1.
De in artikel 4 genoemde versierselen met lint kunnen in een verkleinde vorm worden gedragen in plaats van de in artikel 4 genoemde onderscheidingstekens.
2.
Leden van de Orde die een uniform dragen kunnen het draagteken in de vorm van een bâton van 27 bij 11 millimeter dragen. Indien de graad van Ridder Grootkruis of Commandeur is verleend, wordt op de bâton een rozet met daarachter een balk als bedoeld in artikel 4, respectievelijk onderdeel a , onder 3°, en onderdeel b , onder 3°, bevestigd.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Verleningscriteria
- Hoofdstuk II. Onderscheidingstekens
+ Hoofdstuk III. Procedure
+ Hoofdstuk IV. Slot- en overgangsbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht