Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart

Uitgebreide informatie
Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart
Samenvatting
Deze richtlijn bevat de te hanteren tarieven voor een aantal meer voorkomende overtredingen van de belangrijkste wet- en regelgeving op het gebied van de scheepvaart op de binnenwateren (beroeps- en recreatievaart). Zo wordt aandacht besteed aan handelen in strijd met de Binnenvaartwet en het Binnenvaartpolitiereglement (BPR)/Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR) . Verder wordt ingegaan op het transactie- en requireerbeleid voor varen onder invloed , alsmede voor het vervoer van gevaarlijke stoffen .
I. Algemeen
Dit hoofdstuk bevat een korte introductie in het strafvorderingsbeleid op het gebied van de scheepvaart op de binnenwateren. Hierbij wordt in het bijzonder aandacht besteed aan afwijkingen van het Kader voor strafvordering en het gebruikelijke strafprocesrecht, als gevolg van het regime voor de internationale Rijn. Verder worden wijzigingen ten opzichte van vorige beleidsregels toegelicht en wordt ingegaan op de reikwijdte van deze richtlijn. Tot slot wordt de opzet van de tabellen toegelicht en de betekenis van de gebruikte afkortingen verklaard.
1. Inleiding
Het Openbaar Ministerie kan door middel van het aanbieden van een transactie ( artikel 74 Sr jo. artikel 37 WED ), het uitvaardigen van een strafbeschikking ( artikel 257a Sv e.v. jo. artikel 36 WED ) of door dagvaarding een strafzaak afhandelen. Met het oog op de gewenste eenheid in het strafvorderingbeleid, ten aanzien van overtredingen van de in de aanhef genoemde wet- en regelgeving, zijn tarieven vastgesteld. Deze tarieven dienen landelijk als richtlijn voor de bepaling van de bedragen die als transactie, als strafbeschikking dan wel als eis ter zitting kunnen worden gehanteerd.
1.1. Achtergrond
In een groot aantal richtlijnen voor strafvordering wordt uitgegaan van het ‘Kader voor strafvordering’ en het hierin gebruikte systeem van sanctiepunten. In deze richtlijn is echter gekozen voor tarieven in euro’s. De reden hiervoor ligt in het internationale recht.
De wet- en regelgeving op de Nederlandse binnenwateren verschilt per water. 1 Op enkele scheepvaartwegen zijn een specifiek verdrag en bijbehorende voorschriften van toepassing. Van belang is met name de Herziene Rijnvaartakte (HRA, ook wel: Akte van Mannheim 1868), die in Nederland geldt op de Rijn, het Pannerdensch Kanaal, de Lek en de Waal (de zgn. ‘Aktewateren’). De HRA kent een eigen sanctieregime, dat afwijkt van het gebruikelijke strafprocesrecht. Zo berust de bevoegdheid om recht te spreken over overtredingen van voor de Rijn geldende voorschriften bij zgn. ‘Rijnvaartrechters’ (art. 34 HRA) en kent artikel 32 van de Herziene Rijnvaartakte uitsluitend een geldboete als sanctie. Dit betekent dat bij overtredingen op de internationale Rijn ingevolge artikel 94 Grondwet geen ruimte is voor oplegging van vervangende hechtenis. 2 Hetzelfde geldt voor taakstraffen of verbeurdverklaring. De op te leggen geldboete is voorts gemaximeerd. De maximum geldboete bedraagt vooralsnog 2500 bijzondere trekkingsrechten op het Internationaal Monetair Fonds (omgerekend naar euro’s circa 2750 euro). 3 Omdat wordt gestreefd naar een strafvorderingsbeleid dat voor alle scheepvaartwegen zo veel mogelijk gelijk is, is dit maximum ook van invloed op de tarieven voor de niet-Aktewateren. Bij overtredingen buiten de internationale Rijn mag in voorkomende gevallen echter van het maximum worden afgeweken.
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) in Straatsburg heeft voor de meest voorkomende overtredingen van de voorschriften een Bussgeldkatalog vastgesteld. Uit het oogpunt van uniformiteit en rechtsgelijkheid zijn de in deze richtlijn opgenomen tarieven daarmee vergeleken. Bij een groot aantal feiten is er in navolging van de Bussgeldkatalog voor gekozen om marges aan te geven. Wegingsfactoren zijn daarbij onder meer de ernst van feit, de mate van overtreding, de mate van gevaarzetting, het soort schip en de omstandigheden waaronder het feit werd gepleegd. Voor een aantal tarieven is afgeweken van de Bussgeldkatalog , omdat Nederland een grote bevolkingsdichtheid kent en een verhoogd veiligheidsbewustzijn nodig wordt geacht. Het hogere tarief is daarbij mede gebaseerd op de afdoeningservaringen van het OM in het verleden en het aanzienlijke gevaar dat kan ontstaan bij niet naleving van het betreffende voorschrift.
1.2. Ontneming
Waar mogelijk en toepasselijk zal in het proces-verbaal gemotiveerd het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel worden aangegeven. Dit bedrag kan dan in daarvoor in aanmerking komende gevallen aan de verdachte worden ontnomen ( zie Aanwijzing ontneming ).
2. Wijzigingen
In deze beleidsregel is een aantal richtlijnen voor strafvordering op het gebied van de scheepvaart op de binnenwateren samengevoegd. Het huidige beleid wordt voortgezet, maar is wel op onderdelen vereenvoudigd. 4 Inhoudelijke wijzigingen hangen voornamelijk samen met de verdere implementatie van de Wet OM-afdoening , de inwerkingtreding van het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (‘het ADN’ ) 5 , de invoering van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RspR), wijzigingen van het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) en de formalisering van het beleid voor de handhaving van de Binnenvaartwet . Sinds 1 januari 2010 werd een ‘tijdelijk beleidskader handhaving binnenvaart’ gehanteerd, dat diende ter actualisering van de bestaande beleidsregels. De strafvorderlijke aspecten van dat beleid zijn nu opgenomen in deze aanwijzing (zie hoofdstuk II). Verder is waar mogelijk geanticipeerd op aanstaande wijzigingen van wet- en regelgeving. Daarbij zijn met name van belang:
het (10 e ) wijzigingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement;
het wijzigingsbesluit Rijnvaartpolitiereglement 1995 6
de wijziging van de Scheepvaartverkeerswet en Binnenvaartwet in verband met de invoering van de ontzegging van de vaarbevoegdheid (Tweede Kamer 2010–2011, 32 539, nr. 2).Eerdere wijzigingen
Op 1 januari 2011 zijn de bedragen in de richtlijnen, die ten grondslag liggen aan deze richtlijn, geïndexeerd met 15 procent conform de door de minister voorgestelde verhoging.
3. Reikwijdte
Deze richtlijn bevat de te hanteren tarieven van een aantal meer voorkomende overtredingen van de belangrijkste wet- en regelgeving op het gebied van de scheepvaart op de binnenwateren (beroeps- en recreatievaart).
Deze richtlijn geldt ook voor de conventionele (grens)wateren (Eems/Dollard, Westerschelde, Het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Gemeenschappelijke Maas. 7
De feiten die zijn opgenomen in de ‘Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen’ worden in deze richtlijn buiten beschouwing gelaten om afstemmingsproblemen te voorkomen.
Het bijbehorende opsporings- en vervolgingsbeleid is neergelegd in de Aanwijzing Binnenvaart .
4. Aanduidingen en afkortingen
De overtredingen waarop de tarieven in deze richtlijn betrekking hebben, zijn verkort aangeduid. De weergave van het overtreden voorschrift bestaat uit een verkorte verwijzing naar de betreffende regeling (‘art. 1.10/1/a’ staat bijvoorbeeld voor art. 1.03, eerste lid, onder a). In deze richtlijn worden de volgende afkortingen gehanteerd: Arbeidstijdenwet Algemene wet bestuursrecht Binnenschepenwet Binnenvaartpolitiereglement Binnenvaartbesluit Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart Besluit Vervoer Gevaarlijke Stoffen Binnenvaartregeling Binnenvaartwet Patentreglement Rijn Reglement Onderzoek schepen op de Rijn 1995 Rijnvaartpolitiereglement 1995 Reglement Radarpatenten Reglement Rijnpatenten 1998 Wetboek van strafrecht Scheepvaartverkeerswet Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen Wet op de economische delicten Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart Wet vervoer gevaarlijke stoffen
   
AAG Ademalcoholgehalte in microgram per liter (µg/l). 
ADN  Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren(Accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par voies de navigation intérieures)
ADNR  Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (Accord européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par voie de navigation du Rhin (vervallen)
ATW
AWB
BAG Bloedalcoholgehalte in milligram per milliliter (‰)  
BISW (vervallen)
BPR
BVB
BVBB (vervallen)
BVGS
BVR
BVW
IVW Inspectie Verkeer en Waterstaat 8
Jo. juncto (‘in verbinding met’)
PRR  (vervallen)
Rn. Randnummer
ROSR
RPR
RRP 
RRP98 (vervallen)
RSPR Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn
Sr
SVW
VBG
WED
WVBB (vervallen)
WVGS

8 Mogelijk gaat de IVW met de VROM-Inspectie op termijn op in de ‘Inspectie Leefomgeving en Transport’ (werknaam). In geval van een organisatiewijziging geldt hetgeen in deze beleidsregel is bepaald mutatis mutandis voor rechtsopvolgers.
Binnenvaartwet van Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart">
II. Binnenvaartwet
De Binnenvaartwet (BVW) en enkele uitvoeringsregelingen van de HRA op het terrein van technische eisen voor schepen, bemanningsvoorschriften en vaar- en rusttijden worden primair bestuursrechtelijk gehandhaafd. Het strafrecht wordt nog slechts in een beperkt aantal gevallen toegepast. Voor het beleidskader voor de strafrechtelijke handhaving van de Binnenvaartwet wordt verwezen naar hoofdstuk II van de Aanwijzing Binnenvaart. Art. 8, derde lid, BVW 1.7.2 BVR 15.05, eerste lid, ROSR Art. 17, vijfde lid, BVW art. 22, negende lid, BVW 5.5 BVR 23.07, eerste lid, ROSR Art. 22, negende lid, BVW 5.6 BVR 23.01, eerste lid, ROSR Art. 25, vierde lid, BVW 13-17 BVB art. 7.1 Binnenvaartregeling Art. 49, eerste lid bijlage 11.1 als bedoeld in art. 11.1 van de Binnenvaartregeling Binnenvaartwet bijlage 11.1 als bedoeld in art. 11.1 van de Binnenvaartregeling
jo. / Het vervoer van meer passagiers dan ten hoogste is toegelaten voor een passagiersschip, vanaf een overschrijding met 10% of meer van het ten hoogste toegelaten aantal personen € 1600–2600
Gebruik van een schip terwijl het gebruik is onderbroken o.g.v. artikel 17 van de Binnenvaartwet € 1600–2600
O.a. jo. en Onvoldoende rust, bij een tekort van zes uren of meer € 1000–2600
jo. en Onderbemanning van 50% of meer van de voorgeschreven bemanning (de helft of minder van de voorgeschreven bemanning is aanwezig) € 1600–2600
     
jo. Voor de tarieven voor varen zonder in het bezit te zijn van een geldig vaarbewijs (zie ) wordt verwezen naar de ‘Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen’. 1
     
  – Klein vaarbewijs, zie W300b – Groot vaarbewijs (of groot Rijnpatent), zie W300a. – Beperkt groot vaarbewijs, zie W300a – Beperkt groot pleziervaartbewijs, zie W300a.  
     
  Let op: de handhaving van de vaarbewijsplicht gaat mogelijk veranderen. 2  
     
, jo. betreffende verbodsbepaling BVW Indien strafrechtelijke handhaving overigens aangewezen is, bijvoorbeeld als er sprake is van gevaar voor de openbare veiligheid (art. 49 BVW), wordt aansluiting gezocht bij het voor de bewuste gedraging in de ‘bestuurlijke boete catalogus’ van de IVW ( ) opgenomen boetebedrag. Hierbij geldt dat de transactie, beschikking of eis hoger is dan de voor de betreffende gedraging (hoogst) op te leggen bestuurlijke boete. Zie hoofdstuk II van de Aanwijzing Binnenvaart. € 110–2600
     
Art. 32 HRA jo voorschrift voor internationale Rijn 3 Enkele uitvoeringsregelingen 4 van de HRA worden – voor zover de bepalingen overeenkomen met hetgeen bij of krachtens de is bepaald – bestuursrechtelijk gehandhaafd (bestuurlijke boete). Indien strafrechtelijke handhaving aangewezen is, bijvoorbeeld als er sprake is van gevaar voor de openbare veiligheid (vgl. art. 49 BVW) , wordt aansluiting gezocht bij het voor de bewuste gedraging in de ‘bestuurlijke boete catalogus’ van de IVW ( ) opgenomen boetebedrag. Hierbij geldt dat de transactie, beschikking of eis hoger is dan de voor de betreffende gedraging (hoogst) op te leggen bestuurlijke boete. Let op: voor de internationale Rijn geldt een gemaximeerde geldboete van 2500 bijzondere trekkingsrechten op het IMF . € 110–2600
   
Zie hoofdstuk II en V van de Aanwijzing Binnenvaart.  

1 Met ingang van 1 maart 2011 zijn deze feiten onder de werking van de OM-Afdoening gebracht. Voor de feiten wordt een OM-strafbeschikking (W300a), resp. politiestrafbeschikking (W300b) uitgevaardigd.
2 Tweede Kamer 2010-2011, 32 539, nr. 2. Dit wetsvoorstel introduceert de mogelijkheid om categorieën vaarbewijzen bij ministeriële regeling uit te zonderen van de bestuurlijke boete (c.q. strafrechtelijk te laten handhaven). Naar verwachting zal dit ertoe leiden dat het klein vaarbewijs strafrechtelijk, en het groot vaarbewijs bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd.
3 De mogelijkheid om bij de Binnenvaartwet van het bestuursrecht ‘op te schalen’ naar het strafrecht, wordt op de internationale Rijn niet toegepast over de band van art. 49 BVW (in verband met een voorbehoud in de strafbaarstelling in art. 1, onder 4, van de WED ). Indien een overtreding strafbaar is op grond van art. 32 van de Herziene Rijnvaartakte, vormen dat artikel en het relevante voorschrift voor de internationale Rijn (bv. bepaling uit het ROSR ) bij gevaar voor de openbare veiligheid de grondslag voor de strafrechtelijke handhaving.
4 Het gaat met name om voorschriften ten aanzien van vaartijden, bemanningseisen, radarexamens en technische eisen. Het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 (ROSR) en het Reglement betreffende veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen , zijn opgenomen als bijlagen bij de Binnenvaartregeling .
Scheepvaartverkeerswet en Reglementen (o.a. BPR / RPR ) van Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart">
III. Scheepvaartverkeerswet en Reglementen (o.a. BPR / RPR )
Dit hoofdstuk bevat achtereenvolgens de transactietarieven voor overtredingen van de Scheepvaartverkeerswet (SVW), het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR). 9[8] Deze tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op de conventionele (grens)wateren (Eems/Dollard, Westerschelde, Het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Gemeenschappelijke Maas. 10[9]
1. Scheepvaartverkeerswet
26 SVW 26 SVW 27/1 28/1 28a/7 29/3 SVW
Artikel Onderwerp Transactie
Opzettelijk wederrechtelijk aan ander toebehorend schip gebruiken op scheepvaartweg (‘joyvaren’ – recreatievaart en beroepsvaart) € 340–1300
Opzettelijk wederrechtelijk aan ander toebehorend schip gebruiken op scheepvaartweg, in vereniging (toeslag 30%) € 440–1700
; 27/2/a; 27/2/b; ; 28/2; ; ‘Varen onder invloed’ Zie hoofdstuk IV  
Binnenvaartpolitiereglement van Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart">
2. Binnenvaartpolitiereglement
Let op: het ‘ Wijzigingsbesluit Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement, enz. ’ (‘10 e wijzigingsbesluit’ – besluit van 20 september 2010, Stb. 2010, 748) moest ten tijde van de totstandkoming van deze richtlijn nog in werking treden.
In onderstaande tabel zijn artikelen die in enigerlei mate wijzigen met [»] gemarkeerd. Waar mogelijk is daarbij tevens informatie over de wijziging en een gewijzigd onderwerp of tarief opgenomen. Na inwerkingtreding van het 10 e wijzigingsbesluit geldt de gewijzigde tekst.
Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR) van Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart">
3. Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR)
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) heeft het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR) onlangs gewijzigd. 11[10] Deze wijzigingen zijn/worden met het Besluit van 1 december 2010, ‘wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 en een reparatie van het Binnenvaartbesluit’ (Stb. 2010, 811) geïmplementeerd. Het besluit kent drie inwerkingtredingsdata:
1 januari 2011; met name omzettingen van verwijzingen naar het vervallen ADNR in verwijzingen naar het ADN.
1 juli 2011; met name de invoering van het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn (RspR)
1 december 2011; kleine wijzigingen van wetsgevingstechnische aard.
IV. Varen onder invloed
Dit hoofdstuk bevat het strafvorderings- en transactiebeleid voor ‘varen onder invloed’.
1. Inleiding
Tegen varen onder invloed op de internationale Rijn wordt – op grond van de Herziene Rijnvaartakte/Akte van Mannheim – opgetreden op basis van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR); tegen varen onder invloed op de overige scheepvaartwegen wordt opgetreden op basis van de Scheepvaartverkeerswet (SVW). Zowel op de internationale Rijn als op de overige binnenwateren geldt een maximaal toegestane alcoholconcentratie in de uitgeademde lucht, respectievelijk in het bloed van 220 µg/l, respectievelijk 0,5‰. 12[11] In deze richtlijn is voor het strafvorderings- en transactiebeleid ten aanzien van varen onder invloed op de internationale Rijn aansluiting gezocht bij het beleid voor varen onder invloed op de overige wateren (regime Scheepvaartverkeerswet ). De Herziene Rijnvaartakte maakt echter dat het laatstgenoemde regime niet altijd onverkort kan worden toegepast ten aanzien van overtredingen op de internationale Rijn. Zo kan alleen een gemaximeerde geldboete worden opgelegd (zie kolom Rijnvaart in tabel, par. 2.1).
In de volgende paragraaf (2) wordt eerst ingegaan op defactoren die de grondslag vormen voor het strafvorderings- en transactiebeleid. In paragraaf 3 wordt vervolgens het beleid per overtreding toegelicht.
2. Factoren
De (semi-)objectief vast te stellen factoren die in deze richtlijn de grondslag vormen voor het strafvorderings- en transactiebeleid, zijn:
het adem(/bloed)alcoholgehalte (AAG/BAG) ( par. 2.1)
strafverzwarende omstandigheden ( par. 2.2)
draagkracht, bijzondere omstandigheden ( par. 2.3)
2.1. Adem(/bloed)alcoholgehalte (AAG/BAG)
De hoogte van de aan te bieden transactie, respectievelijk de soort en de hoogte van de te vorderen straffen, worden in de eerste plaats bepaald door de hoogte van het AAG/BAG. Per schijf (zie onderstaande tabel) zijn richtstraffen vastgesteld voor het gemiddelde geval in de desbetreffende schijf. Afwijking naar boven en naar beneden blijft mogelijk.
Schijf AAG in µg/l BAG in ‰ Politie-transactie OM-transactie 1 Eis ter zitting Eis ter zitting (Rijnvaart) 2
I 235–350 0,54–0,80 geen € 290 € 340 € 340
II 355–435 0,81–1,00 geen € 400 € 480 € 480
III 440–500 1,01–1,15 geen € 500 € 600 € 600
IV 505–570 1,16–1,30 geen € 600 € 700 € 700
V 575–650 1,31–1,50 geen € 750 € 900 € 900
VI 655–715 1,51–1,65 geen geen € 1000 € 1000
VII 720–785 1,66–1,80 geen geen € 1100 € 1100
VIII 790–865 1,81–2,00 geen geen € 1300 € 1300
IX 870–945 2,01–2,15 geen geen € 1400 € 1400
X 950–1020 2,16–2,35 geen geen € 1500 € 1500
XI 1025–1090 2,36–2,50 geen geen 28 uur TS (cq 14 dg GS) ov € 1600
XII 1095–1195 2,51–2,75 geen geen 36 uur TS (cq 18 dg GS) ov € 1800
XIII 1200 of hoger 2,76 of hoger geen geen 42 uur TS (cq 21 dg GS) ov € 1900
Extra schijf         48 uur TS (cq 24 dg GS) ov € 2000
Extra schijf         54 uur TS (cq 27 dg GS) ov € 2200
Extra schijf         60 uur TS (cq 30 dg GS) ov € 2400

1 De strafbare feiten uit dit hoofdstuk worden niet met een feitcode afgedaan; het zijn misdrijven die niet onder het bereik van de Wet OM-Afdoening zijn gebracht. Een strafbeschikking is niet mogelijk.
2 Gelet op art. 32 van de Herziene Rijnvaartakte geldt voor de Rijnvaart een maximum van 2500 bijzondere trekkingsrechten op het Internationaal Monetair Fonds (omgerekend naar euro’s circa 2750 euro). Vervangende hechtenis en taakstraffen zijn niet mogelijk.
– AAG: alcoholgehalte van de adem in microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (µg/l).
– BAG: alcoholgehalte van het bloed in milligram alcohol per milliliter bloed (‰).
– TS: taakstraf
– GS: gevangenisstraf
2.2. Strafverzwarende omstandigheden
De kans op ongevallen en derhalve de mate van gevaarzetting hangt samen met de hoogte van het AAG/BAG. Of zich in concreto een ongeval voordoet met voor derden nadelige gevolgen, is daarentegen van allerlei toevallige omstandigheden afhankelijk. Naarmate het AAG/BAG hoger is, is een hogere straf geïndiceerd. In het schijvensysteem is de statistisch bepaalde mate van gevaarzetting in beginsel reeds verdisconteerd. Dat neemt niet weg dat met een aantal strafverzwarende omstandigheden rekening dient te worden gehouden.
Zo lijkt het juist om wanneer derden meer dan lichte schade en/of meer dan licht letsel dan wel zwaar letsel 13[12] hebben opgelopen zonder dat daarvoor aparte strafvervolging wordt ingesteld, daarmee als strafverzwarende omstandigheid rekening te houden. Een dergelijk gevolg is van zodanig maatschappelijk gewicht dat het bezwaarlijk buiten beschouwing kan blijven. Indien meer dan lichte schade en/of meer dan licht letsel voor derden is ontstaan zal daarom ook nimmer een transactie dienen te worden aangeboden. Indien de veiligheid op het water in concreto in ernstige mate in gevaar is gebracht dient dit, ook zonder dat dit tot een ongeval heeft geleid, als strafverzwarende omstandigheid te worden aangemerkt.
Daarnaast wordt in het verlengde van de gevaarzetting een onderscheid gemaakt naar het soort schip. Dit omdat bij bepaalde soorten schepen de risico’s van varen onder invloed op voorhand kleiner of groter ingeschat mogen worden dan bij andere schepen. Een verminderd risico geldt voor kleine schepen in de zin van artikel 27, zesde lid, van de Scheepvaartverkeerswet (zie par. 3.3). Een vergroot risico is aan de orde bij schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren, passagiersschepen, zogenoemde ‘snelle’ schepen (als snelle motorboten) en loodsplichtige zeeschepen. Het is evident dat van degene, die een dergelijk varend schip voert of stuurt, dan wel als loods aan boord van een zodanig schip adviseert over de te voeren navigatie, een bovengemiddeld verantwoordelijkheidsbesef verwacht mag worden. Voor de verdachte dient dit dus als strafverzwarende omstandigheid te worden aangemerkt.
Meer verantwoordelijkheidsbesef mag eveneens worden verwacht van degene die reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld of een transactie/strafbeschikking heeft betaald ter zake van een soortgelijk delict; recidive binnen 5 jaar na betaling van een transactie dan wel veroordeling ter zake van varen onder invloed geldt derhalve als strafverzwarende omstandigheid (zie ook par. 3.1).
Als strafverzwarende omstandigheden gelden derhalve:
a. Recidive: recidive binnen 5 jaar na betaalde transactie dan wel onherroepelijke veroordeling ter zake van een soortgelijk delict (relevante artikelen Scheepvaartverkeerswet , dan wel relevante artikelen Rijnvaartpolitiereglement );
b.
het veroorzaken van een ongeval waarbij meer dan lichte schade en/of meer dan licht letsel dan wel zwaar letsel aan derden is toegebracht;
het in ernstige mate in gevaar brengen van de veiligheid op het water. Bijvoorbeeld samenloop met het niet in acht nemen van de wettelijk voorgeschreven rusttijden;
c. Soort schip. Het varen met:
Indien een strafverzwarende omstandigheid zich voordoet, dient te worden uitgegaan van de voor de naast hogere schijf vastgestelde OM-transactie of eis ter zitting. Bij cumulatie van strafverzwarende omstandigheden wordt in principe per cumulatie een schijf hoger gehanteerd. Afwijking naar boven en naar beneden blijft mogelijk.
Door de aanwezigheid van een of meer strafverzwarende omstandigheden kan de schijfindeling worden overschreden. In die gevallen kan een hogere straf worden gevorderd dan de voor de hoogste schijf vastgestelde eis ter zitting.
een schip, bestemd of gebruikt voor het vervoer van beseinde (kegelplichtige) gevaarlijke stoffen;
een passagiersschip;
een ‘snel schip’;
een loodsplichtig zeeschip.
2.3. Draagkracht, overige bijzondere omstandigheden
Bij het bepalen van de hoogte van de transactie of strafeis wordt rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte. Naast recidive worden ook overige bijzondere omstandigheden (gelegen in de persoon van de verdachte) bij de bepaling van de hoogte betrokken.
Uitgangspunt is dat in beginsel steeds ten behoeve van de strafmaatbepaling een voorlichtingsrapport bij de verslavingsreclassering wordt aangevraagd indien:
a. de verdachte voor de derde maal binnen een termijn van vijf jaar een soortgelijk delict heeft gepleegd;
b. gebleken is van andere bijzondere omstandigheden gelegen in de persoon van de verdachte.
Zogenoemde first-offenders wordt bij overtreding van voornoemde bepaling een transactie aangeboden indien het AAG/BAG lager is dan 655 µg/l, respectievelijk 1,51‰ (dus bij schijf V of lager), tenzij het OM aanleiding ziet om ook beneden genoemde waarde (bijvoorbeeld bij samenloop met andere delicten) de zaak voor te leggen aan de rechter.
In geval van ‘enkelvoudige recidive’ (binnen een tijdsverloop van vijf jaar is de verdachte eenmaal eerder onherroepelijk voor een soortgelijk delict veroordeeld of heeft hij eenmaal eerder ter zake hiervan een transactie betaald) kan de verdachte een transactie worden aangeboden indien het AAG/BAG lager is dan 355 µg/l, respectievelijk 0,81‰ (dus binnen de marges van schijf I blijft). Vanaf schijf II dient hij in een dergelijk geval te worden gedagvaard.
Indien de verdachte binnen een tijdsverloop van vijf jaar al twee maal eerder (het gaat hier dus om de derde zaak binnen vijf jaar) onherroepelijk voor een soortgelijk delict is veroordeeld of ter zake een transactie heeft betaald (‘meervoudige recidive’), dient hij in principe altijd te worden gedagvaard.
Indien voor derden meer dan lichte schade en/of meer dan licht letsel (zie par. 2.2) is ontstaan, wordt geen transactie aangeboden.
Artikel 27, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Rijnvaart: artikel 1.02, zevende lid, eerste volzin of artikel 1.03, vierde lid, eerste volzin van het RPR ): varen onder invloed (AAG/BAG onbekend) van Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart">
3.2. Artikel 27, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Rijnvaart: artikel 1.02, zevende lid, eerste volzin of artikel 1.03, vierde lid, eerste volzin van het RPR ): varen onder invloed (AAG/BAG onbekend)
Indien een tenlastelegging de bestanddelen van artikel 27, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet respectievelijk artikel 1.02, zevende lid, eerste volzin of artikel 1.03, vierde lid, eerste volzin van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 bevat, zijn voor de strafvordering geen nadere uitgangspunten aan te geven wegens het ontbreken van voldoende objectief vast te stellen factoren (zoals AAG/BAG).
De uitgangspunten voor de straftoemeting bij overtreding van artikel 27, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet (zoals uiteengezet in de vorige paragraaf) dienen hier als algemeen richtsnoer, met dien verstande dat in geval van overtreding van artikel 27, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet of van de corresponderende bepalingen uit het Rijnvaartpolitiereglement schijf VI, VII, VIII, IX, X of XI dient te worden toegepast, afhankelijk van de mate van ‘het niet in staat zijn’ (c.q. het ‘belemmerd worden in het functioneren’) en de gevaarzetting. Indien er sprake is van kennelijke staat van dronkenschap, dient schijf XI te worden toegepast.
Ook hier moet onverkort rekening worden gehouden met de strafverzwarende omstandigheden die in paragraaf 2.2 zijn genoemd. Bij cumulatie van strafverzwarende omstandigheden dient in principe per cumulatie een schijf hoger te worden geëist.
Artikel 27, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet : klein schip van Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart">
3.3. Artikel 27, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet : klein schip
Voor kleine schepen 14[13] , heeft de wetgever aan de delictsinhoud van artikel 27, eerste en tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet een bestanddeel toegevoegd; het is degene die op een scheepvaartweg een varend klein schip voert of stuurt verboden dit te doen terwijl hij verkeert in een toestand als omschreven in het eerste of het tweede lid van artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet en daarbij het verkeer belemmert of dreigt te belemmeren .
Voor dit feit kan een transactie worden aangeboden van € 350; ter zitting dient een straf te worden gevorderd van € 420 (schijf II).
N.B. Gelet op artikel 29a van de Scheepvaartvaartverkeerswet is dit niet van toepassing op de wateren van de Herziene Rijnvaartakte
Artikel 28, eerste lid , en artikel 28a, tweede en zevende lid, van de Scheepvaartverkeerswet : eigeren ademtest, respectievelijk ademanalyse of vervangende bloedproef van Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart">
3.4. Artikel 28, eerste lid , en artikel 28a, tweede en zevende lid, van de Scheepvaartverkeerswet : eigeren ademtest, respectievelijk ademanalyse of vervangende bloedproef
In het geval iemand weigert medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht (de ademtest, artikel 28, eerste lid, SVW , strafbaar gesteld in artikel 31, derde lid, SVW ), kan er een OM-transactie van  € 120 worden aangeboden. De eis ter zitting bedraagt  € 150.
Indien de ademanalyse of vervangende bloedproef wordt geweigerd ( artikel 28a, tweede en zevende lid, SVW , strafbaar gesteld in artikel 31, tweede lid, SVW ), dient voor de strafvordering aansluiting te worden gezocht bij schijf IX. 15[14] Als er sprake is van kennelijke staat van dronkenschap, dient schijf XI te worden toegepast. Ook hier gelden onverkort de strafverzwarende omstandigheden. Bij cumulatie van strafverzwarende omstandigheden dient in principe per cumulatie een schijf hoger te worden geëist.
Artikel 29, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet van Richtlijn voor strafvordering Binnenvaart">
3.5. Artikel 29, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet
In het geval dat iemand wordt verdacht van het feit varen tijdens een vaarverbod ( artikel 29, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet ), en er geen samenloop is met andere strafbare feiten, geldt schijf II.
V. Vervoer van gevaarlijke stoffen
Dit hoofdstuk bevat het strafvorderings- en transactiebeleid voor overtredingen van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) bij vervoer over de binnenwateren.
1. Algemeen
Op het transport van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS) van toepassing. Specifieke (technische) voorschriften zijn opgenomen in op deze wet gebaseerde regelingen als het Besluit Vervoer Gevaarlijke Stoffen (BVGS) en de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG). De materiële norm is afkomstig uit het Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren ( ‘het ADN’ ) 16[15] , dat als bijlage 1 bij het VBG is opgenomen.
Met ingang van 1 januari 2011 heeft het ADN het ADNR 17[16] volledig vervangen. Het ADN was al van kracht voor de binnenwateren, met uitzondering van de Aktewateren (internationale Rijn), waar het ADNR gold. Nu is er materieel niet langer onderscheid tussen de bepalingen over het vervoer over de Aktewateren en niet-Aktewateren. De tarieflijst is geheel herzien in verband met de inwerkingtreding van het ADN. 18[17]
De overtredingen van de randnummers genoemd in het ADN zijn voor het regime van de Herziene Rijnvaartakte overtredingen van de politievoorschriften van artikel 32 van de Herziene Rijnvaartakte (HRA). Voor het nationale regime is het niet voldoen aan de randnummers van het ADN een strafbaar feit opgenomen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen . Deze feiten zijn gesanctioneerd in de Wet op de economische delicten. Zij zijn deels, mits opzettelijk begaan, misdrijven. Voor het overige zijn het overtredingen.
2.1. Categorieën
Uit het oogpunt van de ketenaansprakelijkheid kunnen meerdere betrokkenen (tegelijkertijd) via de WVGS strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor hun betrokkenheid bij het onwettig uitvoeren van de handelingen zoals beschreven in artikel 2 lid 1 WVGS . In het ADN wordt aangegeven wie een veiligheidsplicht kennen (1.4 ADN e.v.). De belangrijkste betrokkenen (1.4.2 ADN) zijn de afzender, de vervoerder en de geadresseerde. Daarnaast zijn er andere betrokkenen (1.4.3 ADN), zoals de belader, de verpakker, de vuller, de exploitant van een tankcontainer of transporttank en de losser, die aansprakelijk zijn voor zover zij weten of zouden moeten weten, dat zij hun opdrachten uitvoeren in het kader van vervoer dat is onderworpen aan het ADN.
In de tarieflijst is een onderscheid gemaakt in twee categorieën:
S : zij die behoren tot de bemanning of opvarenden van het schip (loonschipper, matroos, loods, monteur, opstapper etc.) en daarbij verantwoordelijk zijn voor de betreffende gedraging ( natuurlijke personen )
O : de betrokken onderneming en overige betrokkenen die verantwoordelijk zijn voor die gedraging ( rechtspersonen )
Differentiatie in tarieven tussen S en O komt voort uit de mate van betrokkenheid en verantwoording. In het algemeen wordt het de betrokken onderneming ( rechtspersoon ) meer aangerekend dan de individuele betrokkene ( natuurlijke persoon ) wanneer strafbare feiten zijn geconstateerd.
2.2. Strafverhogende omstandigheden
De in de tabel (par. 3) genoemde bedragen zijn transactiebedragen. Ter zitting kunnen deze bedragen worden verhoogd met 20%. De bedragen zijn basistarieven, die betrekking hebben op first offenders . Op basis van algemene beoordelingsfactoren kunnen de bedragen worden verhoogd. 19[18]
Misdrijf: wanneer sprake is van opzet dient het basistarief met 25% te worden verhoogd.
Recidive: bij recidive door  natuurlijke personen (S)   binnen een termijn van twee jaren na betaling van een transactie/strafbeschikking of na onherroepelijke veroordeling voor een overtreding van een wettelijk voorschrift voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt een opslag van 10 procent bij de eerste keer recidive en van 20 procent bij de tweede keer recidive. Bij meer dan twee keer recidive kan worden gedagvaard.
bij recidive door  rechtspersonen (O) (ook de ‘eenmanszaak’) binnen een termijn van vijf jaren na betaling van een transactie/strafbeschikking of na onherroepelijke veroordeling voor een overtreding van een wettelijk voorschrift voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt een opslag van 50 procent bij de eerste keer recidive en van 100 procent bij de tweede keer recidive. Bij meer dan twee keer recidive kan worden gedagvaard.
Gevaarzetting: indien in één geval meerdere (ernstige) overtredingen van wettelijke voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen worden begaan, is er een toename van gevaarzetting. Als uit het proces-verbaal blijkt dat hiervan sprake is, kan het tarief met 20% worden verhoogd.
Toepassing:
Bij een misdrijf wordt de verhoging van het tarief opgeteld bij het basistarief.
Bij recidive wordt er een extra percentage berekend over het basistarief, vermeerderd met een eventuele verhoging wegens een misdrijf.
Bij cumulatie van overtredingen wordt bij elk feit afzonderlijk het tarief berekend. Daarna worden die tarieven bij elkaar opgeteld.
Ter zitting kan het bedrag worden verhoogd met 20%.
De draagkracht van de verdachte is mede bepalend voor het uiteindelijke transactiebedrag, dan wel de eis ter zitting.
2.3. Dagvaarden
In deze richtlijn wordt aangegeven wanneer een zodanige inbreuk wordt gepleegd op het doel van de wet, ‘de bevordering van de openbare veiligheid, bij het vervoer van gevaarlijke stoffen’, dat dagvaarden in de rede ligt. Waar in de tabel staat aangegeven dat er meteen gedagvaard dient te worden gaat het om een overtreding met een zeer ernstig karakter. Een tarief wordt bij deze overtredingen niet vermeld, omdat de hoogte van de geldboete bepaald dient te worden aan de hand van de omstandigheden van het geval.
3.1. Uitleg tabel
De overtredingen waarop de tarieven in deze richtlijn betrekking hebben, zijn verkort aangeduid. De weergave van het overtreden voorschrift bestaat uit een verkorte verwijzing naar hetzij het randnummer als genoemd in het ADN, hetzij naar andere wet- of regelgeving. De gehanteerde afkortingen zijn in hoofdstuk I (par. 4) van deze richtlijn opgenomen.
VI. Overgangsrecht
Deze richtlijn is geldig vanaf de datum van inwerkingtreding, met de volgende overgangsbepalingen:
Voorlopers Binnenvaartwet. Ten aanzien van feiten uit de Binnenschepenwet (BISW), de Wet vervoer binnenvaart (WVB), de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart (WVBB), alsmede ten aanzien van feiten uit de op die wetten berustende regelgeving ( Binnenschepenbesluit , Besluit vaartijden en bemanningssterkte ), die zijn begaan vóór inwerkingtreding van de Binnenvaartwet , geldt de Richtlijn voor strafvordering tarieflijst waterzaken binnenvaart (2005R004).
Binnenvaartwet – vóór inwerkingtreding bestuurlijke boete. Ten aanzien van feiten uit de Binnenvaartwet en uit de op die wet berustende regelgeving, die zijn begaan na inwerkingtreding van de Binnenvaartwet (1 juli 2009), maar vóór de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn (1 juli 2011), geldt de Richtlijn voor strafvordering tarieflijst waterzaken binnenvaart. Daarbij is het zo dat voor feiten begaan tussen 1 juli 2009 t/m 31 december 2010 versie 2009R006 geldt en voor feiten begaan na 1 januari 2011, versie 2010R030 (geïndexeerd) 20[19] .
Voor overtredingen van het ADN geldt deze richtlijn met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2011. NB In de wijzigingen van het ADN, opgenomen in bijlage 1 bij het VBG , is bepaald dat tot 1 juli 2011 nog de tot en met 31 december 2010 geldende voorschriften mogen worden toegepast (tenzij anders is vermeld).
Ten aanzien van overtredingen van het ADNR/ADN, die zijn begaan vóór 1 januari 2011, geldt de Richtlijn voor strafvordering Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van vervoer over water (2004R001). 21[20] 1
Voor een korte introductie in de wet- en regeling op de Nederlandse binnenwateren, en het onderwerp Rijnvaart in het bijzonder, wordt verwezen naar de Aanwijzing Binnenvaart. 2
Zie het arrest van de Kamer van Beroep van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart d.d. 3 december 1997 NJ 1998/245 en het arrest van de Hoge Raad d.d. 9 juni 1998 nr. 105.384 NJ 1998/858. 3
Dagkoers ten tijde van het opstellen van deze beleidsregel. De Verdragsluitende partijen hebben een protocol aangenomen, dat de geldboetes beoogd te verhogen. Dit zesde protocol bij de Herziene Rijnvaartakte is nog niet door alle partijen geratificeerd. 4
Onder meer om de administratieve lasten voor handhavers te reduceren. Zie de brief van de minister van veiligheid en justitie over de vermindering van administratieve lasten bij de politie (Tweede Kamer 2010–2011, 29 628, nr. 238, p. 3). 5
Accord Européen relatif au Transport International des Marchandises Dangereuses par voie de Navigation 6
Besluit van 1 december 2010, houdende wijziging van het Rijnvaartpolitiereglement 1995 en een reparatie van het Binnenvaartbesluit (Stb. 2010, 811) – met verschillende inwerkingtredingsdata (1 januari 2011, 1 juli 2011 en 1 december 2011). 7
Waar in deze beleidsregel wordt uitgegaan van een overtreding van een voorschrift in het BPR, respectievelijk het RPR dient op de Eems/Dollard, Westerschelde, Het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Gemeenschappelijke Maas conform deze beleidsregel te worden gehandeld voor zover de gedraging is te herleiden tot een overeenkomstige overtreding in het desbetreffende scheepvaartreglement. ^ [8]
De feiten die zijn opgenomen in de ‘Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen’ – en die geautomatiseerd met behulp van een feitcode kunnen worden afgedaan in de strafrechtsketen – worden in deze richtlijn buiten beschouwing gelaten om afstemmingsproblemen te voorkomen. ^ [9]
Waar in deze beleidsregel wordt uitgegaan van een overtreding van een voorschrift in het BPR, respectievelijk het RPR (1995) dient op de Eems/Dollard, Westerschelde, Het Kanaal van Gent naar Terneuzen en de Gemeenschappelijke Maas conform deze beleidsregel te worden gehandeld voor zover de gedraging is te herleiden tot een overeenkomstige overtreding in het desbetreffende scheepvaartreglement. ^ [10]
Protocollen 2009-II-18, 2009-II-20 en 2010-8. ^ [11]
Met ingang van 24 juli 2010 is in artikel 27, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet de maximaal toegestane alcoholconcentratie in de uitgeademde lucht verlaagd van 350 µg/l naar 220 µg/l; de toegestane maximum alcoholconcentratie in het bloed is verlaagd van 0,8 ‰ naar 0,5 ‰. Wet van 7 juli 2010 tot wijzigingen van de Scheepvaartwet in verband met het verlagen van het toegestane alcoholpromillage enz., Stb. 2010, 300. ^ [12]
Bij ‘meer dan lichte schade’ gaat het om meer dan geringe materiële schade (meer dan krasschade). Bij ‘meer dan licht letsel’ kan worden gedacht aan letsel voor de behandeling waarvan hulp van een arts of medisch specialist dient te worden ingeroepen, zoals wonden waarvoor hechtingen nodig zijn, een hersenschudding, zwaardere kneuzingen of ontvellingen, schade aan het gebit en wonden die littekens in het gezicht tot gevolg kunnen hebben. Bij ‘zwaar lichamelijk letsel’ gaat het om letsel dat in het normaal spraakgebruik als zodanig wordt aangeduid, alsmede hetgeen in art. 82 Sr. onder zwaar lichamelijk letsel wordt begrepen. Vergelijk in dit verband ook de Aanwijzing verkeersongevallen. ^ [13]
Zie artikel 27, zesde lid, van de Scheepvaartverkeerswet. Het betreft a. een schip met een lengte van minder dan 20 meter dat uitsluitend door spierkracht wordt voortbewogen of b. een schip met een lengte van minder dan 5 meter dat uitsluitend door middel van zijn zeilen wordt voortbewogen of dat ter voortbeweging gebruik maakt van een motor waarmee geen hogere snelheid bereikt kan worden dan zes kilometer per uur. ^ [14]
Weigeraars komen dus niet voor een transactie in aanmerking. ^ [15]
Accord Européen relatif au Transport International des Marchandises Dangereuses par voie de Navigation ^ [16]
Accord Européen relatif au Transport International des Marchandises Dangereuses par voie de navigation du Rhin ^ [17]
In de wijzigingen van het ADN is bepaald dat tot 1 juli 2011 nog de tot en met 31 december 2010 geldende voorschriften mochten worden toegepast (tenzij anders vermeld). ^ [18]
Voor zover daarbij het maximale boetebedrag voor een transactie/strafbeschikking/eis (bijv. voor de internationale Rijn het maximale boetebedrag van 2500 bijzondere trekkingsrechten op het IMF) niet wordt overschreden. ^ [19]
Vanaf 1 januari 2010 dient richtlijn 2009R006 te worden gelezen in samenhang met het 'Tijdelijk beleidskader handhaving binnenvaartwet' (in verband met de gedeeltelijke inwerkingtreding van de paragraaf uit de BVW over de bestuurlijke boete). Op 1 januari 2011 zijn de bedragen in de richtlijn geïndexeerd (2010R030); tekstueel is laatstgenoemde versie gelijk gebleven. ^ [20]
het ADN en de wijzigingen van het ADNR (2009) zijn in afwachting van de volledige implementatie van het ADN, met het oog op de overgangsbepalingen, alsmede door het ontbreken van een geconsolideerde versie, niet verwerkt in de voormalige Richtlijn voor strafvordering Wet vervoer gevaarlijke stoffen ten aanzien van vervoer over water (2010R026/2004R001). In richtlijn 2010R026 zijn enkel de bedragen geïndexeerd. Voor het overige is de tekst van de richtlijn gelijk aan de versie met registratienummer 2004R001. Voor zover de betreffende richtlijn niet geheel actueel was, dient door parketten zoveel mogelijk in lijn met de voormalige beleidsregel te worden gehandeld.
Inhoudsopgave
Samenvatting
I. Algemeen
1. Inleiding
1.1. Achtergrond
1.2. Ontneming
2. Wijzigingen
3. Reikwijdte
4. Aanduidingen en afkortingen
II. Binnenvaartwet
III. Scheepvaartverkeerswet en Reglementen (o.a. BPR / RPR )
1. Scheepvaartverkeerswet
2. Binnenvaartpolitiereglement
3. Rijnvaartpolitiereglement 1995 (RPR)
IV. Varen onder invloed
1. Inleiding
2. Factoren
2.1. Adem(/bloed)alcoholgehalte (AAG/BAG)
2.2. Strafverzwarende omstandigheden
2.3. Draagkracht, overige bijzondere omstandigheden
3. Beleid per overtreding
3.1. Artikel 27, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Rijnvaart: artikel 1.02, zevende lid , of artikel 1.03, vierde lid, van het RPR ): varen onder invloed (AAG/BAG bekend)
3.2. Artikel 27, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Rijnvaart: artikel 1.02, zevende lid, eerste volzin of artikel 1.03, vierde lid, eerste volzin van het RPR ): varen onder invloed (AAG/BAG onbekend)
3.3. Artikel 27, vierde lid, van de Scheepvaartverkeerswet : klein schip
3.4. Artikel 28, eerste lid , en artikel 28a, tweede en zevende lid, van de Scheepvaartverkeerswet : eigeren ademtest, respectievelijk ademanalyse of vervangende bloedproef
3.5. Artikel 29, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet
V. Vervoer van gevaarlijke stoffen
1. Algemeen
2. Bepaling tarief
2.1. Categorieën
2.2. Strafverhogende omstandigheden
2.3. Dagvaarden
3. Basistarieven
3.1. Uitleg tabel
VI. Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht