Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2014. U leest nu de tekst die gold op -.

Overlegbesluit onderwijspersoneel

Uitgebreide informatie
1.
De Sectorcommissie stelt haar standpunt vast over de haar voorgelegde dan wel op haar verzoek in het overleg behandelde aangelegenheden.
2.
Over aangelegenheden waarover Onze Minister overleg voert met het Werkgeversoverleg, geeft de Sectorcommissie haar standpunt na afronding van het overleg met het Werkgeversoverleg. De Sectorcommissie is bevoegd om haar moverende redenen van de eerste volzin af te wijken.
3.
Het standpunt van de Sectorcommissie wordt bepaald bij eenvoudige meerderheid van stemmen. Elke centrale brengt één stem uit.
4.
Voor zover omtrent enig onderwerp in de Sectorcommissie een minderheidsstandpunt blijkt, wordt hiervan in de in artikel 21, eerste lid, bedoelde kennisgeving mededeling gedaan, alsook van de overwegingen, waarmee de onderscheidene standpunten zijn ondersteund.
5.
Een afdeling of werkgroep stelt haar standpunt vast over de haar voorgelegde in het overleg behandelde aangelegenheden. Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
6.
De voorzitter SCOP brengt het standpunt van de afdeling of werkgroep schriftelijk ter kennis van de leden en plaatsvervangende leden van de Sectorcommissie.
1.
Voorstellen in aangelegenheden waarover ingevolge artikel 2 overleg moet worden gepleegd en waaromtrent in het overleg geen overeenstemming is bereikt met de meerderheid van de centrales, worden niet ten uitvoer gelegd, voor zover het betreft:
a. voorstellen met betrekking tot de bestemming van gelden die in het overleg met Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid ten behoeve van de arbeidsvoorwaarden voor het onderwijspersoneel beschikbaar zijn gesteld;
b. voorstellen strekkende tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele leden van het onderwijspersoneel.
2.
Het eerste lid, aanhef en onder b , is niet van toepassing op voorstellen strekkende tot:
a. invoering of wijziging van een wettelijke regeling die betrekking heeft op alle burgers of alle werknemers, waaronder begrepen het onderwijspersoneel;
b. invoering of wijziging van een wettelijke regeling voor het onderwijspersoneel met een overeenkomstige inhoud als een voorstel tot invoering of wijziging van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn;
c. van toepassing verklaring op het onderwijspersoneel van een wettelijke regeling die betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn en met die van toepassing verklaring samenhangende wijzigingen in voor het onderwijspersoneel geldende regelingen, een en ander mits het totaal van rechten en verplichtingen van dat personeel over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt;
d. implementatie van verplichtingen voortvloeiend uit een internationaal verdrag.
3.
Indien na toepassing van artikel 10, derde of vijfde lid, en, in voorkomende gevallen, de artikelen 13 en 14, eerste en derde of tweede en derde lid, blijkt dat in het overleg over een voorstel als bedoeld in het eerste lid de stemmen tussen de centrales staken en de deelnemers aan het overleg geen gebruik maken van de mogelijkheid om een advies of een arbitrale uitspraak als bedoeld in artikel 16, eerste lid, te vragen, kan Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat het voorstel ten uitvoer zal worden gebracht. Ten aanzien van dat besluit is artikel 21, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Overlegbesluit onderwijspersoneel
+ HOOFDSTUK 2. HET WERKGEVERSOVERLEG
+ Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht