Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen
(authentiek: nl)
de Europese Gemeenschap,
het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
de Republiek Hongarije,
Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
enerzijds, en
de Zwitserse Bondsstaat,
anderzijds,
Hierna genoemd „de overeenkomstsluitende partijen",
Ervan overtuigd zijnde dat het vrije verkeer van personen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij een belangrijke voorwaarde is voor de harmonieuze ontwikkeling van hun betrekkingen;
Vastbesloten het vrije onderlinge verkeer van personen tot stand te brengen, daarbij uitgaande van de bepalingen die in de Europese Gemeenschap worden toegepast,
Hebben overeenstemming bereikt over het volgende:
Artikel 1. Doel
Deze Overeenkomst beoogt met betrekking tot onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland het volgende:
a. het toekennen van het recht op toegang tot het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen en op het verblijf, de toegang tot een economische activiteit in loondienst, de vestiging als zelfstandige, alsmede op voortzetting van het verblijf op dit grondgebied;
b. het vergemakkelijken van de verlening van diensten op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen, met name het liberaliseren van de verlening van diensten van korte duur;
c. het toekennen van het recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen voor personen die in het ontvangende land geen economische activiteit uitoefenen;
d. het toekennen van dezelfde levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden als die welke voor de eigen onderdanen gelden.
Artikel 2. Non-discriminatie
Onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen die legaal verblijven op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij ondervinden bij de toepassing van deze overeenkomst en overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III, geen discriminatie op grond van hun nationaliteit.
Artikel 3. Recht op toegang tot het grondgebied
Het recht op toegang van de onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen tot het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wordt gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.
Artikel 4. Recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit
Het recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit wordt gewaarborgd, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 10 en overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.
1.
Onverminderd het bepaalde in andere specifieke overeenkomsten tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst betreffende overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten), hebben dienstverleners, met inbegrip van vennootschappen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I het recht op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij een dienst te verlenen, mits de daadwerkelijke arbeidsduur niet meer dan negentig dagen per kalenderjaar bedraagt.
2.
Dienstverleners hebben recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij,
a. indien zij op grond van het bepaalde in lid 1 of krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1 het recht hebben een dienst te verlenen;
b. of, wanneer aan de voorwaarden onder a niet wordt voldaan, mits hun door de bevoegde autoriteiten van de betrokken overeenkomstsluitende partij toestemming is verleend om een dienst te verlenen.
3.
Natuurlijke personen die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland en zich uitsluitend als ontvanger van diensten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen begeven, hebben het recht op toegang en verblijf.
4.
De in dit artikel bedoelde rechten worden gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III. Op de in dit artikel bedoelde personen zijn de kwantitatieve beperkingen bedoeld in artikel 10 niet van toepassing.
Artikel 6. Verblijfsrecht voor personen die geen economische activiteit uitoefenen
Het recht op verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij wordt toegekend aan personen die geen economische activiteit uitoefenen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I betreffende de niet-actieve leden van de beroepsbevolking.
Artikel 7. Andere rechten
Overeenkomstig bijlage I regelen de overeenkomstsluitende partijen met name de hierna genoemde rechten met betrekking tot het vrije verkeer van personen:
a. het recht op gelijke behandeling als de eigen onderdanen ten aanzien van de toegang tot een economische activiteit en de uitoefening daarvan, alsmede ten aanzien van de levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden;
b. het recht op professionele en geografische mobiliteit, waardoor onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen zich vrij kunnen verplaatsen op het grondgebied van de ontvangende staat en daar het beroep van hun keuze kunnen uitoefenen;
c. het recht om na beëindiging van een economische activiteit hun verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij voort te zetten;
d. het verblijfsrecht voor gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit;
e. het recht ten gunste van de gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, om een economische activiteit uit te oefenen;
f. het recht om onroerend goed te verwerven, voorzover dit verband houdt met het uitoefenen van de rechten die krachtens deze Overeenkomst worden toegekend;
g. tijdens de overgangsperiode: het recht op terugkeer naar het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij na het beëindigen van een economische activiteit of een verblijf op dat grondgebied, teneinde een economische activiteit uit te oefenen, alsmede het recht op omzetting van een tijdelijke verblijfsvergunning in een permanente verblijfsvergunning.
Artikel 8. Coördinatie van de stelsels voor sociale zekerheid
De overeenkomstsluitende partijen coördineren overeenkomstig bijlage II hun stelsels voor sociale zekerheid, met name met het oog op:
a. gelijke behandeling;
b. vaststelling van de toepasselijke wetgeving;
c. cumulatie van de perioden die volgens de verschillende nationale wetgevingen bepalend zijn voor het verkrijgen en behouden van het recht op uitkeringen en voor het berekenen van deze uitkeringen;
d. betaling van uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen verblijven;
e. wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking tussen de autoriteiten en de instellingen.
Artikel 9. Diploma's, certificaten en andere getuigschriften
Teneinde voor onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland de toegang tot en het uitoefenen van werkzaamheden in loondienst en als zelfstandige, alsmede het verlenen van diensten, te vereenvoudigen, nemen de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig bijlage III de nodige maatregelen met betrekking tot de wederzijdse erkenning van diploma's, en andere getuigschriften en de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de toegang tot en het verrichten van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, en het verlenen van diensten.
1.
Gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan Zwitserland kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang tot een economische activiteit voor de volgende categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.
Vanaf het begin van het zesde jaar worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap afgeschaft.
1bis.
Zwitserland kan tot en met 31 mei 2007 kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang in Zwitserland van werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en zulks voor de volgende categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.
Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van de nieuwe lidstaten. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van in Zwitserland werkzame werknemers zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen tot en met 31 mei 2009. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op 31 mei 2007.
Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek afgeschaft. Deze lidstaten kunnen voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van Zwitserse onderdanen invoeren.
1ter.
Zwitserland kan gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië, kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang in Zwitserland van werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Republiek Bulgarije en Roemenië en zulks voor de volgende twee categorieën verblijf: verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen kwantitatieve beperkingen.
Vóór het einde van de hierboven vermelde overgangsperiode onderzoekt het Gemengd Comité op basis van een verslag van Zwitserland de werking van de overgangsperiode die geldt voor onderdanen van de nieuwe lidstaten. Na dit onderzoek en vóór het einde van de hierboven vermelde periode stelt Zwitserland het Gemengd Comité ervan in kennis of het de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van in Zwitserland werkzame werknemers zal blijven toepassen. Zwitserland kan dergelijke maatregelen blijven toepassen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.
Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de Republiek Bulgarije en Roemenië afgeschaft. Deze lidstaten kunnen voor dezelfde perioden dezelfde kwantitatieve beperkingen ten aanzien van Zwitserse onderdanen invoeren.
2.
Gedurende ten hoogste twee jaar kunnen de overeenkomstsluitende partijen de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij, waaronder de in artikel 5 bedoelde personen die dienstverleners zijn. Vóór het einde van het eerste jaar onderzoekt het Gemengd Comité of het noodzakelijk is deze beperkingen te handhaven. Het Gemengd Comité kan de maximale periode van twee jaar verkorten. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen betreffende het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst inzake de sector overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten) zijn geliberaliseerd.
2bis.
Zwitserland en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek kunnen tot en met 31 mei 2007 voor werknemers van een van die andere overeenkomstsluitende partij die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: diensten in verband met de tuinbouw, bouwnijverheid en aanverwante activiteiten, beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACE [1] -codes 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 bis, 2 bis, 3 bis en 4 bis vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers die onderdaan van de nieuwe lidstaten zijn boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maanden [2] en voor personen die diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren, waarnaar in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst wordt verwezen.
Vóór 31 mei 2007 onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door één van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk op 31 mei 2007 kan de overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen tot 31 mei 2009. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op 31 mei 2007.
Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft.
2ter.
Zwitserland en de Republiek Bulgarije en Roemenië kunnen gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en van Roemenië, voor werknemers van een van die andere overeenkomstsluitende partijen die op hun eigen grondgebied werkzaam zijn, de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de betrokken overeenkomstsluitende partij. Dezelfde controles kunnen worden gehandhaafd voor personen die diensten verlenen in de volgende vier sectoren: diensten in verband met de tuinbouw, bouwnijverheid en aanverwante activiteiten, beveiligingsdiensten, reiniging van gebouwen (respectievelijk NACE 1)[3] -codes 01.41, 45.1 tot en met 4, 74.60 en 74.70), waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 1, van de Overeenkomst. Zwitserland geeft, wat de toegang tot zijn arbeidsmarkt betreft, gedurende de in de leden 1 ter, 2 ter, 3 ter en 4 quater vermelde overgangsperioden voorrang aan werknemers die onderdaan van de nieuwe lidstaten zijn boven werknemers uit niet-EU- en niet-EVA-landen. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die zijn geliberaliseerd op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten). Voor dezelfde periode kunnen kwalificatie-eisen worden gehandhaafd voor het verstrekken van verblijfsvergunningen van minder dan vier maanden 2)[4] en voor personen die diensten verlenen in de vier hierboven vermelde sectoren, waarnaar in artikel 5, lid 1, van deze Overeenkomst wordt verwezen.
Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië, onderzoekt het Gemengd Comité de werking van de in dit lid vervatte overgangsregeling op basis van een verslag dat door één van de overeenkomstsluitende partijen die deze regeling toepassen, wordt opgesteld. Na dit onderzoek en uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol kan de overeenkomstsluitende partij die de in dit lid vervatte overgangsregeling heeft toegepast en het Gemengd Comité in kennis heeft gesteld van haar voornemen om deze regeling te blijven toepassen, dat blijven doen gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol. Bij gebreke van dergelijke kennisgeving verstrijkt de overgangsperiode op het einde van de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar.
Aan het einde van de in dit lid omschreven overgangsperiode worden alle in dit lid vermelde beperkingen afgeschaft.
3.
Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst reserveert Zwitserland, tot het einde van het vijfde jaar, binnen zijn totale contingenten de volgende minimale aantallen nieuwe verblijfsvergunningen voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap: verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer: 15 000 per jaar; verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar: 115 000 per jaar.
3bis.
Vanaf de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de hieronder genoemde nieuwe lidstaten en tot het einde van de in lid 1 bis bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (pro rata temporis) binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor in Zwitserland werkzame werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningen [5] overeenkomstig het volgende schema:
3ter.
Vanaf de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië en tot het einde van de in lid 1 ter bedoelde periode reserveert Zwitserland jaarlijks (pro rata temporis) binnen zijn totale contingent voor derde landen, voor in Zwitserland werkzame werknemers en zelfstandigen die onderdaan zijn van de nieuwe lidstaten een minimumaantal nieuwe verblijfsvergunningen 3)[6] overeenkomstig het volgende schema:
4.
Ongeacht het bepaalde in lid 3 wordt door de overeenkomstsluitende partijen het volgende overeengekomen: indien na vijf jaar, doch niet langer dan twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de in lid 1 bedoelde categorieën dat in een bepaald jaar is afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap meer dan 10% hoger is dan het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, kan Zwitserland voor het volgende jaar het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van die categorie voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5%. Het volgende jaar kan het aantal tot datzelfde niveau worden beperkt.
Ongeacht het bepaalde in de voorgaande alinea mag het aantal nieuw af te geven verblijfsvergunningen aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap niet worden beperkt tot minder dan 15 000 per jaar voor nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer en 115 000 per jaar voor nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar.
4bis.
Aan het einde van de in lid 1 bis en in onderhavig lid bedoelde periode en tot twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, zijn de bepalingen van artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst van toepassing.
In geval van ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of gevaar voor zulke verstoringen stellen Zwitserland en elk van de nieuwe lidstaten die de overgangsregeling hebben toegepast, het Gemengd Comité daarvan uiterlijk op 31 mei 2009 in kennis. In dat geval kan het kennisgevende land de in de leden 1 bis, 2 bis en 3 bis bedoelde maatregelen tot 30 april 2011 blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 bis bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan:
4ter.
Wanneer Malta verstoringen van de arbeidsmarkt ondervindt of voorziet die een serieuze bedreiging kunnen vormen voor de levensstandaard of het werkgelegenheidspeil in een bepaalde regio of binnen een bepaalde beroepsgroep, en besluit de bepalingen van afdeling 2 „Vrij verkeer van personen" van bijlage XI bij de Toetredingsakte toe te passen, kunnen de beperkende maatregelen die Malta ten aanzien van de overige EU-lidstaten heeft getroffen ook op Zwitserland worden toegepast. In dat geval kan Zwitserland gelijkwaardige maatregelen nemen ten aanzien van Malta.
Malta en Zwitserland kunnen van deze procedure gebruik maken tot 30 april 2011.
4quater.
Aan het einde van de in lid 1 ter en in onderhavig lid bedoelde periode en tot tien jaar na de inwerkingtreding van het Protocol bij deze Overeenkomst inzake de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en Roemenië, zijn de bepalingen van artikel 10, lid 4, van deze Overeenkomst van toepassing op onderdanen van die nieuwe lidstaten.
In het geval van ernstige verstoringen van de arbeidsmarkt of gevaar voor zulke verstoringen stellen Zwitserland en elk van de nieuwe lidstaten die de overgangsregeling hebben toegepast, het Gemengd Comité daarvan in kennis vóór het einde van de in lid 2 ter, tweede alinea, bedoelde overgangsperiode van vijf jaar. In dat geval kan het kennisgevende land de in de leden 1 ter, 2 ter en 3 ter bedoelde maatregelen gedurende zeven jaar na de inwerkingtreding van voornoemd Protocol blijven toepassen op de op zijn grondgebied werkzame werknemers. Het jaarlijkse aantal in lid 1 ter bedoelde verblijfsvergunningen bedraagt dan:
5.
De overgangsbepalingen van de leden 1 tot en met 4, met name die van lid 2 inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op geografische en professionele mobiliteit. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.
5bis.
De overgangsbepalingen van de leden 1 bis, 2 bis, 3 bis, 4 bis en 4 ter, en met name die van lid 2 bis inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de hieronder genoemde nieuwe lidstaten reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op professionele en geografische mobiliteit.
Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.
5ter.
De overgangsbepalingen van de leden 1 ter, 2 ter, 3 ter, en 4 quater, en met name die van lid 2 ter inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die op de datum van de inwerkingtreding van het Protocol bij de Overeenkomst betreffende de deelname, als overeenkomstsluitende partijen, van de Republiek Bulgarije en van Roemenië reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op professionele en geografische mobiliteit.
Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning. Deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van voornoemd Protocol de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.
6.
Zwitserland verstrekt het Gemengd Comité regelmatig en tijdig de relevante statistieken en inlichtingen, met inbegrip van de maatregelen ter uitvoering van lid 2. Elk van de overeenkomstsluitende partijen kan verzoeken om een onderzoek van de situatie door het Gemengd Comité.
7.
Voor grensarbeiders gelden geen kwantitatieve beperkingen.
8.
Overgangsbepalingen met betrekking tot de sociale zekerheid en de teruggave van werkloosheidsverzekeringspremies zijn opgenomen in het Protocol in bijlage II.
1.
De personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is, hebben het recht bij de bevoegde autoriteiten beroep aan te tekenen met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst.
2.
Het beroep dient binnen een redelijke termijn te worden behandeld.
3.
Bij een beslissing in een beroepsprocedure, of indien niet binnen een redelijke termijn een besluit wordt genomen, kunnen de personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is in beroep gaan bij de nationale bevoegde rechterlijke instantie.
Artikel 12. Gunstiger bepalingen
Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan eventuele gunstigere nationale bepalingen ten aanzien van de onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen en hun gezinsleden.
Artikel 13. Standstill
De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe ten aanzien van onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij geen nieuwe beperkende maatregelen te treffen met betrekking tot het toepassingsgebied van de Overeenkomst.
1.
Er wordt een Gemengd Comité ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen, dat belast wordt met het beheer en de correcte toepassing van de Overeenkomst. Dit Comité doet daartoe aanbevelingen. Het neemt besluiten in de gevallen waarin de Overeenkomst voorziet. Het Gemengd Comité doet zijn uitspraken in onderlinge overeenstemming.
2.
In geval van ernstige problemen van economische of sociale aard komt het Gemengd Comité op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen bijeen teneinde te onderzoeken welke maatregelen kunnen worden genomen om deze problemen op te lossen. Het Gemengd Comité kan een besluit nemen over de te nemen maatregelen binnen zestig dagen na de datum van het verzoek. Deze termijn kan door het Gemengd Comité worden verlengd. De maatregelen zijn, wat hun toepassingsgebied en hun duur betreft, beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om voor de situatie een oplossing te vinden. Bij de keuze van maatregelen moet de voorkeur worden gegeven aan maatregelen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.
3.
Met het oog op de correcte tenuitvoerlegging van de Overeenkomst wisselen de overeenkomstsluitende partijen regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen overleg in het Gemengd Comité.
4.
Het Gemengd Comité komt bijeen wanneer daaraan behoefte bestaat, doch ten minste éénmaal per jaar. Elk overeenkomstsluitende partij kan een verzoek indienen om een vergadering te beleggen. Het Gemengd Comité komt bijeen binnen vijftien dagen na de indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.
5.
Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde op, waarin onder meer voorschriften voor het bijeenroepen van een vergadering, de aanwijzing van de voorzitter en de vaststelling van diens taken zijn vervat.
6.
Het Gemengd Comité kan besluiten werkgroepen of groepen van deskundigen op te richten om zich bij de uitvoering van zijn taken te laten bijstaan.
Artikel 15. Bijlagen en protocollen
De bijlagen en protocollen bij deze Overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel. Verklaringen zijn opgenomen in de slotakte.
1.
Om de doeleinden van de Overeenkomst te bereiken nemen de overeenkomstsluitende partijen alle maatregelen die vereist zijn om in hun betrekkingen rechten en verplichtingen toe te passen die gelijkwaardig zijn met die welke zijn vervat in de rechtsbesluiten van de Europese Gemeenschap waarnaar wordt verwezen.
2.
Voor zover de toepassing van deze Overeenkomst begrippen van het Gemeenschapsrecht, beroert, wordt de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die vóór de datum van ondertekening van de Overeenkomst tot stand is gekomen in aanmerking genomen. Jurisprudentie die na de ondertekening van de Overeenkomst tot stand komt wordt ter kennis gebracht van Zwitserland. Met het oog op de goede werking van de Overeenkomst bepaalt het Gemengd Comité op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen welke de implicaties van deze jurisprudentie zijn.
1.
Zodra een der overeenkomstsluitende partijen een aanvang maakt met de procedure voor aanname van een wijziging van haar interne wetgeving, of op een van de gebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is een wijziging optreedt in de jurisprudentie van de rechtsinstanties van de overeenkomstsluitende partijen wier beslissingen in het kader van het interne recht niet voor beroep ontvankelijk zijn, stelt deze overeenkomstsluitende partij de andere overeenkomstsluitende partijen daarvan in kennis via het Gemengd Comité.
2.
Het Gemengd Comité bespreekt de gevolgen die een dergelijke wijziging zou kunnen hebben voor de goede werking van de Overeenkomst.
Artikel 18. Wijziging van de Overeenkomst
Indien een der overeenkomstsluitende partijen de Overeenkomst wenst te wijzigen, legt zij een voorstel daartoe aan het Gemengd Comité voor. De wijziging van de Overeenkomst treedt in werking zodra de overeenkomstsluitende partijen hun respectieve interne procedures hebben voltooid; wijzigingen van de bijlagen II of III worden echter vastgesteld door het Gemengd Comité en kunnen onmiddellijk na het daartoe strekkende besluit in werking treden.
1.
De overeenkomstsluitende partijen kunnen elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van de Overeenkomst aan het Gemengd Comité voorleggen.
2.
Het Gemengd Comité kan het geschil beslechten. Het Gemengd Comité krijgt de beschikking over alle nuttige inlichtingen om de situatie diepgaand te onderzoeken en een aanvaardbare oplossing te vinden. Het Gemengd Comité onderzoekt hiertoe alle mogelijkheden waardoor de goede werking van de Overeenkomst behouden kan blijven.
Artikel 20. Verband met bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid
Behoudens uit bijlage II voortvloeiende andersluidende bepalingen, worden bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Gemeenschap inzake sociale zekerheid met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst opgeschort, voorzover dezelfde materie bij de onderhavige Overeenkomst wordt geregeld.
1.
Aan het bepaalde in bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Gemeenschap inzake dubbele belastingheffing wordt geen afbreuk gedaan door het bepaalde in de onderhavige Overeenkomst. Het bepaalde in de onderhavige Overeenkomst heeft met name geen gevolgen voor de definitie van het begrip „grensarbeider" volgens overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing.
2.
Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst kan worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de overeenkomstsluitende partijen om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscale wetgeving onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich in verschillende situaties bevinden, met name wat hun woonplaats betreft.
3.
Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst vormt een beletsel voor de overeenkomstsluitende partijen om een maatregel vast te stellen of toe te passen met het oog op de heffing, betaling en doeltreffende inning van belastingen of ter vermijding van belastingontduiking, overeenkomstig de nationale fiscale wetgeving van een overeenkomstsluitende partij, overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing waarbij enerzijds Zwitserland en anderzijds een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn gebonden, of andere fiscale regelingen.
1.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 20 en 21 is deze Overeenkomst niet van invloed op overeenkomsten waarbij enerzijds Zwitserland en anderzijds een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn gebonden, zoals overeenkomsten inzake particulieren, economische subjecten, grensoverschrijdende samenwerking of klein grensverkeer, voorzover deze overeenkomsten met de onderhavige Overeenkomst verenigbaar zijn.
2.
Zijn deze overeenkomsten niet verenigbaar met de onderhavige Overeenkomst, dan prevaleert deze laatste.
Artikel 23. Verworven rechten
Wanneer de Overeenkomst wordt opgezegd of niet wordt verlengd, worden de door particulieren verworven rechten niet aangetast. De overeenkomstsluitende partijen treffen in onderling overleg een regeling voor gevallen waarin rechten nog niet volledig zijn verworven.
Artikel 24. Territoriaal toepassingsgebied
Deze Overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied van Zwitserland en anderzijds de grondgebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de voorwaarden waarin dat Verdrag voorziet.
1.
Deze Overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen procedures. De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van de laatste kennisgeving van nederlegging van de akten van bekrachtiging of goedkeuring voor elk van de onderstaande zeven overeenkomsten:
Overeenkomst over het vrije verkeer van personen;
Overeenkomst inzake luchtvervoer;
Overeenkomst inzake het goederen- en personenvervoer per spoor en over de weg;
Overeenkomst inzake de handel in landbouwproducten;
Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling;
Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten;
Overeenkomst betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking.
2.
Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van zeven jaar. Zij wordt daarna voor onbepaalde tijd verlengd, tenzij de Europese Gemeenschap of Zwitserland vóór het einde van de eerste periode aan de andere overeenkomstsluitende partij kennisgeving doet van het tegendeel. Wordt een dergelijke kennisgeving verricht, dan is lid 4 van toepassing.
3.
De Europese Gemeenschap en Zwitserland kunnen de Overeenkomst opzeggen door de andere overeenkomstsluitende partij daarvan kennisgeving te doen. Wordt een dergelijke kennisgeving verricht, dan is lid 4 van toepassing.
4.
Zes maanden na de ontvangst van de kennisgeving van niet-verlenging bedoeld in lid 2 of van de kennisgeving van opzegging bedoeld in lid 3, houden de in lid 1 genoemde zeven overeenkomsten op van toepassing te zijn.
1.
De overeenkomstsluitende partijen laten onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen, hun gezinsleden als bedoeld in artikel 3 van deze bijlage, alsmede uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage, toe tot hun grondgebied op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of een geldig paspoort.
Er mag geen visumplicht of gelijkwaardige verplichting worden ingesteld, behalve voor gezinsleden of uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage die niet de nationaliteit van een overeenkomstsluitende partij bezitten. De betrokken overeenkomstsluitende partij verleent deze personen alle faciliteiten om de eventueel benodigde visa te verkrijgen.
2.
De overeenkomstsluitende partijen erkennen het recht van de onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen, van hun gezinsleden als bedoeld in artikel 3 van deze bijlage, alsmede van uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage, om hun grondgebied te verlaten op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of een geldig paspoort. De overeenkomstsluitende partijen mogen de onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen niet verplichten over een uitreisvisum te beschikken of hun een andere gelijkwaardige verplichting opleggen.
De overeenkomstsluitende partijen verstrekken deze onderdanen, overeenkomstig hun wetgeving, een identiteitsbewijs of een paspoort waarin onder meer hun nationaliteit wordt vermeld, of verlengen dit.
Het paspoort dient geldig te zijn voor ten minste alle overeenkomstsluitende partijen en tussenliggende landen. Indien het paspoort het enige geldige reisdocument is waarmee het land mag worden verlaten, dient de geldigheidsduur ten minste vijf jaar te bedragen.
1.
Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen in het kader van de overgangsperiode, zoals vastgesteld in artikel 10 van de Overeenkomst en in hoofdstuk VII van deze bijlage, hebben de onderdanen van een overeenkomstsluitende partij het recht te verblijven en een economische activiteit uit te oefenen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met IV. Dit recht blijkt uit de afgifte van een verblijfsvergunning of een specifieke vergunning voor grensarbeiders.
Onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen hebben tevens het recht zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij te begeven, dan wel hun verblijf voort te zetten na afloop van een dienstverband van minder dan één jaar, teneinde daar werk te zoeken en gedurende een redelijke termijn, die zes maanden mag duren, te verblijven, zodat zij kennis kunnen nemen van arbeidsmogelijkheden die met hun beroepskwalificaties overeenstemmen, en in voorkomend geval het nodige kunnen doen om een arbeidsplaats te verwerven. Werkzoekenden hebben op het grondgebied van de desbetreffende overeenkomstsluitende partij recht op dezelfde bijstand als door de arbeidsbureaus van dat land wordt verleend aan de eigen onderdanen. Zij kunnen gedurende dit verblijf worden uitgesloten van sociale bijstand.
2.
Onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen die in de ontvangende Staat geen economische activiteit uitoefenen en geen verblijfsrecht genieten uit hoofde van andere bepalingen van deze Overeenkomst, genieten een verblijfsrecht wanneer zij voldoen aan de in hoofdstuk V gestelde voorwaarden. Dit recht blijkt uit de afgifte van een verblijfsvergunning.
3.
De verblijfsvergunning of de bijzondere vergunning voor onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen wordt kosteloos afgegeven en verlengd, of tegen betaling van een bedrag dat niet hoger is dan de leges die voor de afgifte van identiteitsbewijzen aan de eigen onderdanen worden geheven. De overeenkomstsluitende partijen nemen de nodige maatregelen om de formaliteiten en procedures voor het verkrijgen van deze documenten zo veel mogelijk te vereenvoudigen.
4.
De overeenkomstsluitende partijen kunnen de onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen verplichten hun aanwezigheid op hun grondgebied te melden.
1.
De gezinsleden van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij die over een verblijfstitel beschikt hebben het recht zich bij deze persoon te vestigen. Werknemers dienen te beschikken over woonruimte voor hun gezin die gebruikelijk kan worden geacht voor de nationale werknemers in de regio waar zij werkzaam zijn; deze bepaling mag echter niet leiden tot discriminatie tussen nationale werknemers en werknemers afkomstig uit de andere overeenkomstsluitende partij.
2.
Als gezinsleden van een werknemer worden beschouwd, ongeacht hun nationaliteit:
a. de echtgenoot en de nakomelingen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt of die ten laste van de werknemer komen;
b. de (voor)ouders en de (voor)ouders van de echtgenoot, indien die ten laste van de werknemer komen;
c. in het geval van studerenden: de echtgenoot en de ten laste komende kinderen.
De overeenkomstsluitende partijen begunstigen de toelating van gezinsleden die niet onder de bepalingen van a, b of c van dit lid vallen, indien deze gezinsleden ten laste komen van de onderdaan van een overeenkomstsluitende partij, of in het land van herkomst bij hem wonen.
3.
Voor de afgifte van een verblijfsvergunning aan de gezinsleden van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij mogen de overeenkomstsluitende partijen geen andere documenten verlangen dan de hierna genoemde:
a. het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen;
b. een door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of van herkomst afgegeven document waaruit de graad van verwantschap blijkt;
c. voor ten laste komende personen: een door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of van herkomst afgegeven document waaruit blijkt dat de betrokken persoon ten laste komt van de in lid 1 bedoelde persoon, of in dat land bij die persoon woont.
4.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning die aan een gezinslid wordt afgegeven is gelijk aan die van de verblijfsvergunning die is afgegeven aan de persoon van wie het gezinslid afhankelijk is.
5.
De echtgenoot en de kinderen van minder dan 21 jaar van een persoon die een verblijfsrecht heeft of die te zijnen laste komen, hebben ongeacht hun nationaliteit het recht op toegang tot een economische activiteit.
6.
De kinderen van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij die op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij al dan niet een economische activiteit uitoefent of heeft uitgeoefend, worden tot het algemeen onderwijs, het leerlingstelsel en het beroepsonderwijs toegelaten onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van het ontvangende land, indien deze kinderen op het grondgebied van dit land verblijven.
De overeenkomstsluitende partijen bevorderen initiatieven die beogen dat deze kinderen het eerder genoemde onderwijs onder de best mogelijke omstandigheden kunnen volgen.
1.
Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij en hun gezinsleden hebben het recht op voortzetting van hun verblijf op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij na beëindiging van hun economische activiteit.
2.
Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naar Verordening (EEG) nr. 1251/70 (PB L 142 van 30.6.1970, blz. 24) 1)[7] en Richtlijn 75/34/EEG (PB L 14 van 20.1.1975, blz. 10) 1[8] .
1.
De krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst verleende rechten kunnen slechts worden beperkt door maatregelen ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.
2.
Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naar de Richtlijnen 64/221/EEG (PB 56 van 4.4.1964, blz. 850) 1[9] , 72/194/EEG (PB L 121 van 26.5.1972, blz. 32) 1[10] en 75/35/EEG (PB L 14 van 20.1.1975, blz. 10). 1[11]
1.
Aan werknemers in loondienst die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij (hierna „werknemers" genoemd) en die gedurende ten minste één jaar werkzaam zijn bij een werkgever in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar vanaf de datum van afgifte. Deze verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar. Bij de eerste verlenging kan de geldigheidsduur worden beperkt, echter niet tot minder dan één jaar, wanneer de houder op dat moment gedurende meer dan twaalf achtereenvolgende maanden onvrijwillig werkloos is geweest.
2.
Aan werknemers die gedurende een periode van meer dan drie maanden, doch minder dan één jaar, werkzaam zijn bij een werkgever in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur die gelijk is aan de looptijd van de arbeidsovereenkomst.
Werknemers die gedurende minder dan drie maanden werkzaam zijn, hebben geen verblijfsvergunning nodig.
3.
Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van werknemers geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde:
a. het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen;
b. een verklaring van de werkgever waarin deze verklaart dat de betrokken persoon bij hem of haar in loondienst werkzaam is of zal zijn.
4.
De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
5.
Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning.
6.
Intrekking van een geldige verblijfsvergunning van een werknemer, uitsluitend omdat deze geen werkzaamheden meer verricht, is niet toegestaan; dit geldt zowel wanneer de betrokkene als gevolg van een ziekte of ongeval tijdelijk arbeidsongeschikt is, als wanneer hij of zij onvrijwillig werkloos is en als zodanig bij het bevoegde arbeidsbureau is ingeschreven.
7.
De vervulling van de formaliteiten voor de verkrijging van de verblijfsvergunning mag geen beletsel vormen voor de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de arbeidsovereenkomst die door de aanvrager is gesloten.
1.
Een grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij, en die in loondienst werkzaam is op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar woning terugkeert, of ten minste eenmaal per week.
2.
Grensarbeiders hebben geen verblijfsvergunning nodig.
Niettemin kan de bevoegde autoriteit van de staat waar een grensarbeider werkzaam is, deze een bijzondere vergunning verstrekken voor een periode van ten minste vijf jaar of voor de duur van zijn of haar dienstverband, indien die meer bedraagt dan drie maanden, doch minder dan één jaar. De verblijfsvergunning wordt voor een periode van ten minste vijf jaar verlengd, mits de grensarbeider kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit uitoefent.
3.
De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
1.
Werknemers in loondienst hebben het recht op professionele en geografische mobiliteit op het gehele grondgebied van het ontvangende land.
2.
Professionele mobiliteit houdt in verandering van werkgever, van dienstverband en van beroep en verwisseling van werkzaamheden in loondienst voor werkzaamheden als zelfstandige.
Geografische mobiliteit houdt in verandering van arbeids- en verblijfplaats.
1.
Ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, met name op het gebied van bezoldiging, ontslag en herintreding en herplaatsing na een periode van werkloosheid, mogen werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij niet op grond van hun nationaliteit anders worden behandeld dan nationale werknemers.
2.
Werknemers in loondienst en hun in artikel 3 van deze bijlage bedoelde gezinsleden genieten op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij dezelfde fiscale en sociale voordelen als nationale werknemers en hun gezinsleden.
3.
Zij genieten tevens op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als nationale werknemers recht op onderwijs aan instellingen voor beroepsonderwijs en instellingen voor herscholing en bijscholing.
4.
Bepalingen van collectieve of individuele arbeidsovereenkomsten, alsmede andere collectieve overeenkomsten betreffende de toegang tot een arbeidsplaats, de arbeid, de bezoldiging en andere arbeidsvoorwaarden en regels voor ontslag, zijn van rechtswege nietig, indien daarin voorwaarden zijn vervat of toegestaan die discriminerend zijn voor niet-nationale werknemers die onderdaan zijn van de overeenkomstsluitende partijen.
5.
Werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij en werkzaam zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, genieten gelijke behandeling ten aanzien van het lidmaatschap van vakbondsorganisaties en de uitoefening van vakbondsrechten, waaronder het stemrecht en het recht op toegang tot een bestuursfunctie in een vakbondsorganisatie; deze werknemers kunnen worden uitgesloten van deelname aan het beheer van publiekrechtelijke instellingen en de uitoefening van een publiekrechtelijke taak. Deze werknemers hebben tevens het recht om te worden verkozen in vertegenwoordigende lichamen van werknemers in een onderneming.
Deze bepalingen doen geen afbreuk aan wet- of regelgeving waarin in de ontvangende staat aan werknemers die afkomstig zijn van de andere overeenkomstsluitende partij ruimere rechten worden toegekend.
6.
Onverminderd het bepaalde in artikel 26 van deze bijlage, komen werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij en werkzaam zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, in aanmerking voor alle rechten en alle voordelen die worden toegekend aan nationale werknemers ten aanzien van huisvesting, waaronder de mogelijkheid om de benodigde huisvesting in eigendom te verwerven.
Deze werknemers kunnen zich in de regio waar zij werkzaam zijn, op dezelfde wijze als nationale werknemers, laten inschrijven als woningzoekende wanneer woningzoekenden daar worden geregistreerd; zij genieten de voordelen en urgentiebepalingen die daaruit voortvloeien.
Gezinsleden van deze werknemers die in het land van herkomst zijn achtergebleven worden in dit verband geacht in dezelfde regio woonachtig te zijn, mits voor nationale werknemers een soortgelijke bepaling geldt.
Artikel 10. Werkzaamheden in overheidsdienst
Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die werkzaamheden in loondienst verrichten, kunnen worden uitgesloten van overheidsambten die verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag en ten doel hebben de algemene belangen van de staat of van andere overheden te behartigen.
Artikel 11. Samenwerking op het gebied van arbeidsbemiddeling
De overeenkomstsluitende partijen werken samen in het kader van het Eures-netwerk (European Employment Services), met name om werkzoekenden en potentiële werkgevers met elkaar in contact te brengen en aangeboden en gevraagde arbeidsplaatsen onderling te compenseren, alsmede om informatie uit te wisselen over de situatie op de arbeidsmarkt en levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden.
1.
Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wensen te vestigen teneinde anders dan in loondienst een activiteit uit te oefenen (hierna „zelfstandigen" genoemd), wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van afgifte, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten kunnen aantonen dat zij zich met dat doel hebben gevestigd of wensen te vestigen.
2.
De verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar, mits de zelfstandige bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit anders dan in loondienst uitoefent.
3.
Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van zelfstandigen geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde:
a. het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen;
b. het in lid l of lid 2 bedoelde bewijsstuk.
4.
De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
5.
Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning.
6.
Een geldige verblijfsvergunning mag ten aanzien van de in lid l bedoelde personen niet worden ingetrokken uitsluitend op grond van de omstandigheid dat deze geen werkzaamheden meer verrichten in verband met tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ziekte of een ongeval.
1.
Een zelfstandige grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is op het grondgebied van de ene overeenkomstsluitende partij, en die als zelfstandige een activiteit uitoefent op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar woning terugkeert, of ten minste eenmaal per week.
2.
Zelfstandige grensarbeiders hebben geen verblijfsvergunning nodig.
De bevoegde autoriteit van de betrokken staat kan een zelfstandige grensarbeider echter een bijzondere vergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar verlenen, mits deze bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een activiteit als zelfstandige uitoefent of wenst uit te oefenen. De bijzondere vergunning wordt voor een periode van ten minste vijf jaar verlengd, mits de zelfstandige grensarbeider kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit als zelfstandige uitoefent.
3.
De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
1.
Zelfstandigen hebben recht op professionele en geografische mobiliteit op het gehele grondgebied van het ontvangende land.
2.
Professionele mobiliteit houdt in verandering van beroep en verwisseling van werkzaamheden als zelfstandige voor werkzaamheden in loondienst. Geografische mobiliteit houdt in verandering van arbeids- en verblijfplaats.
1.
Ten aanzien van de toegang tot en de uitoefening van werkzaamheden als zelfstandige genieten zelfstandigen in het ontvangende land een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die de eigen onderdanen genieten.
2.
De bepalingen van artikel 9 van deze bijlage zijn van overeenkomstige toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde zelfstandigen.
Artikel 16. Uitoefening van het openbaar gezag
Zelfstandigen kunnen worden uitgesloten van het recht om werkzaamheden te verrichten die, ook indien zulks slechts incidenteel het geval is, uitoefening van het openbaar gezag inhouden.
Artikel 17. Dienstverleners
Ten aanzien van het verlenen van diensten is overeenkomstig artikel 5 van de Overeenkomst het volgende verboden:
a. Alle beperkingen op grensoverschrijdende dienstverlening op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij waarvan de duur niet meer bedraagt dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen per kalenderjaar.
b. Alle beperkingen op de toegang tot en verblijf op het grondgebied in de gevallen bedoeld in artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst ten aanzien van:
i. onderdanen van lidstaten van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland die dienstverleners zijn en gevestigd zijn op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij dan de ontvanger van de diensten;
ii. werknemers, ongeacht hun nationaliteit, in loondienst bij een dienstverlener die geïntegreerd zijn in de reguliere arbeidsmarkt van een overeenkomstsluitende partij en uitgezonden zijn met het oog op het verlenen van een dienst op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij, onverminderd het bepaalde in artikel 1.
Artikel 18
Het bepaalde in artikel 17 van deze bijlage is van toepassing op vennootschappen die opgericht zijn volgens het recht van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland, en waarvan het hoofdkantoor, de centrale administratie of de belangrijkste vestiging zich op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij bevindt.
Artikel 19
Dienstverleners die het recht of de toestemming hebben om een dienst te verlenen, kunnen ten behoeve van het leveren van deze dienst tijdelijk hun werkzaamheden uitoefenen in het land waar de dienst wordt geleverd, onder dezelfde voorwaarden als die welke in dat land gelden voor de eigen onderdanen, overeenkomstig het bepaalde in deze bijlage en de bijlagen II en III.
1.
De in artikel 17, onder b, van deze bijlage bedoelde personen die het recht hebben een dienst te verlenen, hebben geen verblijfsvergunning nodig voor een verblijf dat de duur van 90 dagen niet overschrijdt. De in artikel 1 bedoelde documenten onder dekking waarvan deze personen het grondgebied zijn binnengekomen, zijn tevens geldig voor hun verblijf.
2.
De in artikel 17, onder b, van deze bijlage bedoelde personen die het recht hebben een dienst te verlenen waarvan de duur meer dan 90 dagen bedraagt, of die de toestemming hebben verkregen om een dienst te verlenen, ontvangen ten bewijze daarvan een verblijfsvergunning waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan de duur van de dienstverlening.
3.
Dit verblijfsrecht geldt voor het gehele grondgebied van Zwitserland of van de betrokken lidstaat van de Europese Gemeenschap.
4.
Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van de in artikel 17, onder b, van deze bijlage bedoelde personen geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde:
a. het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen;
b. een bewijsstuk dat zij een dienst verlenen of voornemens zijn die te verlenen.
1.
De totale duur van een dienstverlening als bedoeld in artikel 17, onder a, van deze bijlage ongeacht of het een ononderbroken periode of achtereenvolgende perioden betreft, mag niet meer bedragen dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen per kalenderjaar.
2.
Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan de vervulling van de wettelijke verplichtingen van de verrichter van diensten ten aanzien van de verplichte waarborg jegens de ontvanger van diensten, en is niet van toepassing in geval van overmacht.
1.
Het bepaalde in de artikelen 17 en 19 van deze bijlage is niet van toepassing op werkzaamheden, ook indien deze van tijdelijke aard zijn, in verband met de uitoefening van het openbaar gezag op het grondgebied van de betrokken overeenkomstsluitende partij.
2.
Het bepaalde in de artikelen 17 en 19, alsmede maatregelen die op grond daarvan zijn getroffen, doet geen afbreuk aan de toepassing van wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen op de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van werknemers die in het kader van een dienstverlening zijn uitgezonden. Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naar Richtlijn 96/71/EG van 16 december 1996 (PB L 18 van 21.01.1997, blz. 1) 1)[12] betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten. betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten.
3.
Het bepaalde in artikel 17, onder a, en artikel 19 van deze bijlage doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die in elke overeenkomstsluitende partij bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van kracht zijn inzake:
i. de activiteiten van uitzendorganisaties en bureaus voor tijdelijke arbeid;
ii. financiële diensten voor de verstrekking waarvan op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij voorafgaande toestemming vereist is, en waarvan de verstrekker onderworpen is aan prudentieel toezicht van de overheid van deze overeenkomstsluitende partij.
4.
Het bepaalde in artikel 17, onder a, en artikel 19 doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke overeenkomstsluitende partij ten aanzien van het verlenen van diensten waarvan de duur niet meer dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen bedraagt, indien deze maatregelen gerechtvaardigd zijn op grond van dwingende redenen van algemeen belang.
1.
Ontvangers van diensten als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de onderhavige Overeenkomst hebben geen verblijfsvergunning nodig voor een verblijf van niet meer dan drie maanden. Voor een verblijf van meer dan drie maanden wordt aan ontvangers van diensten een verblijfsvergunning verstrekt waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan de duur van de dienstverlening. Ontvangers van diensten kunnen gedurende hun verblijf van sociale bijstand worden uitgesloten.
2.
De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
1.
Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die in het land waar zij hun woonplaats hebben geen economische activiteit uitoefenen, en die niet beschikken over een verblijfsvergunning krachtens andere bepalingen van de onderhavige Overeenkomst, wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten kunnen aantonen dat zij voor zichzelf en hun gezinsleden beschikken over:
a. voldoende financiële middelen om voor de duur van hun verblijf geen beroep te hoeven doen op sociale bijstand;
b. een ziektekostenverzekering die alle risico's dekt. 1)[13]
Indien zij zulks noodzakelijk achten, kunnen de overeenkomstsluitende partijen verlangen dat na afloop van de eerste twee jaar van het verblijf opnieuw wordt aangetoond dat aan de voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning is voldaan.
2.
Als voldoende financiële middelen worden beschouwd: financiële middelen die meer bedragen dan het bedrag waaronder de eigen onderdanen, hun persoonlijke situatie en die van hun eventuele gezinsleden in aanmerking genomen, aanspraak kunnen maken op een bijstandsuitkering. Indien deze voorwaarde niet kan worden toegepast, worden de financiële middelen waarover de aanvrager beschikt geacht voldoende te zijn, indien zij meer bedragen dan het minimumpensioen dat het ontvangende land in het kader van de sociale zekerheid verstrekt.
3.
Personen die op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij gedurende minder dan een jaar een arbeidsbetrekking hebben vervuld, hebben het recht hun verblijf voort te zetten, mits zij aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel voldoen. De werkloosheidsuitkeringen waarop zij recht hebben overeenkomstig de nationale wetgeving, eventueel aangevuld met het bepaalde in bijlage II, worden beschouwd als financiële middelen als bedoeld in lid 1, onder a, en lid 2 van dit artikel.
4.
Aan studerenden die niet op grond van een andere bepaling van de Overeenkomst een verblijfsrecht hebben op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, en die de bevoegde nationale autoriteit, door middel van een verklaring of naar keuze op een andere ten minste gelijkwaardige wijze, ervan verzekeren dat zij beschikken over zodanige financiële middelen dat zij en hun echtgenoot en de te hunnen laste komende kinderen gedurende hun verblijf geen beroep behoeven te doen op sociale bijstand in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur die beperkt is tot de duur van de gevolgde opleiding, of tot één jaar, indien de duur van de opleiding meer dan één jaar bedraagt, op voorwaarde dat zij zijn ingeschreven aan een erkende onderwijsinstelling met het oog op het volgen van een beroepsopleiding als hoofdactiviteit, en dat zij beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's dekt. De toegang tot beroepsopleidingen en de bijstand aan de in dit artikel bedoelde studerenden om in hun onderhoud te kunnen voorzien, worden niet bij deze Overeenkomst geregeld.
5.
De verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar, mits nog steeds aan de voorwaarden voor toelating wordt voldaan. Ten aanzien van studerenden wordt de verblijfsvergunning jaarlijks verlengd voor een periode die overeenkomt met de duur van het resterende deel van de opleiding.
6.
Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning.
7.
De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
8.
Het verblijfsrecht blijft van kracht zolang de begunstigde van dit recht aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden voldoet.
1.
Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die een verblijfsrecht genieten en hun hoofdverblijfplaats kiezen in de ontvangende staat, genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed dezelfde rechten als de onderdanen van de ontvangende staat. Zij kunnen, ongeacht de duur van hun dienstverband, te allen tijde in de ontvangende staat overeenkomstig de nationale regels hun hoofdverblijfplaats vestigen. Vertrek uit de ontvangende staat houdt geen verplichting tot vervreemding in.
2.
Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die een verblijfsrecht genieten en niet hun hoofdverblijfplaats kiezen in de ontvangende staat, genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed ten behoeve van de uitoefening van een economische activiteit dezelfde rechten als de onderdanen van de ontvangende staat; deze rechten houden geen verplichting tot vervreemding in bij vertrek uit de ontvangende staat. Deze personen kan tevens worden toegestaan een tweede woning of een vakantiewoning te verwerven. Voor deze categorie personen doet de overeenkomst geen afbreuk aan de geldende voorschriften inzake zuivere kapitaalbeleggingen en de handel in onbebouwde grond en in woningen.
3.
Grensarbeiders genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed ten behoeve van de uitoefening van een economische activiteit of als tweede woning dezelfde rechten als nationale onderdanen; deze rechten houden geen verplichting tot vervreemding in bij vertrek uit de ontvangende staat. Deze personen kan tevens worden toegestaan een vakantiewoning te verwerven. Voor deze categorie personen doet de overeenkomst geen afbreuk aan de in de ontvangende staat geldende voorschriften inzake zuivere kapitaalbeleggingen en de handel in onbebouwde grond en in woningen.
1.
De in dit hoofdstuk vervatte bepalingen completeren respectievelijk vervangen de overige bepalingen in deze bijlage gedurende de periode waarin de in artikel 10 van de Overeenkomst genoemde beperkingen van toepassing zijn.
2.
Gedurende de periode waarin de in artikel 10 van de Overeenkomst genoemde beperkingen van toepassing zijn, is voor de uitoefening van een economische activiteit een verblijfsvergunning en/of een werkvergunning vereist.
1.
De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van een werknemer in loondienst die een arbeidsovereenkomst heeft met een looptijd van minder dan één jaar, wordt verlengd tot maximaal twaalf maanden, mits de werknemer in loondienst bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit kan uitoefenen. Een nieuwe verblijfsvergunning wordt verstrekt, mits de werknemer in loondienst aantoont dat hij of zij een economische activiteit kan uitoefenen en de in artikel 10 van de Overeenkomst genoemde kwantitatieve beperkingen nog niet zijn bereikt. Overeenkomstig artikel 24 van deze bijlage is er geen verplichting om in de periode tussen twee arbeidsovereenkomsten het land te verlaten.
2.
Gedurende de periode bedoeld in artikel 10, leden 2, 2 bis, 2 ter, 4 bis, 4 ter en 4 quater van de Overeenkomst kan een overeenkomstsluitende partij voor het verstrekken van een eerste verblijfsvergunning verlangen dat een schriftelijke arbeidsovereenkomst of een arbeidsaanbod wordt overgelegd.
3.
a. Personen die gedurende ten minste dertig maanden tijdelijke arbeid hebben verricht op het grondgebied van het ontvangende land, hebben automatisch het recht een dienstverband voor onbepaalde duur te aanvaarden. 1)[14] De kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing.. De kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing.
b. Personen die in de loop van de laatste vijftien jaar gedurende een totale periode van ten minste vijftig maanden seizoensarbeid hebben verricht op het grondgebied van het ontvangende land en die niet voldoen aan de voorwaarden op grond waarvan zij in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning volgens het bepaalde onder a van dit lid, hebben automatisch het recht een dienstverband voor onbepaalde duur te aanvaarden.
1.
Een grensarbeider in loondienst is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden en die in loondienst werkzaam is in de grensgebieden van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar hoofdverblijfplaats terugkeert, of ten minste eenmaal per week. Als grensgebieden in de zin van deze Overeenkomst worden beschouwd: de gebieden die als zodanig worden gedefinieerd in de overeenkomsten tussen Zwitserland en zijn buurlanden betreffende het grensverkeer.
2.
De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grensgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
1.
Werknemers in loondienst die bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst houder waren van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van ten minste één jaar en die het ontvangende land hebben verlaten, hebben binnen een termijn van zes jaar na hun vertrek recht op voorrang binnen het contingent dat van toepassing is op hun verblijfsvergunning, mits zij aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen.
2.
Grensarbeiders hebben binnen een termijn van zes jaar na beëindiging van hun vorige activiteit, mits deze gedurende een ononderbroken periode van ten minste drie jaar is uitgeoefend, recht op een nieuwe bijzondere vergunning, gedurende de twee jaren volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst onder voorbehoud van controle van de salariërings- en arbeidsvoorwaarden indien zij werknemer in loondienst zijn, en mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen.
3.
Jongeren die het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij hebben verlaten na daar vóór het bereiken van de leeftijd van 21 jaar gedurende ten minste vijf jaar te hebben gewoond, hebben gedurende een periode van vier jaar het recht daar terug te keren en een economische activiteit uit te oefenen.
1.
Werknemers in loondienst die houder zijn van een verblijfsvergunning voor een periode van minder dan één jaar, hebben gedurende de twaalf maanden die volgen op de aanvang van het dienstverband het recht op geografische en professionele mobiliteit. Het verwisselen van werkzaamheden in loondienst voor werkzaamheden als zelfstandige is mogelijk met inachtneming van het bepaalde in artikel 10 van de Overeenkomst.
2.
De aan grensarbeiders in loondienst afgegeven bijzondere vergunningen geven recht op professionele en geografische mobiliteit binnen het gehele grensgebied van Zwitserland of de buurlanden van Zwitserland.
Artikel 31. Regels betreffende het verblijf van zelfstandige werknemers
Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wensen te vestigen, teneinde daar een activiteit als zelfstandige uit te oefenen (hierna „zelfstandigen" genoemd), wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur van zes maanden. Aan deze personen wordt een verblijfsvergunning verstrekt voor een periode van ten minste vijf jaar, mits zij vóór het verstrijken van de periode van zes maanden bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een activiteit als zelfstandige uitoefenen. Deze periode van zes maanden kan in voorkomend geval met maximaal twee maanden worden verlengd, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat dit bewijs dan kan worden geleverd.
1.
Een zelfstandige grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens hoofdverblijfplaats gelegen is in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden en die, anders dan in loondienst, werkzaam is in de grensgebieden van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar hoofdverblijfplaats terugkeert, of ten minste eenmaal per week. Als grensgebieden in de zin van deze Overeenkomst worden beschouwd: de gebieden die worden gedefinieerd in de overeenkomsten tussen Zwitserland en zijn buurlanden betreffende het grensverkeer.
2.
Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die als zelfstandige grensarbeider een activiteit wensen uit te oefenen in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden wordt een voorlopige bijzondere vergunning verstrekt met een geldigheidsduur van zes maanden. Zij ontvangen een bijzondere vergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, mits zij vóór het verstrijken van de periode van zes maanden bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een activiteit als zelfstandige uitoefenen. Deze periode van zes maanden kan in voorkomend geval met maximaal twee maanden worden verlengd, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat dit bewijs kan worden geleverd.
3.
De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grensgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
1.
Zelfstandigen die houder zijn geweest van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar en die het ontvangende land hebben verlaten, hebben binnen een termijn van zes jaar na hun vertrek recht op een nieuwe verblijfsvergunning, mits zij reeds gedurende een ononderbroken periode van drie jaar in het ontvangende land hebben gewerkt en bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen.
2.
Zelfstandige grensarbeiders hebben binnen een termijn van zes jaar na beëindiging van hun vorige activiteit, mits deze gedurende een ononderbroken periode van vier jaar is uitgeoefend, recht op een nieuwe bijzondere vergunning, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen.
3.
Jongeren die het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij hebben verlaten na daar vóór het bereiken van de leeftijd van 21 jaar gedurende ten minste vijf jaar te hebben gewoond, hebben gedurende een periode van vier jaar het recht daar terug te keren en een economische activiteit uit te oefenen.
Artikel 34. Geografische en professionele mobiliteit van zelfstandigen
De aan zelfstandige grensarbeiders verstrekte bijzondere vergunningen verlenen het recht op geografische en professionele mobiliteit in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden. Voorlopige verblijfsvergunningen (voor grensarbeiders: bijzondere vergunningen) met een geldigheidsduur van zes maanden verlenen slechts het recht op geografische mobiliteit.
(1)
De overeenkomstsluitende partijen komen overeen ten aanzien van de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels onderling de communautaire besluiten toe te passen zoals vermeld in en gewijzigd bij sectie A van deze bijlage, of daarmee gelijkwaardige regels.
(2)
In de in deze bijlage genoemde besluiten omvat de uitdrukking „lidstaat/lidstaten” niet alleen de staten die vallen onder de desbetreffende communautaire besluiten, maar tevens Zwitserland.
(1)
Voor de toepassing van deze bijlage houden de overeenkomstsluitende partijen rekening met de communautaire besluiten zoals vermeld in en gewijzigd bij sectie B van deze bijlage.
(2)
Voor de toepassing van deze bijlage nemen de overeenkomstsluitende partijen goede nota van de communautaire besluiten vermeld in sectie C van deze bijlage.
(1)
De regeling inzake de werkloosheidsverzekering van communautaire werknemers die in het bezit zijn van een Zwitserse verblijfsvergunning voor minder dan één jaar, is in een protocol bij deze bijlage opgenomen.
(2)
Het protocol maakt integrerend deel uit van deze bijlage.
1. 371 R 1408 1)[15] : Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen,: Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen,
bijgewerkt bij:
397 R 118: Verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 (PB L 28 van 30.1.97, blz. 1) tot wijziging en bijwerking van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
397 R 1290: Verordening (EG) nr. 1290/97 van de Raad van 27 juni 1997 (PB L 176 van 4.7.97, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
398 R 1223: Verordening (EG) nr. 1223/98 van de Raad van 4 juni 1998 (PB L 168 van 13.6.98, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
398 R 1606: Verordening (EG) nr. 1606/98 van de Raad van 29 juni 1998 (PB L 209 van 25.7.1998. blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met het oog op de uitbreiding ervan tot bijzondere stelsels voor ambtenaren.
399 R 307: Verordening (EG) nr. 307/1999 van de Raad van 8 februari 1999 (PB nr L 038 van 12/02/1999 blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met het oog op de uitbreiding ervan tot studenten.
399 R 1399: Verordening (EG) nr. 1399/1999 van de Raad van 29 april 1999 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 164 van 30.6.1999, blz.1).
301 R 1386: Verordening (EG) nr. 1386/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 187 van 10.7.2001, blz. 1).
304 R631: Verordening (EG) nr. 631/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 ter harmonisatie van de rechten en vereenvoudiging van de procedures (PB L 100 van 6.4.2004, blz. 1).
Sectie 2 (Vrij verkeer van personen – Sociale zekerheid) van Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane-unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië, voorzover de bepalingen ervan betrekking hebben op in bijlage II bij deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Gemeenschap.
12003 TN 02/02/A: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, goedgekeurd op 16 april 2003.
De bepalingen van de Verordening worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:
a. Artikel 95 bis is niet van toepassing;
b. Artikel 95 ter is niet van toepassing;
c. Aan bijlage I, punt I, wordt toegevoegd:Zwitserland
Indien een Zwitserse instelling bevoegd is voor het verlenen van verstrekkingen op het gebied van de gezondheidszorg overeenkomstig titel III, hoofdstuk 1, van de Verordening:
Wordt onder „werknemer" in de zin van artikel 1, onder a, ii, van de Verordening verstaan elke persoon die werknemer is in de zin van de federale wet op de ouderdoms- en nabestaandenverzekering.
Wordt onder „zelfstandige" in de zin van artikel 1, onder a, ii, van de Verordening verstaan elke persoon die zelfstandige is in de zin van de federale wet op de ouderdoms- en nabestaandenverzekering.
d. Aan bijlage I, punt II, wordt toegevoegd:Zwitserland
Voor de vaststelling van het recht op verstrekkingen in toepassing van hoofdstuk I van titel III van de Verordening wordt onder „gezinslid" verstaan de echtgeno(o)t(e) alsmede de kinderen jonger dan 18 jaar, alsook de kinderen jonger dan 25 jaar die nog schoolgaan of een studie of beroepsopleiding volgen.
e. Aan bijlage II, punt I, wordt toegevoegd:Zwitserland
De gezinsbijslagen voor zelfstandigen uit hoofde van de desbetreffende kantonnale stelsels (Graubünden, Luzern en Sankt Gallen).
f. Aan bijlage II, punt II, wordt toegevoegd:Zwitseland
Uitkeringen bij geboorte en adoptie op grond van de desbetreffende kantonnale wetgeving inzake gezinsbijslagen (Fribourg. Genève, Jura, Luzern, Neuchâtel, Schaffhausen, Schwyz, Solothurn, Uri, Valais, Vaud).
g. Aan bijlage II, punt III, wordt toegevoegd:Zwitserland
Geen.
h. Aan bijlage II bis wordt toegevoegd:
a. De aanvullende prestaties (federale wet op de aanvullende prestaties van 19 maart 1965) en de gelijksoortige prestaties van de kantonnale wetgevingen.
a1. Uitkering bij hulpbehoevendheid (Federale wet van 19 juni 1959 op de invaliditeitsverzekering (LAI) en Federale wet van 20 december 1946 op de ouderdoms- en nabestaandenverzekering (LAVS) zoals gewijzigd op 8 oktober 1999).
b. Pensioenen voor buitengewoon zware gevallen van de invaliditeitsverzekering (artikel 28, lid 1 bis, van de federale wet op de invaliditeitsverzekering van 19 juni 1959, gereviseerde versie van 7 oktober 1994).
c. De niet op premies berustende prestaties van gemengde aard bij werkloosheid, uit hoofde van de kantonnale wetgevingen.
q) Aan bijlage III, deel A, wordt toegevoegd:
Aan bijlage III, deel B, wordt toegevoegd:Duitsland-Zwitserland
Met betrekking tot het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 25 februari 1964 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 9 september 1975 en nr. 2 van 2 maart 1989, artikel 4, lid 2, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
Met betrekking tot de Overeenkomst van 20 oktober 1982 betreffende de werkloosheidsverzekering, gewijzigd bij het aanvullend protocol van 22 december 1992,
Artikel 7, lid 1;
Artikel 8, lid 5. Duitsland (gemeente Büsingen) neemt voor een bedrag gelijk aan de kantonnale bijdrage volgens Zwitsers recht deel in de kosten van de arbeidsplaatsen die in het kader van werkgelegenheidsmaatregelen door onder deze bepaling vallende werknemers daadwerkelijk worden bezet.Oostenrijk-Zwitserland
Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 november 1967 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 17 mei 1973, nr. 2 van 30 november 1977, nr. 3 van 14 december 1987 en nr. 4 van 11 december 1996, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.België-Zwitserland
Artikel 3, lid 1, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 24 september 1975 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
Punt 4 van het slotprotocol bij genoemd Verdrag met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Denemarken-Zwitserland
Artikel 6 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 5 januari 1983 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 18 september 1985 en nr. 2 van 11 april 1996, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Spanje-Zwitserland
Artikel 2 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 13 oktober 1969 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 11 juni 1982 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
Punt 17 van het slotprotocol bij genoemd Verdrag; personen die op grond van deze bepaling bij de Spaanse verzekering verzekerd zijn, zijn vrijgesteld van aansluiting bij de Zwitserse ziekteverzekering.Finland-Zwitserland
Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 28 juni 1985.Frankrijk-Zwitserland
Artikel 3, lid 1, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 3 juli 1975 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Griekenland-Zwitserland
Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van l juni 1973 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Italië-Zwitserland
Artikel 3, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 14 december 1962 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 18 december 1963, het Aanvullend Akkoord nr. l van 4 juli 1969, het Aanvullend Protocol van 25 februari 1974 en het Aanvullend Akkoord nr. 2 van 2 april 1980 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
Artikel 9, lid 1, van genoemd Verdrag.Luxemburg-Zwitserland
Artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 3 juni 1967 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 26 maart 1976.Nederland-Zwitserland
Artikel 4, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 27 mei 1970.Portugal-Zwitserland
Artikel 3, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 11 september 1975 zoals gewijzigd bij het aanhangsel van 11 mei 1994, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Verenigd Koninkrijk-Zwitserland
Artikel 3, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 21 februari 1968 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Zweden-Zwitserland
Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 20 oktober 1978.Tsjechië – Zwitserland
Geen.Estland - Zwitserland
Geen overeenkomst.Cyprus – Zwitserland
Geen.Letland – Zwitserland
Geen overeenkomst.Litouwen – Zwitserland
Geen overeenkomst.Hongarije – Zwitserland
Geen.Malta – Zwitserland
Geen overeenkomst.Polen – Zwitserland
Geen overeenkomst.Slovenië – Zwitserland
Geen.Slowakije – Zwitserland
Geen.Bulgarije – Zwitserland
Geen.Roemenië – Zwitserland
Geen overeenkomst.
Aan bijlage IV, deel A, wordt toegevoegd:Zwitserland
Geen.
Aan bijlage IV, deel B, wordt toegevoegd:Zwitserland
Geen.
Aan bijlage IV, deel C, wordt toegevoegd:Zwitserland
Alle aanvragen om ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het basisstelsel alsmede de ouderdomspensioenen van het beroepsgebonden verzekeringsstelsel.
Aan bijlage IV, deel D2, wordt toegevoegd:
De nabestaanden- en invaliditeitspensioenen uit hoofde van de federale wet op de beroepsgebonden stelsels voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering van 25 juni 1982.
Aan bijlage VI wordt toegevoegd:
Artikel 2 van de federale wet op de ouderdoms- en nabestaandenverzekering alsmede artikel 1 van de federale wet op de invaliditeitsverzekering, die de vrijwillige verzekering in deze takken regelen voor Zwitserse onderdanen die in een staat verblijven waarop deze Overeenkomst niet van toepassing is, zijn tevens van toepassing op personen die buiten Zwitserland verblijven en onderdaan zijn van de andere staten waarop deze Overeenkomst van toepassing is, alsmede op vluchtelingen en staatlozen die op het grondgebied van deze staten wonen, wanneer deze personen ten laatste één jaar gerekend vanaf de dag waarop de Zwitserse ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering is stopgezet na ten minste vijf jaar ononderbroken verzekerd te zijn geweest, toetreden tot de vrijwillige verzekering.
Wanneer iemand, na ten minste vijf jaar ononderbroken verzekerd te zijn geweest, ophoudt verzekerd te zijn bij de Zwitserse ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering, dan heeft die persoon het recht om met instemming van de werkgever die verzekering voort te zetten wanneer hij voor rekening van een werkgever in Zwitserland in een staat werkt waarop deze Overeenkomst niet van toepassing is, op voorwaarde dat het verzoek daartoe ingediend wordt binnen een termijn van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop de verzekering werd stopgezet.
Verplichte verzekering bij de Zwitserse ziekteverzekering en vrijstellingsmogelijkheden
De Zwitserse wettelijke bepalingen betreffende de verplichte ziekteverzekering zijn van toepassing op de volgende personen die niet in Zwitserland woonachtig zijn:
personen die uit hoofde van titel II van de verordening aan de Zwitserse wettelijke bepalingen onderworpen zijn;
personen voor wie Zwitserland uit hoofde van artikel 28, 28 bis of 29 van de verordening de bevoegde staat is;
personen die in het genot zijn van een werkloosheidsuitkering van de Zwitserse verzekering;
de gezinsleden van de in i en iii genoemde personen of van een werknemer of zelfstandige die in Zwitserland woont en bij de Zwitserse ziekteverzekering aangesloten is, tenzij deze gezinsleden in een van de volgende staten woonachtig zijn: Denemarken, Spanje, Hongarije, Portugal, Zweden of het Verenigd Koninkrijk;
de gezinsleden van de in ii genoemde personen of van een gepensioneerde die in Zwitserland woonachtig is en bij de Zwitserse ziekteverzekering aangesloten is, tenzij deze gezinsleden in een van de volgende staten woonachtig zijn: Denemarken, Portugal, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. „Gezinsleden" zijn personen die als gezinsleden worden beschouwd door de wetgeving van de staat waar de woonplaats is gevestigd.
De onder letter a. genoemde personen kunnen op verzoek van de verplichte verzekering worden vrijgesteld indien en zolang zij in een van de volgende staten wonen en aantonen dat zij daar tegen ziekte verzekerd zijn: Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Italië en, in de onder letter a., nr. iv. en v., bedoelde gevallen, Finland en – in het geval van de onder a), ii) genoemde personen – Portugal.
Dit verzoek
moet worden ingediend binnen drie maanden na ingang van de verzekeringsplicht in Zwitserland; wordt het verzoek in een gerechtvaardigd geval na deze termijn ingediend, dan gaat de vrijstelling in vanaf het begin van de verzekeringsplicht;
is van toepassing op alle gezinsleden die in dezelfde staat woonachtig zijn.
Wanneer een persoon op wie uit hoofde van titel II van de verordening de Zwitserse wettelijke bepalingen van toepassing zijn, uit hoofde van punt 3, letter b., bij de ziekteverzekering aangesloten is van een andere staat waarvoor deze overeenkomst geldt, dan worden de kosten van de verstrekkingen bij niet-arbeidsongevallen gelijkelijk verdeeld tussen het orgaan van de Zwitserse verzekering voor arbeidsongevallen, niet-arbeidsgebonden ongevallen en beroepsziekten, en het bevoegd orgaan van de ziekteverzekering van de andere staat, als er aanspraak is op prestaties van beide organen. Wanneer er bij een arbeidsongeval, een ongeval op de weg van of naar het werk, of bij een beroepsziekte, ook recht zou bestaan op prestaties van het orgaan van de ziekteverzekering van het woonland, dan worden deze kosten niettemin betaald door de Zwitserse verzekeraar tegen (arbeids)ongevallen en beroepsziekten.
Op de personen die in Zwitserland werken maar er niet woonachtig zijn en die op grond van punt 3, letter b., aangesloten zijn bij de wettelijke ziekteverzekering van hun woonland, zijn de bepalingen van artikel 22, lid 1, onder a., van toepassing voor elke omstandigheid die prestaties vereist tijdens een verblijf in Zwitserland.
Op personen die in Duitsland, Hongarije, Oostenrijk, België, Frankrijk of Nederland woonachtig zijn maar in Zwitserland tegen ziektekosten verzekerd zijn, is in geval van een verblijf in Zwitserland artikel 20, eerste en tweede zin, van de Verordening van overeenkomstige toepassing. In deze gevallen draagt de Zwitserse verzekeraar alle gefactureerde kosten.
Voor de toepassing van de artikelen 22, 22a, 22b, 22c, 25 en 31 van de Verordening draagt de Zwitserse verzekeraar alle gefactureerde kosten.
De vergoeding van de door het orgaan van de woonplaats aan de in punt 4 bedoelde personen betaalde prestaties van de ziekteverzekering geschiedt overeenkomstig artikel 93 van Verordening (EEG) nr. 574/72.
De ziekengeldverzekeringstijdvakken die zijn vervuld bij een verzekering in een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is, worden meegeteld om een eventuele reserve in de ziekengeldverzekering in geval van moederschap of ziekte te verkleinen of op te heffen wanneer de persoon zich binnen drie maanden na stopzetting van de buitenlandse verzekering bij een Zwitserse verzekeraar verzekert.
Onverminderd de bepalingen van titel III van de verordening wordt elke werknemer of zelfstandige die niet langer onder de Zwitserse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering valt, beschouwd als verzekerd krachtens deze verzekering gedurende één jaar gerekend vanaf de stopzetting van het werk dat aan de invaliditeit voorafging, indien hij zijn winstgevende bezigheid in Zwitserland heeft moeten opgeven als gevolg van een ongeval of ziekte en de invaliditeit in dit land is vastgesteld; hij is verplicht premies te betalen voor de ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering op dezelfde basis als wanneer hij in Zwitserland zou wonen. Dit is niet van toepassing indien hij onder de wetgeving van een andere lidstaat valt overeenkomstig artikel 13, lid 2, onder a. tot en met e., de artikelen 14 tot en met 14 septies of artikel 17 van de verordening.
Een werknemer of zelfstandige die niet langer valt onder de Zwitserse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering omdat hij zijn winstgevende bezigheid in Zwitserland, die hem de noodzakelijke bestaansmiddelen bezorgden, heeft moeten opgeven als gevolg van een ongeval of ziekte, wordt beschouwd als verzekerd krachtens deze verzekering voor wat de toekenning van revalidatiemaatregelen betreft, alsook tijdens de duur van deze revalidatiemaatregelen, voorzover hij buiten Zwitserland geen nieuw beroep heeft.
Aan bijlage VII wordt toegevoegd:
Uitoefening van werkzaamheden als zelfstandige in Zwitserland en van werkzaamheden in loondienst in een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is.
Aan bijlage VIII wordt toegevoegd:
Zwitserland
Geen.
b. Met betrekking tot het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 25 februari 1964 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 9 september 1975 en nr. 2 van 2 maart 1989:
Artikel 4, lid 2 de, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn;
Punt 9 b, alinea 1, punten 2 tot 4, van het slotprotocol;
Punt 9 e, alinea 1, letter b, zinnen 1, 2 en 4, van het slotprotocol.
Met betrekking tot de Overeenkomst van 20 oktober 1982 betreffende de werkloosheidsverzekering, gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 22 december 1992:
Artikel 7, lid 1;
Artikel 8, lid 5. Duitsland (gemeente Büsingen) neemt voor een bedrag gelijk aan de kantonnale bijdrage volgens Zwitsers recht deel in de kosten van de arbeidsplaatsen die in het kader van werkgelegenheidsmaatregelen door onder deze bepaling vallende werknemers daadwerkelijk worden bezet.Oostenrijk-Zwitserland
Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 november 1967 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. I van 17 mei 1973, nr. 2 van 30 november 1977, nr. 3 van 14 december 1987 en nr. 4 van 11 december 1996, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.België-Zwitserland
Artikel 3, lid 1, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 24 september 1975 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
Punt 4 van het slotprotocol bij genoemd Verdrag met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Denemarken-Zwitserland
Artikel 6 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 5 januari 1983 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 18 september 1985 en nr. 2 van 11 april 1996, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Spanje-Zwitserland
Artikel 2 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 13 oktober 1969 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 11 juni 1982 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
Punt 17 van het slotprotocol bij genoemd Verdrag; personen die op grond van deze bepaling bij de Spaanse verzekering verzekerd zijn, zijn vrijgesteld van aansluiting bij de Zwitserse ziekteverzekering.Finland-Zwitserland
Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 28 juni 1985.Frankrijk-Zwitserland
Artikel 3, lid l, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 3 juli 1975 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Griekenland-Zwitserland
Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 1 juni 1973 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Italië-Zwitserland
Artikel 3, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 14 december 1962 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 18 december 1963, het Aanvullend Akkoord nr. 1 van 4 juli 1969, het Aanvullend Protocol van 25 februari 1974 en het Aanvullend Akkoord nr. 2 van 2 april 1980 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
Artikel 9, lid 1, van genoemd Verdrag.Luxemburg-Zwitserland
Artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 3 juni 1967 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 26 maart 1976.Nederland-Zwitserland
Artikel 4, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 27 mei 1970.Portugal-Zwitserland
Artikel 3, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 11 september 1975 zoals gewijzigd bij het aanhangsel van 11 mei 1994, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Verenigd Koninkrijk-Zwitserland
Artikel 3, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 21 februari 1968 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.Zweden-Zwitserland
Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 20 oktober 1978.Tsjechië – Zwitserland
Geen.Estland - Zwitserland
Geen overeenkomst.Cyprus – Zwitserland
Geen.Letland – Zwitserland
Geen overeenkomst.Litouwen – Zwitserland
Geen overeenkomst.Hongarije – Zwitserland
Geen.Malta – Zwitserland
Geen overeenkomst.Polen – Zwitserland
Geen overeenkomst.Slovenië – Zwitserland
Geen.Slowakije – Zwitserland
Geen.Bulgarije – Zwitserland
Geen.Roemenië – Zwitserland
Geen overeenkomst.
2. 372 R 0574: Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71, betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.
bijgewerkt bij:
397 R 118: Verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 (PB L 28 van 30.1.97, blz. 1) tot wijziging en bijwerking van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
397 R 1290: Verordening (EG) nr. 1290/97 van de Raad van 27 juni 1997 (PB L 176 van 4.7.97, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
398 R 1223: Verordening (EG) nr. 1223/98 van de Raad van 4 juni 1998 (PB L 168 van 13.6.98, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
398 R 1606: Verordening (EG) nr. 1606/98 van de Raad van 29 juni 1998 (PB L 209 van 25.7.1998, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met het oog op de uitbreiding ervan tot bijzondere stelsels voor ambtenaren.
399 R 307: Verordening (EG) nr. 307/1999 van de Raad van 8 februari 1999 (PB nr L 038 van 12/02/1999 blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met het oog op de uitbreiding ervan tot studenten.
399 R 1399: Verordening (EG) nr. 1399/1999 van de Raad van 29 april 1999 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 164 van 30.6.1999, blz. 1).
301 R 1386: Verordening (EG) nr. 1386/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 187 van 10.7.2001, blz. 1).
301 R 89: Verordening (EG) nr. 89/2001 van de Commissie van 17 januari 2001 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 14 van 18.1.2001, blz. 16).
302 R 410: Verordening (EG) nr. 410/2002 van de Commissie van 27 februari 2002 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 62 van 5.3.2002, blz. 17).
Verordening (EG) nr. 1851/2003 van de Commissie van 17 oktober 2003 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers, zelfstandigen en hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 271 van 22.10.2003, blz. 3).
Verordening (EG) nr. 631/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de toepassing van socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 ter harmonisatie van de rechten en vereenvoudiging van de procedures (PB L 100 van 6.4.2004, blz. 1).
Sectie 2 (Vrij verkeer van personen – Sociale zekerheid) van Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane-unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië, voorzover de bepalingen ervan betrekking hebben op in bijlage II bij deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Gemeenschap.
12003 TN 02/02/A: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, goedgekeurd op 16 april 2003.
De bepalingen van de Verordening worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:
a. Aan bijlage 1 wordt toegevoegd:Zwitserland
1. Bundesamt für Sozialversicherung, Bern – Office fédéral des assurances sociales, Berne – Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Bema (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
2. Staatssekretariat für Wirtschaft, Direktion für Arbeit, Bern – Secrétariat d'Etat à l'économie, Direction du travail, Berne – Segretariato di Stato dell'economia, Direzione del lavoro, Berna – (Staatssecretariaat van Economische Zaken, Directie Arbeid, Bern).
b. Aan bijlage 2 wordt toegevoegd:C. DUITSLAND
1. In punt 2 „Pensioenverzekering voor arbeiders, bedienden en mijnwerkers” wordt a), i), eerste zin, als volgt aangevuld:
„indien de belanghebbende in Zwitserland woont of als Zwitsers onderdaan op het grondgebied woont van een staat die geen lidstaat is:
Landesversicherungsanstalt Baden-Württemberg (Regionale verzekeringsinstelling voor Baden-Württemberg), Karlsruhe”.
2. In punt 2 „Pensioenverzekering voor arbeiders, bedienden en mijnwerkers” wordt b), i), eerste zin, als volgt aangevuld:
„indien de laatste krachtens de wetgeving van een andere lidstaat betaalde premie aan een orgaan van de Zwitserse pensioenverzekering is betaald:
Landesversicherungsanstalt Baden-Württemberg (Regionale verzekeringsinstelling voor Baden-Württemberg), Karlsruhe”.Zwitserland
1. Ziekte en moederschap
Versicherer – Assureur – Assicuratore (verzekeraar) volgens de federale wet op de ziekteverzekering waarbij de belanghebbende verzekerd is.
2. Invaliditeit
a. Invaliditeitsverzekering:
i. In Zwitserland woonachtige personen:
IV-Stelle – Office AI – Ufficio AI (IV-orgaan) van het kanton van de woonplaats.
ii. Niet in Zwitserland woonachtige personen:
IV-Stelle für Versicherte im Ausland, Genf – Office AI pour les assurés à l'étranger, Genève – Ufficio AI per gli assicurati all'estero, Ginevra (JV-orgaan voor verzekerden in het buitenland, Genève).
b. Beroepsregeling:
Het pensioenfonds waarbij de laatste werkgever aangesloten is.
3. Ouderdom en overlijden
a. Ouderdoms- en overlijdensverzekering:
i. In Zwitserland woonachtige personen:
Ausgleichskasse – Caisse de compensation – Cassa di compensazione (Vereffeningsfonds) waaraan het laatst premie werd betaald.
ii. Niet in Zwitserland woonachtige personen:
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
b. Beroepsregeling:
Pensioenfonds waarbij de laatste werkgever aangesloten is.
4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten
a. Werknemers:
De ongevallenverzekeraar waarbij de werkgever verzekerd is.
b. Zelfstandigen:
De ongevallenverzekeraar waarbij de belanghebbende vrijwillig verzekerd is.
5. Werkloosheid
a. In geval van volledige werkloosheid:
Het door de werknemer gekozen werkloosheidsfonds.
b. In geval van gedeeltelijke werkloosheid:
Het door de werkgever gekozen werkloosheidsfonds.
6. Gezinsbijslagen:
a. Federale regeling:
i. Werknemers:
Kantonale Ausgleichskasse – Caisse cantonale de compensation – Cassa cantonale di compensazione (Kantonnaal Vereffeningsfonds) waarbij de werkgever aangesloten is.
ii. Zelfstandigen:
Kantonale Ausgleichskasse – Caisse cantonale de compensation – Cassa cantonale di compensazione (Kantonnaal Vereffeningsfonds) van het kanton van de woonplaats.
b. Kantonnale regelingen:
i. Werknemers:
Familienausgleichskasse – Caisse de compensation familiale – Cassa di compensazione familiale (Gezinsvereffeningsfonds) waarbij de werkgever aangesloten is, of de werkgever.
ii. Zelfstandigen:
Het door het kanton aangewezen orgaan.
c. Aan bijlage 3 wordt toegevoegd:C. DUITSLAND
In punt 3 „Pensioenverzekering” wordt a) als volgt aangevuld:
In de betrekkingen met Zwitserland:
Landesversicherungsanstalt Baden-Württemberg (Regionale verzekeringsinstelling voor Baden-Württemberg), Karlsruhe”.Zwitserland
1. Ziekte en moederschap.
Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn – Institution commune LaMal, Soleure – Istituzione commune LaMal, Soletta (Gemeenschappelijk orgaan voor de Wet op de ziekteverzekering, Solothurn).
2. Invaliditeit
a. Invaliditeitsverzekering:
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
b. Beroepsregeling:
Sicherheitsfonds – Fonds de garantie – Fondo di garanzia LPP (Garantiefonds).
3. Ouderdom en overlijden
a. Ouderdoms- en overlijdensverzekering:
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
b. Beroepsregeling:
Sicherheitsfonds – Fonds de garantie – Fondo di garanzia LPP (Garantiefonds).
4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten:
Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern – Caisse nationale suisse d`assurance en cas d`accidents, Lucerne – Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna (Zwitsers Nationaal Ongevallenverzekeringsfonds, Luzern).
5. Werkloosheid:
a. In geval van volledige werkloosheid:
Het door de werknemer gekozen werkloosheidsfonds.
b. In geval van gedeeltelijke werkloosheid:
Het door de werkgever gekozen werkloosheidsfonds.
6. Gezinsbijslagen
Het door het kanton van de woonplaats of van verblijf aangewezen orgaan.
d. Aan bijlage 4 wordt toegevoegd:C. DUITSLAND
In punt 3 „Pensioenverzekering” wordt b) als volgt aangevuld:
In de betrekkingen met Zwitserland:
Landesversicherungsanstalt Baden-Württemberg (Regionale verzekeringsinstelling voor Baden-Württemberg), Karlsruhe”.Zwitserland
1. Ziekte en moederschap
Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn – Institution commune LaMal, Soleure – Istituzione commune LaMal, Soletta (Gemeenschappelijk orgaan voor de Wet op de ziekteverzekering, Solothurn).
2. Invaliditeit
a. Invaliditeitsverzekering:
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
b. Beroepsregeling:
Sicherheitsfonds – Fonds de garantie – Fondo di garanzia LPP (Garantiefonds).
3. Ouderdom en overlijden
a. Ouderdoms- en overlijdensverzekering:
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
b. Beroepsregeling:
Sicherheitsfonds – Fonds de garantie – Fondo di garanzia LPP (Garantiefonds).
4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten
Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern – Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne – Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna (Zwitsers Nationaal Ongevallenverzekeringsfonds, Luzern).
5. Werkloosheid
Staatssekretariat für Wirtschaft, Direktion für Arbeit, Bern – Secrétariat d'Etat à l'économie, Direction du travail, Berne – Segretariato di Stato dell'economia, Direzione del lavoro, Berna (Staatssecretariaat van Economische Zaken, Directie Arbeid, Bern).
6. Gezinsbijslagen
Bundesamt für Sozialversicherung, Bern – Office fédéral des assurances sociales, Berne – Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
e. Aan bijlage 5 wordt toegevoegd:Zwitserland
Geen.
f. Aan bijlage 6 wordt toegevoegd:Zwitserland
Rechtstreekse betaling.
g. Aan bijlage 7 wordt toegevoegd:Zwitserland
UBS SA, Genève – Genf – Ginevra (Genève).
h. Aan bijlage 8 wordt toegevoegd:Zwitserland
Geen.
i. Aan bijlage 9 wordt toegevoegd:Zwitserland
Voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen worden de verstrekkingen in aanmerking genomen die door de verzekeraars worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van de federale wetgeving inzake ziekteverzekering.
j. Aan bijlage 10 wordt toegevoegd:Zwitserland
1. Voor de toepassing van artikel 11, lid 1, van de toepassingsverordening:
a. met betrekking tot artikel 14, lid 1, en artikel 14 ter, lid 1, van de Verordening:
de bevoegde Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung – Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants er invalidité – Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità (Vereffeningsfonds van de ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering);
b. met betrekking tot artikel 17 van de Verordening:
Bundesamt für Sozialversicherung, Bern – Office fédéral des assurances sociales, Berne – Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
2. Voor de toepassing van artikel 11 bis, lid 1, van de toepassingsverordening:
a. met betrekking tot artikel 14 bis, lid 1, en artikel 14 ter, lid 2, van de Verordening:
de bevoegde Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung – Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants er invalidité – Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità (Vereffeningsfonds van de ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering);
b. met betrekking tot artikel 17 van de Verordening:
Bundesamt für Sozialversicherung, Bern – Office fédéral des assuran-ces sociales, Berne – Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
3. Voor de toepassing van artikel 12 bis van de toepassingsverordening:
de bevoegde Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung – Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants er invalidité – Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità (Vereffeningsfonds van de ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering).
4. Voor de toepassing van artikel 13, leden 2 en 3, en artikel 14, leden 1 en 2, van de toepassingsverordening:
Eidgenössische Ausgleichskasse, Bern – Caisse fédérale de compensation, Berne – Cassa federale di compensazione, Berna (Federaal Vereffeningsfonds, Bern).
5. Voor de toepassing van artikel 38, lid 1, artikel 70, lid 1, artikel 82, lid 2, en artikel 86, lid 2, van de toepassingsverordening:
Gemeindeverwaltung – Administration communale – Amministrazione communale (Gemeenteadministratie) van de woonplaats.
6. Voor de toepassing van artikel 80, lid 2, en artikel 81 van de toepassingsverordening:
Staatssekretariat für Wirtschaft, Direktion für Arbeit, Bern – Secrétariat d'Etat à l'économie, Direction du travail, Berne – Segretariato di Stato dell'economia, Direzione del lavoro, Berna (Staatssecretariaat van Economische Zaken, Directie Arbeid, Bern).
7. Voor de toepassing van artikel 102, lid 2, van de toepassingsverordening:
a. met betrekking tot artikel 36 van de Verordening:
Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn – Institution commune LaMal, Soleure – Istituzione commune LaMal, Soletta (Gemeenschappelijk orgaan voor de Wet op de ziekteverzekering, Solothurn).
b. met betrekking tot artikel 63 van de Verordening:
Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern – Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne – Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidente, Lucerna (Zwitsers Nationaal Ongevallenverzekeringsfonds, Luzern);
c. met betrekking tot artikel 70 van de Verordening:
Staatssekretariat für Wirtschaft, Direktion für Arbeit, Bern – Secrétariat d'Etat à l'économie, Direction du travail, Berne – Segretariato di Stato dell'economia, Direzione del lavoro, Berna (Staatssecretariaat van Economische Zaken, Directie Arbeid, Bern).
8. Voor de toepassing van artikel 113, lid 2, van de toepassingsverordening:
a. met betrekking tot artikel 20, lid l, van de toepassingsverordening:
Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn – Institution commune LaMal, Soleure – Istituzione commune LaMal, Soletta (Gemeenschappelijk orgaan voor de Wet op de ziekteverzekering, Solothurn).
b. met betrekking tot artikel 62, lid 1, van de toepassingsverordening:
Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern – Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne – Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna (Zwitsers Nationaal Ongevallenverzekeringsfonds, Luzern).
k. Aan bijlage 11 wordt toegevoegd:Zwitserland
Geen.
3. 398 L 49 Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 (PB L 209 van 25.7.1998, blz. 46) betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen
4.1. 373 Y 0919(02): Besluit nr. 74 van 22 februari 1973 betreffende het verlenen van geneeskundige behandeling bij tijdelijk verblijf, met toepassing van artikel 22, lid 1, sub a, i, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, en artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 4).
4.2. 373 Y 0919(03): Besluit nr. 75 van 22 februari 1973 betreffende de behandeling van verzoeken om herziening ingediend op grond van artikel 94, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 door rechthebbenden op invaliditeitspensioen (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 5).
4.3. 373 Y 0919(06): Besluit nr. 78 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 7, lid 1, sub a, van Verordening (EEG) nr. 574/72 omtrent de wijze van toepassing van de bepalingen inzake vermindering of schorsing (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 8).
4.4. 373 Y 0919(07): Besluit nr. 79 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 48, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, inzake de samentelling van tijdvakken van verzekering en daarmee gelijkgestelde tijdvakken voor wat betreft de verzekering tegen de gevolgen van invaliditeit, ouderdom en overlijden (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 9).
4.5. 373 Y 0919(09): Besluit nr. 81 van 22 februari 1973 betreffende de samentelling van tijdvakken van verzekering, vervuld met het verrichten van bepaalde werkzaamheden met toepassing van artikel 45, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 75 van 19.9. 1973. blz. 11).
4.6. 373 Y 0919(11): Besluit nr. 83 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 68, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 82 van Verordening (EEG ) nr. 574/72 inzake de verhoging van werkloosheidsuitkeringen wegens gezinslasten (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 14).
4.7. 373 Y 0919(13): Besluit nr. 85 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 57, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 67, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de vaststelling van de toepasselijke wettelijke regeling en het orgaan dat voor de toekenning van uitkeringen bij beroepsziekten bevoegd is (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 17).
4.8. 373 Y 1113(02): Besluit nr. 86 van 24 september 1973 betreffende de werkwijze en de samenstelling van de Rekencommissie bij de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers (PB C 96 van 13.11.1973, blz. 2), gewijzigd bij:
395 D 0512: Besluit nr. 159 van 3 oktober 1995 (PB L 294, 8.12.95, blz. 38).
4.9. 374 Y 0720(06): Besluit nr. 89 van 20 maart 1973 betreffende de interpretatie van artikel 16, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad inzake de leden van het bedienende personeel van diplomatieke zendingen en consulaire posten (PB C 86 van 20.7.1974, blz. 7).
4.10. 374 Y 0720(07): Besluit nr. 91 van 12 juli 1973 inzake de interpretatie van artikel 46, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de vaststelling van de uitkeringen die ingevolge lid 1 van dit artikel verschuldigd zijn (PB C 86 van 20.7.1974, blz. 8).
4.11. 374 Y 0823(04): Besluit nr. 95 van 24 januari 1974 inzake de interpretatie van artikel 46, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de „pro rata temporis"-berekening van pensioenen (PB C 99 van 23.8.1974, blz. 5).
4.12. 374 Y 1017(03): Besluit nr. 96 van 15 maart 1974 betreffende de herziening van het recht op uitkeringen met toepassing van artikel 49, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB C 126 van 17.10.1974, blz. 23).
4.13. 375 Y 0705(02): Besluit nr. 99 van 13 maart 1975 betreffende de interpretatie van artikel 107, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de verplichting tot herberekening van lopende uitkeringen (PB C 150 van 5.7.1975, blz. 2).
4.14. 375 Y 0705(03): Besluit nr. 100 van 23 januari 1975 betreffende de terugbetaling van door het orgaan van de woon- of verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan verleende uitkeringen, alsmede de wijze van terugbetaling van deze uitkeringen (PB C 150 van 5.7.1975, blz. 3).
4.15. 376 Y 0526(03): Besluit nr. 105 van 19 december 1975 betreffende de toepassing van artikel 50 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 117 van 26.5.1976, blz. 3).
4.17. 383 Y 0115: Besluit nr. 115 van 15 december 1982 betreffende de verschaffing van prothesen, hulpmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen als bedoeld in artikel 24, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 193 van 20.7.1983, blz. 7).
4.18. 383 Y 0117: Besluit nr. 117 van 7 juli 1982 betreffende de wijze van toepassing van artikel 50, lid 1, sub a), van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 (PB C 238 van 7.9.1983, blz. 3), gewijzigd bij:
1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, p.1).
12003 TN 02/02/A: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, goedgekeurd op 16 april 2003.
Sectie 2 (Vrij verkeer van personen – Sociale zekerheid) van Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane-unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië, voorzover de bepalingen ervan betrekking hebben op in bijlage II bij deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Gemeenschap.
De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:
Aan artikel 2, lid 2, wordt toegevoegd:Zwitserland
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
4.20. 383 Y 1102 (03): Besluit nr. 119 van 24 februari 1983 betreffende de interpretatie van de artikelen 76 en 79, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, alsmede van artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 574/72 inzake de samenloop van gezins- of kinderbijslagen (PB C 295 van 2.11. 1983, blz. 3).
4.21. 383 Y 0121: Besluit nr. 121 van 21 april 1983 betreffende de interpretatie van artikel 17, lid 7, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de toekenning van prothesen, hulpmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen (PB C 193 van 20.7.1983. blz. 10).
4.22. 386 Y 0126: Besluit nr. 126 van 17 oktober 1985 betreffende de toepassing van de artikelen 14, lid 1 , sub a, 14 bis, lid 1, sub a, en 14 ter, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 141 van 76.1986, blz. 3).
4.23. 387 Y 1009 (01): Besluit nr. 132 van 23 april 1987 betreffende de interpretatie van artikel 40, lid 3, onder a, ii, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 (PB C 271 van 9.10.1987, blz. 3).
4.24. 387 D 284: Besluit nr. 133 van 2 juli 1987 betreffende de toepassing van artikel 17, lid 7, en artikel 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 284 van 22.10.1987, blz. 3, en PB C 64 van 9.3.1988. blz. 13).
4.25. 388 Y 309 (01): Besluit nr. 134 van 1 juli 1987 betreffende de interpretatie van artikel 45, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, met betrekking tot de samentelling van tijdvakken van verzekering die in een of meer lidstaten in een aan een bijzonder stelsel onderworpen beroep zijn vervuld (PB C 64 van 9.3.1988, blz. 4).
4.26. 388 Y 309 (3): Besluit nr. 135 van 1 juli 1987 betreffende de verlening van verstrekkingen als bedoeld in de artikelen 17, lid 7, en 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 en het begrip spoedgevallen als bedoeld in artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en onmiskenbare spoedgevallen als bedoeld in de artikelen 17, lid 7, en 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 281 van 9.3.1988, blz. 7), gewijzigd bij:
1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1).
De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:
Aan artikel 2, lid 2, wordt toegevoegd:
SFR 800 voor het orgaan van de woonplaats in Zwitserland.
4.27. 388 D 64: Besluit nr. 136 van 1 juli 1987 inzake de interpretatie van artikel 45, leden 1 tot en met 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad met betrekking tot het in aanmerking nemen van tijdvakken van verzekering welke krachtens de wetgeving van andere lidstaten zijn vervuld met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op uitkeringen (PB C 64 van 9.3.1988, blz. 7), gewijzigd bij:
1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, p. 1).
12003 TN 02/02/A: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, goedgekeurd op 16 april 2003.
Sectie 2 (Vrij verkeer van personen – Sociale zekerheid) van Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane-unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië, voorzover de bepalingen ervan betrekking hebben op in bijlage II bij deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Gemeenschap.
De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:
Aan de bijlage wordt toegevoegd:Zwitserland
Geen.
4.28. 389 D 606: Besluit nr. 137 van 15 december 1988 betreffende de toepassing van artikel 15, lid 3. van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 140 van 6.6.1989, blz. 3).
4.29. 389 Y 1115 (01): Besluit nr. 138 van 17 februari 1989 betreffende de interpretatie van artikel 22, lid 1, onder c, i, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad in het geval van transplantatie van organen of andere chirurgische ingrepen waarvoor analyses van biologische monsters nodig zijn, terwijl de betrokkene zich niet in de lidstaat bevindt waar de analyses worden uitgevoerd (PB C 287 van 15.11.1989, blz. 3).
4.30. 390 Y 412 (01): Besluit nr. 139 van 30 juni 1989 betreffende de in aanmerking te nemen datum voor het bepalen van de omrekeningskoersen als bedoeld in artikel 107 van Verordening (EEG) nr. 574/72, welke bij de berekening van bepaalde uitkeringen en premies moeten worden toegepast (PB C 94 van 12.4.1990, blz. 3).
4.31. 390 Y 412 (02): Besluit nr. 140 van 17 oktober 1989 betreffende de omrekeningskoers toe te passen door het orgaan van de woonplaats van een volledig werkloze grensarbeider op het door deze werknemer in de bevoegde lidstaat laatst ontvangen loon (PB C 94 van 12.4.1990, blz. 4).
4.33. 390 D Y 330 (01): Besluit nr. 142 van 13 februari 1990 betreffende de toepassing van de artikelen 73, 74 en 75 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 80 van 30.3.1990, blz. 7).
De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:
a. Punt 1 is niet van toepassing;
b. Punt 3 is niet van toepassing.
4.34. 391 D 140: Besluit nr. 144 van 9 april 1990 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 401-E 410 F) (PB L 71 van 18.3.1991, blz. 1).
4.35. 391 D 425: Besluit nr. 147 van 10 oktober 1990 betreffende de toepassing van artikel 76 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 235 van 23.8.1991, blz. 21), gewijzigd bij:
395 D 353: Besluit nr. 155 van 6 juli 1994 (E 401-411) (PB L 209, 5.9.1995, blz. 1).
4.36. 393 D 22: Besluit nr. 148 van 25 juni 1992 inzake het gebruik van de verklaring betreffende de toepasselijke wetgeving (E 101) bij detacheringen van ten hoogste drie maanden (PB L 22 van 30.1.1993, blz. 124).
4.37. 393 D 825: Besluit nr. 150 van 26 juni 1992 betreffende de toepassing van de artikelen 77, 78 en 79, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 10, lid 1, onder b, ii, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 229 van 25.8.1993, blz. 5) gewijzigd bij:
1 94 N: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, p. 1).
12003 TN 02/02/A: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond, goedgekeurd op 16 april 2003.
Sectie 2 (Vrij verkeer van personen – Sociale zekerheid) van Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane-unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië, voorzover de bepalingen ervan betrekking hebben op in bijlage II bij deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Gemeenschap.
De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:Zwitserland
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
4.38. 394 D 602: Besluit nr. 151 van 22 april 1993 betreffende de toepassing van artikel 10 bis van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1247/92 (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 1).
De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:
Aan de bijlage wordt toegevoegd:Zwitserland
1. Invaliditeit, ouderdom en overlijden
a. ouderdoms-, nabestaaden- en invaliditeitsverzekering
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
b. Beroepsregeling
Sicherheitsfonds – Fonds de Garantie – Fondo di Garanzia LPP.
2. Werkloosheid
Staatssekretariat für Wirtschaft, Direktion für Arbeit, Bern – Secrétariat d'Etat à l'économie, Direction du travail, Berne – Segretariato di Stato dell'economia, Direzione del lavoro, Berna (Staatssecretariaat van Economische Zaken, Directie Arbeid, Bern).
3. Gezinsbijlagen
Bundesamt für Sozialversicherung, Bern – Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
4.39. 394 D 604: Besluit nr. 153 van 7 oktober 1993 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 001, E 103-E 127) (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 22).
4.40. 394 D 605: Besluit nr. 154 van 8 februari 1994 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr 574/72 van de Raad (E 301, E 302, E 303) (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 123).
4.41. 395 D 353: Besluit nr. 155 van 6 juli 1994 betreffende de modelformulieren ten behoeve van toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 401-411) (PB L 244 van 5.9.1995, blz. 1).
4.42. 395 D 419: Besluit nr. 156 van 7 april 1995 betreffende de voorrangsregels van de ziekte- en moederschapsverzekering (PB L 249 van 17.10.1995, blz. 41).
4.43. 396 D 732: Besluit nr. 158 van 27 november 1995 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 201 tot en met E 215) (PB L 336 van 27.12.1996, blz. 1).
4.44. 395 D 512: Besluit nr. 159 van 3 oktober 1995 tot wijziging van Besluit nr. 86 van 24 september 1973 betreffende de werkwijze en de samenstelling van de Rekencommissie bij de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de Sociale Zekerheid van Migrerende Werknemers (PB L 294 van 8.12.1995, blz. 38)
4.45. 396 D 172: Besluit nr. 160 van 28 november 1995 betreffende de strekking van artikel 71, lid 1, onder b, ii, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad inzake het recht op werkloosheidsuitkeringen voor werknemers die geen grensarbeiders zijn en die tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden op het grondgebied van een andere dan de bevoegde lidstaat woonden (PB C 49 van 28.2.1996, blz. 31).
4.49. 397 D 533: Besluit nr. 164 van 27 november 1996 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) m . 574/72 van de Raad (E 101 en E 102) (PB L 216 van 8.8.1997, blz. 85).
4.50. 397 D 0823: Besluit nr. 165 van 30 juni 1997 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 128 en E 128 B) (PB L 341 van 12.12.1997, blz. 61).
4.51. 398 D 0441: Besluit nr. 166 van 2 oktober 1997 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers betreffende de wijziging van de modelformulieren E 106 en E 109 (PB L 195 van 11/07/1998 blz. 25).
4.52. 398 D 0442: Besluit nr. 167 van 2 december 1997 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers tot wijziging van Besluit nr. 146 van 10 oktober 1990 betreffende de interpretatie van artikel 94, lid 9, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB L 195 van 11/07/1998 blz. 35).
4.53. 398 D 0443: Besluit nr. 168 van 11 juni 1998 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers betreffende wijziging van de modelformulieren E 121 en E 127 en de intrekking van formulier E 122 (PB L 195 van 11.7.1998, blz. 37).
4.54. 398 D 0444: Besluit nr. 169 van 11 juni 1998 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers betreffende de werkmethodes en de samenstelling van de Technische Commissie voor de gegevensverwerking van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers (PB L 195 van 11.7.1998, blz. 46).
4.55. 398 D 0565: Besluit nr. 170 van 11 juni 1998 tot wijziging van Besluit nr. 141 betreffende het opstellen van de inventarissen bedoeld in artikel 94, lid 4, en artikel 95, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 (PB L 275 van 10.10.1998, blz. 40).
4.56 399 D 370: Besluit nr. 171 van 9 december 1998 tot wijziging van Besluit nr. 135 van 1 juli 1987 betreffende de verlening van verstrekkingen als bedoeld in artikel 17, lid 7, en artikel 60, lid 6, van Verordening (EEG)nr. 574/72 en het begrip spoedgevallen als bedoeld in artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en onmiskenbare spoedgevallen als bedoeld in artikel 17, lid 7, en artikel 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB L 143 van 8.6.1999, blz. 11).
4.57 399 D 371: Besluit nr. 172 van 9 december 1998 betreffende het modelformulier ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 (E 101) (PB L 143 van 8.6.1999, blz. 13).
4.58 300 D 129 (01): Besluit nr. 173 van 9 december 1998 betreffende de door de lidstaten toe te passen gemeenschappelijke modaliteiten bij de terugbetalingen tussen instellingen, als gevolg van de overgang naar de euro (PB C 27 van 29.1.2000, blz.21).
4.59 300 D 141: Besluit nr. 174 van 20 april 1999 betreffende de interpretatie van artikel 22 bis van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 47 van 19.2.2000, blz. 30).
4.60 300 D 142: Besluit nr. 175 van 23 juni 1999 betreffende de interpretatie van het begrip ,verstrekkingen' uit de ziekte- en moederschapsverzekering, bedoeld in artikel 19, leden 1 en 2, de artikelen 22, 22 bis en 22 ter, artikel 25, leden 1, 3 en 4, artikel 26, artikel 28, lid 1, alsook de artikelen 28 bis, 29, 31, 34 bis en 34 ter van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad,en tot vaststelling van de ingevolge de artikelen 93, 94 en 95 van Verordening (EEG) nr. 574/72 te vergoeden bedragen en de met toepassing van artikel 102, lid 4, van deze verordening te betalen voorschotten (PB L 47 van 19.2.2000, blz. 32).
4.61 300 D 582: Besluit nr. 176 van 24 juni 1999 betreffende de terugbetaling door het bevoegde orgaan van een lidstaat van de bij verblijf in een andere lidstaat gemaakte kosten, overeenkomstig de procedure van artikel 34, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (96/249/EG) (PB L 243 van 28.9.2000, blz. 42).
4.62 300 D 748: Besluit nr. 177 van 5 oktober 1999 betreffende de formulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG)nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 128 en E 128 B) (PB L 302 van 1.12.2000, blz. 65).
4.63 300 D 749: Besluit nr. 178 van 9 december 1999 betreffende de interpretatie van artikel 111, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB L 302 van 1.12.2000, blz. 71).
4.64 302 D 154: Besluit nr. 179 van 18 april 2000 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 111, E 111 B, E 113 tot en met E 118 en E 125 tot en met E 127) (PB L 54 van 25.2.2002, blz. 1).
4.65 301 D 70: Besluit nr. 180 van 15 februari 2000 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 211 en E 212) (PB L 23 van 25.1.2001, blz. 33).
4.66 301 D 891: Besluit nr. 181 van 13 december 2000 betreffende de uitlegging van artikel 14, lid 1, artikel 14 bis, lid 1, en artikel 14 ter, lid 1 en lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de wetgeving die van toepassing is op de gedetacheerde werknemers en zelfstandigen, die tijdelijk werken buiten de bevoegde lidstaat (PB L 329 van 14.12.2001, blz. 73).
4.67 301 D 655: Besluit nr. 182 van 13 december 2000 betreffende het opstellen van een gemeenschappelijke methode voor de inzameling van gegevens over de vaststelling van pensioenen (PB L 230 van 28.8.2001, blz. 20).
4.69: Besluit nr. 184 van 10 december 2001 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 201 tot en met E 207, E 210, E 213 en E 215) (PB L 304 van 6.11.2002, blz. 1)
4.70: Besluit nr. 185 van 27 juni 2002 tot wijziging van Besluit nr. 153 van 7 oktober 1993 (formulier E 108) en Besluit nr. 170 van 11 juni 1998 (samenstelling van de lijsten bedoeld in artikel 94, lid 4, en artikel 95, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972) (PB L 55 van 1.3.2003, blz. 74)
4.71: Besluit nr. 186 van 27 juni 2002 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 101) (PB L 55 van 1.3.2003, blz. 80)
4.72: Besluit nr. 187 van 27 juni 2002 betreffende de modelformulieren voor de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 111 en E 111 B) (PB L 93 van 10.4.2003, blz. 40)
4.73: Besluit nr. 188 van 10 december 2002 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 210 en E 211) (PB L 112 van 6.5.2003, blz. 12)
4.74: Besluit nr. 189 van 18 juni 2003 tot invoering van een Europese ziekteverzekeringskaart ter vervanging van de formulieren die in toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad gebruikt worden in verband met de toekenning van verstrekkingen bij tijdelijk verblijf in een andere lidstaat dan de bevoegde staat of de staat van de woonplaats (PB L 276 van 27.10.2003, blz. 1)
4.75: Besluit nr. 190 van 18 juni 2003 betreffende de technische specificaties van de Europese ziekteverzekeringskaart (PB L 276 van 27.10.2003, blz. 4)
4.76: Besluit nr. 191 van 18 juni 2003 betreffende de vervanging van de formulieren E 111 en E 111 B door een Europese ziekteverzekeringskaart (PB L 276 van 27.10.2003, blz. 19)
4.77: Besluit nr. 192 van 29 oktober 2003 betreffende de voorwaarden voor de toepassing van artikel 50, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad (PB L 104 van 8.4.2004, blz. 114)
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt het besluit als volgt gewijzigd
In punt 2.4 wordt het volgende toegevoegd:
Zwitserland
Schweizerische Ausgleichskasse, Genf – Caisse suisse de compensation, Genève – Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
Sectie 2 (Vrij verkeer van personen – Sociale zekerheid) van Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane-unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië, voorzover de bepalingen ervan betrekking hebben op in bijlage II bij deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Gemeenschap.
4.78: Besluit nr. 193 van 29 oktober 2003 betreffende de behandeling van pensioenaanvragen (PB L 104 van 8.4.2004, blz. 123)
4.79: Besluit nr. 194 van 17 december 2003 betreffende de uniforme toepassing van artikel 22, lid 1, onder a), i), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad in de lidstaat van verblijf (PB L 104 van 8.4.2004, blz. 127)
4.80: Besluit nr. 195 van 23 maart 2004 betreffende de uniforme toepassing van artikel 22, lid 1, onder a) i), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 inzake de verstrekkingen in verband met zwangerschap en geboorte (PB L 160 van 30.4.2004, blz. 134)
4.81: Besluit nr. 196 van 23 maart 2004 betreffende de toepassing van artikel 22, lid 1 bis van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 160 van 30.4.2004, blz. 135)
4.82: Besluit nr. 197 van 23 maart 2004 betreffende de overgangsperiodes voor het invoeren van de Europese ziekteverzekeringskaart overeenkomstig artikel 5 van Besluit nr. 191 (PB L 343 van 19.11.2004, blz. 28)
4.83: Besluit nr. 198 van 23 maart 2004 betreffende de vervanging en de intrekking van de modelformulieren voor de toepassing van de verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 (E110, E111, E111B, E113, E114, E119, E128 en E128B) (PB L 259 van 5.8.2004, blz. 1)
SECTIE C. BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA NEMEN
De Overeenkomstsluitende Partijen nemen nota van de inhoud van de volgende besluiten:
5.1. Aanbeveling nr. 14 van 23 januari 1975 betreffende de afgifte van formulier E 111 aan gedetacheerde werknemers (aangenomen door de Administratieve Commissie tijdens haar 139e vergadering van 23 januari 1975).
5.2. Aanbeveling nr. 15 van 19 december 1980 betreffende de vaststelling van de taal van afgifte van de formulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en 574/72 van de Raad (goedgekeurd door de Administratieve Commissie tijdens haar 176e vergadering van 19 december 1980).
5.3. 385 Y 0016: Aanbeveling nr. 16 van 12 december 1984 betreffende het sluiten van overeenkomsten op grond van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB C 273 van 24.10.1985, blz. 3).
5.4. 385 Y 0017: Aanbeveling nr. 17 van 12 december 1984 inzake de statistische gegevens die jaarlijks voor de opstelling van de verslagen van de Administratieve Commissie moeten worden verstrekt (PB C 273 van 24.10.1985, blz. 3).
5.5. 386 Y 0028: Aanbeveling nr. 18 van 28 februari 1986 betreffende de wetgeving welke van toepassing is op werklozen die in deeltijd arbeid verrichten op het grondgebied van een andere lidstaat dan die op het grondgebied waarvan zij wonen (PB C 284 van 11.11.1996, blz. 4).
5.6. 392 Y 19: Aanbeveling nr. 19 van 24 november 1992 betreffende de verbetering van de samenwerking tussen de lidstaten bij de toepassing van de communautaire regelingen (PB C 199 van 23.7.1993, blz. 11).
5.7. 396 Y 592: Aanbeveling nr. 20 van 31 mei 1996 betreffende de verbetering van het beheer en de vereffening van wederzijdse vorderingen (PB L 259 van 12.10.1996, blz. 19).
5.8. 397 Y 0304 (01): Aanbeveling nr. 21 van 28 november 1996 betreffende de toepassing van artikel 69, lid 1, onder a, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 op werklozen die hun echtgenoot/echtgenote vergezellen die werknemer is in een andere dan de bevoegde staat (PB C 67 van 4.3.1997, blz. 3).
5.9. 380 Y 0609(03): Bijwerking van de verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 139 van 9.6.1980, blz. 1).
6.0. 381 Y 0613(01): Verklaringen van Griekenland als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 143 van 13.6.1981, blz. 1).
6.1. 386 Y 0338(01): Bijwerking van de verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 338 van 31.12.1986, blz. 1).
6.2. C/107/87/p. 1: Verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 107 van 22.4.1987, blz. 1).
6.3. C/323/80/blz. 1: Kennisgevingen aan de Raad gericht door de Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en van het Groothertogdom Luxemburg betreffende het sluiten van een overeenkomst tussen deze twee Regeringen omtrent diverse vraagstukken op het gebied van de sociale zekerheid krachtens artikel 8, lid 2, en artikel 96 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 323 van 11.12.1980, blz. 1).
6.4. L/90/87/blz. 39: Verklaring van de Franse Republiek die is afgelegd overeenkomstig artikel 1, sub j, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemer en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 90 van 2.4.1987, blz. 39).
6.5: Aanbeveling nr. 23 van 29 oktober 2003 betreffende de behandeling van pensioenaanvragen (PB L 104 van 8.4.2004, blz. 125).
1. De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe op het gebied van de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties ten aanzien van elkaar de rechtshandelingen en mededelingen van de Europese Unie (EU) waarnaar in deel A van deze bijlage wordt verwezen, toe te passen, overeenkomstig de reikwijdte van de overeenkomst.
2. Tenzij anders bepaald, wordt de term „lidsta(a)t(en)” in de handelingen waarnaar in deel A van deze bijlage wordt verwezen, geacht van toepassing te zijn op Zwitserland, naast de staten die onder de desbetreffende handelingen van de EU vallen.
3. Met het oog op de toepassing van deze bijlage nemen de overeenkomstsluitende partijen nota van de handelingen van de EU waarnaar in deel B van deze bijlage wordt verwezen.
1
a. 32005 L 0036: Richtl?n 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 22),
gewijzigd bij:
Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 141),
Verordening (EG) nr. 1430/2007 van de Commissie van 5 december 2007 tot wijziging van de bijlagen II en III van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 320 van 6.12.2007, blz. 3),
Verordening (EG) nr. 755/2008 van de Commissie van 31 juli 2008 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 205 van 1.8.2008, blz. 10),
Verordening (EG) nr. 279/2009 van de Commissie van 6 april 2009 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 93 van 7.4.2009, blz. 11),
Verordening (EU) nr. 213/2011 van de Commissie van 3 maart 2011 tot wijziging van de bijlagen II en V bij Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 59 van 4.3.2011, blz. 4),
Kennisgeving van benamingen voor titels op het gebied van architectuur (PB C 332 van 30.12.2006, blz. 35),
Kennisgeving van titels op het gebied van de architectuur (PB C 148 van 24.6.2006, blz. 34),
Kennisgeving van titels op het gebied van de architectuur (PB C 3 van 6.1.2006, blz. 12),
Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van titels in de gespecialiseerde tandheelkunde (PB C 165 van 19.7.2007, blz. 18),
Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels van medische specialisten en huisartsen (PB C 165 van 19.7.2007, blz. 13),
Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels van medische specialisten, verantwoordelijk algemeen ziekenverplegers, specialisten in de tandheelkunde, verloskundigen en architecten (PB C 137 van 4.6.2008, blz. 8),
Mededeling – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 322 van 17.12.2008, blz. 3),
Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van de in bijlage I bij Richtlijn 2005/36/EG genoemde beroepsverenigingen of -organisaties die voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, lid 2 (PB C 111 van 15.5.2009, blz. 1),
Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 114 van 19.5.2009, blz. 1),
Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 279 van 19.11.2009, blz. 1),
Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 129 van 19.5.2010, blz. 3),
Mededeling van de Commissie – Kennisgeving van opleidingstitels – Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (bijlage V) (PB C 337 van 14.12.2010, blz. 10),
Rectificatie van Richtl?n 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 271 van 16.10.2007, blz. 18),
Rectificatie van Richtl?n 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PB L 93 van 4.4.2008, blz. 28).
b. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt Richtlijn 2005/36/EG als volgt aangepast:
1. De procedures van de volgende artikelen van de richtlijn zijn niet van toepassing tussen de overeenkomstsluitende partijen:
Artikel 3, lid 2, derde alinea – procedure voor herziening van bijlage I bij de richtlijn,
Artikel 11, onder c), ii), laatste zin – procedure voor herziening van bijlage II bij de richtlijn,
Artikel 13, lid 2, derde alinea – procedure voor herziening van bijlage III bij de richtlijn,
Artikel 14, lid 2, tweede en derde alinea – procedure in geval van een afwijking van de keuze van de migrant tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid,
Artikel 15, lid 2 en lid 5 – procedure voor aanneming of herroeping van gemeenschappelijke platforms,
Artikel 20 – procedure voor wijziging van bijlage IV bij de richtlijn,
Artikel 21, lid 6, tweede alinea – procedure voor actualisering van kennis en deskundigheid,
Artikel 21, lid 7 – procedure voor herziening van bijlage V bij de richtlijn,
Artikel 25, lid 5 – procedure voor wijziging van de minimumopleidingsduur voor medische specialisten,
Artikel 26, tweede alinea – procedure voor invoeging van nieuwe medische specialismen,
Artikel 31, lid 2, tweede alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger,
Artikel 34, lid 2, tweede alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van beoefenaren van de tandheelkunde,
Artikel 35, lid 2, derde alinea – procedure voor wijziging van de minimumopleidingsduur voor specialisten in de tandheelkunde,
Artikel 38, lid 1, tweede alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van dierenartsen,
Artikel 40, lid 1, derde alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van verloskundigen,
Artikel 44, lid 2, tweede alinea – procedure voor actualisering van de opleiding van apothekers,
Artikel 46, lid 2 – procedure voor actualisering van kennis en bekwaamheid in het geval van architecten,
Artikel 61 – afwijkingsclausule.
2. Artikel 56, leden 3 en 4, worden als volgt uitgevoerd:
De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de bevoegde autoriteiten en de coördinator die door Zwitserland worden aangewezen, zodra Zwitserland de Commissie en het Gemengd Comité daarover geïnformeerd heeft.
3. Artikel 57, tweede alinea, wordt als volgt uitgevoerd:
De door Zwitserland aangewezen coördinator informeert de Commissie en het Gemengd Comité.
4. Artikel 63 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt goedgekeurd op basis van de rechtshandelingen en de in punt 1a, bedoelde mededelingen. De artikelen 58 en 64 zijn niet van toepassing.
c. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 1 van bijlage II:
„in Zwitserland:
Opticien diplômé, diplomierter Augenoptiker, ottico diplomato (opticien met een federaal diploma van hoger beroepsonderwijs)
Hiervoor is een opleiding van minstens 17 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door vier jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, waarvan twee jaar kunnen worden gevolgd in voltijdse particuliere opleiding, en ten slotte een hoger beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht om contactlenzen aan te passen of oogtests uit te voeren, hetzij zelfstandig of als werknemer.
Audioprothésiste avec brevet fédéral, Hörgeräte-Akustiker mit eidg. Fachausweis, audioprotesista con attestato professionale federale (verstrekker van hoorapparaten met een gevorderd federaal certificaat van hoger beroepsonderwijs)
Hiervoor is een opleiding van minstens 15 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, minimaal drie jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door drie jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep hetzij zelfstandig hetzij als werknemer uit te oefenen.
Bottier-orthopédiste diplômé, diplomierter Orthopädie-Schuhmachermeister, calzolaio ortopedico diplomato (orthopedisch schoenmaker met een federaal diploma van hoger beroepsonderwijs)
Hiervoor is een opleiding van minstens 17 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door vier jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een hoger beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep hetzij zelfstandig hetzij als werknemer uit te oefenen.
Technicien dentiste, maître, diplomierter Zahntechnikermeister, odontotecnico, maestro (tandtechnicus met een federaal diploma van hoger beroepsonderwijs)
Hiervoor is een opleiding van minstens 18 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door vijf jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een hoger beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep hetzij zelfstandig hetzij als werknemer uit te oefenen.
Orthopédiste diplômé, diplomierter Orthopädist, ortopedista diplomato (orthopeed met een gevorderd federaal certificaat van hoger beroepsonderwijs)
Hiervoor is een opleiding van minstens 18 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling, gevolgd door vijf jaar beroepsstage of werkzaamheid in een arbeidsplaats, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een hoger beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep hetzij zelfstandig hetzij als werknemer uit te oefenen.”.
d. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 4 van bijlage II:
„in Zwitserland:
Guide de montagne avec brevet fédéral, Bergführer mit eidg. Fachausweis, guida alpina con attestato professionale federale (berggids met gevorderd federaal certificaat van hoger beroepsonderwijs)
Hiervoor is een opleiding van minstens 13 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding onder toezicht van een gekwalificeerde beroepsbeoefenaar, inclusief particuliere opleiding, en ten slotte een beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep zelfstandig uit te oefenen.
Professeur de sports de neige avec brevet fédéral, Schneesportlehrer mit eidg. Fachausweis, Maestro di sport sulla neve con attestato professionale fédérale (wintersportleraar met gevorderd federaal certificaat van hoger beroepsonderwijs)
Hiervoor is een opleiding van minstens 15 jaar vereist, bestaande uit minstens negen jaar basisopleiding, vier jaar beroepsopleiding en praktijk, gedeeltelijk op de arbeidsplaats en gedeeltelijk in een beroepsinstelling of een beroepservaring van vier jaar, gevolgd door twee jaar opleiding en ervaring als stagiair, en ten slotte een beroepsexamen. Dit diploma verleent de houder het recht dit beroep zelfstandig uit te oefenen.”.
e. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.1.1 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Certificaat bij de opleidingstitel Referentiedatum
Zwitserland Eidgenössisches Arztdiplom Diplôme fédéral de médecin Diploma federale di medico Eidgenössisches Departement des Innern Département fédéral de l’intérieur Dipartimento federale dell’interno   1 juni 2002”
f. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.1.2 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Referentiedatum
Zwitserland Diplom als Facharzt Diplôme de médecin spécialiste Diploma di medico specialista Eidgenössisches Departement des Innern und Verbindung der Schweizer Ärztinnen und Ärzte Département fédéral de l’intérieur et Fédération des médecins suisses Dipartimento federale dell’interno e Federazione dei medici svizzeri 1 juni 2002”
g. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.1.3 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Titel
Anesthesiologie Minimale opleidingsduur: 3 jaar
Zwitserland Anästhesiologie Anesthésiologie Anestesiologia
Land Titel
Algemene heelkunde Minimale opleidingsduur: 5 jaar
Zwitserland Chirurgie Chirurgie Chirurgia
Land Titel
Neurochirurgie Minimale opleidingsduur: 5 jaar
Zwitserland Neurochirurgie Neurochirurgie Neurochirurgia
Land Titel
Verloskunde en gynaecologie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Gynäkologie und Geburtshilfe Gynécologie et obstétrique Ginecologia e ostetricia
Land Titel
Interne geneeskunde Minimale opleidingsduur: 5 jaar
Zwitserland Innere Medizin Médecine interne Medicina interna
Land Titel
Oogheelkunde Minimale opleidingsduur: 3 jaar
Zwitserland Ophthalmologie Ophtalmologie Oftalmologia
Land Titel
Keel-, neus- en oorheelkunde Minimale opleidingsduur: 3 jaar
Zwitserland Oto-Rhino-Laryngologie Oto-rhino-laryngologie Otorinolaringoiatria
Land Titel
Kindergeneeskunde Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Kinder- und Jugendmedizin Pédiatrie Pediatria
Land Titel
Ziekten der luchtwegen Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Pneumologie Pneumologie Pneumologia
Land Titel
Urologie Minimale opleidingsduur: 5 jaar
Zwitserland Urologie Urologie Urologia
Land Titel
Orthopedie Minimale opleidingsduur: 5 jaar
Zwitserland Orthopädische Chirurgie und Traumatologie des Bewegungsapparates Chirurgie orthopédique et traumatologie de l’appareil locomoteur Chirurgia ortopedica e traumatologia del sistema motorio
Land Titel
Pathologische anatomie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Pathologie Pathologie Patologia
Land Titel
Neurologie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Neurologie Neurologie Neurologia
Land Titel
Psychiatrie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Psychiatrie und Psychotherapie Psychiatrie et psychothérapie Psichiatria e psicoterapia
Land Titel
Radiologie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Radiologie Radiologie Radiologia
Land Titel
Radiotherapie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Radio-Onkologie/Strahlentherapie Radio-oncologie/radiothérapie Radio-oncologia/radioterapia
Land Titel
Plastische chirurgie Minimale opleidingsduur: 5 jaar
Zwitserland Plastische, Rekonstruktive und Ästhetische Chirurgie Chirurgie plastique, reconstructive et esthétique Chirurgia plastica, ricostruttiva ed estetica
Land Titel
Cardio-thoracale chirurgie Minimale opleidingsduur: 5 jaar
Zwitserland Herz- und thorakale Gefässchirurgie Chirurgie cardiaque et vasculaire thoracique Chirurgia del cuore e dei vasi toracici
Land Titel
Kinderheelkunde Minimale opleidingsduur: 5 jaar
Zwitserland Kinderchirurgie Chirurgie pédiatrique Chirurgia pediatrica
Land Titel
Cardiologie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Kardiologie Cardiologie Cardiologia
Land Titel
Maag- en darmziekten Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Gastroenterologie Gastroentérologie Gastroenterologia
Land Titel
Reumatologie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Rheumatologie Rhumatologie Reumatologia
Land Titel
Algemene hematologie Minimale opleidingsduur: 3 jaar
Zwitserland Hämatologie Hématologie Ematologia
Land Titel
Endocrinologie Minimale opleidingsduur: 3 jaar
Zwitserland Endokrinologie-Diabetologie Endocrinologie-diabétologie Endocrinologia-diabetologia
Land Titel
Revalidatiegeneeskunde Minimale opleidingsduur: 3 jaar
Zwitserland Physikalische Medizin und Rehabilitation Médecine physique et réadaptation Medicina fisica e riabilitazione
Land Titel
Dermatologie en venerologie Minimale opleidingsduur: 3 jaar
Zwitserland Dermatologie und Venerologie Dermatologie et vénéréologie Dermatologia e venereologia
Land Titel
Tropische ziekten Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Tropen- und Reisemedizin Médecine tropicale et médecine des voyages Medicina tropicale e medicina di viaggio
Land Titel
Kinderpsychiatrie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Kinder- und Jugendpsychiatrie und -psychotherapie Psychiatrie et psychothérapie d’enfants et d’adolescents Psichiatria e psicoterapia infantile e dell’adolescenza
Land Titel
Nierziekten Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Nephrologie Néphrologie Nefrologia
Land Titel
Besmettelijke ziekten Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Infektiologie Infectiologie Malattie infettive
Land Titel
Maatschappij en gezondheid Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Prävention und Gesundheitswesen Prévention et santé publique Prevenzione e salute pubblica
Land Titel
Farmacologie Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Klinische Pharmakologie und Toxikologie Pharmacologie et toxicologie cliniques Farmacologia e tossicologia cliniche
Land Titel
Arbeidsgeneeskunde Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Arbeitsmedizin Médecine du travail Medicina del lavoro
Land Titel
Allergologie Minimale opleidingsduur: 3 jaar
Zwitserland Allergologie und klinische Immunologie Allergologie et immunologie clinique Allergologia e immunologia clinica
Land Titel
Nucleaire geneeskunde Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Nuklearmedizin Médecine nucléaire Medicina nucleare
Land Titel
Mond-, tand- en maxillo-faciale chirurgie (basisopleiding voor arts en voor beoefenaar der tandheelkunde) Minimale opleidingsduur: 4 jaar
Zwitserland Mund-, Kiefer- und Gesichtschirurgie Chirurgie orale et maxillo-faciale Chirurgia oro-maxillo-facciale”
h. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.1.4 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Beroepstitel Referentiedatum
Zwitserland Diplom als praktischer Arzt/praktische Ärztin Diplôme de médecin praticien Diploma di medico generico Médecin praticien Praktischer Arzt Medico generico 1 juni 2002”
i. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.2.2 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Beroepstitel Referentiedatum
Zwitserland 1. Diplomierte Pflegefachfrau, diplomierter Pflegefachmann Schulen, die staatlich anerkannte Bildungsgänge durchführen Pflegefachfrau, Pflegefachmann 1 juni 2002
  Infirmière diplômée et infirmier diplômé Ecoles qui proposent des filières de formation reconnues par l’État Infirmière, infirmier  
  Infermiera diplomata e infermiere diplomato Scuole che propongono dei cicli di formazione riconosciuti dallo Stato Infermiera, infermiere  
  2. Bachelor verpleegkunde Schulen, die staatlich anerkannte Bildungsgänge durchführen Pflegefachfrau, Pflegefachmann 30 september 2011”
    Ecoles qui proposent des filières de formation reconnues par l’État Infirmière, infirmier  
    Scuole che propongono dei cicli di formazione riconosciuti dallo Stato Infermiera, infermiere  
j. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.3.2 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Certificaat bij de opleidingstitel Beroepstitel Referentiedatum
Zwitserland Eidgenössisches Zahnarztdiplom Eidgenössisches Departement des Innern   Zahnarzt 1 juni 2002”
  Diplôme fédéral de médecin-dentiste Département fédéral de l’intérieur   Médecin-dentiste  
  Diploma federale di medico-dentista Dipartimento federale dell’interno   Medico-dentista  
k. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.3.3 van bijlage V bij de richtlijn:
„Orthodontie
Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Referentiedatum
Zwitserland Diplom für Kieferorthopädie Eidgenössisches Departement des Innern und Schweizerische Zahnärzte-Gesellschaft 1 juni 2002
  Diplôme fédéral d’orthodontiste Département fédéral de l’intérieur et Société suisse d’odonto-stomatologie  
  Diploma di ortodontista Dipartimento federale dell’interno e Società Svizzera di Odontologia e Stomatologia  
Mondchirurgie
Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Referentiedatum
Zwitserland Diplom für Oralchirurgie Eidgenössisches Departement des Innern und Schweizerische Zahnärzte-Gesellschaft 30 april 2004”
  Diplôme fédéral de chirurgie orale Département fédéral de l’intérieur et Société suisse d’odonto-stomatologie  
  Diploma di chirurgia orale Dipartimento federale dell’interno e Società Svizzera di Odontologia e Stomatologia  
l. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.4.2 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Certificaat bij de opleidingstitel Referentiedatum
Zwitserland Eidgenössisches Tierarztdiplom Eidgenössisches Departement des Innern   1 juni 2002”
  Diplôme fédéral de vétérinaire Département fédéral de l’intérieur    
  Diploma federale di veterinario Dipartimento federale dell’interno    
m. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.5.2 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Beroepstitel Referentiedatum
Zwitserland Diplomierte Hebamme Schulen, die staatlich anerkannte Bildungsgänge durchführen Hebamme 1 juni 2002”
  Sage-femme diplômée Ecoles qui proposent des filières de formation reconnues par l’État Sage-femme  
  Levatrice diplomata Scuole che propongono dei cicli di formazione riconosciuti dallo Stato Levatrice  
n. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.6.2 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Certificaat bij de opleidingstitel Referentiedatum
Zwitserland Eidgenössisches Apothekerdiplom Eidgenössisches Departement des Innern   1 juni 2002”
  Diplôme fédéral de pharmacien Département fédéral de l’intérieur    
  Diploma federale di farmacista Dipartimento federale dell’interno    
o. De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 5.7.1 van bijlage V bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Uitreikende instelling Certificaat bij de opleidingstitel Referentie academiejaar
Zwitserland Diploma di architettura (Arch. Dipl. USI) Accademia di Architettura dell’Università della Svizzera Italiana   1996-1997
  Master of Arts BFH/HES- SO en architecture, Master BFH/HES-SO in architectuur Haute école spécialisée de Suisse occidentale (HES-SO) tezamen met Berner Fachhochschule (BFH) 2007-2008
  Master of Arts BFH/HES-SO in Architektur, Master BFH/HES-SO in architectuur Haute école spécialisée de Suisse occidentale (HES-SO) tezamen met Berner Fachhochschule (BFH)   2007-2008
  Master of Arts FHNW in Architektur Fachhochschule Nordwestschweiz FHNW 2007-2008
  Master of Arts FHZ in Architektur Fachhochschule Zentralschweiz (FHZ) 2007-2008
  Master of Arts ZFH in Architektur Zürcher Fachhochschule (ZFH), Zürcher Hochschule für Angewandte Wissenschaften (ZHAW), Departement Architektur, Gestaltung und Bauingenieurwesen 2007-2008
  Master of Science MSc in Architecture, Architecte (arch. dipl. EPF) Ecole Polytechnique Fédérale de Lausanne   2007-2008
  Master of Science ETH in Architektur, MSc ETH Arch Eidgenössische Technische Hochschule Zurich   2007-2008”
p. De volgende tekst wordt toegevoegd aan bijlage VI bij de richtlijn:
„Land Opleidingstitel Referentie academiejaar
Zwitserland 1. Dipl. Arch. ETH, arch. dipl. EPF, arch. dipl. PF 2004-2005
  2. Architecte diplômé EAUG 2004-2005
  3. Architekt REG A Architecte REG A Architetto REG A 2004-2005”.
2
a. 377 L 0249: Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PB L 78 van 26.3.1977, blz. 17),
gewijzigd bij:
1 79 H: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB L 291 van 19.11.1979, blz. 91),
1 85 I: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 160),
Besluit van de Raad van de Europese Unie 95/1/EG, Euratom, EGKS, van 1 januari 1995 houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie (PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1),
1 2003 T: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en de aanpassing van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33),
Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 141).
b. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt de richtlijn als volgt aangepast:
1) Aan artikel 1, lid 2, wordt de volgende tekst toegevoegd:
„Zwitserland:
Advokat, Rechtsanwalt, Anwalt, Fürsprecher, Fürsprech
Avocat
Avvocato.”.
2) Artikel 8 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 77/249/EEG.
3
a. 398 L 0005: Richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PB L 77 van 14.3.1998, blz. 36),
gewijzigd bij:
1 2003 T: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en de aanpassing van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33),
Richtlijn 2006/100/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vrije verkeer van personen, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 141).
b. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt de richtlijn als volgt aangepast:
1) Aan artikel 1, lid 2, onder a), wordt de volgende tekst toegevoegd:
„Zwitserland:
Advokat, Rechtsanwalt, Anwalt, Fürsprecher, Fürsprech
Avocat
Avvocato.”.
2) De artikelen 16 en 17 zijn niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 98/5/EG.
3) Artikel 14 wordt als volgt uitgevoerd:
De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de bevoegde autoriteiten die door Zwitserland worden aangewezen, zodra Zwitserland de Commissie en het Gemengd Comité daarover geïnformeerd heeft.
4
a. 374 L 0556: Richtlijn 74/556/EEG van de Raad van 4 juni 1974 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de werkzaamheden welke ressorteren onder de handel in en de distributie van giftige producten en de werkzaamheden die het beroepsmatig gebruik van die producten meebrengen met inbegrip van de werkzaamheden van tussenpersonen (PB L 307 van 18.11.1974, blz. 1).
b. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt Richtlijn 74/556/EEG als volgt aangepast:
1) Artikel 4, lid 3, wordt als volgt uitgevoerd:
De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de bevoegde autoriteiten die door Zwitserland worden aangewezen, zodra Zwitserland de Commissie en het Gemengd Comité daarover geïnformeerd heeft.
2) Artikel 7 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 74/556/EEG.
5
a. 374 L 0557: Richtlijn 74/557/EEG van de Raad van 4 juni 1974 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden en voor de werkzaamheden van tussenpersonen welke onder de handel in en de distributie van giftige producten ressorteren (PB L 307 van 18.11.1974, blz. 5),
gewijzigd bij:
Besluit van de Raad van de Europese Unie 95/1/EG, Euratom, EGKS, van 1 januari 1995 houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie (PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1),
1 2003 T: Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en de aanpassing van de Verdragen waarop de Unie is gegrondvest (PB L 236 van 23.9.2003, blz. 33),
Richtlijn 2006/101/EG van de Raad van 20 november 2006 tot aanpassing van de Richtlijnen 73/239/EEG, 74/557/EEG en 2002/83/EG op het gebied van het vrij verrichten van diensten, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 238).
b. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt Richtlijn 74/557/EEG als volgt aangepast:
1) in Zwitserland:
Alle producten en giftige stoffen als bedoeld in de Wet giftige stoffen (geclassificeerde compilatie van federale wetgeving (CC 813.1), en met name de in de daarbij horende ordonnanties genoemde (CC 813) producten en giftige stoffen, alsook de giftige stoffen voor het milieu (CC 814 812.31, 814 812.32 en 814 812.33)
2) Artikel 7, lid 5, wordt als volgt uitgevoerd:
De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de bevoegde autoriteiten die door Zwitserland worden aangewezen, zodra Zwitserland de Commissie en het Gemengd Comité daarover geïnformeerd heeft.
3) Artikel 8 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 74/557/EEG.
6
a. 386 L 0653: Richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (PB L 382 van 31.12.1986, blz. 17).
b. Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt Richtlijn 86/653/EEG als volgt aangepast:
Artikel 22 is niet van toepassing. De Zwitserse coördinator die door Zwitserland overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2005/36/EG is aangewezen, informeert echter de Commissie en het Gemengd Comité van de wetgeving die wordt vastgesteld op basis van Richtlijn 86/653/EEG.
DEEL B. HANDELINGEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA NEMEN [Wordt voorlopig toegepast per 01-11-2011] De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de inhoud van het volgende besluit:
7. 389 X 0601: Aanbeveling van de Commissie 89/601/EEG van 8 november 1989 betreffende de opleiding van gezondheidswerkers op kankergebied (PB L 346 van 27.11.1989, blz. 1).
1.
Ten aanzien van de werkloosheidsverzekering van werknemers in loondienst die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor minder dan een jaar, is de volgende regeling van toepassing:
1.1 Alleen de werknemers die in Zwitserland premies hebben betaald gedurende de minimumperiode als voorgeschreven door de federale wet inzake de verplichte werkloosheidsverzekering en de vergoeding in geval van insolvabiliteit (LACI) 1)[16] en die voldoen aan de overige voorwaarden om aanspraak te maken op een werkloosheidsuitkering, hebben recht op de uitkeringen van de werkloosheidsverzekering onder de in de wet vastgestelde voorwaarden.
1.2 Een gedeelte van het product van de ontvangen premies voor de werknemers die gedurende een te korte periode premies hebben betaald om in Zwitserland overeenkomstig punt 1.1 recht te hebben op een werkloosheidsuitkering, wordt overeenkomstig het bepaalde in punt 1.3 aan hun landen van herkomst terugbetaald als bijdrage in de kosten van de uitkeringen aan deze werknemers bij volledige werkloosheid; deze werknemers hebben bijgevolg geen recht op de uitkeringen van de werkloosheidsverzekering bij volledige werkloosheid in Zwitserland. Zij hebben echter recht op de vergoedingen bij weerverlet en insolvabiliteit van de werkgever. De uitkeringen bij volledige werkloosheid worden door het land van herkomst uitbetaald op voorwaarde dat de werknemers zich ter beschikking van de diensten voor arbeidsvoorziening stellen. De in Zwitserland vervulde tijdvakken van verzekering worden in aanmerking genomen alsof zij in het land van herkomst waren vervuld.
1.3 Het gedeelte van de voor de werknemers volgens punt 1.2 ontvangen premies wordt jaarlijks terugbetaald overeenkomstig de onderstaande bepalingen.
a. a. Het product van de premies van deze werknemers wordt per land berekend op grond van het jaarlijkse aantal tewerkgesteldewerknemers en het gemiddelde van de voor elke werknemer betaalde jaarlijkse premies (werkgevers- en werknemerspremies).
b. b. Van het aldus berekende bedrag zal een met het percentage van de werkloosheidsuitkeringen ten opzichte van alle andere soorten uitkeringen, als vermeld in punt 1.2, overeenkomend gedeelte worden terugbetaald aan de landen van herkomst van de werknemers en voor Zwitserland zal een reserve voor latere uitkeringen worden aangelegd 1)[17] .
c. c. Zwitserland verstrekt elk jaar een afrekening van de terugbetaalde premies. Zij zal aan de landen van herkomst, als deze daarom verzoeken, de berekeningsbases en het bedrag van de terugbetalingen meedelen. De landen van herkomst delen jaarlijks aan Zwitserland het aantal personen mee, die in aanmerking komen voor werkloosheidsuitkeringen volgens punt 1.2.
2.
De terugbetaling van de door de grensarbeiders aan de Zwitserse werkloosheidsverzekering afgedragen premies, zoals geregeld in de respectieve bilaterale overeenkomsten, blijft van toepassing.
3.
Het stelsel volgens de punten 1.1 tot 1.4 is van toepassing voor een periode van 7 jaar vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst. Mochten er zich na afloop van de periode van 7 jaar voor een lidstaat moeilijkheden met het einde van het terugbetalingsstelsel of voor Zwitserland met het samentellingssysteem voordoen, dan kan door een van de overeenkomstsluitende partijen het gemengd comité worden ingeschakeld.
Uitkeringen voor gehandicapten
De uitkeringen voor gehandicapten van de federale wet inzake de ouderdoms- en nabestaandenverzekering en de federale wet inzake de invaliditeitsverzekering zullen bij besluit van het gemengd comité in de tekst van bijlage II bij de Overeenkomst betreffende het vrije verkeer van personen en in bijlage II bis van Verordening nr. 1408/71 worden opgenomen na de inwerkingtreding van de herziening van deze wetten die bepaalt dat deze uitkeringen uitsluitend door de overheid worden gefinancierd.
Beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen
Niettegenstaande artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 zal de vertrekuitkering, als bedoeld in de federale wet van 17 december1993 inzake de vrije overgang in de beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen, worden uitbetaald op verzoek van een werknemer of een zelfstandige die voornemens is Zwitserland definitief te verlaten en die niet meer onderworpen zal zijn aan de Zwitserse wetgeving overeenkomstig de bepalingen van Titel II van de verordening, op voorwaarde dat deze persoon Zwitserland verlaat binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
De gevolmachtigden van:
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Portugese Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
en
van de Europese Gemeenschap, enerzijds,
en
van de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds,
bijeengekomen te Luxemburg, op 21.06.1999, voor de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen die aan deze slotakte zijn gehecht:
Gemeenschappelijke verklaring over een algemene liberalisering van de dienstverlening,
Gemeenschappelijke verklaring over de pensioenen van gepensioneerde ambtenaren van de instellingen van de Europese Gemeenschap die in Zwitserland verblijven,
Gemeenschappelijke verklaring over de toepassing van de overeenkomst,
Gemeenschappelijke verklaring over de toekomstige verdere onderhandelingen.
Zij hebben tevens akte genomen van de onderstaande verklaringen die aan deze slotakte zijn gehecht.
Verklaring van Zwitserland over de verlenging van de overeenkomst,
Verklaring van Zwitserland over het migratie- en asielbeleid,
Verklaring van Zwitserland over de erkenning van architectendiploma's,
Verklaring van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten over de artikelen 1 en 17 van Bijlage I,
Verklaring over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies.
De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe zo spoedig mogelijk onderhandelingen te openen over een algemene liberalisering van de dienstverlening op basis van het acquis communautaire.
De Commissie van de Europese Gemeenschappen en Zwitserland verbinden zich ertoe een adequate oplossing te zoeken voor het probleem van de dubbele belastingheffing van de pensioenen van gepensioneerde ambtenaren van de Instellingen van de Europese Gemeenschappen die in Zwitserland verblijven.
De overeenkomstsluitende partijen nemen de nodige maatregelen teneinde het acquis communautaire toe te passen op onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij overeenkomstig de tussen hen gesloten overeenkomst.
De Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat verklaren voornemens te zijn onderhandelingen te openen over sluiting van overeenkomsten betreffende onderwerpen van gemeenschappelijk belang, zoals de herziening van Protocol nr. 2 bij de vrijhandelsovereenkomst van 1972 en de deelname van Zwitserland aan bepaalde communautaire programma's op het gebied van opleidingen, jeugdzaken, media, statistiek en milieu. De voorbereidingen voor die onderhandelingen moeten binnen korte tijd na de afronding van de thans lopende bilaterale onderhandelingen beginnen.
Zwitserland verklaart dat het in de loop van het zevende jaar van de toepassing van de Overeenkomst volgens zijn interne procedures zijn standpunt over de verlenging daarvan zal bepalen.
Zwitserland bevestigt zijn wil om de samenwerking met de EU en haar lidstaten op het gebied van het migratie- en asielbeleid te versterken. Met het oog daarop is Zwitserland bereid deel te nemen aan een coördinatiesysteem van de EU inzake asielaanvragen en stelt het voor onderhandelingen aan te gaan om te komen tot de sluiting van een nevenovereenkomst bij de Overeenkomst van Dublin (Overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend, op 15 juni 1990 te Dublin ondertekend).
Zwitserland zal het gemengd comité van de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen, zodra het is ingesteld, voorstellen om in bijlage III van de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen de architectendiploma's van de Zwitserse gespecialiseerde hogescholen op te nemen overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 85/384/EEG van 10 juni 1986.
De Europese Gemeenschap en haar lidstaten verklaren dat de artikelen 1 en 17 van bijlage I bij de Overeenkomst geen afbreuk doen aan de communautaire wetgeving betreffende de voorwaarden voor de uitzending in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening van werknemers die onderdaan zijn van een derde land.
De Raad komt overeen dat de vertegenwoordigers van Zwitserland, als waarnemers en voor de punten die hen betreffen, de vergaderingen van de volgende comités, commissies en groepen van deskundigen bijwonen:
- comités en commissies voor onderzoeksprogramma's, waaronder het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (CREST);
- Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers;
- coördinatiegroep voor de wederzijdse erkenning van diploma's van het hoger onderwijs;
- raadgevende comités voor de luchtvaart en voor de toepassing van de mededingingsvoorschriften in het luchtvervoer.
De stemming in deze commissies en comités wordt door de vertegenwoordigers van Zwitserland niet bijgewoond.
In het geval van andere commissies en comités die onderwerpen behandelen waarop deze Overeenkomsten van toepassing zijn en op welk gebied Zwitserland ofwel de communautaire wetgeving heeft overgenomen of gelijkwaardige wetgeving toepast, raadpleegt de Commissie de deskundigen van Zwitserland overeenkomstig het bepaalde in artikel 100 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. ^ [1]
NACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 29/2002 van de Commissie van 19 december 2001 (PB L 6 van 10.1.2002, blz. 3). ^ [2]
Werknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 bis vermelde contigenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. ^ [3]
NACE: Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad van 9 oktober 1990 betreffende de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (PB L 293 van 24.10.1990, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1). ^ [4]
Werknemers kunnen verzoeken om verblijfsvergunningen met een korte geldigheidsduur in het kader van de in lid 3 ter vermelde contingenten, zelfs voor een periode van minder dan vier maanden. ^ [5]
Deze vergunningen worden verleend naast de in artikel 10 van de Overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de Overeenkomst (21 juni 1999) of onderdaan zijn van de Republiek Cyprus en de Republiek Malta. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten inzake de uitwisseling van stagiairs. ^ [6]
Deze vergunningen worden verleend naast het in artikel 10 van de Overeenkomst vermelde contingenten, die zijn gereserveerd voor werknemers in loondienst en zelfstandigen die onderdaan zijn van de lidstaten op het moment van de ondertekening van de Overeenkomst (21 juni 1999) en van de lidstaten die door het Protocol van 2004 overeenkomstsluitende partij werden bij deze Overeenkomst. Deze vergunningen worden ook verstrekt naast de vergunningen die worden verleend in het kader van bestaande bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de nieuwe lidstaten inzake de uitwisseling van stagiairs. ^ [7]
Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. ^ [8]
Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. ^ [9]
Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. ^ [10]
Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. ^ [11]
Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. ^ [12]
Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst. ^ [13]
In Zwitserland dient de dekking van een ziektekostenverzekering voor personen die daar niet hun woonplaats vestigen ook verstrekkingen in natura bij ongevallen en moederschap te omvatten. ^ [14]
Zij zijn niet onderworpen aan de voorrang voor binnenlandse werknemers of de controle op de eerbiediging van de salariërings- en arbeidsvoorwaarden in de betrokken branche en op de betrokken plaats. ^ [15]
NB: De verworvenheden zoals op het tijdstip van ondertekening van deze Overeenkomst door de lidstaten van de Europese Gemeenschap binnen de Europese Gemeenschap toegepast:
De beginselen van samenstelling van de rechten op werkloosheidsuitkeringen en van hun verwerkelijking in het laatste land van arbeid zijn van toepassing ongeacht de duur van het dienstverband.
Personen die minder dan een jaar op het grondgebied van een lidstaat hebben gewerkt, mogen daar na beëindiging van hun dienstverband verblijven om werk te zoeken gedurende een redelijke termijn, die zes maanden kan bedragen en gedurende welke zij kennis kunnen nemen van de bij hun beroepskwalificaties aansluitende vacatures en in voorkomend geval de nodige maatregelen kunnen nemen om in dienst te worden genomen. Zij mogen er na beëindiging van hun dienstverband ook verblijven indien zij voor zichzelf en voor hun gezinsleden beschikken over toereikende financiële middelen zodat zij tijdens hun verblijf geen beroep hoeven te doen op sociale bijstand, en indien zij in het bezit zijn van een ziekteverzekering die alle risico's dekt. De werkloosheidsuitkeringen waarop zij overeenkomstig de bepalingen van de nationale wetgeving recht hebben, eventueel aangevuld door de samentellingsregels, moeten worden beschouwd als financiële middelen in die zin. Worden als toereikend beschouwd de noodzakelijke financiële middelen die uitgaan boven het bedrag waaronder nationale onderdanen, rekening houdend met hun persoonlijke situatie en eventueel met die van hun gezinsleden, aanspraak kunnen maken op bijstandsuitkeringen. Wanneer deze voorwaarde niet van toepassing is, worden de financiële middelen van de aanvrager als toereikend beschouwd wanneer zij meer bedragen dan het door het gastland uitgekeerde minimumpensioen van de sociale zekerheid.
Seizoenarbeiders kunnen hun rechten op een werkloosheidsuitkering doen gelden in het laatste land van arbeid, ongeacht het tijdstip waarop het seizoen afloopt. Zij mogen er na beëindiging van hun dienstverband verblijven, mits zij voldoen aan de in de vorige alinea beschreven voorwaarden. Indien zij zich in het land van de woonplaats ter beschikking houden voor werk, genieten zij de werkloosheidsuitkeringen in dit land overeenkomstig het bepaalde in artikel 71 van Verordening 1408/71 .
Grensarbeiders kunnen zich ter beschikking van de arbeidsmarkt houden in het land van de woonplaats of in het laatste land van arbeid, indien zij daar zodanige persoonlijke en professionele banden hebben bewaard dat zij daar de beste kans hebben opnieuw werk te vinden. Zij verwerkelijken hun rechten op een werkloosheidsuitkering in het land waar zij zich ter beschikking van de arbeidsmarkt houden. ^ [16]
Thans 6 maanden, 12 maanden bij herhaalde werkloosheid. ^ [17]
Terugbetaalde premies voor de werknemers die hun recht op een werkloosheidsuitkering in Zwitserland zullen uitoefenen na premies te hebben betaald gedurende ten minste zes maanden – tijdens verscheidene verblijven – over een periode van twee jaar.
Inhoudsopgave
+ TITEL I. BASISBEPALINGEN
+ TITEL II. ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
+ TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
+ TITEL II. WERKNEMERS IN LOONDIENST
+ TITEL III. ZELFSTANDIGEN
+ TITEL IV. VERLENEN VAN DIENSTEN
+ TITEL V. PERSONEN DIE GEEN ECONOMISCHE ACTIVITEIT UITOEFENEN
+ TITEL VI. VERWERVING VAN ONROEREND GOED
+ TITEL VII. OVERGANGSBEPALINGEN EN ONTWIKKELING VAN DE OVEREENKOMST
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER EEN ALGEMENE LIBERALISERING VAN DE DIENSTVERLENING
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER DE PENSIOENEN VAN GEPENSIONEERDE AMBTENAREN VAN DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN DIE IN ZWITSERLAND VERBLIJVEN
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER DE TOEPASSING VAN DE OVEREENKOMST
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER TOEKOMSTIGE VERDERE ONDERHANDELINGEN
VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER DE VERLENGING VAN DE OVEREENKOMST
VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER HET MIGRATIE- EN ASIELBELEID
VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER DE ERKENNING VAN ARCHITECTENDIPLOMA'S
VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN HAAR LIDSTATEN OVER DE ARTIKELEN 1 EN 17 VAN BIJLAGE I
VERKLARING OVER HET BIJWONEN DOOR ZWITSERLAND VAN VERGADERINGEN VAN COMITÉS EN COMMISSIES
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht