Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, enerzijds, en het Koninkrijk Noorwegen, anderzijds
(authentiek: nl)
Het Koninkrijk België,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Franse Republiek,
Ierland,
de Italiaanse Republiek,
het Groothertogdom Luxemburg,
het Koninkrijk der Nederlanden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,
enerzijds,
en het Koninkrijk Noorwegen,
anderzijds,
Overwegende dat de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen een overeenkomst sluiten betreffende de sectoren die onder deze Gemeenschap ressorteren,
Dezelfde doeleinden nastrevende en geleid door de wens voor de sector die onder de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ressorteert soortgelijke oplossingen te vinden,
Hebben besloten, ter verwezenlijking van deze doeleinden en overwegende dat geen der bepalingen van deze overeenkomst zodanig kan worden uitgelegd dat de Partijen bij de overeenkomst daardoor worden ontslagen van de krachtens andere internationale overeenkomsten op hen rustende verplichtingen, deze overeenkomst te sluiten:
Artikel 1
Deze overeenkomst is van toepassing op de in de bijlage genoemde produkten die onder de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ressorteren en van oorsprong zijn uit deze Gemeenschap of uit het Koninkrijk Noorwegen.
1.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe invoerrechten ingesteld.
2.
De invoerrechten worden geleidelijk afgeschaft en wel in het volgende tempo:
- op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80% van het basisrecht;
- de andere vier verlagingen, telkens met 20%, vinden plaats op:
1 januari 1974
1 januari 1975
1 januari 1976
1 juli 1977.
1.
De bepalingen die betrekking hebben op de geleidelijke afschaffing van de invoerrechten zijn ook van toepassing op fiscale douanerechten.
De Partijen bij de overeenkomst kunnen een fiscaal douanerecht of het fiscale element van een douanerecht vervangen door een binnenlandse belasting.
2.
Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk kunnen tot 1 januari 1976 een fiscaal douanerecht of het fiscale element van een douanerecht handhaven in geval van toepassing van artikel 38 van de „Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen”.
1.
Voor elk produkt is het basisrecht waarop de in artikel 2 en in het protocol bedoelde achtereenvolgende verlagingen moeten worden toegepast, het recht dat op 1 januari 1972 werkelijk werd toegepast.
2.
De verlaagde rechten, berekend overeenkomstig artikel 2 en het protocol, worden toegepast met afronding op de eerste decimaal.
Behoudens de uitvoering, door de Gemeenschap te geven aan artikel 39, lid 5, van de „Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen”, worden, wat de specifieke rechten of het specifieke deel van de gemengde rechten van het Ierse douanetarief betreft, artikel 2 en het protocol toegepast met afronding op de vierde decimaal.
1.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe heffingen van gelijke werking als invoerrechten ingesteld.
2.
De heffingen van gelijke werking als invoerrechten die in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen vanaf 1 januari 1972 zijn ingesteld, worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.
Elke heffing van gelijke werking als een invoerrecht, die op 31 december 1972 hoger is dan die welke op 1 januari 1972 werkelijk werd toegepast, wordt bij de inwerkingtreding van de overeenkomst tot de hoogte van laatstgenoemde heffing teruggebracht.
3.
Heffingen van gelijke werking als invoerrechten worden geleidelijk afgeschaft, en wel in het volgende tempo:
- elke heffing wordt uiterlijk 1 januari 1974 verlaagd tot 60% van die welke op 1 januari 1972 werd toegepast;
- de andere drie verlagingen, telkens met 20%, vinden plaats op:
1 januari 1975
1 januari 1976
1 juli 1977.
Artikel 6
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen uitvoerrechten noch heffingen van gelijke werking ingesteld.
De uitvoerrechten en heffingen van gelijke werking worden uiterlijk 1 januari 1974 afgeschaft.
Artikel 7
In het protocol zijn de tariefregeling en de regels voor bepaalde produkten vastgesteld.
Artikel 8
De bepalingen waarin de oorsprongregels zijn vastgesteld voor de toepassing van de heden ondertekende overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen zijn eveneens van toepassing op de onderhavige overeenkomst.
Artikel 9
Een Partij bij de overeenkomst die overweegt, het werkelijke niveau van haar douanerechten of heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op derde landen waarvoor de clausule van de meest begunstigde natie geldt, te verlagen, of de toepassing daarvan te schorsen, stelt het Gemengd Comité, zo mogelijk, van deze verlaging of schorsing ten minste dertig dagen vóór de inwerkingtreding daarvan in kennis. Zij neemt nota van alle opmerkingen van de andere Partij met betrekking tot de distorsies die daaruit zouden kunnen voortvloeien.
1.
In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen noch maatregelen van gelijke werking ingesteld.
2.
De kwantitatieve invoerbeperkingen worden op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, en de maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen uiterlijk 1 januari 1975 afgeschaft.
Artikel 11
Vanaf 1 juli 1977 mag voor produkten van oorsprong uit Noorwegen bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger behandeling gelden dan die tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap onderling.
Artikel 12
De overeenkomst brengt geen wijziging in de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, noch in de algemene en bijzondere bevoegdheden die uit dit Verdrag voortvloeien.
Artikel 13
De overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of instelling van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, voor zover die niet ten gevolge hebben dat de in de overeenkomst vastgestelde regeling voor het handelsverkeer, inzonderheid de bepalingen betreffende de regels van oorsprong, wordt gewijzigd.
Artikel 14
De Partijen bij de overeenkomst onthouden zich van iedere maatregel of gedraging van intern fiscale aard die al dan niet rechtstreeks leidt tot discriminatie tussen de produkten van een Partij bij de overeenkomst en de gelijksoortige produkten van oorsprong uit de andere Partij.
Voor produkten die naar het grondgebied van een van de Partijen bij de overeenkomst worden uitgevoerd, mag geen hogere teruggave van binnenlandse belastingen plaatsvinden dan de direct of indirect daarop geheven belastingen.
Artikel 15
Betalingen die betrekking hebben op het goederenverkeer, alsmede de overmaking van de desbetreffende bedragen naar de Lid-Staat van de Gemeenschap waar de schuldeiser is gevestigd, dan wel naar Noorwegen, zijn aan geen enkele beperking onderworpen.
De Partijen bij de overeenkomst passen geen deviezenbeperkingen of administratieve beperkingen toe aangaande de verlening, de terugbetaling en de aanvaarding van kredieten op korte en middellange termijn, die verband houden met handelstransacties waarbij een ingezetene betrokken is.
Artikel 16
De overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen van invoer, uitvoer of doorvoer, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, van de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch bezit of uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen bij de overeenkomst vormen.
Artikel 17
Geen enkele bepaling van de overeenkomst belet een Partij bij de overeenkomst maatregelen te treffen:
a. die zij nodig acht ter voorkoming van verspreiding van inlichtingen die indruist tegen de essentiële belangen op het gebied van haar veiligheid;
b. die betrekking hebben op de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal, of op het onderzoek, de ontwikkeling of de produktie die onontbeerlijk zijn voor defensieve doeleinden, mits deze maatregelen de mededingingsvoorwaarden met betrekking tot produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden zijn bestemd, niet nadelig beïnvloeden;
c. die zij van essentieel belang acht voor haar veiligheid in oorlogstijd of bij ernstige internationale spanningen.
1.
De Partijen bij de overeenkomst treffen geen maatregelen die de verwezenlijking van de doeleinden van de overeenkomst in gevaar kunnen brengen.
2.
Zij treffen alle algemene of bijzondere maatregelen waarmee de nakoming van de verplichtingen van de overeenkomst kan worden gewaarborgd.
Indien een Partij bij de overeenkomst van mening is dat de andere Partij een verplichting van de overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
1.
Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voor zover daardoor het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Noorwegen kan worden beïnvloed:
i) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feijke gedragingen welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging met betrekking tot de produktie en het goederenverkeer wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
ii) het misbruik maken door een of meer ondernemingen van een machtspositie op het geheel van de grondgebieden van de Partijen bij de overeenkomst of op een wezenlijk deel daarvan;
iii) alle steunmaatregelen van de overheid die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalsen of dreigen te vervalsen.
2.
Indien een Partij bij de overeenkomst van mening is dat een bepaalde gedraging onverenigbaar is met dit artikel, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
1.
De Gemeenschap breidt voor de produkten van hoofdstuk 73 van de Naamlijst van Brussel die onder de overeenkomst vallen de toepassing van artikel 60 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van de door haar ter uitvoering daarvan genomen besluiten uit tot verkoop door de onder haar jurisdictie vallende ondernemingen naar het Noorse grondgebied en draagt daartoe zorg voor een voldoende doorzichtigheid van de vervoerprijzen voor leveringen naar het Noorse grondgebied.
2.
Inzake prijzen waarborgt Noorwegen wat betreft de leveringen van onder de overeenkomst vallende produkten van hoofdstuk 73 van de Naamlijst van Brussel op het Noorse grondgebied en naar de Gemeenschappelijke Markt door de aan zijn jurisdictie onderworpen ondernemingen:
- de naleving van het verbod van oneerlijke concurrentie;
- de naleving van het non-discriminatiebeginsel,
- de bekendmaking van de prijzen vanaf het gekozen pariteitspunt en van de verkoopvoorwaarden,
- de naleving van de aanpassingsregels,
en draagt hiertoe zorg voor een voldoende doorzichtigheid van de vervoerprijzen.
Noorwegen neemt de maatregelen die nodig zijn om voortdurend dezelfde resultaten te bereiken als die welke worden verkregen met de uitvoeringsbesluiten die de Gemeenschap ter zake vaststelt.
Met betrekking tot leveringen naar de Gemeenschappelijke Markt waarborgt Noorwegen tevens de naleving van de besluiten van de Gemeenschap waarin de aanpassing aan aanbiedingen uit bepaalde derde landen wordt verboden, rekening houdend met de overgangsbepalingen betreffende de toetreding van Denemarken tot de Gemeenschap.
Met betrekking tot de leveringen naar de Ierse markt waarborgt Noorwegen bovendien de naleving van de overgangsbepalingen waarin de toetreding van Ierland tot de Gemeenschap wordt geregeld en de mogelijkheden tot aanpassing aan deze markt worden beperkt.
De Gemeenschap heeft Noorwegen in kennis gesteld van de lijst van de ter uitvoering van artikel 60 genomen besluiten, van de besluiten ad hoc betreffende het aanpassingsverbod, alsmede van de overgangsbepalingen betreffende de Deense en de Ierse markt. Zij zal tevens kennis geven van alle eventuele wijzigingen van bovengenoemde besluiten, onmiddellijk nadat deze wijzigingen zijn aangenomen.
3.
a) Voor wat punt c) van lid 2 betreft kan Noorwegen, voor de leveringen op het Noorse grondgebied, de onder zijn jurisdictie vallende ijzer- en staalbedrijven machtigen prijzen franco-bestemming toe te passen, zonder dat daarbij met het gekozen pariteitspunt rekening wordt gehouden. Noorwegen waarborgt in dat geval dat de verkoopprijzen per bestemming en de verkoopwaarden door die bedrijven worden bekendgemaakt.
b) In verband met de naleving van het in punt b) van lid 2 genoemde non-discriminatiebeginsel moeten de prijzen franco-bestemming in overeenstemming zijn met de prijzen vanaf het pariteitspunt dat is gekozen voor de leveringen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
4.
Indien de aanbiedingen van Noorse ondernemingen aan de goede werking van de markt van de Gemeenschap schade berokkenen, of daarvoor gevaar bestaat, of indien de aanbiedingen van onder de Gemeenschap ressorterende ondernemingen aan de goede werking van de Noorse markt schade berokkenen, of daarvoor gevaar bestaat, en indien deze schade te wijten is aan verschillen in toepassing van de op grond van de leden 1, 2 en 3 vastgestelde regels, of aan schending van deze regels door de betrokken ondernemingen, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24 de vereiste maatregelen treffen.
Artikel 21
Wanneer de toename van de invoer van een bepaald produkt ernstig nadeel berokkent of dreigt te berokkenen aan een op het grondgebied van een der Partijen bij de overeenkomst uitgeoefende produktieve bedrijvigheid, en indien deze toename te wijten is aan
- de in de overeenkomst bedoelde gedeeltelijke of algehele verlaging van de douanerechten en heffingen van gelijke werking op dit produkt, in de invoerende Partij bij de overeenkomst,
- en het feit dat de rechten en heffingen van gelijke werking die door de uitvoerende Partij bij de overeenkomst worden geheven bij invoer van grondstoffen of halffabrikaten die voor de vervaardiging van het betrokken produkt worden gebruikt, aanzienlijk lager zijn dan de door de invoerende Partij geheven overeenkomstige rechten en belastingen,
kan de betrokken Partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
Artikel 22
Indien een der Partijen bij de overeenkomst vaststelt dat in haar betrekkingen met de andere Partij dumping wordt toegepast, kan zij, overeenkomstig de overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
Artikel 23
In geval van ernstige verstoringen in een sector van het bedrijfsleven of van moeilijkheden die tot uiting kunnen komen in een ernstige verslechtering van de economische situatie in een gebied, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 24.
1.
Indien een Partij bij de overeenkomst de invoer van produkten die de in de artikelen 21 en 23 bedoelde moeilijkheden kan veroorzaken, aan een administratieve procedure onderwerpt die ten doel heeft snel inlichtingen omtrent de ontwikkeling van de handelsstromen te verstrekken, stelt zij de andere Partij hiervan in kennis.
2.
In de gevallen, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 23, verstrekt de betrokken Partij bij de overeenkomst, alvorens de daarin vermelde maatregelen te nemen, Of zo spoedig mogelijk in de gevallen zoals bedoeld in lid 3, sub e), aan het Gemengd Comité alle nodige gegevens voor een diepgaand onderzoek van de situatie, ten einde een voor de Partijen bij de overeenkomst aanvaardbare oplossing te zoeken.
Bij voorrang dienen maatregelen te worden gekozen die de werking van de overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren.
De vrijwaringsmaatregelen worden onverwijld ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat hierover periodiek overleg pleegt, vooral met het oog op de opheffing daarvan zodra de omstandigheden zulks toelaten.
3.
Voor de tenuitvoerlegging van lid 2 zijn de onderstaande bepalingen van toepassing:
a) Wat betreft artikel 19 kan elke Partij bij de overeenkomst zich wenden tot het Gemengd Comité, indien zij van mening is dat een bepaalde gedraging onverenigbaar is met de goede werking van de overeenkomst in de zin van artikel 19, lid 1.
De Partijen bij de overeenkomst brengen alle dienstige inlichtingen ter kennis van het Gemengd Comité en verlenen dit Comité de noodzakelijke bijstand met het oog op de bestudering van het dossier en eventueel de opheffing van de aangevochten gedraging.
Indien de betrokken Partij bij de overeenkomst binnen de in het Gemengd Comité vastgestelde termijn geen einde heeft gemaakt aan de aangevochten gedragingen, of indien in dit Comité binnen drie maanden vanaf de dag waarop het op de hoogte is gesteld geen overeenstemming wordt bereikt, kan de betrokken Partij de vrijwaringsmaatregelen nemen die zij noodzakelijk acht om de door de bedoelde gedragingen ontstane ernstige moeilijkheden te verhelpen, en met name tot intrekking van tariefconcessies overgaan.
b) Met betrekking tot artikel 20 brengen de Partijen bij de overeenkomst alle dienstige inlichtingen ter kennis van het Gemengd Comité en verlenen dit Comité de noodzakelijke bijstand met het oog op de bestudering van het dossier, en eventueel een passende sanctie op de betrokken gedraging.
Wanneer in het Gemengd Comité geen overeenstemming wordt bereikt of, al naar het geval, wanneer tegen de in gebreke gebleven onderneming geen bevredigende sanctie wordt getroffen, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst de maatregelen treffen die zij nodig acht ter ondervanging van de door de verschillen in toepassing of door de schending van de regels veroorzaakte moeilijkheden en van de risico's van distorsie van de mededinging. Deze maatregelen kunnen met name bestaan uit intrekking van tariefconcessies en het verlenen aan de betrokken ondernemingen van ontheffing van de verplichting tot naleving van de prijsvoorschriften bij hun transacties op de markt van de andere Partij.
De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat daarover periodiek overleg pleegt, met name met het oog op de opheffing ervan zodra de omstandigheden zulks toelaten.
In dringende gevallen kan de betrokken Partij bij de overeenkomst de andere Partij rechtstreeks verzoeken om:
- onmiddellijk een einde te maken aan de aangevochten gedraging,
- een procedure voor het treffen van sancties tegen de in gebreke gebleven onderneming in te leiden.
Indien de betrokken Partij bij de overeenkomst de zaak niet tot haar voldoening geregeld acht, legt zij de in het Gemengd Comité vastgestelde procedure ten uitvoer.
c) Wat betreft artikel 21 worden de moeilijkheden die worden veroorzaakt door de in dat artikel bedoelde situatie voor onderzoek ter kennis gebracht van het Gemengd Comité, dat elk dienstig besluit kan nemen om daaraan een einde te maken.
Indien het Gemengd Comité of de uitvoerende Partij bij de overeenkomst binnen dertig dagen na de kennisgeving geen besluit heeft genomen waardoor een einde aan de moeilijkheden wordt gemaakt, is de invoerende Partij gerechtigd een compenserende heffing op het ingevoerde produkt toe te passen.
Deze compenserende heffing wordt berekend naar gelang van de invloed van de voor de verwerkte grondstoffen of halffabrikaten geconstateerde tariefverschillen op de waarde van de betrokken goederen.
d) Wat betreft artikel 22 vindt een raadpleging in het Gemengd Comité plaats alvorens de betrokken Partij bij de overeenkomst de passende maatregelen neemt.
e) Indien uitzonderlijke omstandigheden die een onmiddellijk ingrijpen vereisen een voorafgaand onderzoek uitsluiten, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst, in de situaties, bedoeld in de artikelen 21, 22 en 23, alsmede in gevallen van steunmaatregelen bij uitvoer die een rechtstreekse en onmiddellijke invloed op het handelsverkeer hebben, onverwijld de strikt noodzakelijke beschermende maatregelen nemen om de situatie te verhelpen.
Artikel 25
Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van een of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of tot die van Noorwegen moeilijkheden voordoen of hiervoor ernstig gevaar bestaat, kan de betrokken Partij bij de overeenkomst de noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen treffen. Zij geeft hiervan onverwijld kennis aan de andere Partij.
1.
Er wordt een Gemengd Comité ingesteld, dat belast is met het beheer van de overeenkomst en dat toeziet op de juiste uitvoering daarvan. Het Comité doet hiertoe aanbevelingen. Het neemt besluiten in de gevallen, bedoeld in de overeenkomst. Deze besluiten worden door de Partijen bij de overeenkomst volgens hun eigen voorschriften uitgevoerd.
2.
Met het oog op de juiste uitvoering van de overeenkomst wisselen de Partijen bij de overeenkomst gegevens uit en plegen zij, indien één hunner daarom verzoekt, overleg in het Gemengd Comité.
3.
Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde vast.
1.
Het Gemengd Comité bestaat uit vertegenwoordigers van de Partijen bij de overeenkomst.
2.
Het Gemengd Comité spreekt zich uit in onderlinge overeenstemming.
1.
Het voorzitterschap van het Gemengd Comité wordt bij toerbeurt door de Partijen bij de overeenkomst waargenomen, volgens in zijn reglement van orde vast te leggen regels.
2.
Het Gemengd Comité komt ten minste eenmaal per jaar op initiatief van zijn voorzitter bijeen om de algemene werking van de overeenkomst te bestuderen.
Bovendien komt het telkens bijeen wanneer een bijzondere aanleiding zulks vereist, op verzoek van een der Partijen bij de overeenkomst, en wel onder in het reglement van orde vast te stellen voorwaarden.
3.
Het Gemengd Comité kan besluiten tot oprichting van iedere werkgroep die het in de vervulling van zijn taak kan bijstaan.
1.
Wanneer een Partij bij de overeenkomst van mening is dat het in het gemeenschappelijk belang van de Partijen bij de overeenkomst is, de door deze overeenkomst tot stand gebrachte betrekkingen uit te breiden tot gebieden die niet onder de overeenkomst vallen, legt zij aan de andere Partij een met redenen omkleed verzoek voor.
De Partijen bij de overeenkomst kunnen de bestudering van dit verzoek en de eventuele formulering van aanbevelingen met het oog op het aanknopen van de onderhandelingen aan het Gemengd Comité opdragen. Deze aanbevelingen kunnen, indien daartoe aanleiding bestaat, gericht zijn op de tenuitvoerlegging van een onderlinge harmonisatie, mits zulks de beslissingsvrijheid van de Partijen bij de overeenkomst onverlet laat.
2.
De overeenkomsten waartoe de in lid 1 bedoelde onderhandelingen leiden, worden onderworpen aan bekrachtiging of goedkeuring door de Partijen bij de overeenkomst, en wel overeenkomstig hun eigen procedures.
Artikel 30
De bijlage en het protocol bij de overeenkomst maken daarvan een integrerend deel uit.
Artikel 31
Elke Partij bij de overeenkomst kan de overeenkomst door kennisgeving aan de andere Partij opzeggen. De overeenkomst houdt twaalf maanden na de datum van die kennisgeving op van kracht te zijn.
Artikel 32
De overeenkomst is van toepassing op de grondgebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal onder de daarin vermelde voorwaarden geldt, enerzijds, en op het grondgebied van het Koninkrijk Noorwegen anderzijds.
Artikel 33
Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse en de Noorse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.
Deze overeenkomst wordt door de Partijen bij de overeenkomst goedgekeurd volgens hun eigen procedures.
Zij treedt in werking op 1 juli 1973, mits de Partijen bij de overeenkomst elkaar vóór die datum kennis hebben gegeven van de voltooiing van de daartoe vereiste procedures.
Na die datum treedt deze overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand, volgende op deze kennisgeving. De uiterste datum voor deze kennisgeving is 30 november 1974.
GEDAAN te Brussel, de veertiende mei negentienhonderd drieënzeventig.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21
Artikel 22
Artikel 23
Artikel 24
Artikel 25
Artikel 26
Artikel 27
Artikel 28
Artikel 29
Artikel 30
Artikel 31
Artikel 32
Artikel 33
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht