1.
De leden voeren het woord vanaf de spreekplaats, tenzij de Voorzitter hun verlof geeft vanaf een andere plaats in de vergaderzaal te spreken.
2.
De leden richten zich tot de Voorzitter.
1.
Niemand voert het woord zonder het van de Voorzitter te hebben gekregen.
2.
De Voorzitter kan korte interrupties toelaten.
3.
Het interrumperen geschiedt op de plaatsen die daarvoor aangewezen zijn.
Artikel 86
Zodra de Voorzitter enig onderwerp aan de orde heeft gesteld of het voornemen daartoe aan de leden heeft kenbaar gemaakt, kunnen de leden zich ter griffie laten inschrijven op de sprekerslijst.
1.
De Voorzitter verleent het woord naar de orde van de sprekerslijst en daarna aan hen die het later vragen.
2.
Hij kan besluiten van de lijst af te wijken, indien de aard van de beraadslaging dat vordert.
3.
Hij kan tevoren een volgorde vaststellen waarin sprekers van diverse fracties het woord zullen voeren.
1.
Ieder lid krijgt onmiddellijk het woord voor een persoonlijk feit of een voorstel van orde. Zo mogelijk wordt een voorstel van orde bij de aanvang van de vergadering gedaan.
2.
Een voorstel van orde, waaronder begrepen het verzoek om verlof tot het houden van een interpellatie, wordt behandeld overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 99 en 105 tot en met 112.
1.
Indien over een voorstel op grond van artikel 55 dan wel artikel 58, derde lid, een eindverslag zonder voorbehoud is uitgebracht, wordt het op de agenda geplaatst en zonder beraadslaging behandeld, behoudens het bepaalde bij het tweede en derde lid.
2.
De Kamer kan besluiten het voorstel terug te verwijzen, ter hervatting van de schriftelijke voorbereiding, aan de commissie die het eindverslag heeft uitgebracht, indien zich tussen het uitbrengen van dat eindverslag en de dag der vergadering nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die terugverwijzing naar haar oordeel wenselijk maken.
3.
De commissie, de Voorzitter of ten minste vijf leden kunnen bij de aanvang van de vergadering waarop de openbare behandeling zal plaatsvinden, de Kamer een voorstel tot terugverwijzen als bedoeld in het tweede lid doen. De Kamer besluit terstond.
1.
De Voorzitter voert gedurende beraadslagingen welke niet door hem, door een commissie of door één of meer leden gedane voorstellen van orde betreffen, slechts het woord om de juiste stand van het geschilpunt aan te wijzen of om de beraadslagingen bij afdwaling tot het juiste punt terug te brengen.
2.
Indien de Voorzitter het woord wil voeren over het voorstel dat aan de orde is, tenzij het nodig is ter uitvoering van de hem opgedragen taak, verlaat hij de voorzittersstoel. Hij neemt die niet weder in zolang het onderwerp aan de orde is.
3.
Hij wordt gedurende deze tijd vervangen overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.
Artikel 91
De Voorzitter verleent het woord aan ministers, personen die zij hebben aangewezen om zich in de vergadering te doen bijstaan, de Gevolmachtigde Ministers en de bijzondere gedelegeerden wanneer zij dit verlangen, echter niet dan nadat de spreker die aan het woord is zijn rede heeft beëindigd.
1.
Een lid voert niet meer dan twee malen en evenmin na afloop van de tweede termijn het woord over hetzelfde onderwerp, tenzij de Kamer hem hiertoe verlof geeft.
2.
Bij de bepaling van het aantal malen dat een lid over hetzelfde onderwerp zal hebben gesproken wordt niet meegerekend het afleggen van een korte verklaring als bedoeld in artikel 107.
1.
Een lid dat het woord voert kan daarbij moties over het in behandeling zijnde voorstel indienen. Zulk een motie moet op schrift gebracht en door de voorsteller ondertekend zijn. Een motie kan alleen in behandeling komen indien zij door ten minste vier andere leden mede ondertekend is of ondersteund wordt. Ook namens de commissie aan welke de voorbereiding van een voorstel is toevertrouwd kunnen moties worden ingediend, mits ze het gevoelen van de meerderheid van de leden weergeven. Zulke moties worden ondertekend door de leden der commissie, die zich daar voor hebben verklaard.
2.
De behandeling van moties vindt plaats tegelijk met de beraadslaging over het in behandeling zijnde voorstel, tenzij de Kamer anders besluit.
1.
Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt, brengt de Voorzitter hem dit onder het oog en roept hij hem tot de behandeling van het onderwerp terug.
2.
Wanneer een lid beledigende uitdrukkingen gebruikt, de orde verstoort, of, zij het slechts door het betuigen van instemming, aanspoort tot onwettige handelingen, vermaant de Voorzitter hem en stelt hij hem in de gelegenheid, de woorden die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven terug te nemen.
3.
Maakt de spreker van deze mogelijkheid geen gebruik en/of gaat hij voort te handelen op een wijze als in de vorige leden omschreven, dan kan de Voorzitter hem het woord ontnemen.
Artikel 95
De Voorzitter kan een spreker, die zijn plicht tot geheimhouding schendt onmiddellijk het woord ontnemen. Indien hij de spreker vermaant op de overeenkomstige wijze als bedoeld in het eerste lid van artikel 94 en de spreker voortgaat met zijn plicht tot geheimhouding te schenden, wordt de spreker het woord ontnomen.
1.
Een lid aan wie ingevolge het bepaalde bij de artikelen 94 of 95 het woord over een bepaald voorstel ontnomen is, mag in de vergadering, waarin dit plaatsvindt, aan de beraadslagingen over dit voorstel niet meer deelnemen.
2.
Tevens kan de Voorzitter hem en ieder ander lid dat zich schuldig maakt aan gedragingen als bedoeld in het tweede lid van artikel 94, uitsluiten van de verdere bijwoning van de vergadering en van de vergaderingen welke aanvangen op de dag waarop de uitsluiting plaatsvindt.
Artikel 97
Besluiten van de Voorzitter genoemd in de artikelen 94 tot en met 96 zijn besluiten betreffende de handhaving van de orde, als bedoeld in artikel 19, tweede lid.
1.
Een lid dat van het bijwonen van de vergadering is uitgesloten, is verplicht het Kamergebouw onmiddellijk te verlaten en mag dit niet weder betreden voordat de uitsluiting is geëindigd.
2.
De Voorzitter zorgt dat het uitgesloten lid zo nodig tot het verlaten van het gebouw gedwongen wordt.
1.
De Voorzitter bepaalt de spreektijden over een voorstel van orde en een interpellatie.
2.
Hij kan eveneens ten behoeve van beraadslagingen over onderdelen van algemeen regeringsbeleid, in het bijzonder de hoofdstukken van de Rijksbegroting en andere onderwerpen als bedoeld in artikel 73, tevoren een tijdsduur vaststellen voor de bijdragen van de zijde van de Kamer.
1.
De beschikbare spreektijd verdeelt hij naar billijkheid over degenen, die te kennen hebben gegeven het woord te willen voeren, waarbij hij rekening houdt met de grootte van de fracties waartoe zij behoren.
2.
In de tweede termijn beschikken de leden over ten hoogste de helft van de spreektijd, die hun in de eerste termijn was toegewezen.
3.
De Voorzitter doet de Kamer tevoren mededeling van zijn besluit tot spreektijdbeperking. In het besluit is een globale verdeling van de spreektijd over de fracties opgenomen.
Artikel 101
Indien een lid de voor zijn fractie beschikbare spreektijd overschrijdt, kan de Voorzitter hem het woord ontnemen.
1.
De Voorzitter kan tijdens de beraadslagingen over andere, niet in artikel 99 bedoelde, voorstellen aan de Kamer voorstellen om de verdere beraadslaging van haar zijde op een bepaald daarbij te vermelden tijdstip te sluiten. Ook ten minste vijf leden kunnen gezamenlijk door middel van een in te dienen voorstel van orde een dergelijk voorstel aan de Kamer doen.
2.
Indien de Kamer zich op dat voorstel verenigt, verdeelt de Voorzitter volgens de in het tweede lid van artikel 99 opgenomen grondslag de nog resterende spreektijd van de zijde van de Kamer.
Artikel 103
De Kamer beslist over schorsing van de beraadslaging op voorstel van de Voorzitter of ten minste vijf aanwezige leden, die daartoe bij voorstel van orde overeenkomstig artikel 88, eerste lid, een voorstel doen. Het voorstel bevat de tijdsduur waarvoor geschorst wordt en wordt door de indieners niet van een toelichting voorzien.
Artikel 104
De Voorzitter sluit de beraadslagingen wanneer niemand meer het woord verlangt, of op het tijdstip dat volgens artikel 102 is vastgesteld. Het afleggen van een stemverklaring als bedoeld in artikel 107 geschiedt na de sluiting.
Inhoudsopgave
- Inleidende bepaling
+ Hoofdstuk I. Toelating en ontslag van de leden
+ Hoofdstuk II. Inrichting van de Kamer
+ Hoofdstuk III. Vaste en bijzondere commissies
+ Hoofdstuk IV. Commissieverslag
+ Hoofdstuk V. Algemene bepalingen betreffende de vergaderingen
- Hoofdstuk VI. Voeren van het woord
+ Hoofdstuk VII. Stemmingen over zaken en personen
+ Hoofdstuk VIII. Officieel verslag
+ Hoofdstuk IX. Recht van enquête, van interpellatie en het stellen van vragen
+ Hoofdstuk X. Verzoekschriften
+ Hoofdstuk XI. Behandeling van verdragen
+ Hoofdstuk XII. Behartiging van aangelegenheden van het Koninkrijk
+ Hoofdstuk XIIa. Integriteit
+ Hoofdstuk XIII. Wijzigingen in het reglement
+ Hoofdstuk XIV. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht