Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen en verblijvende personen
(authentiek: nl)
Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden, en de Zwitserse Bondsstaat,
hierna genoemd „de Overeenkomstsluitende Partijen",
ernaar strevend de overname van personen die zich illegaal op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij ophouden, dat wil zeggen die niet of niet meer voldoen aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst en verblijf, en de doorgeleiding van te repatriëren personen in een geest van samenwerking en op basis van wederkerigheid te vergemakkelijken,
zijn het volgende overeengekomen:
1.
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan onder grondgebied van:
(1) de Benelux: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, van het Groothertogdom Luxemburg en van het Koninkrijk der Nederlanden;
(2) Zwitserland: het grondgebied van Zwitserland, alsmede het grondgebied van het Vorstendom Liechtenstein, waarbij de Zwitserse Overeenkomstsluitende Partij tevens op grond van de tussen Zwitserland en het Vorstendom Liechtenstein van kracht zijnde bilaterale verdragen gemachtigd is om de ingevolge deze Overeenkomst aan de Overeenkomstsluitende Partijen opgedragen taken te vervullen.
2.
In deze Overeenkomst dient te worden verstaan:
(1) onder „eigen onderdanen": elke onderdaan van één der Benelux-Staten, van Zwitserland of van het Vorstendom Liechtenstein;
(2) onder „derde Staat": elke Staat die geen Benelux-Staat en niet Zwitserland of het Vorstendom Liechtenstein is;
(3) onder „onderdaan van een derde Staat": eenieder die geen onderdaan van één der Benelux-Staten, van Zwitserland of het Vorstendom Liechtenstein is;
(4) onder „buitengrenzen":
a) de eerst overschreden grens die niet een gemeenschappelijke grens van de Overeenkomstsluitende Partijen is;
b) iedere binnen het Benelux-gebied of op het Zwitserse grondgebied gelegen lucht- of zeehaven, waar personenverkeer van of naar een derde Staat plaatsvindt.
1.
Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteiten de persoon over die niet of niet meer voldoet aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij heeft. Hetzelfde geldt voor personen wie na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij ontnomen is en die niet tenminste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij hebben ontvangen.
2.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekt op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij en overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, onverwijld de voor de teruggeleiding van de over te nemen persoon noodzakelijke reisdocumenten.
3.
De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij neemt deze persoon onder dezelfde voorwaarden terug, indien uit een later onderzoek blijkt dat deze op het moment van het verlaten van het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij niet de nationaliteit van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij had. Dit geldt niet wanneer de verplichting tot overname volgt uit het feit dat de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij deze persoon na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de eigen nationaliteit heeft ontnomen, zonder tenminste een naturalisatietoezegging van de kant van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij te hebben ontvangen.
1.
Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt op verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zonder formaliteiten de onderdanen van een derde Staat over die niet of niet meer voldoen aan de op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij geldende voorwaarden voor binnenkomst en verblijf, wanneer kan worden aangetoond of aannemelijk gemaakt dat deze onderdanen van een derde staat het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij zijn doorgereisd of aldaar hebben verbleven.
2.
De verplichting tot overname als bedoeld in het eerste lid geldt niet ten aanzien van:
een onderdaan van een derde Staat die door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij in het bezit is gesteld van een visum, anders dan een transitvisum, of een verblijfstitel geldig op het ogenblik van zijn binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij of die, na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een door bedoelde verzoekende Overeenkomstsluitende Partij afgegeven verblijfstitel verkregen heeft, tenzij de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij een op een latere datum vervallend visum of vervallende verblijfstitel heeft afgegeven;
een onderdaan van een derde Staat die daadwerkelijk door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij naar zijn Staat van herkomst of naar een derde Staat is verwijderd tenzij hij op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is binnengekomen via het grondgebied van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij na de uitvoering van de verwijderingsmaatregel.
3.
De Overeenkomstsluitende Partijen doen het nodige om onderdanen van een aangrenzende Staat met voorrang naar hun Staat van herkomst terug te geleiden.
4.
De bepalingen van het bovenstaande eerste lid zijn evenwel niet van toepassing wanneer de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een regeling van visumvrije binnenkomst toepast ten aanzien van een derde Staat waarvan de betrokkene onderdaan is.
5.
De bewijsmiddelen voor het vaststellen of aannemelijk maken dat is voldaan aan de in dit artikel gestelde voorwaarden zijn beschreven in het Uitvoeringsprotocol.
1.
Indien een op het grondgebied van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aangekomen persoon niet voldoet of niet langer meer voldoet aan de geldende voorwaarden voor binnenkomst of verblijf en in het bezit is van een door de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij afgegeven geldig visum of geldige verblijfstitel, neemt die Overeenkomstsluitende Partij op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, zonder formaliteit, deze persoon over.
2.
Indien beide Overeenkomstsluitende Partijen een visum of een verblijfstitel hebben afgegeven, is de Overeenkomstsluitende Partij van wie het visum of de verblijfstitel het laatst vervalt, verantwoordelijk.
3.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op de afgifte van een transitvisum.
Artikel 5. Verblijfstitels
Onder verblijfstitels als bedoeld in artikel 3, tweede lid, en artikel 4, wordt verstaan een door een Overeenkomstsluitende Partij afgegeven vergunning, ongeacht van welke aard, die recht geeft op verblijf op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij. Onder deze omschrijving valt niet de tijdelijke toelating tot verblijf op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij met het oog op de behandeling van een asielverzoek.
1.
De identiteit en de nationaliteit van een overeenkomstig de in het eerste lid van artikel 2, en de artikelen 3 en 4, opgenomen procedures over te nemen persoon kunnen worden aangetoond door middel van de volgende documenten:
een geldig nationaal identiteitsbewijs;
een geldig paspoort of paspoortvervangend reisdocument met foto (laissez-passer);
een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder;
een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de dag van ontvangst van het verzoek om overname.
2.
De identiteit en de nationaliteit kunnen aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de volgende documenten:
een officieel document anders dan zoals beschreven in het vorige lid, aan de hand waarvan de identiteit van de betrokkene kan worden vastgesteld (rijbewijs en dergelijke);
een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de burgerlijke stand.
3.
Het vermoeden van identiteit en nationaliteit kan tevens worden ondersteund door middel van één van de volgende elementen:
een betrouwbare getuigenverklaring, opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
andere documenten waaruit de identiteit van de betrokkene blijkt;
afschriften van bovengenoemde documenten;
de verklaring van de betrokkene zelf, behoorlijk opgesteld door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij;
de taal waarin de betrokkene zich uitdrukt.
1.
Een verzoek om overname vindt schriftelijk plaats en omvat:
(1) de personalia van de betrokkene (naam, voornaam, eventueel vroegere naam, bijnaam en pseudoniem, alias, geboortedatum en -plaats, geslacht en laatste verblijfplaats);
(2) de beschrijving van het paspoort of het paspoortvervangend reisdocument (onder meer serienummer, plaats en datum van afgifte, geldigheidsduur, afgevende autoriteit) en/of enig ander bewijs waaruit de nationaliteit van de betrokkene blijkt of door middel waarvan zijn nationaliteit kan worden aangetoond of vermoed;
(3) indien het een verzoek uit hoofde van artikel 3, vijfde lid, betreft de bewijsmiddelen bedoeld in het Uitvoeringsprotocol;
(4) indien het een verzoek uit hoofde van artikel 4, eerste lid, betreft een visum of een verblijfstitel.
2.
De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij kan elke andere voor de overnameprocedure dienstige inlichting aan de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij verstrekken.
3.
Indien de betrokkene medisch gevolgd moet worden, zal de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij bovendien een beschrijving van de gezondheidstoestand doorgeven en in voorkomend geval aangeven of de betrokkene een bijzondere behandeling behoeft zoals medische of andere bijstand, toezicht of vervoer per ambulance (eventueel medisch attest).
4.
Indien de over te nemen persoon zich in de internationale zone van één van de luchthavens van één der Overeenkomstsluitende Partijen bevindt, kunnen de bevoegde luchthavenautoriteiten een vereenvoudigde procedure overeenkomen.
1.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij beantwoordt onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van drie werkdagen, de tot haar gerichte verzoeken om overname.
2.
De aangezochte Overeenkomstsluitende Partij neemt de persoon wiens overname werd aanvaard onverwijld, doch uiterlijk binnen een termijn van een maand, over. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij worden verlengd voor de tijd dat er nog juridische of praktische belemmeringen zijn.
1.
Het verzoek om overname van een onderdaan van één der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde worden ingediend.
2.
Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat dient uiterlijk binnen één jaar na vaststelling door de Overeenkomstsluitende Partij van de ongeoorloofde aanwezigheid van bedoelde onderdaan op haar grondgebied te worden ingediend.
1.
Elk der Overeenkomstsluitende Partijen staat op verzoek van de andere de doorgeleiding toe over haar grondgebied van onderdanen van een derde Staat waartegen door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij een besluit tot verwijdering of weigering van binnenkomst op haar grondgebied is genomen op voorwaarde dat de doorgeleiding langs eventuele derde Staten en de overname door de aangezochte Staat van bestemming verzekerd zijn. De doorreis geschiedt met elk vervoermiddel.
2.
De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij is volledig verantwoordelijk voor het verloop van de verdere reis van de onderdaan van een derde Staat naar zijn Staat van bestemming en neemt deze persoon opnieuw over indien
een reden als bedoeld in het vierde lid, van dit artikel, zich voordoet of naderhand ontdekt wordt waardoor de doorgeleiding verhinderd wordt, of
de rest van de doorgeleiding of de overname door de aangezochte Staat van bestemming niet meer verzekerd zijn, of
om enigerlei andere reden het besluit tot verwijdering of weigering van binnenkomst op haar grondgebied niet kan worden uitgevoerd.
3.
De Overeenkomstsluitende Partij die het besluit tot verwijdering of weigering van binnenkomst op haar grondgebied genomen heeft, moet de voor doorgeleiding aangezochte Overeenkomstsluitende Partij mededelen of de persoon tegen wie dit besluit is genomen dient te worden geëscorteerd. De voor doorgeleiding aangezochte Overeenkomstsluitende Partij kan:
ofwel beslissen zelf voor begeleiding te zorgen, waarbij de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij zich tot de vergoeding van de hieruit voortvloeiende kosten verbindt;
ofwel beslissen in samenwerking met de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij voor begeleiding te zorgen;
ofwel de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij toestemming geven zelf voor begeleiding over haar grondgebied te zorgen.
In de twee laatstgenoemde gevallen staat de begeleiding door de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij onder het gezag van de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij.
4.
De doorgeleiding voor verwijdering of de doorgeleiding ingevolge een weigering van binnenkomst op het grondgebied kan onder andere worden geweigerd:
indien de onderdaan van een derde Staat in één van de Staten van doorreis of in de Staat van bestemming dreigt te worden vervolgd op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde maatschappelijke groepering of politieke overtuiging;
indien de onderdaan van een derde Staat voor de strafrechter in de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij, een mogelijke derde Staat van doorreis of de Staat van bestemming dreigt te worden beschuldigd of veroordeeld voor aan de doorreis voorafgaande feiten.
De Overeenkomstsluitende Partijen stellen alles in het werk om de doorgeleiding te beperken tot onderdanen van een derde Staat die niet rechtstreeks aan de Staat van bestemming kunnen worden overgedragen.
1.
Indien een met de begeleiding belaste ambtenaar van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, die op het grondgebied van doorreis krachtens deze Overeenkomst een opdracht uitvoert, tijdens de uitvoering of ter gelegenheid van de opdracht schade lijdt, neemt de administratie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de betaling van de verschuldigde vergoedingen overeenkomstig het nationale recht voor haar rekening. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij verhaalt de door haar betaalde vergoedingen niet op de Staat van doorreis tenzij de schade met opzet of door grove schuld is veroorzaakt dan wel door een handelen of nalaten onder verantwoordelijkheid van de Staat van doorreis.
2.
Indien een met de begeleiding belaste ambtenaar van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, die op het grondgebied van doorreis krachtens deze Overeenkomst een opdracht uitvoert, tijdens de uitvoering of ter gelegenheid van de opdracht schade veroorzaakt, is de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aansprakelijk voor de schade veroorzaakt aan goederen of aan elke andere persoon dan de begeleide vreemdeling, overeenkomstig het recht van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij als Staat van doorreis. Indien voorgenoemde ambtenaar schade veroorzaakt jegens de te begeleiden vreemdeling, is de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aansprakelijk voor de veroorzaakte schade, overeenkomstig haar eigen recht.
3.
De Staat van doorreis op het grondgebied waarvan de schade als bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, is veroorzaakt, neemt op zich deze schade te vergoeden op de wijze waarop zij daartoe gehouden zou zijn, indien de schade door haar eigen ambtenaren zou zijn toegebracht.
4.
De Overeenkomstsluitende Partij waarvan de ambtenaren op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij schade als bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, hebben veroorzaakt, betaalt laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij het volledige bedrag aan schadevergoeding terug dat deze aan de slachtoffers of hun rechthebbenden heeft uitgekeerd.
5.
Onverminderd de uitoefening van haar rechten jegens derden en met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid, zien de Overeenkomstsluitende Partijen in het geval als bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, ervan af de door hen geleden schade op de andere Overeenkomstsluitende Partij te verhalen.
Artikel 12. Gegevensbescherming
Persoonsgegevens worden alleen verstrekt wanneer dit nodig is voor de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen. De verwerking en behandeling van persoonsgegevens in een bepaald geval is onderworpen aan de wetgeving van de Zwitserse Bondsstaat en, wanneer een bevoegde autoriteit van een Benelux-Staat als controleur optreedt, aan de bepalingen van Richtlijn nr. 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en de uit hoofde van deze Richtlijn vastgestelde nationale wetgeving. Daarnaast zijn de volgende beginselen van toepassing:
a. persoonsgegevens moeten redelijk en rechtmatig worden verwerkt;
b. persoonsgegevens moeten voor het welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doel van de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst worden verkregen en mogen door de mededelende of ontvangende autoriteit niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met dat doel;
c. persoonsgegevens moeten passend, relevant en niet bovenmatig zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld en/of vervolgens worden verwerkt; de verstrekte persoonsgegevens mogen met name uitsluitend betrekking hebben op:
de personalia van de over te dragen persoon (naam, voornaam, eventuele vroegere namen, bijnamen of pseudoniemen, geboortedatum en -plaats, geslacht, huidige en vorige nationaliteit);
identiteitsbewijs of paspoort (nummer, geldigheidsduur, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van afgifte);
verblijfplaatsen en reisroutes;
andere voor identificatie van de over te dragen persoon of voor het onderzoek van de overnamevereisten uit hoofde van deze Overeenkomst dienstige gegevens;
d. persoonsgegevens moeten nauwkeurig zijn en moeten zonodig worden bijgewerkt;
e. persoonsgegevens mogen in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen te identificeren, niet langer worden bewaard dan voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld of vervolgens worden verwerkt, noodzakelijk is;
f. de mededelende en de ontvangende autoriteit treffen alle passende maatregelen om waar nodig te zorgen voor rectificatie, uitwissing of afscherming van persoonsgegevens wanneer de verwerking niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit artikel, met name omdat de gegevens niet passend, relevant, nauwkeurig of bovenmatig zijn in verhouding tot het doel van de verwerking. Dit behelst tevens de kennisgeving van elke rectificatie, uitwissing of afscherming aan de andere Overeenkomstsluitende Partij;
g. op verzoek stelt de ontvangende autoriteit de mededelende autoriteit in kennis van het gebruik dat van de verstrekte gegevens is gemaakt en van de daardoor verkregen resultaten;
h. persoonsgegevens mogen uitsluitend aan de bevoegde autoriteiten worden verstrekt. Voor de verdere verstrekking aan andere instanties is de voorafgaande goedkeuring van de mededelende autoriteit vereist;
i. de mededelende en ontvangende autoriteiten zijn verplicht de verstrekking en ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te registreren.
1.
De kosten verbonden aan het overbrengen van personen die volgens de artikelen 2, 3 en 4, worden overgenomen komen ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.
2.
De kosten verbonden aan de doorgeleiding tot aan de grens van de Staat van bestemming, alsmede de eventueel uit de teruggeleiding voortvloeiende kosten, komen overeenkomstig artikel 10 ten laste van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij.
1.
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een comité van deskundigen in dat:
(1) de toepassing van deze Overeenkomst volgt;
(2) voorstellen doet om vraagstukken in verband met de toepassing van deze Overeenkomst op te lossen;
(3) wijzigingen van en aanvullingen op deze Overeenkomst voorstelt;
(4) passende maatregelen ter bestrijding van illegale immigratie uitwerkt en aanbeveelt.
2.
De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor om de door het Comité voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren.
3.
Het Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen. De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen daarin de voorzitter en zijn plaatsvervangers aan; tegelijkertijd worden plaatsvervangende leden benoemd. Bij het overleg kunnen nog andere deskundigen worden betrokken.
4.
Het Comité komt op voorstel van één der Overeenkomstsluitende Partijen bijeen.
Artikel 15. Betrekking tot andere verdragen
Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de verplichtingen die voortvloeien uit:
(1) het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van New-York van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen;
(2) verdragen inzake uitlevering en doorgeleiding;
(3) het Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
(4) het Europees gemeenschapsrecht, voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
(5) internationale asielovereenkomsten, en de Verordening (EG) Nr 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke Lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de Lidstaten wordt ingediend, voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
(6) het Verdrag van 10 december 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing;
(7) het Europees Verdrag van 16 oktober 1980 inzake de overdracht van de verantwoordelijkheid ten aanzien van vluchtelingen voor het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
(8) internationale conventies en overeenkomsten betreffende de overname van onderdanen van een derde Staat.
1.
Alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in het Uitvoeringsprotocol vastgelegd.
2.
Wijzigingen in het Protocol worden door middel van een notawisseling tussen de Benelux-Staten en de Zwitserse Bondsstaat doorgevoerd.
Artikel 17. Territoriale toepassing
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door een kennisgeving aan het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt.
1.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst van de nota waarbij de laatste van de Overeenkomstsluitende Partijen het Koninkrijk België ervan kennis heeft gegeven de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten te hebben nageleefd.
2.
Het Koninkrijk België stelt ieder der Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de in het eerste lid bedoelde notificaties en van de datum van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.
1.
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
2.
Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk, en de Zwitserse Bondsstaat kunnen deze Overeenkomst, na kennisgeving aan het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, en mits kennisgeving schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel, brengen de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar onverwijld via diplomatieke weg op de hoogte.
3.
Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk, en de Zwitserse Bondsstaat kunnen deze Overeenkomst, na mededeling aan het Koninkrijk België, die de overige Overeenkomstsluitende Partijen hiervan in kennis stelt, opzeggen.
4.
De schorsing of opzegging van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de maand waarin de kennisgeving bedoeld in respectievelijk het tweede en derde lid, door het Koninkrijk België is ontvangen.
Artikel 20. Depositaris
Het Koninkrijk België is depositaris van deze Overeenkomst.
TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Partijen, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN te Bern, op 12 december 2003, in de Nederlandse en Franse taal, zijnde beide teksten in de twee talen gelijkelijk authentiek.
Het origineel zal worden nedergelegd bij het Koninkrijk België, depositaris van deze Overeenkomst, die eensluidend gewaarmerkte afschriften aan de overige Overeenkomstsluitende Partijen toezendt.
Voor het Koninkrijk België
M. BAPTIST
Voor het Groothertogdom Luxemburg
Y. SPAUTZ
Voor het Koninkrijk der Nederlanden
ROELOF SMIT
Voor de Zwitserse Bondsstaat
J.-D. GERBER
Inhoudsopgave
Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de overname van onregelmatig binnengekomen en verblijvende personen
Artikel 1. Definities en werkingssfeer
Artikel 2. Overname van eigen onderdanen
Artikel 3. Overname van onderdanen van een derde Staat
Artikel 4. Overname van onderdanen van een derde Staat door de voor binnenkomst verantwoordelijke Overeenkomstsluitende Partij
Artikel 5. Verblijfstitels
Artikel 6. Identiteit en nationaliteit
Artikel 7. Indiening van het verzoek om overname
Artikel 8. Termijnen
Artikel 9. Verval van de verplichting tot overname
Artikel 10. Doorgeleiding
Artikel 11. Geleden en veroorzaakte schade
Artikel 12. Gegevensbescherming
Artikel 13. Kosten
Artikel 14. Comité van deskundigen
Artikel 15. Betrekking tot andere verdragen
Artikel 16. Uitvoeringsprotocol
Artikel 17. Territoriale toepassing
Artikel 18. Inwerkingtreding
Artikel 19. Schorsing en opzegging
Artikel 20. Depositaris
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht