1.
De Voorzitter roept de Kamer in vergadering bijeen. Hij stelt de agenda vast.
2.
Op schriftelijk en met redenen omkleed verzoek van ten minste zeven leden roept hij binnen 14 dagen na ontvangst van het verzoek de Kamer eveneens samen.
3.
Hij geeft de leden ten minste vierentwintig uur vóór de aanvang van de vergadering kennis van de door hem vastgestelde agenda.
4.
Hij doet op de kennisgeving als bedoeld in het derde lid ook opnemen de aanvangsuren en de onderwerpen van de te houden inbrengvergaderingen op de dag van de vergadering. Op overeenkomstige wijze geeft hij de leden kennis van door hem vastgestelde dagen en uren van inbrengvergaderingen die niet op een zelfde dag worden gehouden als een vergadering der Kamer.
1.
De Voorzitter plaatst een voorstel op de agenda van de Kamer nadat de schriftelijke voorbereiding hetzij door het uitbrengen van een eindverslag, hetzij door de ontvangst van een nota naar aanleiding van het verslag is voltooid.
2.
De beraadslaging over een voorstel vindt niet eerder plaats dan twee dagen nadat het eindverslag is verschenen of de nota naar aanleiding van het verslag ter kennis is gebracht van de leden.
3.
De Voorzitter raadpleegt de commissie aan wie het onderzoek werd toevertrouwd over de datum voor de openbare beraadslaging.
4.
De Voorzitter kan afwijken van de bepalingen in het tweede en derde lid, of in afwijking van het eerste lid een mondeling eindverslag, als bedoeld in artikel 56 doen uitbrengen, indien hij meent dat beraadslaging vanwege het spoedeisende karakter van de zaak geen uitstel lijden kan.
1.
De Kamer kan op voorstel van de Voorzitter, van een commissie of van één of meer leden, besluiten te beraadslagen over onderdelen van het regeringsbeleid of andere naar haar oordeel daarvoor in aanmerking komende zaken. Aan deze beraadslagingen behoeft geen schriftelijke voorbereiding vooraf te gaan.
2.
Indien het voorstel van een commissie afkomstig is, wordt het schriftelijk voor het begin van de vergadering bij de Voorzitter ingediend. De voorzitter van de commissie of diens plaatsvervanger voert - zo nodig - namens de commissie het woord.
1.
De Griffier draagt op dagen waarop de Kamer vergadert zorg voor het neerleggen van een lijst waarop de leden die aan de vergadering wensen deel te nemen hun handtekening plaatsen.
2.
Deze lijst wordt aan de Voorzitter ter hand gesteld op het voor de aanvang van de vergadering vastgestelde tijdstip, tenzij de lijst nog niet door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is getekend.
3.
Na de ontvangst van de lijst opent de Voorzitter de vergadering terstond. De lijst blijft tot de sluiting der vergadering in de vergaderzaal liggen, ter tekening door de later komende leden.
1.
Indien de lijst niet aan de Voorzitter kan worden overhandigd vanwege het ontbreken van het vereiste quorum, wordt het aanvangsuur van de vergadering met een half uur uitgesteld.
2.
Is gedurende dit halve uur niet alsnog het vereiste quorum bereikt, dan roept de Voorzitter alle aanwezige leden bijeen.
3.
Hij kan besluiten het aanvangsuur van de vergadering te verplaatsen naar een later uur op dezelfde dag. Hiervan doet hij aan de aanwezige leden mededeling. Indien hij meent dat een dergelijk uitstel niet zinvol kan worden geacht, of indien blijkt dat op het uitgestelde aanvangsuur nog steeds het quorum niet is bereikt, doet hij de namen oplezen der afwezigen met vermelding van berichten van verhindering. Deze namen en die van de aanwezige leden worden in het officiële verslag opgenomen.
4.
Na deze voorlezing stelt de Voorzitter de vergadering tot een nader te bepalen datum uit.
1.
Elk lid heeft een voor hem bestemde zitplaats in de vergaderzaal. De Voorzitter wijst deze zitplaats aan. Indien de Voorzitter dit vraagt, nemen de leden hun zitplaatsen in.
2.
De Voorzitter draagt zorg voor de beschikbaarheid van zitplaatsen voor de ministers en eventueel de personen die zij krachtens artikel 69, derde lid van de Grondwet hebben aangewezen.
3.
Voorts draagt hij, indien nodig, zorg voor de beschikbaarheid van zitplaatsen voor diegenen, in het bijzonder de Gevolmachtigde Ministers van de Nederlandse Antillen en/of de bijzondere gedelegeerden, aan wie bij Statuut, wet of verdrag enige bijzondere bevoegdheid is toegekend in de vergaderingen van de beide Kamers der Staten-Generaal.
Artikel 77
De toehoorders mogen de voortgang en de orde van de vergadering op geen enkele wijze verstoren. Zij nemen daartoe stilte in acht en onthouden zich van tekenen van goed- of afkeuring.
Artikel 78
Het maken van beeld- en geluidopnamen is verboden behoudens tevoren verkregen toestemming van de Voorzitter.
1.
De Voorzitter ziet toe op het gedrag van de toehoorders en kan bij overtreding van de bovengenoemde gedragsregels de overtreders of allen die zich op een bepaald tribunegedeelte bevinden doen vertrekken.
2.
De Voorzitter schorst de vergadering indien hij zulks met het oog op de orde noodzakelijk acht.
Artikel 80
Indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is, is de Voorzitter ten aanzien van alle aanwezigen in het Kamergebouw bevoegd maatregelen te nemen teneinde hen het gebouw te doen verlaten.
1.
Alle sedert de vorige vergadering bij de Kamer ingekomen stukken worden ingeschreven op een lijst, met dien verstande dat de Voorzitter ongetekende, onbegrijpelijke en beledigende stukken ter zijde kan doen leggen. Ten aanzien van de op de lijst geplaatste stukken doet hij aan de Kamer de voorstellen, die hij doeltreffend acht.
2.
De bedoelde lijst wordt met de voorstellen van de Voorzitter bij het begin van de vergadering in de vergaderzaal neergelegd ter inzage voor de leden. Voor de sluiting van de vergadering wordt door de Kamer over de voorstellen van de Voorzitter beslist. De lijst met de voorstellen van de Voorzitter wordt in het officiële verslag opgenomen.
3.
De Voorzitter kan van de stukken, welke hij daartoe belangrijk genoeg acht, bij de aanvang van de vergadering mededeling doen.
Artikel 83
De Griffier draagt zorg dat de daarvoor in aanmerking komende van regeringswege ontvangen dan wel van de Kamer uitgaande stukken worden gedrukt. Dit kan geschieden voordat van hun inkomen in de vergadering is kennis gegeven.
Inhoudsopgave
- Inleidende bepaling
+ Hoofdstuk I. Toelating en ontslag van de leden
+ Hoofdstuk II. Inrichting van de Kamer
+ Hoofdstuk III. Vaste en bijzondere commissies
+ Hoofdstuk IV. Commissieverslag
- Hoofdstuk V. Algemene bepalingen betreffende de vergaderingen
+ Hoofdstuk VI. Voeren van het woord
+ Hoofdstuk VII. Stemmingen over zaken en personen
+ Hoofdstuk VIII. Officieel verslag
+ Hoofdstuk IX. Recht van enquête, van interpellatie en het stellen van vragen
+ Hoofdstuk X. Verzoekschriften
+ Hoofdstuk XI. Behandeling van verdragen
+ Hoofdstuk XII. Behartiging van aangelegenheden van het Koninkrijk
+ Hoofdstuk XIIa. Integriteit
+ Hoofdstuk XIII. Wijzigingen in het reglement
+ Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht