1.
De ingevolge de Nijverheidsonderwijswet uit de openbare kas bekostigde huishoud- en landbouwhuishoudscholen - met uitzondering van de daaraan verbonden leraressenopleidingen -, de kappersopleidingen en de cursussen tot opleiding van apothekers-assistenten worden met ingang van 1 augustus 1968 onderscheidenlijk scholen en cursussen voor huishoud- en nijverheidsonderwijs, als bedoeld in afdeling I van titel II van de Wet op het voortgezet onderwijs.
2.
De ingevolge de Nijverheidsonderwijswet uit de openbare kas bekostigde:
a. scholen voor de detailhandel;
b. ondernemersopleidingen;
c. hotelvakscholen;
d. slagersvakschool
worden met ingang van 1 augustus 1968 scholen voor middenstandsonderwijs, als bedoeld in afdeling I van titel II van de Wet op het voortgezet onderwijs.
3.
De ingevolge de Nijverheidsonderwijswet uit de openbare kas bekostigde school tot opleiding van staffunctionarissen bij toeristische bedrijven, uitgaande van het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor het Toerisme, wordt met ingang van 1 augustus 1968 een school voor economisch en administratief onderwijs, als bedoeld in afdeling I van titel II van de Wet op het voortgezet onderwijs.
4.
De ingevolge de Nijverheidsonderwijswet uit de openbare kas bekostigde leraren- en leraressenopleidingen worden met ingang van 1 augustus 1968 scholen voor de opleiding van onderwijzend personeel, als bedoeld in afdeling I van titel II van de Wet op het voortgezet onderwijs.
5.
De ingevolge de Nijverheidsonderwijswet uit de openbare kas bekostigde:
a. scholen voor maatschappelijk werk;
b. voortgezette opleidingen van maatschappelijke werkers;
c. bibliotheek- en documentatieschool;
d. hogere scholen voor verplegenden;
e. school voor de journalistiek;
f. akademie voor expressie door woord en gebaar;
g. scholen voor de opleiding van leiders op het terrein van jeugdvorming en volksontwikkeling;
h. scholen voor de opleiding van gezinsverzorgsters
worden met ingang van 1 augustus 1968 scholen voor sociaal-pedagogisch onderwijs, als bedoeld in afdeling I van titel II van de Wet op het voortgezet onderwijs.
6.
De ingevolge de Nijverheidsonderwijswet uit de openbare kas bekostigde:
a. scholen voor kunst en kunstnijverheid, met uitzondering van de daaraan verbonden leraren- en leraressenopleidingen;
b. opleidingen voor architect en stedebouwkundige;
c. filmacademie
worden met ingang van 1 augustus 1968 scholen voor kunstonderwijs, als bedoeld in afdeling I van titel II van de Wet op het voortgezet onderwijs.
7.
De overige ingevolge de Nijverheidsonderwijswet uit de openbare kas bekostigde scholen worden met ingang van 1 augustus 1968 scholen voor technisch onderwijs, als bedoeld in afdeling I van titel II van de Wet op het voortgezet onderwijs, tenzij in de voorgaande leden uitdrukkelijk anders is bepaald.
Inhoudsopgave
+ Titel I. Algemene bepalingen
+ Titel II. Wijzigingen in de Wet op het voortgezet onderwijs
+ Titel III. Inwerkingtreding van de Wet op het voortgezet onderwijs
- Titel IV. Inpassing van het bestaande onderwijs
+ Titel V. Wijzigingen in andere wetten
+ Titel VI. Overige inpassings- en overgangsregelingen
+ Titel VII. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht