Let op. Deze wet is vervallen op 1 september 2007. U leest nu de tekst die gold op 31 augustus 2007.

Pachtnormenbesluit 1995

Uitgebreide informatie
Besluit van 20 oktober 1995, houdende vaststelling van het Pachtnormenbesluit 1995
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 14 juli 1995, no. J 9510978, Directie Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 3 en 87 van de Pachtwet;
Gehoord het Landbouwschap en de Commissie van Advies voor het Grond- en Pachtprijspeil;
De Raad van State gehoord (advies van 22 september 1995);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 oktober 1995, no. J 9514165, Directie Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit wordt onder de vrije verkeerswaarde verstaan de waarde van land in onverpachte staat die overeenstemt met de prijs bij voortgezet agrarisch gebruik, en die tot stand komt als redelijk handelende partijen op de markt tot koop en verkoop besluiten over te gaan.
2.
Voor de toepassing van dit besluit worden voor het bepalen van de vrije verkeerswaarde de pachtersinvesteringen buiten beschouwing gelaten.
1.
De tussen partijen op 30 oktober 2001 geldende pachtprijzen per ha per jaar voor land zonder woningen of andere opstallen worden verhoogd met 15% met een maximum van € 56,72 per ha per jaar, met dien verstande dat de pachtprijs niet meer bedraagt dan:
a. 2% van de vrije verkeerswaarde of
b. de in bijlage I van dit besluit vermelde norm per regio, onderscheiden naar grasland, bouwland en fruitteeltgrond enerzijds en tuinland anderzijds, bedoeld in de tabellen 1 en 2 van genoemde bijlage, indien deze norm lager is dan 2 % van de vrije verkeerswaarde.
2.
Indien de tussen partijen op 30 oktober 2001 geldende pachtprijs voor land zonder woningen of andere opstallen hoger is dan:
a. 2 % van de vrije verkeerswaarde of
b. de in bijlage I van dit besluit vermelde norm per regio, onderscheiden naar bouwland, grasland en fruitteeltgrond enerzijds en tuinland anderzijds, bedoeld in de tabellen 1 en 2 van genoemde bijlage, wordt de pachtprijs verlaagd met 15% met een maximum van € 56,72 per ha per jaar, met dien verstande dat de pachtprijs niet lager kan zijn dan:
1°. 2 % van de vrije verkeerswaarde of
2°. de in bijlage I van dit besluit vermelde norm per regio, onderscheiden naar bouwland, grasland en fruitteeltgrond enerzijds en tuinland anderzijds, bedoeld in de tabellen 1 en 2 van genoemde bijlage, indien deze norm lager is dan 2 % van de vrije verkeerswaarde.
3.
Indien de pachtprijs, bedoeld in het eerste lid, niet van rechtswege wordt herzien ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Pachtwet , stelt de grondkamer de hoogst toelaatbare pachtprijs voor land zonder woningen of andere opstallen vast door de hoogst toelaatbare pachtprijs, zoals die berekend zou kunnen worden overeenkomstig de normen die golden op 30 oktober 2001, te verhogen met 15%, met een maximum van € 56,72 per ha per jaar, met dien verstande dat de hoogst toelaatbare pachtprijs niet meer bedraagt dan:
a. 2% van de vrije verkeerswaarde van dat land of
b. de in bijlage I van dit besluit vermelde norm per regio, onderscheiden naar bouwland, grasland en fruitteeltgrond enerzijds en tuinland anderzijds, bedoeld in de tabellen 1 en 2 van genoemde bijlage, indien deze norm lager is dan 2 % van de vrije verkeerswaarde.
4.
Indien de pachtprijs, bedoeld in het tweede lid, niet van rechtswege wordt herzien ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Pachtwet , en de pachtprijs is hoger dan:
a. 2 % van de vrije verkeerswaarde of
b. de in bijlage I van dit besluit vermelde norm per regio, onderscheiden naar bouwland, grasland en fruitteeltgrond enerzijds en tuinland anderzijds, bedoeld in de tabellen 1 en 2 van genoemde bijlage, stelt de grondkamer de hoogst toelaatbare pachtprijs voor land zonder woningen of andere opstallen vast door de pachtprijs te verlagen met 15 % met een maximum van € 56,72 per ha per jaar, met dien verstande dat de pachtprijs niet lager kan zijn dan:
1°. 2 % van de vrije verkeerswaarde of
2°. de in bijlage I van dit besluit vermelde norm per regio, onderscheiden naar bouwland, grasland en fruitteeltgrond enerzijds en tuinland anderzijds, bedoeld in de tabellen 1 en 2 van genoemde bijlage, indien deze norm lager is dan 2% van de vrije verkeerswaarde.
1.
De tussen partijen op 30 oktober 2001 geldende pachtprijzen voor bedrijfsgebouwen van akkerbouw- en veeteeltbedrijven en gemengde bedrijven worden met 16,5% verhoogd bij gelijkblijvende doelmatigheid.
2.
Indien de pachtprijs, bedoeld in het eerste lid, niet van rechtswege wordt herzien ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Pachtwet , stelt de grondkamer de hoogst toelaatbare pachtprijs vast met inachtneming van het derde tot en met veertiende lid.
3.
De grondslag voor de vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijs voor de bedrijfsgebouwen van akkerbouw- en veeteeltbedrijven en gemengde bedrijven bestaat uit de in de onderstaande tabel vermelde bedragen, welke aangeven de maximale pachtwaarde in guldens per ha per jaar al naar gelang van bedrijfstype, bedrijfsgrootte en doelmatigheid van de gebouwen. Hierbij is het lagere bedrag van de volgende grootteklasse alleen van toepassing voor de oppervlakte waarmee de voorgaande grootteklasse wordt overtroffen.
4.
De hoogst toelaatbare pachtprijs voor bedrijfsgebouwen van bedrijven van 45 ha en groter wordt vastgesteld op basis van een redelijke vergoeding met betrekking tot de gebruikswaarde doch tenminste op het bedrag dat volgens onderstaande tabel voor bedrijfsgebouwen tot 45 ha wordt verkregen.
5.
De in bovenstaande tabel vermelde maxima voor iedere doelmatigheidsklasse zijn van toepassing voor bedrijfsgebouwen van de hoogste doelmatigheid in die klasse.
6.
Bij de toepassing van de normen voor bedrijfsgebouwen wordt rekening gehouden met de totale oppervlakte land voor de exploitatie waarvan de bedrijfsgebouwen naar redelijke verwachting zullen dienen.
7.
In afwijking van het derde, vierde en vijfde lid wordt voor het geval door de verpachter of de toekomstige verpachter nieuwe bedrijfsgebouwen of glasopstanden worden gebouwd, over de vorm en inrichting waarvan, hetzij voor het ingaan, hetzij tijdens de geldigheidsduur van de pachtovereenkomst, schriftelijke overeenstemming met de pachter of de toekomstige pachter is bereikt, de hoogst toelaatbare pachtprijs voor deze bedrijfsgebouwen en glasopstanden voor de bij die schriftelijke overeenstemming overeengekomen duur vastgesteld naar de jaarlijkse afschrijving op grondslag van de vervangingswaarde alsmede naar de rente van het geïnvesteerde kapitaal en de eigenaarslasten. Deze vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijs blijft van toepassing, ook indien wijziging optreedt in de persoon van de verpachter of van de pachter.
8.
Met het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen wordt gelijkgesteld een zodanig ingrijpende verbouwing van bestaande gebouwen, dat deze gelijkwaardig zijn aan nieuwe gebouwen.
9.
Voor het geval door de verpachter of de toekomstige verpachter aan de bedrijfsopstallen verbeteringen of bijzondere voorzieningen worden aangebracht, waaromtrent hetzij voor het ingaan, hetzij tijdens de geldigheidsduur van de pachtovereenkomst schriftelijke overeenstemming met de pachter of de toekomstige pachter is bereikt, kent de grondkamer voor de bij die schriftelijke overeenstemming overeengekomen duur een toeslag toe, vastgesteld naar de jaarlijkse afschrijving op grondslag van de vervangingswaarde, alsmede naar de rente van het geïnvesteerde kapitaal en de daaruit voortvloeiende verhoging van de eigenaarslasten. Deze toeslag blijft van toepassing, ook indien wijziging optreedt in de persoon van de verpachter of de pachter.
10.
Indien de exploitatie van de bedrijfsgebouwen niet geschiedt in direct verband met de oppervlakte grond, is de hoogst toelaatbare pachtprijs een redelijke vergoeding met betrekking tot de gebruikswaarde.
11.
Indien de bedrijfsgebouwen bijzonder doelmatig zijn ingericht, is de grondkamer bevoegd voor de vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijs een toeslag toe te kennen.
12.
De hoogst toelaatbare pachtprijs voor de glasopstanden wordt vastgesteld naar de jaarlijkse afschrijving en rente op grondslag van de vervangingswaarde rekening houdende met de gebruikswaarde.
13.
De hoogst toelaatbare pachtprijs voor de overige opstallen is een redelijke vergoeding met betrekking tot de gebruikswaarde.
14.
De grondkamer houdt bij de vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijs rekening met de staat van onderhoud van de bedrijfsgebouwen.
1.
Indien partijen voor de eerste maal een pachtovereenkomst sluiten met betrekking tot land zonder woningen of andere opstallen, bedraagt de hoogst toelaatbare pachtprijs 2 % van de vrije verkeerswaarde van dat land met dien verstande dat de pachtprijs niet meer bedraagt dan de in bijlage I van dit besluit vermelde norm per regio, onderscheiden naar bouwland, grasland en fruitteeltgrond enerzijds en tuinland anderzijds, bedoeld in de tabellen 1 en 2 van genoemde bijlage.
2.
Onder een partij als bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan de echtgenoot, de bloed- en aanverwanten in de rechte lijn en de pleegkinderen van die partij.
1.
Voor land zonder woningen of andere opstallen en voor bedrijfsgebouwen van akkerbouw- en veeteeltbedrijven en gemengde bedrijven is de hoogst toelaatbare pachtprijs:
a. die welke voortvloeit uit de toepassing van artikel 2, derde en vierde lid, onderscheidenlijk artikel 3, tweede lid, dan wel
b. die welke tot stand komt in die gevallen waarin door de grondkamers de hoogst toelaatbare pachtprijs, zoals die berekend zou kunnen worden overeenkomstig de normen die golden op 30 oktober 2001 is vastgesteld en waarbij de verhoging overeenkomstig artikel 2, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk artikel 3, eerste lid, tot stand is gekomen.
2.
Voor zover de grondkamers krachtens artikel 4 van de Pachtwet nadere regelen stellen, kunnen zij indien bijzondere omstandigheden daartoe nopen, voor door haar aan te wijzen delen van haar rechtsgebied, afwijken van de in de artikelen 2, 5 en 7 bedoelde bedragen.
Artikel 6
De hoogst toelaatbare pachtprijs voor een tot een boerderij of tuinderij behorende woning of woongedeelte en voor een tot de boerderij of tuinderij behorende arbeiders- of dienstwoning wordt vastgesteld aan de hand van het puntenstelsel voor agrarische bedrijfswoningen als opgenomen in bijlage II , waarbij per punt een bedrag van € 3,02 per maand wordt berekend.
1.
De hoogst toelaatbare pachtprijs voor een boomgaard is die welke voortvloeit uit de toepassing van artikel 2 dan wel artikel 4, vermeerderd met een bedrag voor de boomopstand, berekend overeenkomstig het tweede tot en met vierde lid.
2.
Voor een boomopstand, aangelegd en opgekweekt door de pachter, is het in het eerste lid bedoelde bedrag nihil.
3.
Voor een boomopstand van zeer goede kwaliteit, in volle produktie, aangelegd en opgekweekt door de verpachter, is het in het eerste lid bedoelde bedrag € 680,67 per hectare per jaar.
4.
Voor de overige boomopstanden geldt een bedrag, dat in redelijke verhouding staat tot het bedrag, genoemd in het derde lid.
Artikel 8
Indien de pachter ingevolge artikel 116, onderdeel b , van de Waterschapswet geen pachtersomslag is verschuldigd, kan de pachtprijs met maximaal 50% van de waterschapslasten zoals die in het betrokken jaar zijn vastgesteld, worden vermeerderd.
1.
Indien op het verpachte land een ruilverkavelingsrente dan wel een landinrichtingsrente rust, kan door de verpachter 50% van de ruilverkavelingsrente dan wel landinrichtingsrente aan de pachter doorberekend worden met een maximum van € 22,69 per ha per jaar.
2.
Indien de geldelijke lasten welke de verpachter door publiekrechtelijke lichamen zijn opgelegd, worden verhoogd in verband met door deze lichamen uit te voeren onderhoudswerkzaamheden, welke vóórdien ten laste kwamen van de pachter, kan de verpachter ten hoogste het bedrag van de aan die werkzaamheden verbonden kosten aan de pachter doorberekenen.
Artikel 10
De grondkamer gebruikt bij de vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijs een formulier, waarvan het model door Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wordt vastgesteld.
Artikel 11
Het Pachtnormenbesluit 1977 wordt ingetrokken.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 oktober 1995.
Artikel 13
Dit besluit kan worden aangehaald als: Pachtnormenbesluit 1995.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 20 oktober 1995
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Uitgegeven de zevenentwintigste oktober 1995
De Minister van Justitie a.i.,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken