Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen
(authentiek: nl)
De Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden), die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden,
en
de Republiek Armenië
hierna genoemd „de Overeenkomstsluitende Partijen”,
ernaar strevend de overname van personen die onregelmatig op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij verblijven, d.w.z. die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, en de doorgeleiding van te repatriëren personen in een geest van samenwerking en op basis van wederkerigheid te vergemakkelijken,
zijn het volgende overeengekomen:
1.
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder grondgebied van
1. de Benelux: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden;
2. de Republiek Armenië: het grondgebied van de Republiek Armenië.
2.
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder:
1. „onregelmatig verblijvende persoon”: eenieder die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf;
2. „derde Staat”: elke Staat dat geen Benelux-Staat en niet de Republiek Armenië is;
3. „onderdaan van een derde Staat”: eenieder die geen onderdaan van één der Benelux-Staten of van de Republiek Armenië is;
4. „staatloze”: de persoon waarvan de status door het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 28 september 1954 bepaald wordt;
5. „grenzen”:
de eerst overschreden grens die niet een gemeenschappelijke grens van de Overeenkomstsluitende Partijen is;
iedere binnen het Benelux-gebied of op het grondgebied van de Republiek Armenië gelegen lucht- of zeehaven, waar personenverkeer van of naar een derde land plaatsvindt.
1.
Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de onregelmatig verblijvende persoon over wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft.
2.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 binnen een termijn van drie werkdagen de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten.
3.
De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden over, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had.
1.
Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zonder formaliteiten de onderdanen van een derde Staat of staatlozen over die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze personen, op het ogenblik waarop hun onregelmatig verblijf op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is vastgesteld, het recht hadden om regelmatig op het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij te verblijven.
2.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 binnen een termijn van drie werkdagen de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten.
1.
De identiteit en de nationaliteit van een overeenkomstig de in lid (1) van artikel 2 en lid (1) van artikel 3 opgenomen procedures over te nemen persoon kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten:
een geldig nationaal identiteitsbewijs;
een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer);
een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder;
een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname.
2.
De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten:
een ander officieel document dan zoals beschreven in het vorige lid, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs e.a.);
een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand.
3.
Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:
een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt;
fotokopieën van bovengenoemde documenten;
de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt.
1.
Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat:
1. de personalia van de betrokkene (naam, voornaam, eventueel vroegere namen, bijnamen en pseudoniemen, alias, geboortedatum en -plaats, geslacht en laatste verblijfplaats);
2. de beschrijving van het paspoort of het paspoortvervangend reisdocument (onder meer serienummer, plaats en datum van afgifte, geldigheidsduur, afgevende autoriteit) en/of enig ander bewijs waaruit de nationaliteit van de betrokkene blijkt of door middel waarvan zijn nationaliteit kan worden aangetoond;
3. twee pasfoto’s.
2.
De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken.
3.
Het verzoek om overname wordt bij de bevoegde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ingediend en omvat de in het verzoek om overname opgesomde documenten. Er wordt een verslag van indiening/ontvangst van het verzoek en van de bij het verzoek gevoegde stukken opgesteld.
1.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt onverwijld, en in ieder geval binnen een termijn van maximaal 30 dagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname.
2.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij neemt de persoon wiens overname werd aanvaard onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van één maand, over. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij worden verlengd voor de tijd dat er nog juridische of praktische belemmeringen zijn.
1.
Het verzoek om overname van een onderdaan van één der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde worden ingediend.
2.
Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat of een staatloze dient uiterlijk binnen één jaar na vaststelling door de Overeenkomstsluitende Partij van de binnenkomst en de aanwezigheid van deze persoon op haar grondgebied te worden ingediend.
1.
Onverminderd artikel 12 staan de Overeenkomstsluitende Partijen de doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat of staatlozen over hun grondgebied toe, indien een andere Overeenkomstsluitende Partij daarom verzoekt en de doorreis door eventuele derde Staten en de toelating tot de Staat van bestemming verzekerd is.
2.
Het is niet absoluut noodzakelijk dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een transitvisum afgeeft.
3.
De doorgeleiding kan door de Overeenkomstsluitende Partijen worden geweigerd wanneer de onderdanen van een derde Staat of staatlozen in de Staat van bestemming of in een andere Staat van doorreis dreigen blootgesteld te worden aan marteling, onmenselijke of onterende behandeling, doodstraf, vervolging op grond van ras, godsdienst, herkomst of nationaliteit, lidmaatschap van een maatschappelijke groepering of politieke overtuiging.
4.
Ondanks verleende toestemming kunnen voor doorgeleiding overgenomen personen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij worden teruggegeven, indien zich later omstandigheden als bedoeld in lid (3), van dit artikel of in artikel 12 voordoen of bekend worden, die doorgeleiding in de weg staan, of indien de verdere reis of de overname door de Staat van bestemming niet meer verzekerd is.
5.
De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om doorgeleidingen, zoals beschreven in lid (1) hierboven, te beperken tot onderdanen van een derde Staat of staatlozen voor wie de rechtstreekse teruggeleiding naar de Staat van bestemming niet mogelijk is.
Artikel 9. Gegevensbescherming [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De verstrekking van persoonsgegevens geschiedt uitsluitend wanneer deze verstrekking noodzakelijk is voor de toepassing van deze Overeenkomst door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen. Het gebruik van persoonsgegevens met betrekking tot een individueel geval wordt aan de interne wetgeving van de Republiek Armenië onderworpen en wanneer de controle door een bevoegde autoriteit van één der Benelux-Staten uitgeoefend wordt, aan de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en aan de nationale wetgeving van die Staat die ter uitvoering van genoemde Richtlijn is vastgesteld. Bovendien gelden hierbij de volgende uitgangspunten:
1. de persoonsgegevens worden overeenkomstig de wet en in billijkheid verwerkt;
2. de persoonsgegevens worden verzameld met het duidelijke, uitdrukkelijke en verantwoorde doel bij te dragen tot de toepassing van deze Overeenkomst; deze gegevens worden noch door de autoriteit die ze heeft verstrekt noch door die welke ze ontvangen heeft op een wijze verwerkt die met dit doel onverenigbaar is;
3. de persoonsgegevens moeten passend, relevant en niet overmatig zijn ten opzichte van het doel waarvoor ze zijn verzameld en/of gebruikt; de verstrekte persoonsgegevens zullen in het bijzonder slechts op het volgende betrekking hebben:
concrete gegevens m.b.t. de over te nemen persoon (bv. naam, voornaam, elke vroegere naam, bijnaam of alias; geboortedatum en -plaats, geslacht, huidige of vroegere nationaliteit);
identiteitskaart of paspoort (serienummer, geldigheidsduur, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van afgifte);
doorreisplaatsen en gevolgde routes;
elke andere informatie die nodig is voor de identificatie van de over te nemen persoon of de behandeling van de verzoeken om overname, overeenkomstig deze Overeenkomst.
4. de persoonsgegevens moeten nauwkeurig zijn en in voorkomend geval bijgewerkt worden;
5. de persoonsgegevens die in een vorm verstrekt worden waardoor identificatie van de betrokken personen mogelijk is kunnen niet langer bewaard worden dan de tijd nodig voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor ze verzameld en gebruikt zijn;
6. zowel de autoriteit die de gegevens verstrekt als die welke ze ontvangt nemen iedere redelijke maatregel om ervoor te zorgen dat persoonsgegevens zo nodig rechtgezet, vernietigd of afgeschermd worden wanneer de verwerking ervan niet aan de bepalingen van dit artikel voldoet; in het bijzonder, wanneer de persoonsgegevens niet passend, relevant of nauwkeurig zijn of wanneer ze overmatig zijn ten opzichte van het met hun verwerking nagestreefde doel. Dit houdt eveneens in dat de andere Overeenkomstsluitende Partij van elke rechtzetting, vernietiging of afscherming in kennis wordt gesteld;
7. indien de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt hierom verzoekt, stelt de autoriteit die ze ontvangen heeft haar in kennis van het gebruik dat van deze gegevens is gemaakt en van het verkregen resultaat;
8. persoonsgegevens kunnen alleen aan de bevoegde autoriteiten worden verstrekt. Elke andere verstrekking aan andere instanties wordt afhankelijk gesteld van de voorafgaande toestemming van de autoriteit die ze heeft verstrekt;
9. zowel de autoriteit die gegevens verstrekt als die welke ze ontvangt zijn verplicht de verstrekking en de ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te registreren.
1.
De kosten verbonden aan het overbrengen van personen die volgens de artikelen 2 en 3 worden overgenomen komen tot aan de grens van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, alsmede de kosten in verband met de overname als bedoeld in artikel 2, lid (3).
2.
De kosten verbonden aan de doorgeleiding tot aan de grens van de Staat van bestemming, alsmede de eventueel uit de teruggeleiding voortvloeiende kosten, komen overeenkomstig artikel 8 ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.
1.
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een Comité van deskundigen in dat:
1. de toepassing van deze Overeenkomst volgt;
2. voorstellen doet om vraagstukken in verband met de toepassing van deze Overeenkomst op te lossen;
3. wijzigingen van en aanvullingen op deze Overeenkomst voorstelt;
4. passende maatregelen ter bestrijding van illegale immigratie uitwerkt en aanbeveelt.
2.
De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor, de voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren.
3.
Het Comité bestaat uit drie vertegenwoordigers voor de Benelux en een vertegenwoordiger voor de Republiek Armenië. De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervangers aan en wijzen tegelijkertijd plaatsvervangende leden aan. Bij het overleg kunnen nog andere deskundigen worden betrokken.
4.
Het Comité komt, zo nodig, op voorstel van één der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen.
Artikel 12. Betrekking tot andere verdragen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit:
1. het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen , als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingenen het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen ;
2. verdragen inzake uitlevering en doorgeleiding;
3. het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ;
4. het Europees gemeenschapsrecht voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
5. het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen en de op 19 juni 1990 gesloten Overeenkomst ter uitvoering van genoemd Akkoord van Schengen ;
6. internationale asielovereenkomsten, en de Verordening (EG) nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke Lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij één van de Lidstaten wordt ingediend;
7. internationale conventies en overeenkomsten betreffende de overname van vreemdelingen.
Artikel 13. Uitvoeringsprotocol [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in het Uitvoeringsprotocol vastgelegd.
Artikel 14. Territoriale toepassing [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door een kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt.
1.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de nota waarbij de laatste van de Overeenkomstsluitende Partijen de Regering van het Koninkrijk België ter kennis heeft gegeven de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten te hebben nageleefd.
2.
De Regering van het Koninkrijk België stelt ieder der Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de in lid (1) bedoelde notificaties en van de datum van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
1.
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
2.
Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk, en de Republiek Armenië kunnen deze Overeenkomst, na kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel, brengen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar onverwijld via diplomatieke weg op de hoogte.
3.
Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk, en de Republiek Armenië kunnen deze Overeenkomst, na mededeling aan de Regering van het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen opzeggen met inachtneming van de volkenrechtelijke bepalingen en beginselen.
4.
De schorsing of opzegging van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de kennisgeving bedoeld in respectievelijk lid (2) en lid (3) door de Regering van het Koninkrijk België is ontvangen.
Artikel 17. Depositaris [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De Regering van het Koninkrijk België is depositaris van deze Overeenkomst.
TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN te Brussel, op 3 juni 2009, in de Nederlandse, Franse en Armeense taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek. In geval van uiteenlopende interpretatie is de Franse tekst doorslaggevend.
Het origineel zal worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan aan alle Overeenkomstsluitende Partijen toezendt.
Voor het Koninkrijk België:
A. TURTELBOOM
Voor het Groothertogdom Luxemburg:
A. BERNS
Voor het Koninkrijk der Nederlanden:
J. H. M. POLLMANN-ZAAL
Voor de Republiek Armenië:
V. TCHITECHIAN
Inhoudsopgave
Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Armenië betreffende de overname van onregelmatig verblijvende personen
Artikel 1. Definities en werkingssfeer
Artikel 2. Overname van eigen onderdanen
Artikel 3. Overname van onderdanen van een derde Staat of van staatlozen
Artikel 4. Identiteit en nationaliteit
Artikel 5. Indiening van het verzoek om overname
Artikel 6. Termijnen
Artikel 7. Verval van de verplichting tot overname
Artikel 8. Doorgeleiding
Artikel 9. Gegevensbescherming
Artikel 10. Kosten
Artikel 11. Comité van deskundigen
Artikel 12. Betrekking tot andere verdragen
Artikel 13. Uitvoeringsprotocol
Artikel 14. Territoriale toepassing
Artikel 15. Inwerkingtreding
Artikel 16. Schorsing, opzegging
Artikel 17. Depositaris
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht