Besluit van 15 augustus 1973, houdende vaststelling van een reglement van politie voor het rijkspontveer over het kanaal van Terneuzen te Sluiskil
Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 14 mei 1973, nr. RWW 32450, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Waterstaatsrecht;
Gelet op de wet van 28 februari 1891 ( Stb. 69) tot vaststelling van bepalingen betreffende 's-rijkswaterstaatswerken en de wet van 23 november 1961 ( Stb. 392), houdende goedkeuring van het op 20 juni 1960 te Brussel tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden gesloten Verdrag betreffende de verbetering van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmede verband houdende aangelegenheden;
De Raad van State gehoord (advies van 30 mei 1973, nr. 17);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voornoemd van 8 augustus 1973, nr. RWW 54190, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Waterstaatsrecht;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Dit reglement is van toepassing op het rijkspontveer over het kanaal van Terneuzen te Sluiskil (gemeente Terneuzen).
2.
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a. de hoofdingenieur-directeur: de Hoofdingenieur-Directeur van de Rijkswaterstaat in de Directie Zeeland te Middelburg;
b. de ingenieur: de Hoofdingenieur van de Rijkswaterstaat te Terneuzen, belast met het toezicht op het kanaal van Terneuzen;
c. de havenmeester: de Rijkshavenmeester te Terneuzen of diens plaatsvervanger;
d. de gezagvoerder: de ambtenaar van de Rijkswaterstaat, die belast is met de bediening van de pont;
e. voertuigen: alle motorvoertuigen, fietsen en andere rij- of voertuigen, met inbegrip van kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen;
f. motorvoertuigen: alle gelede en ongelede voertuigen, bestemd om uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig, te worden voortbewogen.
1.
Het gebruik van het pontveer is verboden voor voertuigen op meer dan twee wielen, met uitzondering van:
a. voertuigen waarvoor door de ingenieur ontheffing van dit verbod is verleend;
b. motorvoertuigen, niet ingericht voor het vervoer van personen, uitgerust met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van ten hoogste 300 cm3 dan wel met een elektromotor;
c. motorvoertuigen, uitgerust met een elektromotor dan wel met een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van ten hoogste 250 cm3 en kennelijk ingericht voor het vervoer van een invalide;
d. kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen.
2.
Het gebruik van het pontveer is tevens verboden voor rij- en trekdieren en vee.
Artikel 3
Het is aan een ieder, die daartoe niet door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is gemachtigd, verboden aan de aanlegplaatsen vaartuigen te meren en daar personen, voertuigen of goederen van welke aard ook te laden of te lossen.
Artikel 4
Het is verboden voertuigen of goederen op die plaatsen op te stellen, waar zulks blijkens afsluitingen of verbodsaanduidingen niet is toegestaan dan wel waar dit kennelijk voor een goede uitoefening van de veerdienst ontoelaatbaar is.
1.
Ieder, die van het pontveer gebruik maakt of wenst te maken, is verplicht onmiddellijk de aanwijzingen op te volgen, die door de gezagvoerder worden gegeven dan wel die door opschriften of aanduidingen op borden of door middel van op de pont dan wel op of nabij de aanlegplaatsen aangebrachte lichtseinen voor een ieder duidelijk kenbaar zijn gemaakt.
Deze aanwijzingen kunnen betrekking hebben op:
a. het rijden op de toegangswegen, opstelpleinen en -wegen;
b. het zich begeven en plaatsnemen op de pont, alsmede
c. het veilig en ongehinderd gebruik van het pontveer.
Zij kunnen strekken tot handhaving van de orde aan boord of op de aanlegplaatsen, tot voorkoming van schade aan het veermaterieel, de vervoerde personen, dieren, voertuigen en goederen, alsmede tot bevordering van de veiligheid.
Het bovenstaande laat onverlet het bepaalde in artikel 19 van het Rijkswegenreglement.
2.
Wordt aan de aanwijzingen, bedoeld in het eerste lid, niet voldaan, dan is de gezagvoerder bevoegd het vervoer over het pontveer te weigeren.
Artikel 6
Het is verboden:
a. het gebruik van het pontveer te belemmeren of te beletten;
b. over de pont te rijden met een snelheid of op een wijze, welke het veilig of ongehinderd gebruik van het pontveer in gevaar brengt of schade kan doen ontstaan aan aanlegplaatsen en pont, alsmede aan personen, dieren, voertuigen en goederen;
c. op de pont te gaan of daarop iets te brengen in strijd met het verbod van de gezagvoerder;
d. zich in een ruimte of afdeling te begeven, waarvan de toegang op een voor ieder kenbare wijze is verboden, of gebruik te maken van toestellen, welke niet voor het publiek zijn bestemd;
e. op opstelpleinen en opstelwegen te verblijven, anders dan om zich aan boord van de pont te begeven;
f. zich in kennelijke staat van dronkenschap aan boord van de pont te bevinden;
g. loslopende, gevaarlijke of aan een besmettelijke ziekte lijdende dieren aan boord van de pont te brengen;
h. de pont, abris en verdere inrichtingen aan de wal te verontreinigen of te beschadigen;
i. zonder toestemming van de gezagvoerder gevaarlijke stoffen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wet gevaarlijke stoffen ( Stb. 1963, 313), hetzij per voertuig, hetzij op andere wijze, aan boord van de pont te brengen;
j. van de pont gebruik te maken met voertuigen, waarvan de lading een hinderlijke stank verspreidt of verontreiniging van de pont of het vervoerde kan veroorzaken;
k. op de pont of de aanlegplaatsen te venten of muziek te maken;
l. zonder vergunning van de havenmeester op de pont of de aanlegplaatsen te collecteren.
1.
De bestuurders van voertuigen op meer dan twee wielen, die voorzien zijn van remmen, zijn verplicht na het innemen van hun plaats op de veerpont de remmen vast te zetten en deze gedurende de overvaart in die staat te houden.
2.
De bestuurders van motorvoertuigen zijn verplicht na het innemen van hun plaats op de veerpont de motoren stil te zetten en deze gedurende de overvaart in die staat te houden.
3.
De bestuurders van voertuigen zijn verplicht na aankomst vóór de veerpont de lichten te dimmen en na aankomst op de pont de lichten te doven en deze gedurende de overvaart gedoofd te houden.
1.
De toegang tot de veerpont wordt in volgorde van aankomst verleend, tenzij de gezagvoerder een andere volgorde noodzakelijk acht.
2.
Op aan de gezagvoerder gedaan verzoek kan in door Onze Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen gevallen voorrang van overvaart worden verleend.
3.
Voor zover de gezagvoerder zulks vordert, moeten de aan het pontveer wachtenden gelegenheid tot passeren geven aan de personen of voertuigen, waaraan voorrang wordt verleend.
1.
Indien wegens storm, ijsgang, mist of andere omstandigheden naar het oordeel van de gezagvoerder gevaar aan de overvaart verbonden is, kan deze door hem worden geweigerd.
2.
Indien naar het oordeel van de havenmeester de overvaart niet verantwoord is, kan deze door hem worden verboden.
Artikel 10
Overtreding van het bepaalde in de artikelen 3, 4, 5, eerste lid, 6 en 7 wordt, voor zover daarin niet bij de wet is voorzien, gestraft met hechtenis van ten hoogste dertig dagen of geldboete van ten hoogste twee honderd gulden.
1.
Met de handhaving van dit reglement zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde personen, belast de in artikel 1, tweede lid sub a , b , c en d , van dit reglement genoemde ambtenaren van de Rijkswaterstaat.
2.
de in het eerste lid bedoelde ambtenaren van de Rijkswaterstaat zijn bevoegd tot de handelingen, omschreven in de artikelen 3 en 6 der wet van 28 februari 1891 ( Stb. 69) en aangewezen tot het opmaken van proces-verbaal, bedoeld in artikel 4, eerste lid, dier wet.
De bevoegdheid, bedoeld in artikel 4, tweede lid, dier wet berust bij de hoofdingenieur-directeur.
Artikel 12
Dit reglement wordt aan boord van de in dienst zijnde veerpont en in de abris op goed zichtbare plaatsen opgehangen.
Artikel 13
Dit reglement kan worden aangehaald onder de titel "Reglement van politie voor het Rijkspontveer over het kanaal van Terneuzen".
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Porto Ercole, 15 augustus 1973
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Uitgegeven de dertiende september 1973.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht