Let op. Deze wet is vervallen op 1 maart 2015. U leest nu de tekst die gold op 28 februari 2015.

Richtlijn oplichting (polarisnummer 5.39)

Uitgebreide informatie
Richtlijn oplichting (polarisnummer 5.39)
Beschrijving
Deze richtlijn ziet op de meest voorkomende vormen van oplichting, zoals omschreven in art 326, lid 1 Wetboek van strafrecht, waarbij een of meerdere slachtoffers bewogen wordt/worden tot de afgifte van geld of goederen, danwel tot het verlenen van (een) dienst(en). Het gaat daarbij om oplichting van burgers of bedrijven, niet van de overheid (verticale fraude). Indien tevens valsheid in geschrift is gepleegd (zoals vaak bij verzekeringsfraude) dient het zwaardere misdrijf van artikel 225 ev. Wetboek van strafrecht als uitgangspunt te worden genomen en niet de oplichting.
Indien een oplichting over een langere periode (stelselmatig) plaatsvindt, op professionele wijze is opgezet of meerdere slachtoffers treft, dient dit strafverzwarend te worden beoordeeld. Eveneens dient ingeval er bewust kwetsbare slachtoffers zijn uitgekozen een zwaardere sanctie gehanteerd te worden.
Als uitgangspunt geldt in deze richtlijn dat de schade door de dader is vergoed of wordt vergoed (door middel van een schadevergoedingsmaatregel) en dat wederrechtelijk verkregen voordeel wordt ontnomen.
oplichting
Beschrijving
oplichting
Toepasselijk kader
Aanwijzing kader voor strafvordering
Basispunten
6 punten
Strafbeschikking
Indien van toepassing afhankelijk van beleid van het parket.
Basisfactoren
Categorie economische waarde van de verleende dienst(en)/afgeven goed(eren) of bedrag afgifte
Tot en met € 50 of onbekend 0 pt
Van € 50 tot en met € 120 4 pt
€ 120 of meer 4 pt
Indien de economische waarde van de beoogde/afgegeven goederen relatief laag is, bestaat bij een aantal delicten, zoals de winkeldiefstal, in principe de mogelijkheid om een politietransactie/strafbeschikking aan te bieden/op te leggen. Voor die delicten is gekozen voor een stapsgewijze invloed volgens een beperkt aantal schijven. Indien het bedrag echter groter is dan € 120 wordt voor het delict geen transactie/strafbeschikking meer door de politie aangeboden/opgelegd. In dat geval speelt de economische waarde van de beoogde goederen op evenredige wijze mee bij het bepalen van het aantal strafpunten. Ook voor andere delicten waar de economische waarde een rol speelt is gekozen voor deze opbouw.
Economische waarde van de verleende dienst(en)/afgeven goed(eren) of bedrag afgifte
Schijf 1: het gedeelte tussen € 120 en € 1.200 bedrag gedeeld door 60 pt
Schijf 2: het gedeelte tussen € 1.200 en € 5.000 bedrag gedeeld door 250 pt
Schijf 3: het gedeelte tussen € 5.000 en € 10.000 bedrag gedeeld door 500 pt
Schijf 4: het gedeelte tussen € 10.000 en € 25.000 bedrag gedeeld door 500 pt (M)
Schijf 5: het gedeelte tussen € 25.000 en € 100.000 bedrag gedeeld door 750 pt (M)
Schijf 6: het gedeelte boven € 100.000 bedrag gedeeld door 1000 pt (M)
(M) = maatwerk
Stelselmatigheid
het betreft een incidentele oplichting 0 pt
er is sprake van stelselmatige oplichting 60 pt
Aantal slachtoffers
Er is sprake van
Schijf 1: 1 slachtoffer 0 punten
Schijf 2: 2–10 slachtoffers 6 punten per slachtoffer
Schijf 3: 11–25 slachtoffers 1,5 punten per slachtoffer
Schijf 4: vanaf 26 slachtoffers 0,5 punten per slachtoffer
Mate van professionaliteit
er is geen sprake van een professioneel opgezette oplichting 0 pt
er is sprake van een professioneel opgezette oplichting 20 pt
er is geen sprake van medeplegen +0 %
er is sprake van medeplegen +25 %
Kwetsbaar slachtoffer
er is geen sprake van (een) kwetsba(a)r(e) slachtoffer(s) 0 %
er is sprake van (een) kwetsba(a)r(e) slachtoffer(s) + 25%
Wettelijke factoren
Medeplichtigheid
Dader +0 %
Medeplichtige -33 %
Poging
Voltooid delict +0 %
Poging tot plegen -33 %
Recidiveregeling
Mate van recidive (5 jaar)
Geen recidive +0 %
1 maal binnen 2 jaar +50 % +naast hogere sanctie
1 maal binnen 2–5 jaar +50 %
Meermalen +100 % +naast hogere sanctie +dagvaarden
Maatwerk
Indien sprake is van recidive volgens beoordelingsfactor 3.01.59 of beoordelingsfactor 3.04.04 dient bepaald te worden of het delict een contraindicatie voor een taakstraf heeft op grond van art 22b lid 2 WvSr.
Taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr
- Er is geen sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr +0 %
- Er is sprake van een taakstrafverbod als bedoeld in art 22b lid 2 WvSr +0 % (CKT)

(CKT) + contra-indicatie kale taakstraf
Regeling niet toepasselijkheid afnemend strafnut
Bijzonderheden
De regeling afnemend strafnut is niet van toepassing. Het wettelijk strafmaximum voor dit delict is 4 jaar gevangenisstraf. Oplichting is een delict waarbij het opleggen van hoge geldboetes al dan niet in combinatie met een schadevergoedings- of ontnemingsmaatregel geïndiceerd kan zijn. Daarom wordt de mogelijkheid van het opleggen van een geldboete expliciet opengelaten.
Inhoudsopgave
Beschrijving
Aard van de richtlijn
Basisdelicten
Basisdelict oplichting nr. 5.39.01
Beschrijving
Toepasselijk kader
Basispunten
Strafbeschikking
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren
Wettelijke factoren
Recidiveregeling
Draagkracht
Maatwerk
Speciale regelingen
Bijzonderheden
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht