3.
Van de inkomsten waarop de betrokkene in verband met het ontslag als werknemer of in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid uit anderen hoofde aanspraak heeft, wordt een bedrag ten hoogste gelijk aan 70% van de bezoldiging op het bedrag van het wachtgeld of de uitkering in mindering gebracht, met dien verstande dat de inkomsten in verband met arbeidsongeschiktheid en het wachtgeld, de uitkering of de WWV-vervangende uitkering, tezamen niet minder zullen bedragen dan 70% van de bezoldiging. Onder bezoldiging wordt verstaan de ten aanzien van de betrokkene vastgestelde bezoldiging in de zin van de in het eerste lid genoemde ontslaguitkeringsregelingen.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Begripsomschrijvingen
+ Hoofdstuk II
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken