Let op. Deze wet is vervallen op 1 april 2018. U leest nu de tekst die gold op 31 maart 2018.

Artikel 2 Rechtspositiebesluit commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Uitgebreide informatie
1.
Het salaris van het lid dat tot voorzitter van de commissie van toezicht is benoemd, wordt vastgesteld op het bedrag genoemd in bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 .
2.
Het salaris van de overige leden van de commissie van toezicht wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat is verbonden aan het hoogste salarisnummer van schaal 17 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 .
3.
Het salaris van een lid met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige werktijd als bedoeld in artikel 2, onder g, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
4.
Een lid heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een tijdvak van 52 weken recht op doorbetaling van zijn salaris. Bij voortdurende ongeschiktheid heeft hij vervolgens recht op doorbetaling van 70% van zijn salaris.
5.
In afwijking van het vierde lid, heeft een lid ook na afloop van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het vierde lid, recht op doorbetaling van zijn salaris over het aantal uren dat hij arbeid heeft verricht of zou hebben verricht indien die arbeid hem zou zijn aangeboden.
6.
a. Bij op non-actiefstelling of tijdens de non-activiteit als bedoeld in artikel 67 van de wet, kunnen de in dat artikel bedoelde ministers gezamenlijk beslissen dat tijdens de duur van de non-activiteit tevens geen salaris of slechts een gedeelte van het salaris zal worden genoten, in het laatste geval onder aanwijzing van het deel dat zal worden genoten.
b. Indien de non-activiteit anders dan door ontslag wordt beƫindigd, kunnen de in artikel 67 van de wet bedoelde ministers gezamenlijk beslissen dat het niet genoten salaris alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden uitbetaald, in het laatste geval onder aanwijzing van het gedeelte dat zal worden betaald.
7.
Het salaris wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden. Artikel 24, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement wordt voorts overeenkomstig toegepast.
8.
Indien een lid overlijdt ontvangt zijn weduwe of weduwnaar, dan wel ontvangen zijn minderjarige kinderen een uitkering overeenkomstig de bepalingen die ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren gelden.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht