Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2014. U leest nu de tekst die gold op -.

Overlegbesluit onderwijspersoneel

Uitgebreide informatie
Artikel 12. Algemene bepaling
Deze paragraaf is van toepassing op in het overleg met de Sectorcommissie gerezen geschillen inzake aangelegenheden die in overeenstemming met artikel 2 aan de Sectorcommissie zijn voorgelegd, waaronder begrepen geschillen inzake de toepassing van artikel 2 en artikel 11, eerste en tweede lid.
1.
Indien de voorzitter SCOP dan wel één of meer van de centrales, tijdens het overleg in de Sectorcommissie, tot het oordeel komen dat het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van alle deelnemers aan dat overleg zal hebben, brengen zij dat oordeel binnen drie dagen nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben gegeven schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het overleg.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de voorzitter van een afdeling of één of meer van de centrales, tijdens het overleg in deze afdeling over een onderwerp dat ter afhandeling naar deze afdeling is verwezen, tot het in het eerste lid bedoelde oordeel komen. De centrale, de centrales of de voorzitter die het betreft, brengen het in het eerste lid bedoelde oordeel binnen de in dat lid gestelde termijn tevens schriftelijk ter kennis van de voorzitter SCOP.
1.
Binnen vijf dagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 13, eerste lid, schrijft de voorzitter die het aangaat een buitengewone vergadering uit van het overlegorgaan waarin het geschil is gerezen. De vergadering moet worden gehouden binnen zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.
2.
Binnen vijf dagen na de kennisgeving, bedoeld in artikel 13, tweede lid, schrijft de voorzitter SCOP een buitengewone vergadering uit van de Sectorcommissie. De vergadering moet worden gehouden binnen zeven dagen nadat deze is uitgeschreven.
3.
Tenzij door de desbetreffende voorzitter en de centrales wordt besloten het overleg voort te zetten, dan wel te beëindigen, wordt in de vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is.
4.
Een in de Sectorcommissie gerezen geschil kan zowel door de voorzitter SCOP als door de Sectorcommissie voor advies bij de Advies- en Arbitragecommissie aanhangig worden gemaakt. Het geschil kan aan arbitrage worden onderworpen, indien daarover overeenstemming bestaat tussen alle deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie.
5.
Een in de Sectorcommissie gerezen geschil over de vraag of bij een voorstel als bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder c, voldaan wordt aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen van het onderwijspersoneel over het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt onderworpen aan arbitrage.
1.
Een verzoek om advies als bedoeld in artikel 14, vierde lid, wordt binnen drie dagen na een buitengewone vergadering van de Sectorcommissie als bedoeld in dat artikel, ter kennis gebracht van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. Het verzoek wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie die zich voor inwinning van advies hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de inhoud van het geschil.
2.
Indien in een vergadering als bedoeld in het eerste lid geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen drie dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie.
3.
De eerste volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het onderwerpen van het geschil aan een arbitrale uitspraak. Het verzoek daartoe wordt ondertekend door alle deelnemers aan het overleg in de Sectorcommissie en dient tenminste te bevatten:
a. het onderwerp en de inhoud van het geschil;
b. de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent onderwerp en inhoud van het geschil.
1.
Geschillen welke ingevolge artikel 13, 14 en 15 voor het inwinnen van advies in aanmerking komen dan wel aan arbitrage zijn onderworpen, worden voorgelegd aan de Advies- en Arbitragecommissie.
2.
Ten aanzien van de samenstelling van de Advies- en Arbitragecommissie is artikel 110 g van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Advies- en Arbitragecommissie voor de behandeling van een in het overleg met de Sectorcommissie gerezen geschil wordt uitgebreid met twee leden die worden benoemd door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Van deze leden wordt één lid benoemd op voordracht van de voorzitter SCOP en één lid op voordracht van de Sectorcommissie.
3.
Uitgesloten van het lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap zijn:
a. personen die lid dan wel plaatsvervangend lid zijn van de Sectorcommissie of van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid;
b. personen die bestuurslid zijn van, dan wel werkzaam zijn bij een centrale of een daarbij aangesloten vereniging;
c. personen die werkzaam zijn bij de ministeries en de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven, wier onafhankelijkheid en onpartijdigheid op grond van hun dienstverband door de deelnemers aan het overleg onvoldoende wordt geacht.
Deze personen zijn eveneens uitgesloten van het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap gedurende de periode van twee jaar na beëindiging van het lidmaatschap onder aen bbedoeld, alsmede na beëindiging van de werkzaamheden bedoeld onder ben c.
Artikel 17. Werkwijze van de Advies- en Arbitragecommissie
Ten aanzien van de werkwijze van de Advies- en Arbitragecommissie is artikel 110 h van het Algemeen Rijksambtenarenreglement van overeenkomstige toepassing.
1.
De Advies- en Arbitragecommissie besluit bij meerderheid van stemmen.
2.
Het advies of de arbitrale uitspraak moet inhouden:
a. de namen van de deelnemers die het advies of de arbitrale uitspraak hebben aangevraagd;
b. een overzicht van de standpunten van alle deelnemers over het onderwerp en de inhoud van het geschil;
c. het advies dan wel de arbitrale uitspraak en de redenen die daaraan ten grondslag liggen.
3.
Het advies of de arbitrale uitspraak wordt gedagtekend en door ieder der optredende leden van de Advies- en Arbitragecommissie ondertekend.
Artikel 19. Verdere procedure
Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het geschil voortgezet.
Artikel 20. Bindende kracht
De arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft bindende kracht.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Overlegbesluit onderwijspersoneel
+ HOOFDSTUK 2. HET WERKGEVERSOVERLEG
+ Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht