2.
Leden van de Orde die een uniform dragen kunnen het draagteken in de vorm van een bâton van 27 bij 11 millimeter dragen. Indien de graad van Ridder Grootkruis, Grootofficier of Commandeur is verleend, wordt op de bâton een rozet met daarachter een balk als bedoeld in artikel 7, respectievelijk onderdeel a , onder 3°, onderdeel b , onder 3°, en onderdeel c , onder 2°, bevestigd. Indien de graad van Officier, dan wel Ridder is verleend, wordt op de bâton een rozet respectievelijk een kleine zilveren kroon bevestigd.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Verleningscriteria
- Hoofdstuk II. Onderscheidingstekens
+ Hoofdstuk III. Procedure
+ Hoofdstuk IV. Slot- en overgangsbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht