1.
Indien het gestichtshoofd van mening is, dat ten aanzien van een veroordeelde niet of nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, deelt hij zulks, met vermelding van redenen, schriftelijk mede aan de in het eerste lid van artikel 28 bedoelde reclasseringsinstellingen. In geval hij van mening is, dat nog niet tot voorwaardelijke invrijheidstelling behoort te worden overgegaan, deelt hij tevens mede, wanneer de mogelijkheid ener voorwaardelijke invrijheidstelling opnieuw zou dienen te worden overwogen.
2.
Indien de reclasseringsinstellingen van mening zijn, dat omtrent de veroordeelde in voor deze gunstiger zin dient te worden geadviseerd, voegen zij bij hun advies aan het gestichtshoofd een rapport omtrent de persoon en de vooruitzichten van de veroordeelde, alsmede, indien zij van mening zijn, dat tot voorwaardelijke invrijheidstelling dient te worden overgegaan, een conceptvoorstel, ingericht volgens het in het derde lid van artikel 28 bedoelde model.
3.
Het gestichtshoofd voorziet de stukken van zijn nader advies, en zendt deze aan Onze Minister.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De particuliere bemoeiingen
+ Hoofdstuk III. Algemene reclasseringswerkzaamheden
+ Hoofdstuk IV. Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke veroordeling
- Hoofdstuk V. Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke invrijheidstelling
+ Hoofdstuk VI. Hulp en steun bij gratie
+ Hoofdstuk VII. Slotbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht