ter beschikking van de aangever zijn gesteld na aangifte ten invoer tot verbruik, tot inslag onder krediet voor belasting of tot inslag in accijnsentrepot.
1.
De wettelijke bepalingen van België, Luxemburg of Nederland betreffende de douane, die betrekking hebben op het goederenverkeer, zijn eveneens van toepassing op het gebied en aan de buitengrenzen van de partnerlanden; met betrekking tot het brengen van goederen over de binnengrenzen worden aan die grenzen geen douaneformaliteiten vervuld, hetgeen niet een beletsel vormt voor het handhaven van formaliteiten voorgeschreven in de nationale wetgevingen inzake accijnzen, omzetbelastingen en soortgelijke belastingen.
2.
Ten aanzien van douanegoederen geldt het in het eerste lid bepaalde onder voorbehoud van het volgende:
a. de wettelijke bepalingen van het land waar een document is afgegeven of geldig gemaakt, evenals de wettelijke bepalingen van het partnerland waar goederen overeenkomstig de inhoud van het document worden vervoerd, zijn in partnerlanden van toepassing vanaf het moment waarop de goederen, overeenkomstig de inhoud van het document, aldaar worden vervoerd;
b. de wettelijke bepalingen van het land op welks gebied de goederen, overeenkomstig de inhoud van een document, zijn bestemd om te worden vervoerd, zijn van toepassing in het partnerland waar het document is afgegeven of geldig gemaakt en in het derde partnerland voor zover de goederen aldaar, overeenkomstig de inhoud van het document, worden vervoerd voordat zij binnenkomen in het eerstgenoemde land; de toepasselijkheid van de wettelijke bepalingen van het eerstgenoemde land vervalt indien de goederen niet meer onder geleide van het document in dat land kunnen binnenkomen, tengevolge van een krachtens de wettelijke bepalingen van een der partnerlanden verrichte douaneformaliteit.
Artikel 3
Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 2 zijn de ambtenaren van elk der drie landen, onverminderd afwijkende bepalingen voorzien in of krachtens een andere overeenkomst, slechts bevoegd op te treden op het grondgebied van het eigen land en alleen ter uitvoering van de nationale wettelijke bepalingen.
Artikel 4
Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 2 worden de handelingen, door ambtenaren van een land verricht ter uitvoering van de nationale wettelijke bepalingen, in elk der partnerlanden beschouwd als handelingen verricht krachtens de in die landen geldende wettelijke bepalingen met overeenkomstige strekking.
1.
Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 2 kunnen de Ministers van Financiën van de drie landen, onder door hen te stellen voorschriften, voorwaarden en beperkingen, handelingen die voorgeschreven zijn in de wettelijke bepalingen van een land, aanwijzen als handelingen waarvan het verrichten in de partnerlanden waar overeenkomstige bepalingen niet bestaan, in afwijking van het bepaalde in artikel 3, mede tot de taak van de ambtenaren van die landen zal behoren.
2.
De Ministers doen die aanwijzingen op voorstel van de Commissie voor douane en belastingen en nadat, door middel van een overeenkomstig artikel 19 a ) van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie genomen beschikking, van hun overeenstemming is gebleken in een ministeriële werkgroep, gevormd door de Ministers van Financiën van de drie landen.
Artikel 6
Ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof worden de bepalingen van deze Overeenkomst aangewezen als gemeenschappelijke rechtsregels voor de toepassing van de hoofdstukken III en IV van dat Verdrag.
Artikel 7
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied.
1.
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die de Overeenkomstsluitende Partijen kennis geeft van de nederlegging van die akten.
2.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging valt.
3.
Zij blijft voor een zelfde tijd van kracht als het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN te 's-Gravenhage, op 29 april 1969, in drie exemplaren, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Inhoudsopgave
Overeenkomst tot eenmaking van het Benelux-douanegebied
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht