1.
De voorwaardelijk in vrijheid gestelde is verplicht binnen 2 maal 24 uren na de invrijheidstelling zijn verlofpas te tonen aan de gezaghebber, of een door deze aan te wijzen ambtenaar, van het openbaar lichaam waar betrokkene zal verblijven, of, bij gebreke van zodanige aanwijzing, in dat waarheen hij heeft opgegeven zich te begeven.
2.
Zolang de proeftijd niet is verstreken, geldt hetzelfde bij verandering van werkelijke woonplaats.
3.
De gezaghebber, bedoeld in het eerste lid, tekent de pas voor gezien en geeft van verzuim van aanbieding onverwijld kennis aan het openbaar ministerie, dat daarvan onverwijld mededeling doet aan Onze Minister. Van een aanbieding van de verlofpas in het geval, bedoeld in het tweede lid, wordt door de betrokken gezaghebber kennis gegeven aan het openbaar ministerie en aan de toezichthouder.
4.
Het openbaar ministerie neemt onmiddellijke maatregelen tot opsporing van de nalatige.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. De particuliere bemoeiingen
+ Hoofdstuk III. Algemene reclasseringswerkzaamheden
+ Hoofdstuk IV. Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke veroordeling
- Hoofdstuk V. Uitvoeringsbepalingen voorwaardelijke invrijheidstelling
+ Hoofdstuk VI. Hulp en steun bij gratie
+ Hoofdstuk VII. Slotbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht