Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2014. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2014.

Reconstructiewet concentratiegebieden

Uitgebreide informatie
1.
Met het oog op het bereiken van de doelstellingen, bedoeld in artikel 4, geschieden de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van het reconstructieplan met inachtneming van de in de bijlage bij deze wet opgenomen rijksuitgangspunten.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen criteria worden vastgesteld voor de wijze waarop de toetsing van de resultaten van de reconstructieplannen aan de rijksuitgangspunten, bedoeld in het eerste lid, kan plaatsvinden.
1.
Onze Ministers bepalen jaarlijks, na overleg met gedeputeerde staten van de provincies waarin de concentratiegebieden zijn gelegen, telkens voor een termijn van vier jaren, op basis van vastgesteld rijksbeleid met betrekking tot de in de artikelen 4 en 5 genoemde aspecten en in het perspectief van de rijksuitgangspunten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, de beleidsprioriteiten voor de reconstructie van de onderscheiden concentratiegebieden. Daarbij kunnen zij tevens de rijksuitgangspunten aan de hand van het in de eerste volzin bedoelde rijksbeleid nader uitwerken.
2.
Het overleg met gedeputeerde staten van de provincies, bedoeld in het eerste lid, is erop gericht overeenstemming te bereiken met gedeputeerde staten van de provincies over de beleidsprioriteiten. Van overeenstemming wordt blijk gegeven bij bestuursovereenkomst.
1.
Voor elk concentratiegebied worden een of meer reconstructieplannen vastgesteld.
2.
Een reconstructieplan bevat:
a. een aanduiding van de grenzen van het reconstructiegebied;
b. een beschrijving van de in het reconstructiegebied bestaande toestand van de aspecten, bedoeld in artikel 4;
c. de aanduiding van de meest gewenste ontwikkeling van het reconstructiegebied ten aanzien van de aspecten, bedoeld in artikel 4;
d. een beschrijving van de ruimtelijke indeling van het reconstructiegebied in landbouwontwikkelingsgebieden, verwevingsgebieden en extensiveringsgebieden;
e. een aanduiding van de te treffen maatregelen en voorzieningen met het oog op de ontwikkeling, bedoeld in onderdeel c;
f. een beschrijving van de te verwachten gevolgen van de onder e bedoelde maatregelen en voorzieningen voor de toestand van de aspecten, bedoeld in artikel 4;
g. een globale raming van de totale kosten en de verdeling daarvan over de te treffen maatregelen en voorzieningen, alsmede een tijdschema voor de uitvoering van de maatregelen en voorzieningen;
h. in voorkomend geval een aanduiding van te verwerven onroerende zaken;
i. in voorkomend geval de aanwijzing van te onteigenen percelen of opstallen;
j. een of meer kaarten die met inachtneming van het vierde lid zijn vervaardigd.
3.
In het reconstructieplan wordt in voorkomend geval bepaald ten aanzien van welke onderdelen van het plan uitwerking als bedoeld in artikel 18 zal plaatsvinden.
4.
Op de kaarten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel j, worden zo nauwkeurig mogelijk aangegeven:
a. de begrenzing van het reconstructiegebied;
b. de begrenzing van de landbouwontwikkelingsgebieden, de verwevingsgebieden en de extensiveringsgebieden, alsmede van de binnen de verwevings- of extensiveringsgebieden gelegen varkensvrije zones;
c. de bestaande en in voorkomend geval de te ontwikkelen natuur- en bosgebieden, landschappelijke elementen, waaronder cultuurhistorische, aardkundige en natuurwetenschappelijke elementen, en recreatieve voorzieningen;
d. de bestaande en in voorkomend geval de te verbeteren en nieuw aan te leggen openbare wegen, waterlopen, dijken of kaden en andere infrastructurele voorzieningen;
e. in voorkomend geval de te verwerven onroerende zaken;
f. in voorkomend geval de te onteigenen percelen of opstallen.
5.
Indien voor het reconstructiegebied of delen daarvan een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, is vastgesteld, wordt in het reconstructieplan aangegeven op welke onderdelen het reconstructieplan afwijkt van die structuurvisie.
6.
In het reconstructieplan wordt aangegeven voor welke delen van het plangebied artikel 27 van toepassing is.
1.
Het reconstructieplan bestrijkt een termijn van ten hoogste twaalf jaren.
2.
Telkens na verloop van een periode van vier jaren bezien gedeputeerde staten, in voorkomend geval tezamen met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen, of het reconstructieplan, mede met inachtneming van de beleidsprioriteiten, bedoeld in artikel 10, wijziging behoeft. Zij doen van hun bevindingen mededeling aan Onze Ministers.
3.
Onze Ministers kunnen gedeputeerde staten verzoeken een wijziging van het reconstructieplan voor te bereiden gelet op de beleidsprioriteiten, bedoeld in artikel 10. Gedeputeerde staten zijn gehouden aan dit verzoek gevolg te geven. Indien het reconstructiegebied, waarop het in de eerste volzin bedoelde reconstructieplan betrekking heeft, is gelegen op het grondgebied van meerdere provincies, doen Onze Ministers het in de eerste volzin bedoelde verzoek aan de betrokken colleges van gedeputeerde staten gezamenlijk.
1.
Wanneer gedeputeerde staten het ten behoeve van het opstellen van een ontwerp van een reconstructieplan nodig achten dat grond wordt betreden of daarop gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moet de eigenaar van de grond of degene aan wie een beperkt recht toebehoort waaraan de grond is onderworpen, dit dulden.
2.
Voorzover een belanghebbende ten gevolge van de toepassing van het eerste lid schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kennen gedeputeerde staten op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
3.
Aan de belanghebbende wordt op aanvraag een door gedeputeerde staten te bepalen voorschot op de schadevergoeding toegekend.
4.
In dit artikel wordt verstaan onder gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waar de gronden die worden betreden of waarop de in het eerste lid genoemde werkzaamheden worden verricht, geheel of grotendeels zijn gelegen.
1.
Gedeputeerde staten stellen, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen, het reconstructieplan in ontwerp op binnen negen maanden na inwerkingtreding van deze wet.
2.
Voorafgaand aan de opstelling van het ontwerp van het reconstructieplan sluiten gedeputeerde staten, in voorkomend geval gezamenlijk met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied mede is gelegen, een bestuursovereenkomst met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen omtrent de wijze waarop de betrokkenheid van de desbetreffende gemeenten en waterschappen bij de totstandkoming en uitvoering van het reconstructieplan, alsmede de afstemming met de procedures voor de vaststelling van bestemmingsplannen als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en omgevingsvergunningen waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken, zal zijn gewaarborgd.
1.
Op de voorbereiding van het reconstructieplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door gedeputeerde staten, in voorkomend geval in overeenstemming met gedeputeerde staten van de andere provincies waarin het reconstructiegebied is gelegen.
2.
Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
1.
Provinciale staten stellen het reconstructieplan vast binnen acht weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken.
2.
Ten aanzien van onderdelen van het reconstructieplan die een afwijking inhouden van een vastgesteld structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, geldt de vaststelling van het reconstructieplan als besluit tot herziening van die structuurvisie.
3.
Indien provinciale staten niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, het reconstructieplan vaststellen, kunnen Onze Ministers in afwijking van het eerste lid zelf het reconstructieplan vaststellen.
1.
In het reconstructieplan kan worden bepaald dat, indien het belang van de reconstructie dit vordert, het reconstructieplan kan worden uitgewerkt met inachtneming van in het plan vervatte regelen.
2.
Op de vaststelling van de uitwerking van het reconstructieplan zijn de artikelen 13 tot en met 16, met uitzondering van de termijn, genoemd in artikel 14, eerste lid, en van artikel 14, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
3.
De in het eerste lid bedoelde uitwerking maakt na vaststelling en voorzover vereist goedkeuring daarvan deel uit van het reconstructieplan.
1.
De uitwerking van het reconstructieplan bevat voorzover van toepassing:
a. de te treffen maatregelen en voorzieningen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel e, voorzover in het reconstructieplan is bepaald dat ten aanzien daarvan uitwerking plaats zal vinden;
b. aanduidingen van te verwerven onroerende zaken;
c. de aanwijzing van te onteigenen percelen of opstallen;
d. de toewijzing van eigendom van buiten een blok gelegen:
1°. wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken;
2°. gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische, aardkundige of natuurwetenschappelijke waarde;
3°. andere voorzieningen van openbaar nut;
e. de toewijzing en regeling van beheer en onderhoud van buiten een blok gelegen wegen, waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken;
f. voor elke te treffen maatregel of voorziening een raming van de kosten, alsmede een tijdschema voor de uitvoering;
g. overige aspecten, ten aanzien waarvan in het reconstructieplan is bepaald dat uitwerking plaats zal vinden.
2.
Indien voor het reconstructiegebied of delen daarvan structuurvisies als bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, zijn vastgesteld, wordt in de uitwerking van het reconstructieplan aangegeven op welke onderdelen de uitwerking afwijkingen van zodanige streekplannen inhoudt.
3.
In de uitwerking van het reconstructieplan wordt aangegeven voor welke delen van het plangebied artikel 27 van toepassing is.
1.
Het reconstructieplan kan worden gewijzigd.
2.
Onze Ministers kunnen gedeputeerde staten om zwaarwegende redenen van algemeen belang verzoeken een wijziging van het reconstructieplan voor te bereiden. Artikel 12, derde lid, tweede en derde volzin, zijn van overeenkomstige toepassing.
3.
De artikelen 13 tot en met 25, met uitzondering van de termijn, genoemd in artikel 14, eerste lid, en van artikel 14, tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op wijziging van het reconstructieplan.
1.
Voor in het reconstructieplan overeenkomstig artikel 11, zesde lid, of artikel 19, derde lid, aangewezen delen van het reconstructiegebied geldt het reconstructieplan als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening. Artikel 3.7, vijfde tot en met zevende lid, van die wet is niet van toepassing. Het reconstructieplan geldt voor die delen van het reconstructiegebied niet meer als voorbereidingsbesluit indien voor de desbetreffende onderdelen van het reconstructiegebied een bestemmingsplan in overeenstemming met het reconstructieplan van kracht is geworden.
2.
Artikel 3.3, eerste tot en met derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is niet van toepassing op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wet ter uitvoering van de in het eerste lid bedoelde delen van het reconstructieplan.
3.
Voor zover de in het eerste lid bedoelde delen van het reconstructieplan en het bestemmingsplan of de beheersverordening niet met elkaar in overeenstemming zijn, geldt het reconstructieplan voor de uitvoering daarvan als een een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken.
4.
Voor zover een bestemmingsplan of een ander besluit een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist, geldt zodanige eis niet voor de uitvoering van werken en werkzaamheden ter uitvoering van het reconstructieplan in de in het eerste lid bedoelde delen van het reconstructiegebied.
1.
In gevallen als bedoeld in artikel 27, derde lid, stelt de gemeenteraad binnen een jaar nadat het reconstructieplan onherroepelijk is geworden een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening overeenkomstig het reconstructieplan vast.
2.
De bevoegdheid tot het invorderen van rechten terzake van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het reconstructieplan, wordt opgeschort tot het tijdstip waarop het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening is vastgesteld overeenkomstig het reconstructieplan. De bevoegdheid vervalt indien het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening niet binnen zes maanden na het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn is vastgesteld.
Artikel 28
Het reconstructieplan, alsmede een uitwerking of wijziging van een reconstructieplan, wordt onverwijld na de goedkeuring of, in het in artikel 16, derde lid, bedoelde geval, na de vaststelling door Onze Ministers, bekendgemaakt.
1.
Voor de mogelijkheid van beroep worden als één besluit aangemerkt een besluit tot vaststelling, wijziging of uitwerking van het reconstructieplan en het besluit tot goedkeuring, bedoeld in artikel 17, eerste of vijfde lid.
2.
Voor zover een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in een bekend gemaakt reconstructieplan en dit binnen de termijn bedoeld in artikel 27a, eerste lid, ter inzage is gelegd, kunnen tegen dat bestemmingsplan in beroep geen gronden worden aangevoerd die betrekking hebben op dat reconstructieplan.
1.
Voorzover een belanghebbende ten gevolge van de vaststelling van een reconstructieplan schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, kennen gedeputeerde staten op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van een uitwerking of een wijziging van een reconstructieplan.
3.
Een aanvraag om vergoeding van schade als bedoeld in het eerste lid moet worden ingediend binnen vijf jaar nadat het desbetreffende besluit onherroepelijk is geworden.
4.
Van de aanvrager heffen gedeputeerde staten een recht ten bedrage van € 300, welk bedrag bij provinciale verordening met ten hoogste twee derde deel kan worden verhoogd of verlaagd. Zij wijzen hem op de verschuldigdheid van het recht en delen hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de provincie dan wel op een aangegeven plaats moet zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort verklaren zij de aanvrager niet ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest. Indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt beslist, storten gedeputeerde staten het betaalde recht terug.
5.
Het in het vierde lid genoemde bedrag kan bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover het prijsindexcijfer voor de gezinscomsumptie daartoe aanleiding geeft.
6.
Aan de belanghebbende wordt op aanvraag een door gedeputeerde staten te bepalen voorschot op de schadevergoeding toegekend.
7.
In dit artikel wordt verstaan onder gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waar de in het reconstructieplan opgenomen maatregel of voorziening waardoor de schade optreedt, ten aanzien van de belanghebbende wordt getroffen.
1.
Met ingang van het tijdstip waarop het ontwerp van het reconstructieplan ter inzage is gelegd tot het tijdstip waarop het reconstructieplan voor de betrokken onroerende zaken is verwezenlijkt, is het behoudens ontheffing verboden handelingen te verrichten die de verwezenlijking van het reconstructieplan ernstig belemmeren. De ontheffing wordt verleend door gedeputeerde staten van de provincie waar de betrokken onroerende zaken geheel of grotendeels zijn gelegen.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij wijziging of uitwerking van het reconstructieplan.
3.
Na bekendmaking van het reconstructieplan, of de wijziging of uitwerking daarvan, is het behoudens ontheffing eigenaren en gebruiksgerechtigden van tot een blok behorende onroerende zaken verboden handelingen te verrichten, of handelingen die door een normale bedrijfsvoering worden geëist achterwege te laten, indien daardoor de waarde van hun onroerende zaken zou veranderen. De tweede volzin van het eerste lid is van toepassing.
4.
Indien de verandering van de waarde, bedoeld in het derde lid, een waardevermeerdering betreft, behoeft deze niet te worden vergoed, tenzij deze vermeerdering het gevolg is van handelingen waarvoor ontheffing is verleend.
5.
Voor de toepassing van dit artikel worden niet verstaan onder handelingen: besluiten als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht, of feitelijke handelingen ter uitvoering daarvan.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
- Hoofdstuk 2. Het reconstructieplan
+ Hoofdstuk 3. De uitvoering
+ Hoofdstuk 4. De kosten
+ Hoofdstuk 5. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht