Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2014. U leest nu de tekst die gold op -.

Rechtspositieregeling voor deelnemers aan opleidingen in het kader van het leerlingwezen

Uitgebreide informatie
Besluit van 9 mei 1986, houdende Rechtspositieregeling voor deelnemers aan opleidingen in het kader van het leerlingwezen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 11 juli 1985, nr. AB85/U 1353, directoraat-generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, directie Overheidspersoneelszaken, hoofdafdeling Financiƫle Arbeidsvoorwaarden;
Gelet op artikel 125, eerste lid, en artikel 134, eerste lid, van de Ambtenarenwet 1929 ( Stb. 530) en artikel C-1, eerste lid onder k van de Algemene burgerlijke pensioenwet ( Stb. 1979, 679);
De Raad van State gehoord (advies van 30 oktober 1985, nr. W04.85.0396/07.5.40);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 23 april 1986, nr. AB 86/U500, directoraat-generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, directie Overheidspersoneelszaken, hoofdafdeling Financiƫle Arbeidsvoorwaarden;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder: Algemeen Rijksambtenarenreglement
a. Opleiding De opleiding in de zin van de Wet op het leerlingwezen
b. Deelnemer De ambtenaar in de zin van het die deelneemt aan een opleiding.
Artikel 2
De aanstelling van de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement die aansluitend aan zijn indiensttreding een opleiding volgt geschiedt in tijdelijke dienst voor de duur van die opleiding.
Artikel 4
In de akte van aanstelling wordt vermeld voor hoeveel uren het dienstverband wordt aangegaan. Daarnaast wordt schriftelijk meegedeeld hoeveel uren van het dienstverband zijn bestemd voor het volgen van de opleiding.
Artikel 5
De artikelen 59 en 60 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van toepassing op de deelnemer.
Artikel 7
Aan de deelnemer wordt voor de uren die zijn bestemd voor het volgen van de opleiding een salaris in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 toegekend.
Artikel 8
Voor de toepassing van artikel 23 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 worden de uren die voor het volgen van de opleiding zijn bestemd, aangemerkt als arbeidsuren, met dien verstande dat geen overwerkvergoeding wordt toegekend voor extra uren besteed aan de opleiding.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 1985.
Artikel 11
Dit besluit kan worden aangehaald als Rechtspositieregeling voor deelnemers aan opleidingen in het kader van het leerlingwezen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 9 mei 1986
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Uitgegeven de tiende juni 1986
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht