Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2009. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2009.

Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen

Uitgebreide informatie
Besluit van 8 november 2005, houdende het van kracht zijn voor de Rijn in Nederland van het Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen (Besluit Reglement veiligheidspersoneel passagiersschepen)
Artikel 1.01. Begripsbepalingen
Voorzover hierna niets anders is bepaald, gelden de begripsbepalingen van artikel 1.01 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995.
In dit reglement gelden als:
1. Schip voor dagtochten : een passagiersschip met een overeenkomstige aantekening in het certificaat van onderzoek;
2. Hotelschip : een passagiersschip met een overeenkomstige aantekening in het certificaat van onderzoek;
3. Bemanning : de vereiste minimum bemanning van het passagiersschip als bedoeld in artikel 23.12 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 alsmede personen, die in dezelfde functie aanvullend aan boord zijn;
4. Veiligheidspersoneel : de deskundige voor de passagiersscheepvaart, eerste hulpverlener en persluchtmaskerdrager;
5. Passagier : iedere persoon aan boord, die niet tot de bemanning of tot het boordpersoneel behoort.
Artikel 1.02. Toepasselijkheid van het reglement
Het reglement regelt de verplichtingen voor de veilige exploitatie van passagiersschepen op de Rijn, in het bijzonder met betrekking tot het vereiste veiligheidspersoneel en hun kwalificatie.
1.
Aan boord van elk passagiersschip moet veiligheidspersoneel in voldoende aantal aanwezig zijn, zolang er passagiers aan boord zijn.
2.
De leden van het veiligheidspersoneel kunnen tot de bemanning of tot het boordpersoneel behoren.
Artikel 1.04. Voorschriften van tijdelijke aard
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voorschriften van tijdelijke aard vaststellen, wanneer het voor een aanpassing aan de technische ontwikkeling van de binnenscheepvaart noodzakelijk wordt geacht om in dringende gevallen afwijkingen van dit reglement toe te laten dan wel proefnemingen mogelijk te maken, waardoor de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer niet worden benadeeld. Deze voorschriften van tijdelijke aard worden door de bevoegde autoriteit gepubliceerd en hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaren. Zij worden in alle Oeverstaten en België op hetzelfde tijdstip in werking gesteld en worden onder dezelfde voorwaarden buiten werking gesteld.
Artikel 1.05. Richtlijnen
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voor de toepassing van dit reglement richtlijnen vaststellen. De bevoegde autoriteiten dienen zich aan deze richtlijnen te houden.
Artikel 2.01. Deskundige voor de passagiersvaart
De deskundige voor de passagiervaart moet ten minste 18 jaar zijn en de vereiste bevoegdheid bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon:
a) aan een door de bevoegde autoriteit erkende basisopleiding heeft deelgenomen, die tenminste de eisen, bedoeld in artikel 4.01, vervult, en het examen met goed gevolg heeft afgelegd, en
b) regelmatig ingevolge artikel 4.02, tweede lid, wordt bijgeschoold.
Artikel 2.02. Eerste hulpverlener
De eerste hulpverlener moet tenminste 17 jaar zijn en de vereiste bevoegdheid bezitten. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de desbetreffende persoon
a) aan een cursus voor eerste hulpverlener heeft deelgenomen, en
b) regelmatig ingevolge artikel 4.03 wordt bijgeschoold.
Artikel 2.03. Persluchtmaskerdrager
De persluchtmaskerdrager moet tenminste 18 jaar zijn en de vereiste bekwaamheid bezitten, om de ademhalingsapparatuur als bedoeld in artikel 15.12, tiende lid, onder a, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 voor de redding van personen te kunnen gebruiken. Deze wordt geacht aanwezig te zijn, indien de betreffende persoon de lichamelijke geschiktheid en de bevoegdheid ingevolge de nationale voorschriften van de Oeverstaten of België aantoont en regelmatig ingevolge artikel 4.03 is bijgeschoold.
1.
Deskundigen voor de passagiersvaart, eerste hulpverleners en persluchtmaskerdragers moeten ten minste in de navolgende aantallen beschikbaar zijn:
a) gedurende de vaart aan boord
aa) Schepen voor dagtochten
groep aantal aanwezige personen deskundige voor de passagiersvaart eerste hulpverlener
1 tot en met 250 1 1
2 meer dan 250 1 2
bb) Hotelschepen
groep aantal gereserveerde bedden deskundige voor de passagiersvaart eerste hulpverlener perslucht-maskerdrager
1 tot en met 100 1 1 2
2 meer dan 100 1 2 2
b) tijdens het stilliggen moet het ingevolge onderdeel a voorgeschreven veiligheidspersoneel van de groep 1 permanent beschikbaar zijn.
Voor hotelschepen waarvan de lengte niet meer is dan 45 m en waarvan in de kabines evenveel vluchtmaskers voor de aanwezige personen bij de hand zijn, zijn persluchtmaskerdragers niet vereist.
2.
Op schepen voor dagtochten met een toegelaten aantal personen van niet meer dan 75 en op stilliggende passagiersschepen mogen de functies van deskundigen voor passagiersvaart en de eerste hulpverlener echter door een persoon worden waargenomen. In alle andere gevallen mogen de deskundige voor de passagiersvaart, eerste hulpverlener en persluchtmaskerdrager niet dezelfde persoon zijn.
1.
Onverminderd de voorschriften van het Rijnvaartpolitiereglement moet de schipper:
a) de deskundige voor de passagiersvaart met de veiligheidsrol en het veiligheidsplan, bedoeld in artikel 15.13, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 vertrouwd maken,
b) voor de instructie van de deskundige voor de passagiersvaart zorgdragen,
c) de vereiste bevoegdheid van het veiligheidspersoneel, bedoeld in de artikelen 2.01 tot en met 2.03, steeds aan boord door overeenkomstige verklaringen als bedoeld in artikel 4.04 kunnen aantonen,
d) voor het aantonen van de uitvoering van controles zorgdragen.
2.
De deskundige voor de passagiersvaart moet zorgdragen voor de bewaking van de veiligheidsinrichtingen en -uitrustingen overeenkomstig de veiligheidsrol en voor de veiligheid van de passagiersschepen in geval van gevaar en in noodsituaties aan boord. Hij moet de veiligheidsrol en het veiligheidsplan in detail kennen en volgens de door de schipper verstrekte instructies:
a) de leden van de bemanning en van het boordpersoneel, die taken in de veiligheidsrol hebben, de daar beschreven taken voor noodsituaties toedelen,
b) deze leden van de bemanning en van het boordpersoneel regelmatig in de hun toebedeelde taken instrueren,
c) de passagiers aan boord van hotelschepen bij het begin van de reis op de gedragsregels en het veiligheidsplan attent maken.
Artikel 3.03. Toezicht
Zolang zich passagiers aan boord bevinden, moet er ’s nachts ieder uur een controleronde gemaakt worden. Deze controle moet op geëigende wijze aantoonbaar zijn.
1.
Personen, die de taak als deskundige als bedoeld in artikel 2.01 moeten waarnemen, moeten voor het verkrijgen van de vakkennis aan een basisopleiding deelnemen. De basisopleiding moet, in het kader van een door de bevoegde autoriteit georganiseerde of door haar erkende opleiding, uitgevoerd (gevolgd) worden en moet tenminste bevatten:
a) een opleiding in de volgende onderwerpen:
1°. voorgeschreven inrichting en uitrusting van passagiersschepen;
2°. veiligheidsvoorschriften en inleiding over de benodigde hulpmaatregelen;
3°. taken van de bemanning en van het boordpersoneel overeenkomstig de veiligheidsrol;
4°. grondbeginselen betreffende de stabiliteit van de passagiersschepen in het geval van een ongeval;
5°. voorkomen van brand en brandbestrijding, gebruik van de brandblusinrichtingen (wijze van werking van de automatische sprinklerinstallaties, brandmeldsystemen en vast geïnstalleerde brandblusinstallaties);
6°. keuringsbewijs van de veiligheidsinrichtingen en -uitrustingen;
7°. principes van conflicthantering;
8°. grondbeginselen van het voorkomen van paniek;
b) een praktische oefening met de volgende thema’s:
1°. kennis betreffende de bediening en het gebruik van de veiligheidsuitrusting van passagiersschepen (bijvoorbeeld het omdoen van de reddingsvesten, het gebruik van drijflichamen, de bediening van de bijboot en van de overige reddingsmiddelen, de bediening van draagbare brandblussers);
2°. kennis betreffende de praktische omzetting van veiligheidsvoorschriften en het op gang brengen van de noodzakelijke hulpmaatregelen (bijvoorbeeld het evacueren van passagiers uit een vol rook staande ruimte naar een veilige omgeving, de bestrijding van het begin van een brand, het gebruik van de waterdichte en brandvertragende deuren);
c) een afsluitend examen.
2.
Nadat het examen met goed gevolg is afgelegd geeft de bevoegde autoriteit of het opleidingsinstituut aan de deelnemer een verklaring als deskundige voor de passagiersvaart af volgens het model van bijlage 1 .
1.
De deskundige voor de passagiersvaart moet, voor het einde van een termijn van 5 jaar na een succesvolle deelname aan de basisopleiding, aan een door de bevoegde autoriteit erkende opfriscursus deelnemen.
2.
De opfriscursus moet de nadruk leggen op typische gevaarsituaties (zoals bijvoorbeeld het voorkomen van paniek, brandbestrijding) en – voorzover mogelijk – informatie met betrekking tot nieuwe kennis over passagiersveiligheid overdragen. Gedurende de herhalingscursus moet door middel van oefeningen en testen worden vastgesteld, dat de deelnemer actief aan de cursus heeft deelgenomen.
3.
De deskundige voor de passagiersvaart moet telkens voor het einde van de termijn van 5 jaar na deelname aan de herhalingscursus opnieuw aan een herhalingscursus deelnemen.
4.
Na deelname aan een herhalingscursus verlengt de bevoegde autoriteit of het opleidingsinstituut de verklaring van de deelnemer als deskundige voor de passagiersvaart met 5 jaar, of geeft een nieuwe verklaring af.
Artikel 4.03. Cursussen en herhalingscursussen voor eerste hulpverlener en persluchtmaskerdrager
De cursussen en herhalingscursussen voor eerste hulpverlener en persluchtmaskerdrager moeten volgens de voorschriften van een der Oeverstaten of België georganiseerd worden.
1.
Het grote patent als bedoeld in het Reglement Rijnpatenten 1998 en het bevoegdheidsbewijs, die volgens de nationale voorschriften van de Oeverstaten of België recht geven op het voeren van passagiersschepen of andere, door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen, vervangen de verklaring, bedoeld in artikel 4.01, tweede lid, tot en met 31 december 2010.
2.
Op vertoon van het cursusbewijs geeft de bevoegde autoriteit een verklaring af betreffende de bevoegdheid als eerste hulpverlener volgens het model van bijlage 2 of verlengt deze. Als verklaringen gelden ook de documenten van de nationale of regionale organisaties van het Rode Kruis en vergelijkbare nationale of regionale reddingsorganisaties, die door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart bekend worden gemaakt.
3.
Op vertoon van het cursusbewijs geeft de bevoegde autoriteit een verklaring af betreffende de bevoegdheid als persluchtmaskerdrager volgens het model van bijlage 3 of verlengt deze.
Deze cursusbewijzen gelden als verklaring, als deze zijn afgegeven door een volgens het nationale recht van de Oeverstaten of België erkend opleidingsinstituut en door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart bekend zijn gemaakt.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Eisen aan het veiligheidspersoneel
+ Hoofdstuk 3. Verplichtingen bij de exploitatie van passagiersschepen
+ Hoofdstuk 4. Verkrijgen van de kwalificatie en procedurebepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht