Artikel 48
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. a-dwangbehandeling: een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 51d, onder a, van de wet;
b. b-dwangbehandeling: een onvrijwillige geneeskundige behandeling als bedoeld in artikel 51d, onder b, van de wet;
c. gedwongen geneeskundige handeling: de gedwongen geneeskundige handeling als bedoeld in artikel 37 van de wet;
d. geneeskundige behandeling: de onvrijwillige geneeskundige behandelingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met c, en de vrijwillige geneeskundige behandeling, bedoeld in artikel 51c van de wet;
e. geneeskundig behandelingsplan: het geneeskundig behandelingsplan, bedoeld in artikel 51b van de wet;
g. voorzetting van a-dwangbehandeling: de voortzetting van a-dwangbehandeling bedoeld in artikel 51e, vijfde lid, van de wet.
1.
Een geneeskundige behandeling wordt verricht in een daartoe geschikte ruimte, onder verantwoordelijkheid van de behandelend arts.
2.
In een inrichting of op een afdeling als bedoeld in artikel 8, zevende lid, van de wet is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, voldoende psychiatrisch geschoold verpleegkundig personeel aanwezig. Bovendien is vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, een psychiater beschikbaar.
3.
Een geneeskundige behandeling wordt slechts uitgevoerd door een arts of verpleegkundige die over voldoende deskundigheid beschikt deze behandeling uit te voeren en indien daartoe voldoende voorzieningen beschikbaar zijn.
4.
Eens per twee weken, of vaker indien het belang van de jeugdige dit eist, vindt een multidisciplinair overleg plaats, waaraan in ieder geval een psychiater, een arts, een psycholoog en een verpleegkundige deelnemen. Indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, worden zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders op de hoogte gesteld van de uitkomsten van het overleg.
1.
In het geneeskundig behandelingsplan worden ten minste opgenomen:
a. de diagnose van de stoornis van de geestvermogens van de jeugdige;
b. de therapeutische middelen, zo mogelijk gerelateerd aan de verschillende aspecten die in de stoornis te onderscheiden zijn, die zullen worden toegepast teneinde een zodanige verbetering van de stoornis van de geestvermogens van de jeugdige te bereiken, dat het gevaar op grond waarvan deze in verband met zijn geestelijke gezondheidstoestand op een afdeling voor intensieve zorg of intensieve behandeling behoeft te verblijven, wordt weggenomen;
c. of er overeenstemming over het geneeskundig behandelingsplan is.
2.
Gedurende de behandeling kan het geneeskundig behandelingsplan worden gewijzigd. Bij een wijziging wordt de uitkomst van het multidisciplinair overleg, bedoeld in artikel 48a, vierde lid, betrokken.
3.
Een wijziging van het geneeskundig behandelingsplan wordt, in overleg met de persoon, bedoeld in artikel 51c, onder b, van de wet vastgesteld. De wijziging wordt hem voor het ingaan daarvan medegedeeld.
1.
In geval van een a- of b-dwangbehandeling wordt in het geneeskundig behandelingsplan eveneens opgenomen:
a. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de jeugdige doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; en
b. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de jeugdige en indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders ten aanzien van de behandeling.
2.
Het deel van het geneeskundig behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt met de jeugdige of indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, wordt slechts vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgehad waaraan in ieder geval een psychiater, een psycholoog en een verpleegkundige hebben deelgenomen.
3.
Ingeval van a-dwangbehandeling worden de verklaringen van de psychiaters, bedoeld in artikel 51e, tweede lid, van de wet, bij het in het tweede lid bedoelde overleg betrokken.
1.
Voordat de directeur beslist dat een door de arts noodzakelijk geachte b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling zal worden toegepast, pleegt de directeur overleg met die arts en met het hoofd van de afdeling waar de jeugdige verblijft. Indien de behandeling door een andere arts wordt verricht, wordt tevens met hem overlegd.
2.
Ingeval van b-dwangbehandeling of indien het verrichten van een gedwongen geneeskundige handeling noodzakelijk is ter afwending van gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de jeugdige, pleegt de directeur bovendien overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater.
3.
In het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg wordt nagegaan of het gevaar niet op een andere wijze kan worden afgewend.
1.
Zo spoedig mogelijk na de aanvang van de gedwongen geneeskundige handeling wordt door of onder verantwoordelijkheid van een arts een plan opgesteld gericht op een zodanige verbetering van de toestand van de jeugdige dat de toepassing van de gedwongen geneeskundige handeling kan worden beëindigd. Dit plan wordt opgenomen in geneeskundig behandelingsplan.
2.
Bij de keuze voor een bepaalde geneeskundige handeling wordt steeds gekozen voor de voor de jeugdige minst ingrijpende handeling.
1.
Voordat de directeur de beslissing tot voortzetting van a-dwangbehandeling neemt, pleegt hij overleg met de voor de behandeling verantwoordelijke psychiater en met het hoofd van de afdeling waar de jeugdige verblijft.
2.
In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt nagegaan of van de voortzetting van de behandeling alsnog het beoogde effect kan worden verwacht.
3.
De uitkomsten van het multidisciplinaire overleg, bedoeld in artikel 48a, vierde lid, worden bij de beslissing meegenomen.
Artikel 49d
De jeugdige wordt gedurende de periode dat de a- of b-dwangbehandeling of de gedwongen geneeskundige handeling wordt verricht, zo vaak als nodig is bezocht door een arts of in diens opdracht een verpleegkundige. Het verslag van diens bevindingen wordt opgenomen in het medische dossier.
1.
De directeur stelt de voorzitter van de commissie van toezicht, de raadsman van de jeugdige en indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders in kennis van het voornemen tot een beslissing tot a-dwangbehandeling uiterlijk drie dagen voor het nemen van die beslissing. Zij worden in de gelegenheid gesteld bezwaren tegen de beslissing kenbaar te maken.
2.
De voorzitter van de commissie van toezicht doet onverwijld een melding aan de maandcommissaris. De maandcommissaris bezoekt na de melding onverwijld de jeugdige.
3.
Van de toepassing van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling of voortzetting van a-dwangbehandeling wordt uiterlijk bij de aanvang van de behandeling melding gedaan aan Onze Minister en de commissie van toezicht. Ingeval van a- of b-dwangbehandeling en indien een gedwongen geneeskundige handeling wordt toegepast in verband met een gevaar dat voortvloeit uit een stoornis van de geestvermogens van de jeugdige, wordt tevens melding gedaan aan de inspecteur.
4.
Bij de aanvang van een a-dwangbehandeling geeft de directeur daarvan eveneens kennis aan de in het eerste lid genoemde personen.
5.
De directeur zendt met de melding, bedoeld in het derde lid, een afschrift van de beslissing tot de behandeling mee waarin hij in ieder geval vermeldt:
a. in verband met welk gevaar is besloten tot een a- of b-dwangbehandeling, dan wel een gedwongen geneeskundige handeling;
b. welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar weg te nemen dan wel af te wenden;
c. welke personen, bedoeld in artikel 51c, onder c, van de wet, zich tegen de behandeling verzetten;
d. de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de jeugdige en indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt de voorkeuren van zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders ten aanzien van de behandeling; en
e. indien een behandeling plaatsvindt in een situatie waarin het de jeugdige is die zich verzet, of deze in staat kan worden geacht gebruik te kunnen maken van de regeling, vervat in Hoofdstuk XIII–XIV respectievelijk XV van de wet.
6.
Ingeval van een beslissing tot a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of voortzetting van a-dwangbehandeling, vermeldt de directeur tevens welke pogingen zijn gedaan om tot overeenstemming als bedoeld in artikel 51c, onder b, van de wet te komen. In geval van een beslissing tot a-dwangbehandeling vermeldt hij bovendien welke bezwaren tegen de behandeling zijn aangevoerd door de personen, bedoeld in het eerste lid.
7.
Van een beëindiging van een a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling of gedwongen geneeskundige handeling geeft de directeur kennis aan de personen, genoemd in het derde en – indien van toepassing – vierde lid.
8.
Onze Minister kan voor de meldingen een model vaststellen.
Artikel 49f
De verantwoordelijke arts draagt zorg dat de melding van de toepassing van a-dwangbehandeling, b-dwangbehandeling, gedwongen geneeskundige handeling en voortzetting van a-dwangbehandeling en de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 48a, vierde lid, artikel 49a en artikel 49c, alsmede de adviezen die daarbij zijn gegeven en de afspraken die daarbij zijn gemaakt worden geregistreerd in het medische dossier.
1.
De inspecteur stelt na beëindiging van elke a- of b-dwangbehandeling, doch in ieder geval na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 51e, vierde lid, van de wet, een onderzoek in of de beslissing tot de behandeling zorgvuldig is genomen en of de uitvoering van de behandeling zorgvuldig is geschied.
2.
De inspecteur stelt eveneens een onderzoek in na beëindiging van elke gedwongen geneeskundige handeling indien die behandeling is verricht ter afwending van een gevaar dat voortvloeit uit de stoornis van de geestvermogens van de jeugdige.
1.
Indien de toepassing van de behandeling, bedoeld in artikel 49a, tweede lid, de duur van twee weken te boven gaat wordt door de directeur een commissie samengesteld bestaande uit ten minste een afdelingshoofd, een psychiater, een arts en een psycholoog.
2.
De in het eerste lid bedoelde commissie brengt binnen twee dagen na de in het eerste lid bedoelde termijn en, indien de onvrijwillige geneeskundige behandeling langer wordt voortgezet, om de twee weken, advies uit aan de directeur over de voortzetting van de behandeling.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Scholings- en trainingsprogramma
+ Hoofdstuk 3. Commissie van toezicht en beklagcommissie
+ Hoofdstuk 4. De inrichting
+ Hoofdstuk 5. Het perspectiefplan
+ Hoofdstuk 6. Verlof
+ Hoofdstuk 7
- Hoofdstuk 8. (Onvrijwillige) geneeskundige behandeling
+ Hoofdstuk 8a. Toezicht op telefoongesprekken
+ Hoofdstuk 9. Geestelijke verzorging
+ Hoofdstuk 10. Beroep tegen medisch handelen
+ Hoofdstuk 11. Onderwijs en pedagogische activiteiten
+ Hoofdstuk 12. Dossiers van jeugdigen
+ Hoofdstuk 13. Aanwijzing van particuliere inrichtingen
+ Hoofdstuk 14. Opperbeheer rijksinrichtingen
+ Hoofdstuk 15. Kwaliteit
+ Hoofdstuk 16. Vergoedingen beklag- en beroepsprocedures
+ Hoofdstuk 17. Aansprakelijkheid directeur
+ Hoofdstuk 18. Wijziging andere regelgeving
+ Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht