1.
De Voorzitter voert gedurende beraadslagingen welke niet door hem, door een commissie of door één of meer leden gedane voorstellen van orde betreffen, slechts het woord om de juiste stand van het geschilpunt aan te wijzen of om de beraadslagingen bij afdwaling tot het juiste punt terug te brengen.
2.
Indien de Voorzitter het woord wil voeren over het voorstel dat aan de orde is, tenzij het nodig is ter uitvoering van de hem opgedragen taak, verlaat hij de voorzittersstoel. Hij neemt die niet weder in zolang het onderwerp aan de orde is.
3.
Hij wordt gedurende deze tijd vervangen overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.
Inhoudsopgave
- Inleidende bepaling
+ Hoofdstuk I. Toelating en ontslag van de leden
+ Hoofdstuk II. Inrichting van de Kamer
+ Hoofdstuk III. Vaste en bijzondere commissies
+ Hoofdstuk IV. Commissieverslag
+ Hoofdstuk V. Algemene bepalingen betreffende de vergaderingen
- Hoofdstuk VI. Voeren van het woord
+ Hoofdstuk VII. Stemmingen over zaken en personen
+ Hoofdstuk VIII. Officieel verslag
+ Hoofdstuk IX. Recht van enquête, van interpellatie en het stellen van vragen
+ Hoofdstuk X. Verzoekschriften
+ Hoofdstuk XI. Behandeling van verdragen
+ Hoofdstuk XII. Behartiging van aangelegenheden van het Koninkrijk
+ Hoofdstuk XIIa. Integriteit
+ Hoofdstuk XIII. Wijzigingen in het reglement
+ Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht