Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2014. U leest nu de tekst die gold op -.

Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer

Uitgebreide informatie
Regeling financiële ondersteuning fracties Tweede Kamer
1. De fracties, zoals omschreven in artikel 11, eerste lid en artikel 12, eerste en tweede lid van het Reglement van Orde, ontvangen van de Tweede Kamer een bijdrage als tegemoetkoming in de kosten die nodig zijn om de fractie goed te laten functioneren.
2. De bijdrage als bedoeld in het vorige lid van dit artikel wordt verstrekt aan een door de fractie op te richten stichting, dan wel andere vorm van rechtspersoonlijkheid. De statuten van de stichting of andere rechtspersoonlijkheid, evenals wijziging van deze statuten, behoeven de goedkeuring van het Presidium.
3. Op de toekenning van een bijdrage door het Presidium aan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde stichting of andere rechtspersoonlijkheid zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.
4. Het Presidium kan voor de bepaling in het tweede lid van dit artikel ontheffing verlenen.
1. De bijdrage mag niet worden gebruikt ter bekostiging van:
a. uitgaven in strijd met wettelijke bepalingen;
b. betalingen aan politieke partijen dan wel met politieke partijen verbonden instellingen dan wel natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten en/of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;
c. giften;
d. uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge de Wet op de schadeloosstelling toekomen;
e. kantoor- en werkruimte buiten het Kamergebouw anders dan incidenteel.
2. Bij twijfel omtrent de aanvaardbaarheid van uitgaven in de zin van de onderhavige regeling, besluit het Presidium. Het staat de fracties vrij het Presidium omtrent de aanvaardbaarheid van uitgaven een prealabel advies te vragen.
1. In de kosten dan wel uitgaven over enig jaar van een fractie wordt als volgt bijgedragen:
a. per zetel een bedrag gelijk aan de jaarlijkse loonsom van een rijksambtenaar met een bezoldiging volgens regel 9 van schaal 8 van het BBRA, vermeerderd met werkgeverslasten;
b. per zetel een bedrag gelijk aan drievierden van de jaarlijkse loonsom van een rijksambtenaar met een bezoldiging volgens regel 8 van schaal 13 van het BBRA, vermeerderd met werkgeverslasten;
c. 3,5% van het totale bedrag van hetgeen de fractie toekomt uit de onderdelen a. en b.;
d. 10% van het totale bedrag van hetgeen de fractie toekomt uit de onderdelen a., b., en c.;
e. per zetel een bedrag van € 1 000;
f. per zetel een bedrag van € 120.
2. Over een gedeelte van een kalenderjaar worden de bijdragen naar rato berekend. Een gedeelte van een maand wordt daarbij voor een volle maand gerekend.
3. De in de onderdelen a. en b. van het eerste lid van dit artikel genoemde bedragen worden elk jaar herzien overeenkomstig de algemene wijzigingen in de bezoldiging van het personeel van de sector Rijk. De onderdelen c. en d. worden overeenkomstig aangepast. De in de onderdelen e. en f. genoemde bedragen worden elk jaar herzien aan de hand van de ontwikkeling van de prijsgevoelige budgetten binnen de rijksbegroting.
4.
a. Het zetel tal van een fractie met minder dan zes leden wordt voor de toepassing van het eerste lid vermeerderd met één;
b. Het zeteltal van een fractie met meer dan vijf, doch minder dan elf leden wordt voor de toepassing van het eerste lid vermeerderd met een half.
1. Het in artikel 3, eerste lid onder a. genoemde bedrag per zetel strekt ertoe voor de leden ondersteuning van adequaat niveau te verzekeren. Ieder lid heeft het recht op eigen naam met een persoonlijke assistent naar eigen keuze een schriftelijke arbeidsovereenkomst aan te gaan. In dat geval heeft de fractie de door dat lid afdwingbare verplichting een bedrag tot ten hoogste tweederden van het in artikel 3 lid 1 onder a. genoemde bedrag op diens verzoek daartoe voor het lid beschikbaar te houden.
2. Wanneer het lidmaatschap van de Tweede Kamer van het betreffende lid eindigt anders dan tengevolge van verkiezingen, loopt deze verplichting door in de maand waarin het lidmaatschap wordt beëindigd èn in de drie daaropvolgende kalendermaanden. Hiertoe wordt het fractiebudget verhoogd.
3. Het Presidium beoordeelt of van een arbeidsovereenkomst in de zin van deze regeling sprake is.
4. De salarisbetalingen en overige financiële verplichtingen die voortvloeien uit een schriftelijke arbeidsovereenkomst tussen het lid en de persoonlijk assistent worden rechtstreeks, zonder tussenkomst van het lid, uitgevoerd door de betrokken fractie.
1. Het voorschot op de maximale bijdrage voor het lopend kalenderjaar wordt door de stafdienst FEZ van de Tweede Kamer verstrekt in de vorm van twaalf, maandelijkse betalingen. Als uitgangspunt wordt van de maximale bijdrage een aandeel van 10% vooralsnog niet bevoorschot ten einde verrekening met van de zijde van de Tweede Kamer in rekening te brengen kosten mogelijk te maken.
2. De voorschotten zullen worden verrekend met teveel ontvangen voorschotten in jaren waarvoor het Presidium de bedragen heeft vastgesteld bedoeld in artikel 8, zesde lid.
1. Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen verandert, gaat de verandering van het budget in
a. bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de dertiende maand na de eerste vergadering van de nieuw gekozen Tweede Kamer;
b. bij toeneming van het zeteltal: op de eerste dag van de kalendermaand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen Tweede Kamer plaatsvindt.
2. Indien een fractie ten gevolge van verkiezingen ophoudt te bestaan, vervalt de bijdrage aan die fractie met ingang van de eerste dag van de zesde gehele kalendermaand na de eerste vergadering van de nieuw gekozen Tweede Kamer. Aangaande de bevoorschotting over deze periode kan het Presidium nadere regels stellen, waar nodig in afwijking van het gestelde in artikel 5.
3. Met betrekking tot de door een fractie, genoemd in lid 2 van dit artikel, te veel ontvangen voorschotten over de periode bedoeld in artikel 8, tweede lid, kan het Presidium de terugvordering verrekenen met de bevoorschotting op grond van artikel 5, tweede lid.
4. Bij splitsing van een fractie kunnen aan de betrokken fracties tezamen niet meer bijdragen worden verleend dan het voor de oorspronkelijke fractie geldende maximumbedrag dat wordt verdeeld naar evenredigheid van de aantallen bij de splitsing betrokken leden. Om voldoening van de verplichtingen van de oude ongesplitste fractie mogelijk te maken, kan het Presidium een tijdelijke verhoging toestaan.
5. Het gestelde in dit artikel, indien en voor zover van toepassing op als gevolg van verkiezingen nieuw in de Kamer optredende fracties, laat onverlet dat geen uitgaven gedaan voorafgaand aan de eerste dag na de verkiezingen, voor vergoeding in aanmerking komen.
1. De Tweede Kamer reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in volgende jaren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een algemene en een specifieke reserve.
2. De algemene reserve kan niet groter zijn dan 30% van de bijdrage die een fractie in een vorig kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 3. Bij het ontbreken van een dergelijke berekeningsgrondslag, wordt uitgegaan van maximaal 30% van de bijdrage in het eerste kalenderjaar waarover, op grond van artikel 8, een jaarrekening en een balans moeten worden ingediend.
3. De specifieke reserve is bestemd voor toekomstige uitgaven ter zake van ouderenbeleid, afvloeiingsregelingen, arbeidsmarktbeleid dan wel meer specifieke verlofregelingen. Deze reserve kan niet groter zijn dan 20% van de bijdrage die een fractie in een vorig kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 3. Bij het ontbreken van een dergelijke berekeningsgrondslag, wordt uitgegaan van maximaal 20% van de bijdrage in het eerste kalenderjaar waarover, op grond van artikel 8, een jaarrekening en een balans moeten worden ingediend.
4. De voeding van de specifieke reserve kan ook plaatsvinden door toevoeging uit de algemene reserve. De hoogte van de beide reserveringen dient te blijken uit de jaarrekening, genoemd in artikel 8.
5. Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve als genoemd in de leden 2 en 3 van dit artikel, komt tot uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 8 over dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats indien zulks naar het oordeel van het Presidium wenselijk is.
6. De reserves bedoeld in de leden 2 en 3 van dit artikel, blijven na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van het Presidium als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd.
7. Als bij zetelverlies de reserves voor een fractie hoger zouden worden dan aangegeven in de leden 2 en 3 van dit artikel, vervalt dat meerdere.
8. Bij splitsing van een fractie dan wel fusie van fracties, beslist het Presidium over de verdeling of toerekening van de reserves.
1. De penningmeester van een fractie dan wel diens gemachtigde of, bij gebreke van een penningmeester, de voorzitter van een fractie, dient binnen drie maanden na een kalenderjaar, een jaarafrekening en een balans in bij het Presidium van de Tweede Kamer, dat afschrift van deze gegevens doet toekomen aan een door het Presidium aangewezen accountant.
2. In een verkiezingsjaar dient een fractie, bedoeld in artikel 6, tweede lid, de verantwoordingsstukken over de periode van 1 januari van het verkiezingsjaar tot aan de verkiezingsdatum, uiterlijk vier weken na de datum van de verkiezingen in bij het Presidium.
3. In de verantwoordingsstukken als genoemd in dit artikel, moet worden uitgegaan van een bestendige gedragslijn.
4. Het Presidium heeft de bevoegdheid een fractie die in gebreke is op grond van gebleken wanbeheer of vermoeden van wanbeheer, op te dragen de administratie uit handen te geven aan een door het Presidium aan te wijzen extern kantoor, dit op kosten van de desbetreffende fractie. Het Presidium heeft de bevoegdheid nadere regels te stellen.
5. De in het eerste lid van dit artikel genoemde accountant controleert de in dit artikel genoemde verantwoordingsstukken en brengt zo spoedig mogelijk advies uit aan het Presidium.
6. Het Presidium stelt zo spoedig mogelijk na het zomerreces de bedragen vast van:
a. het totaal aan uitgaven van een fractie in het vorig jaar dat uit de bijdrage bekostigd is;
b. de wijziging in de reserve;
c. het resulterend totaal van de reserve;
d. de verrekening en, waar nodig, terugvordering van ontvangen voorschotten.
7. Bij splitsing van een fractie als bedoeld in artikel 6, vierde lid, dient de functionaris bedoeld in het eerste lid van dit artikel, binnen twee maanden een afrekening en een balans over de periode tot aan het moment van splitsing in bij het Presidium. Na advies van de in het eerste lid van dit artikel genoemde accountant stelt het Presidium de bedragen vast van a) het totaal aan uitgaven van de fractie in de betreffende periode dat uit de bijdrage bekostigd is en b) de verrekening van de ontvangen voorschotten in die periode. Het saldo van die afrekening kan worden toegerekend aan alle leden van de oorspronkelijke fractie. In het geval van een negatief saldo zijn de leden van de oorspronkelijke fractie hoofdelijk aansprakelijk.
8. De auditdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan op eigen initiatief informatie inwinnen bij de deskundige die met de controle is belast. De in het eerste lid van dit artikel genoemde accountant verleent zijn medewerking aan deze review en stelt alle relevante documentatie ter beschikking.
1. Het Presidium heeft de uitvoering van de regeling opgedragen aan de stafdienst FEZ van de Tweede Kamer.
2. De functionaris bedoeld in het eerste lid van artikel 8 geeft aan medewerkers van de in hetzelfde lid genoemde accountant te allen tijde inzage in de administratie en de daarbij behorende stukken en verstrekt desgevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering van de taak van die accountant.
1. Deze regeling treedt in werking per 1 januari 2006, met inachtneming van het gestelde in het tweede lid van dit artikel.
2. Met betrekking tot de component genoemd onder artikel 3, eerste lid onder f, geldt als ingangsdatum 1 januari 2007. De wijziging opgenomen in artikel 4, vierde lid gaat uiterlijk in op 1 juli 2011.
3. De regeling, laatstelijk vastgesteld op 3 juli 2001, komt te vervallen.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht