1.
Het lid aan wie krachtens het daarop betrekking hebbend artikel der Kieswet *[1] is meegedeeld dat zijn lidmaatschap heeft opgehouden te bestaan, kan daarover binnen acht dagen het oordeel van de Kamer vragen.
2.
De Kamer benoemt in het onder het eerste lid bedoelde geval uit haar midden een commissie van onderzoek ,en spreekt geen oordeel uit voordat deze commissie verslag heeft uitgebracht. Indien het betrokken lid daarom verzoekt, wordt hij door de commissie gehoord.
Inhoudsopgave
- Inleidende bepaling
- Hoofdstuk I. Toelating en ontslag van de leden
+ Hoofdstuk II. Inrichting van de Kamer
+ Hoofdstuk III. Vaste en bijzondere commissies
+ Hoofdstuk IV. Commissieverslag
+ Hoofdstuk V. Algemene bepalingen betreffende de vergaderingen
+ Hoofdstuk VI. Voeren van het woord
+ Hoofdstuk VII. Stemmingen over zaken en personen
+ Hoofdstuk VIII. Officieel verslag
+ Hoofdstuk IX. Recht van enquête, van interpellatie en het stellen van vragen
+ Hoofdstuk X. Verzoekschriften
+ Hoofdstuk XI. Behandeling van verdragen
+ Hoofdstuk XII. Behartiging van aangelegenheden van het Koninkrijk
+ Hoofdstuk XIIa. Integriteit
+ Hoofdstuk XIII. Wijzigingen in het reglement
+ Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht