Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2010. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2010.

Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude

Uitgebreide informatie
Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude
Achtergrond
Aanleiding voor de aanpassing van de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude (2000R006) betreft een aantal wetswijzigingen, wetsvoorstellen en nieuwe beleidsregels welke van invloed (kunnen) zijn op de strafmaat voor sociale zekerheidsfraudezaken, zoals deze de afgelopen jaren gehanteerd werd. Het betreft de volgende wetswijzigingen, wetsvoorstellen en nieuwe beleidsregels:
1. Aanwijzing Taakstraffen (2001A003)
2. Intrekking Aanwijzing Dagvaarding voor Politierechter of enkelvoudige kamer van het gerechtshof (2002A007)
3. Aanwijzing Elektronisch toezicht (2005A026)
4. Wet Werk en Bijstand (Stb. 2003, 375)
Ad 1. Taakstraffen
Met de invoering van de taakstraf als hoofdstraf op 1 februari 2001 is een combinatie taakstraf + (on)voorwaardelijke gevangenisstraf mogelijk geworden, waarbij opgemerkt dient te worden dat het onvoorwaardelijk deel gevangenisstraf de zes maanden niet mag overstijgen. ( artikel 9, lid 4 Wetboek van Strafrecht). Een dergelijke combinatiestraf kan zowel bij de politierechter als de meervoudige strafkamer gevorderd worden. Daarnaast kan de taakstraf als transactie worden opgelegd (OM-taakstraf). De taakstraf kan uit een leerstraf of een werkstraf of een combinatie van beide bestaan. Het aantal uren dat de taakstraf duurt bedraagt ten hoogste vierhonderdentachtig, waarvan niet meer dan tweehonderdenveertig uren werkstraf ( artikel 22c, lid 2 Wetboek van Strafrecht).
In beginsel dient taakstraf te worden gevorderd. Desondanks blijft het mogelijk ook in deze gevallen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te vorderen indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. In dergelijke gevallen kan als regel worden gehanteerd, dat 14 uur taakstraf gelijk staat aan 1 week gevangenisstraf.
In de nieuwe strafmaatrichtlijnentabel (bij deze Richtlijn gevoegd) wordt het aantal te eisen uren taakstraf uitgewerkt en aan het door de gepleegde sociale zekerheidsfraude veroorzaakte nadeel gekoppeld.
Ad 2. Verruiming bevoegdheden politierechter
Bij wet van 4 juli 2002 is o.a. de bevoegdheid van de politierechter om gevangenisstraf op te leggen van maximaal 6 maanden verruimd tot een jaar. Met de Aanwijzing dagvaarding voor politierechter of enkelvoudige kamer van het gerechtshof (2002A007) is bedoeld wetsvoorstel slechts van toepassing verklaard op drugskoeriers. Op 17 juni 2004 (Stcrt. 2004, 113) is deze Aanwijzing ingetrokken en kan de politierechter met ingang van deze datum zijn ruimere bevoegdheden op alle soorten zaken toepassen. Of een sociale zekerheidsfraudezaak bij de meervoudige kamer zal worden aangebracht is onder andere afhankelijk van het schadebedrag. Gezien het bovenstaande kan de zogenaamde MK-grens voor sociale zekerheidszaken thans hoger vastgesteld worden.
Ad 3. Elektronisch toezicht (verder te noemen ET)
De Aanwijzing Elektronisch toezicht is op 1 januari 2006 in werking getreden en regelt de mogelijkheid om ET, dat wil zeggen detentie zonder daadwerkelijke celstraf maar met begeleiding en onder toezicht van de reclassering, toe te passen als alternatief voor detentie.
ET komt in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. ET is nog niet wettelijk geregeld, maar kan reeds worden toegepast als op te leggen bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke veroordeling (voordeurvariant). Indien het OM van mening is dat een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf (van het onvoorwaardelijk deel kan maximaal 6 maanden in ET worden omgezet) de aangewezen afdoening is, kan ook het onvoorwaardelijk deel van de straf (max. 6 maanden) voorwaardelijk worden gevorderd, met als bijzondere voorwaarde een gelijke periode ET. Apart is onder IV in de aanwijzing de situatie geregeld van substitutie van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6-12 maanden naast een taakstraf/werkstraf van maximaal 240 uur.
Omdat de daders van de strafbare feiten in deze Richtlijn sociale zekerheidsfraude in het algemeen onder de in voornoemde aanwijzing genoemde doelgroep gebracht kunnen worden, wordt hier voor toepassing van deze vorm van straffen aandacht gevraagd.
Wet Werk en Bijstand van Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude">
Ad 4. Wet Werk en Bijstand
In de Wet Werk en Bijstand is de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervallen. Gemeenten hebben sindsdien de mogelijkheid de uitkering te korten of in te houden. Evenals onder de Algemene Bijstandswet is het uitgangspunt dat bij fraude tot € 6000,- geen strafrechtelijk ingrijpen plaats zal vinden, maar dat bestuursrechtelijke maatregelen zullen worden opgelegd.
Samenvatting
Bij de totstandkoming van de nieuwe Richtlijn Sociale zekerheidsfraude, is rekening gehouden met de ontwikkelingen op het gebied van nieuwe wet- en regelgeving, zoals de Aanwijzing Taakstraffen, de Intrekking Aanwijzing Dagvaarding voor Politierechter of enkelvoudige kamer van het gerechtshof, de Aanwijzing ET en de Wet Werk en Bijstand . De relevante veranderingen die het gevolg zijn van deze veranderde/vernieuwde wet- en regelgeving, zijn verwerkt in de bij deze Richtlijn Sociale zekerheidsfraude gevoegde strafmatentabel.
Beschrijving
Uitgangspunt voor het strafvorderingsbeleid vormt het brutobedrag dat ten onrechte ten laste van de uit-voerende instantie(s) is gekomen (’nadeel’). Zie de aanwijzing sociale zekerheidsfraude (2004A007).
Categorie I - zaken (nadeel onder € 6.000,-): Uitgangspunten:
Geen vervolging, tenzij:
Geen mogelijkheid bestaat tot het nemen van een bestuursrechtelijke maatregel.
Zaken met een nadeel onder de € 6.000,- terzake waarvan, gezien de pleeg- of benadelingsperiode, geen bestuurlijke maatregel kan worden opgelegd, worden behandeld conform de volgende regels : De verdachte wordt een transactie aangeboden en/of het OM vordert ter terechtzitting een geldboete. Waar betaling van een aan te bieden transactie in geld of verrichten van taakstraf-transactie niet aannemelijk is, kan rechtstreeks tot dagvaarden worden overgegaan. De hoogte van het transactiebedrag of de te eisen geldboete dient aan te sluiten op de hoogte van de op te leggen administratieve sancties in soortgelijke zaken
Sprake is van recidive.
Afgezien is van de formulering van een rekwireerbeleid in zaken met een nadeel onder de € 6.000,- (tot 01-01-2002: fl. 12.000,-), welke op grond van de herhalingsbepaling strafrechtelijk afgedaan kunnen worden. De gepaste reactie zal van geval tot geval bezien moeten worden en (onder meer) afhankelijk zijn van individueel en totaal nadeel, tijdsverloop tussen eerste feit en eerste herhaling, alsmede de frequentie van de herhaalde overtredingen
Categorie II - zaken (nadeel boven € 6.000,-): In zaken behorend tot deze categorie wordt in beginsel steeds een (onvoorwaardelijke) vrijheidsstraf, of taakstraf, of een combinatie van beide of ET gevorderd. Sedert 1 februari 2001 is de taakstraf een hoofdstraf en kan een aantal uren werkstraf en/of leerstraf gevorderd worden. De officier van justitie heeft uiteraard de mogelijkheid in plaats van werkstraffen,leerstraffen te vorderen of een combinatie daarvan, naast een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf en/of ET.

De lengte van de te vorderen gevangenisstraf of taakstraf of periode van ET (als vervanging voor onvoorwaardelijke gevangenisstraf conform ‘ aanwijzing elektronisch toezicht ’ regnr. 2005A026) hangt als volgt samen met de omvang van het nadeel:
van € 6.000,- tot en met € 30.000,-:
€ 3000,- = 14 uur (in de tabel afgerond op 10-tallen i.v.m. praktische uitvoering);
van € 30.000,- tot en met € 45.000,-:
€ 2500,- = 14 uur (in de tabel afgerond op 10-tallen i.v.m. praktische uitvoering);
meer dan € 45.000,-: 240 uur en voor elke € 10.000,- nadeel 1 maand gevangenisstraf extra.

In geval van recidive binnen vijf jaar na de vorige veroordeling of transactie voor een soortgelijk feit kan de te vorderen straf met 50% vermeerderd worden.
Toelichting:
Bij deelneming aan strafbare feiten door personen, die ieder onder het bereik van de aanwijzing en deze richtlijn voor strafvordering vallen, dient de te formuleren eis te worden gebaseerd op het volledige nadeel (in deze zin ook Hof Leeuwarden, 7 april 1998, rolnr. 24.342.97, gepubliceerd in de Nieuwsbrief Strafrecht, SDU 1998, 182).
De voorgaande richtlijn d.d. 20-11-1996 behelsde geen specifieke uitgangspunten voor de te vorderen straf in zaken met een nadeel boven de € 50.000,-. Met de uitbreiding van de richtlijn op dit punt is aan de wensen van de praktijk tegemoet gekomen.
Overgangsrecht
Deze richtlijn voor strafvordering geldt vanaf het moment van inwerkingtreding voor alle zaken waarin nog geen dagvaarding is uitgebracht.
Inhoudsopgave
Achtergrond
Ad 1. Taakstraffen
Ad 2. Verruiming bevoegdheden politierechter
Ad 3. Elektronisch toezicht (verder te noemen ET)
Ad 4. Wet Werk en Bijstand
Samenvatting
Beschrijving
Toelichting:
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht