Let op. Deze wet is vervallen op 10 november 2004. U leest nu de tekst die gold op 9 november 2004.

Radio-Omroep-Zender-Wet 1935

Uitgebreide informatie
Wet van 22 juli 1935, tot in het leven roepen van een Naamloze Vennootschap "Nederlandsche Omroep Zender Maatschappij (NOZEMA)"
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het vraagstuk van de zendapparatuur voor den Nederlandschen radio-omroep behoort te worden opgelost door het scheppen van eenheid van organisatie door samenwerking tusschen het Rijk en de omroeporganisaties in den vorm van een met aanleg, beheer en exploitatie belast gemengd bedrijf, waarin het Rijk overwegende zeggenschap heeft;
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
1.
Onze Minister van Binnenlandsche Zaken wordt gemachtigd om met inachtneming van de bepalingen dezer wet voor en namens den Staat der Nederlanden met de Algemeene Vereeniging "Radio-Omroep" te Amsterdam, de stichting "Katholieke Radio Omroep" te Amsterdam, de Nederlandsche Christelijke Radio Vereeniging te Wageningen en de Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs te Hilversum, alle rechtspersoonlijkheid bezittende omroeporganisaties, een Naamlooze Vennootschap op te richten, genaamd "Nederlandsche Omroep-Zender-Maatschappij, "NOZEMA", welke ten doel heeft:
a. de aanleg en de exploitatie van aan de eisen des tijds voldoende zendinrichtingen voor omroepdoeleinden hier te lande ten behoeve van de uitzending van de programma’s van personen en instellingen die zendtijd hebben verkregen, alsmede van zendinrichtingen hier te lande die bestemd zijn voor het uitzenden naar het buitenland van programma’s van de Stichting Radio Nederland Wereldomroep;
b. het ter hand nemen van die werkzaamheden, welke met aanleg en exploitatie van deze zendinrichtingen direct verband houden of daaraan verwant zijn, en tevens dienstig zijn om het omroepwezen in Nederland te steunen of het doel, genoemd sub a , te bevorderen.
De Vennootschap is tevens bevoegd tot het verrichten van die taken, welke, niet liggende op het eigenlijk gebied der programma-verzorging en niet direct verband houdende met aanleg en exploitatie van de sub a genoemde zendinrichtingen, als voorwerp van samenwerking tusschen de omroeporganisaties te beschouwen zijn en overeenkomstig de statuten, zooals deze terzake luiden of zullen luiden, ter hand genomen kunnen worden.
2.
De vennootschap kan bij de uitvoering van de in het eerste lid onder a en b omschreven taken gebruik maken van de diensten van Koninklijke PTT Nederland N.V. of een dochtermaatschappij daarvan, zulks onder nader overeen te komen voorwaarden.
1.
Indien de NOZEMA wordt aangewezen als omroepzendernetwerk als bedoeld in artikel 8.3 van de Telecommunicatiewet, zijn de artikelen 5.1 tot en met 5.9 van die wet van overeenkomstige toepassing op kabels die door NOZEMA worden aangelegd.
2.
De NOZEMA beëindigt geheel of gedeeltelijk het gebruik van de inrichtingen zodra dit bij koninklijk besluit in het algemeen belang nodig wordt geoordeeld.
3.
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van het in het tweede lid bedoelde besluit.
1.
De Vennootschap zal, wat de wijze van oprichting betreft, onderworpen zijn aan de desbetreffende bepalingen van het Wetboek van Koophandel , met dien verstande, dat de in artikel 36 e van het Wetboek bedoelde Ministerieele verklaring voor haar niet vereischt zal zijn.
2.
De Vennootschap zal aanvangen op den dag van het verlijden van de acte van oprichting.
3.
Een wijziging van de statuten der Vennootschap zal niet onderworpen zijn aan de in artikel 125 van Boek 2 (Rechtspersonen) van het Burgerlijk Wetboek bedoelde Ministerieele verklaring.
4.
De Vennootschap zal alleen eindigen in de gevallen als in deze wet en in de statuten bepaald.
1.
De Staat, de Nederlandse Omroep Stichting en de Stichting Radio Nederland Wereldomroep zullen de enige aandeelhouders van de vennootschap zijn. Het totaal der aandelen van de Nederlandse Omroep Stichting bedraagt 2/3 van dat van de Staat en de Stichting Radio Nederland Wereldomroep tezamen.
2.
De Staat wordt voor alle met het bezit der aandelen verband houdende handelingen vertegenwoordigd door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister belast met de zorg voor de omroep.
1.
Het bestuur der Vennootschap zal berusten bij een Raad van Beheer, bestaande uit 11 leden.
2.
Onze Ministers genoemd in artikel 4 benoemen ieder 3 leden. De Stichting Radio Nederland Wereldomroep benoemt 1 lid. De Nederlandse Omroep Stichting benoemt 2 leden. De naamloze vennootschap Nederlands Omroepproduktie Bedrijf N.V. benoemt 2 leden. De vergaderingen van de Raad van Beheer en de algemene vergadering van aandeelhouders kunnen door waarnemers worden bijgewoond, volgens regels die bij of krachtens de statuten worden gesteld.
3.
De Raad voor cultuur heeft het recht een van zijn leden als waarnemer naar de vergaderingen van de Raad van Beheer en de algemene vergadering van aandeelhouders af te vaardigen.
Artikel 6
De vennootschap zal worden ontbonden en vereffend:
a. wanneer bij de wet verklaard wordt, dat het algemeen belang deze ontbinding vordert;
b. wanneer op een met de steun van tenminste 7 stemmen, waaronder die van de leden benoemd door de Nederlandse Omroep Stichting of één van die leden en het lid benoemd door de Stichting Radio Nederland Wereldomroep, tot stand gekomen voorstel van de Raad van Beheer de algemene vergadering van aandeelhouders op in de statuten te bepalen wijze daartoe besluit en onze ministers genoemd in artikel 4 zich met dit besluit verenigen.
1.
Bij ontbinding en vereffening der Vennootschap zal de Staat gerechtigd zijn de activa en passiva der Vennootschap tegen boekwaarde over te nemen.
2.
Indien de Vennootschap geen vereffenaars heeft benoemd, geschiedt dit door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat in overeenstemming met Onze Minister belast met de zorg voor de omroep.
1.
De Raad van Beheer legt aan de algemene vergadering van aandeelhouders in elk geval ter vaststelling voor:
a. de jaarlijkse investeringsbegroting en de begroting van baten en lasten;
b. een meerjarenplan indien voor bepaalde projecten de daarvoor benodigde investeringen zich over meer dan één jaar uitstrekken.
2.
Bij koninklijk besluit kunnen worden vernietigd beslissingen van de Raad van Beheer tot:
a. het ter hand nemen van werkzaamheden en het verrichten van de taken anders dan bedoeld in artikel 1, onder a. en b.;
b. het aangaan van overeenkomsten met buitenlandse ondernemingen;
c. het vaststellen van de plaats, waar de zenders gebouwd zullen worden;
d. het aangaan van overeenkomsten, die eenzijdig bezwarend zijn voor de Vennootschap.
3.
Een beslissing als bedoeld in het tweede lid, wordt door de voorzitter van de Raad van Beheer aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen toegezonden, binnen twee weken nadat zij is genomen.
4.
De afdelingen 10.2.2 en 10.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een beslissing niet kan worden vernietigd, indien vier weken zijn verstreken na de in het derde lid bedoelde toezending.
Artikel 9
Onze Ministers genoemd in artikel 4 zullen al die maatregelen en beslissingen kunnen nemen tot welke zij krachtens de statuten der Vennootschap zijn geroepen.
Artikel 10
De bepalingen van titel 3 van Boek 2 (Rechtspersonen) van het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder die, welke betrekking hebben op terugbetaling op de aandeelen en publicatie van stukken, zullen op de Vennootschap niet van toepassing zijn, voorzoover deze bepalingen onvereenigbaar zijn met het doel, de samenstelling en de beheersregeling der Vennootschap, zooals deze in deze wet zijn geregeld.
Artikel 11
De Vennootschap zal gehouden zijn jaarlijks een beredeneerd verslag over den gang van haar bedrijf aan Onze Ministers genoemd in artikel 4 aan te bieden en een aantal gedrukte exemplaren van dit verslag ter beschikking te stellen van de Regeering en van de leden der Staten-Generaal.
Artikel 12
De artikelen dezer wet, die kan worden aangehaald onder den titel van Radio-Omroep-Zender-Wet 1935, treden in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen verschillend kan worden gesteld.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, den 22sten Juli 1935
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
Uitgegeven den tweeden Augustus 1935.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 2bis
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht