Let op. Deze wet is vervallen op 1 mei 2014. U leest nu de tekst die gold op 30 april 2014.

Richtlijn voor strafvorderingregelgeving Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie

Uitgebreide informatie
Richtlijn voor strafvorderingregelgeving Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie
Achtergrond
Deze richtlijn voor strafvordering voor de Flora- en faunawet bevat indicaties voor de eis ter zitting en transactiebedragen.
De prioriteit bij de handhaving van Flora- en faunawet ligt bij de bedreigingen die uitgaan van overtreding van de benoemde kernbepalingen uit die wet.
De boetebedragen in deze richtlijn zijn geïndexeerd met 20 procent conform de door de minister voorgestelde verhoging per 1 januari 2012, waarbij de bedragen conform de Aanwijzing kader voor strafvordering zijn afgerond. Voor de waarde van één sanctiepunt wordt verwezen naar genoemde aanwijzing. In de richtlijn zijn verder verwijzingen naar relevante OM-beleidsregels geactualiseerd.
Eis ter zitting/transactiebedragen
De in deze richtlijn opgenomen bedragen betreffen eisen ter terechtzitting. In een aantal gevallen zal eerst nog een transactie worden aangeboden. In dat geval kan voor het bepalen van het transactiebedrag 20% van het tarief worden afgetrokken.
Polaris: basis- en beoordelingsfactoren milieu-overtredingen.
De richtlijn voor strafvordering van de Flora- en faunawet is gebaseerd op Polaris, een stelsel van samenhangende richtlijnen voor strafvordering van het Openbaar Ministerie. Polaris gaat uit van de basisdelicten (in casu de kernbepalingen Flora- en faunawet). Belangrijke bijkomende strafverzwarende omstandigheden zijn:
? de kwetsbaarheid van de dier- en plantensoort en producten (zie definitie art. 1 Habitatrichtlijn) daarvan waarbij een onderscheid is gemaakt tussen soorten die met uitroeiing bedreigd of speciaal gevaar lopen en daarom zijn opgenomen in lijsten, en overige minder kwetsbaar geachte soorten;
? de kwetsbaarheid van een gebied waarbinnen de overtreding is begaan. Het gaat daarbij om vaste rust- of voortplantings- of verblijfplaatsen van soorten.
? De mate van redelijkerwijs te verwachten deskundigheid van de verdachte in relatie tot de overtreding;
? De schaal waarop de soort(en)populatie is bedreigd;
Het oogmerk van economisch gewin/belang
Transactie of dagvaarden
Bij overtreding van de kernbepalingen uit de Flora- en faunawet zal in beginsel proces-verbaal opgemaakt moeten worden. Voor gecompliceerde zaken is maatwerk van belang waarbij het OM voldoende inzicht moet hebben in de verhouding van de verdachte ten opzichte van de milieuregels en de te beschermen belangen. Belangrijke kenmerken die daarbij een rol spelen komen terug in de beoordelingsfactoren in de Polaris-systematiek: o.a. professionaliteit, doelbewust overtreden, recidive, aard van de verdachte, draagkracht van de verdachte, zorgplicht.
Uitgangspunt bij complexe zaken is dagvaarding. De rechtvaardiging is gelegen in de veelal grotere bedreiging die van de overtredingen uitgaat ten aanzien van (mogelijke) schade aan de te beschermen belangen veelal in combinatie met het doelbewust en calculerend overtreden van wettelijke voorschriften.
Bij eenvoudige strafzaken zal, gelet op de aard en de geringe inbreuk op de te beschermen belangen, de meest passende reactie in de regel een transactievoorstel zijn. In principe wordt geen transactiegrens gehanteerd bij (economische en) milieudelicten. Bij de afdoening van veel voorkomende milieuzaken van relatief eenvoudige aard of met een vrij geringe inbreuk op de te beschermen belangen – naar schatting ongeveer tweederde van het totaal – zal veelal alleen normbevestiging door bewustmaking en, voor zover nodig, ontmoediging worden beoogd. Snelheid is hierbij een belangrijke factor. Het streven van het OM zal er dan ook op gericht zijn om zo snel mogelijk, bij voorkeur lik-op-stuk, maar uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van het proces-verbaal de verdachte te informeren over de vervolgingsbeslissing (zie ook de aanwijzing handhaving milieurecht d.d. 08-06-1999; Staatscourant 1999, 119). Binnen het lik-op-stuk-beleid kan een overtreding van regels m.b.t. handelingen met (in het wild) levende dieren en planten tot een maximum transactiebedrag dat gelijk is aan 50 punten worden afgedaan. In geval van een inrichtingsgebonden, in het kader van de bedrijfsuitoefening gepleegde overtreding, is lik-op-stuk mogelijk tot een maximum transactiebedrag dat gelijk is aan 100 punten.
Meer strafbare feiten in een zaak
In enkele gevallen is het moeilijk vast te stellen of sprake is van meer strafbare feiten. Dat geldt in situaties waarin preparaten van dieren en of planten zijn gebruik in bijvoorbeeld traditionele medicijnen. Een ander voorbeeld kan zijn een hoeveelheid “bush-meat” (vlees van exotische wilde dieren ten behoeve van consumptie).
Veelal is niet duidelijk vast te stellen hoeveel (delen van) dieren en of planten voor de productie zijn gebruikt, hetgeen het bepalen van een richteis aan de hand van Polaris vrijwel onmogelijk maakt. Voor deze gevallen is in de betreffende richtlijn een schijfverdeling naar gewichtsklasse gemaakt waarmee dan het aantal basispunten kan worden bepaald. Voor de bepaling van het gewicht dient te worden uitgegaan van het totale netto gewicht van de producten waarin preparaten van dieren en of planten zijn verwerkt.
Indien sprake is van een gemengde partij met daarin preparaten van zowel bijlagen A, B of C van verordening 338/97, dan dient men (indien mogelijk) per bijlage de totale gewichtsklasse en de bijbehorende puntenwaardering te bepalen.
De puntenverdeling is als volgt opgebouwd.
Grote partijen bestaan in de praktijk uit een netto gewicht van meer dan 10 kilogram. Voor dergelijke grote hoeveelheden is qua puntentoedeling aansluiting gezocht bij het puntenaantal voor levende/dode exemplaren van dezelfde bijlage afkomstig. Onderscheid is gemaakt bij soorten van bijlage A tussen dieren en planten aangezien alleen bij deze richtlijn ook dat onderscheid zich voordoet tussen waardering tussen dieren en planten.
Voor dergelijke grote partijen geldt dat het puntentotaal moet worden gezien als sanctie alleen. Door inbeslagname van de partij wordt het aanwezige economische voordeel (veelal vele malen groter dan de sanctie) eveneens weggenomen.
Voor middelgrote partijen is aansluiting gezocht bij de waardering van (herkenbare) delen van dieren of planten.
Voor kleine partijen die als handelsgoed zijn te beschouwen is het aantal punten ten opzichte van middelgrote partijen gehalveerd.
Partijen met een gewicht lager dan 500 gram worden beschouwd als persoonlijk goed. Het gaat om hoeveelheden die gemiddeld genomen vergelijkbaar zijn met individueel gebruik voor enkele weken. De puntenwaardering heeft primair tot doel de overtreder te attenderen op het feit dat het bezit niet is toegestaan.
Voor ivoor en kaviaar gelden, gelet op de afwijkende economische waarde, aangepaste richtlijnen.
Bijkomende straffen
Indien sprake is van overtredingen van de Flora- en faunawet waarbij door jacht en schadebestrijding de bescherming van inheemse diersoorten onnodig en opzettelijk in gedrang is gekomen, kan overwogen worden verleende vergunningen (akten) en ontheffingen in te trekken.
Imperatieve en facultatieve gronden voor het intrekken van jachtakten, valkeniersakten en kooikersakten staan vermeldt in art 41 Flora- en faunawet. Na intrekking jachtakte moet een geweer in bewaring worden gegeven bij (plaatselijke) politie zolang de aktehouder niet kan beschikken over de jachtakte. De intrekkingsduur van de jachtakte zal aan de verdachte (schriftelijk) bekend moeten zijn gemaakt.
Ook is het verbeurdverklaren van een in beslag genomen geweer of (andere) ongeoorloofde vangmiddelen aan te merken als een bijkomende straf.
Redenen om een preparateurvergunning in te trekken kunnen gelegen zijn in het stelselmatig overtreden van de wettelijke verplichtingen door de vergunninghouder.
Voor vergunningen en ontheffingen gelden de gronden voor intrekking zoals genoemd in art 80 Flora- en faunawet.
artikel 8 en 9) van Richtlijn voor strafvorderingregelgeving Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie">
1. Doden, vangen, bemachtigen van beschermde inheemse dieren/Plukken, afsnijden, uitsteken, vernielen etc beschermde inheemse planten ( artikel 8 en 9)
Beschrijving
Bij de beoordeling van het doden, vangen, bemachtigen van beschermde inheemse dier- en plantensoorten zijn de soort, de mate van bedreigd zijn en de omvang van het delict van primair belang. Voor wat betreft de soort is een verschil gemaakt tussen bedreigde soorten en de overige soorten.
Als verzwarende factoren kunnen gelden dat de activiteit in een kwetsbaar gebieden heeft plaatsgevonden (gebieden zoals bedoeld in art 19 en art 46, lid 3 Flora- en faunawet), de mate van professionaliteit van de overtreder (o.a. deskundigheid, werkwijze en omvang vangactiviteiten), het doelbewust overtreden met ‘winst’-oogmerk en de zorgplicht.
Basisfactoren
Aantal minder bedreigde specimina, per stuk: 6 pt
Aantal bedreigde specimina, per stuk: 30 pt
Delictspecifieke factoren
Kwetsbaar gebied: + 50%
Recidive
Mate van recidive (voor milieu geldt een recidive-termijn van 5 jaar)
geen recidive + 0%
1 maal + 50%
2 maal +100%
3 maal of meer +150%
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive.
Draagkracht
Geen invloed
Professionaliteit
Gelet op de extra bedreiging die uit gaat van handelsactiviteiten (grootschaliger negatieve inbreuk op populaties, commerciële motieven) dient de richteis voor delicten door specialisten en handelaren verzwaard te worden:
Het betreft een deskundige/specialist/handelaar + 100%
Andere verdachte + 0%
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving ‘ander soort verdachte’.
Doelbewuste overtreding
Er is doelbewust in strijd met de milieuwetgeving gehandeld en/of het delict heeft het aantoonbaar oogmerk van het behalen van economisch voordeel + 25%
Het delict is per ongeluk gepleegd – 25%
Anders + 0%
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving ‘anders’.
Zorgplicht
Niet voldoen aan zorgverplichting ( artikel 2 Ffw 1 ) + 25%
artikel 10 en 11) van Richtlijn voor strafvorderingregelgeving Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie">
2. Opzettelijk verontrusten van beschermde inheemse diersoorten/Verstoren, beschadigen, wegnemen, uithalen nesten, holen, of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaats van beschermde inheemse diersoort ( artikel 10 en 11)
Beschrijving
Bij het verontrusten van beschermde inheemse dieren dient expliciet de opzet te worden aangetoond.
Van belang bij de beoordeling is de omvang van de verontrusting in relatie tot de kwetsbaarheid van de soort die wordt verontrust. Voor wat betreft de soort is een verschil gemaakt tussen kwetsbare soorten en de overige minder kwetsbare soorten.
Als verzwarende factor geldt het verstoren of verontrusten in een kwetsbaar gebied (gebieden zoals bedoeld in art 19 en art 46, lid 3 Flora- en faunawet). Bij het verstoren van nesten, holen, voortplantings- of rust- of verblijfplaatsen van beschermde inheemse diersoorten is het aantonen van opzet niet noodzakelijk.
Basisfactoren
Aantal opzettelijk verontruste dieren
Minder kwetsbare soorten:
Één of enkele exemplaren 1 pt
Enkele tientallen 8 pt
Grotere aantallen 18 pt
Kwetsbare soorten
per stuk 30 pt
Aantal verstoorde nesten, holen, voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen
Minder kwetsbare soorten per stuk 5 pt
Kwetsbare soorten per stuk 30 pt
Delictspecifieke factoren
Kwetsbaar gebied: + 50%
Recidive
Mate van recidive (milieu, 5 jaar)
geen recidive + 0%
1 maal + 50%
2 maal +100%
3 maal of meer +150%
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive.
Draagkracht
Geen invloed
Professionaliteit
Gelet op de extra bedreiging die uit gaat van handelsactiviteiten (grootschaliger negatieve inbreuk op populaties, commerciële motieven) dient de richteis voor delicten door specialisten en handelaren verzwaard te worden:
Het betreft een deskundige/specialist/handelaar + 100%
Andere verdachte + 0%
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving ‘ander soort verdachte’.
Doelbewuste overtreding
Er is doelbewust in strijd met de milieuwetgeving gehandeld + 25%
en of het delict heeft het aantoonbaar oogmerk van het
behalen van economisch voordeel.
Het delict is per ongeluk gepleegd – 25%
Anders + 0%
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving ‘anders’.
Zorgplicht
Niet voldoen aan zorgverplichting ( art 2 Ffw 2 ) + 25%
artikel 13) van Richtlijn voor strafvorderingregelgeving Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie">
3. Exemplaren of producten van beschermde inheemse plant en of diersoorten onder zich hebben, vervoeren of verhandelen ( artikel 13)
Beschrijving
Het onder zich hebben omvat ook het vervoeren van een beschermde dier of plant en alle met het oog op handelsactiviteiten gerichte handelingen, waaronder ook uitvoer en het tentoonstellen met planten en dieren.
De beoordeling van het onder zich hebben, vervoeren of verhandelen van beschermde inheemse plant en of diersoorten is afhankelijke van de mate van kwetsbaarheid van de soort. Voor wat betreft de soort is een verschil gemaakt tussen kwetsbare soorten en de overige minder kwetsbare soorten.
Basisfactoren
Dieren onder zich hebben
Aantal minder kwetsbare dieren, per stuk: 2 pt 3
Aantal kwetsbare dieren, per stuk: 30 pt
Aantal producten gemaakt van of door minder kwetsbare dieren, per stuk 2 pt
Aantal producten gemaakt van of door kwetsbare dieren, per stuk 4 pt
Planten onder zich hebben
Aantal minder kwetsbare planten, per stuk: 5 pt
Aantal bedreigde kwetsbare planten, per stuk: 30 pt
Aantal producten gemaakt van of door minder kwetsbare planten, per stuk 2 pt
Aantal producten gemaakt van of door kwetsbare planten, per stuk 10 pt
Recidive
Mate van recidive (milieu, 5 jaar)
geen recidive + 0%
1 maal + 50%
2 maal +100%
3 maal of meer +150%
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive.
Draagkracht
Geen invloed
Professionaliteit
Gelet op de extra bedreiging die uit gaat van handelsactiviteiten (grootschaliger negatieve inbreuk op populaties, commerciële motieven) dient de richteis voor delicten door specialisten en handelaren verzwaard te worden:
Het betreft een specialist/handelaar + 100%
Andere verdachte + 0%
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving ‘ander soort verdachte’.
Doelbewuste overtreding
Er is doelbewust in strijd met de milieuwetgeving gehandeld + 25%
en of het delict heeft het aantoonbaar oogmerk van het
behalen van economisch voordeel.
Het delict is per ongeluk gepleegd – 25%
Anders + 0%
Uitgangspunt indien onbekend: conform omschrijving ‘anders’.
Zorgplicht
Niet voldoen aan zorgverplichting ( art 2 Ffw) 4 + 25%
Beschrijving
Onder de delictsomschrijvingen in het kader van jacht vallen de subdelicten jacht zonder akte, bezit en gebruik van ongeoorloofde vangmiddelen, jagen in gesloten tijd en drijfjacht. Uitgangspunt is dat de delicten onder het begrip jacht vallen en sprake is van handelingen met aangewezen wildsoorten waarvoor een akte (jacht-, valkeniers- of kooikersakte) noodzakelijk is. In andere gevallen is sprake van overtredingen ten opzichte van beschermde inheemse soorten.
Als verzwarende factor geldt bij de beoordeling van het delict of het in een kwetsbaar gebied heeft plaatsgehad (gebieden zoals bedoeld in art 19 en art 46, lid 3 Flora- en faunawet).
Voor beheer en schadebestrijding dient men in het bezit te zijn van ofwel een jachtakte of gebruiker te zijn van de grond. Het in strijd met de wettelijke regels doden of vangen van dieren in het kader van beheer en schadebestrijding is vergelijkbaar gesteld met de jachtovertredingen.
Basisfactoren
Jagen/beheer en schadebestrijding zonder akte/ontheffing/vergunning15 pt
Jagen buiten toegestane periode 4 pt
Drijfjacht hoefdieren pt
Bezit en of jacht/beheer en schadebestrijding met ongeoorloofde vangmiddelen:
Aantal verboden vangmiddelen voor de vangst van één individu, per stuk 2 pt
Aantal verboden vangmiddelen voor de vangst van grotere aantallen, per stuk 20 pt
Het dragen van het geweer door jachtaktehouder op gronden waartoe niet gerechtigd 3 pt
Delictspecifieke factoren
Kwetsbaar gebied: + 50%
Recidive
Mate van recidive (milieu, 5 jaar)
geen recidive + 0%
1 maal + 50%
2 maal +100%
3 maal of meer +150%
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive.
Draagkracht
Geen invloed
Zorgplicht
Niet voldoen aan zorgverplichting m.b.t. het voorkomen van onnodig lijden dieren + 25%
art 13) van Richtlijn voor strafvorderingregelgeving Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie">
5. Exemplaren of producten van beschermde uitheemse plant en of diersoorten uit bijlage A onder zich hebben, vervoeren of verhandelen ( art 13)
Beschrijving
Het onder zich hebben omvat ook het vervoeren van een beschermde dier of plant en alle met het oog op handelsactiviteiten gerichte handelingen met planten en dieren.
De beoordeling van het onder zich hebben, vervoeren, in- en uitvoer of verhandelen van beschermde plant en of diersoorten is afhankelijke van de kwetsbaarheid van het specimen. Dier en planten van een soort die onder bijlage A van verordening 338/97 vallen worden direct met uitsterven bedreigd. Daardoor worden delicten met deze soorten zwaarder beoordeeld dan voor dier- of plantensoorten van andere bijlagen.
Basisfactoren
Aantal levende/dode dieren van bijlage A
per stuk: 30 pt
Aantal levende/dode planten van bijlage A
per stuk: 12 pt
Aantal delen van dieren en of planten van bijlage A
per stuk 8 pt
Hoeveelheid ivoor
per gram 0,1 pt
Hoeveelheid product gemaakt van dieren en of planten van bijlage A:
Recidiveregeling
Mate van recidive (milieu, 5 jaar)
geen recidive + 0%
1 maal + 50%
2 maal +100%
3 maal of meer +150%
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive.
Draagkracht
Aard van de verdachte:
Particulier – 25%
klein bedrijf + 0%
middelgroot bedrijf + 25%
grootbedrijf + 50%
art 13) van Richtlijn voor strafvorderingregelgeving Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie">
6 . Exemplaren of producten van beschermde uitheemse planten of diersoorten uit bijlage B onder zich hebben, vervoeren of verhandelen ( art 13)
Beschrijving
In bijlage B zijn delen of producten van dieren opgenomen die direct met uitsterven worden bedreigd en die afkomstig zijn van de tijger (botten en daarvan of daarmee vervaardigde producten van de Panthera Tigris) of de neushoorn (hoorns en daarvan of daarmee vervaardigde producten van de familie Thinocerotidae). Daarnaast zijn in bijlage B genoemd dode dieren of delen of producten van dieren en dode planten, alsmede delen of producten van planten die behoren tot de beschermde flora en fauna van het Europese grondgebied.
Het vervoeren, in- en uitvoer of het onder zich hebben van exemplaren, delen of producten van die soorten wordt zwaarder gestraft dan in geval van soorten van bijlage C, maar minder zwaar dan in geval van soorten van bijlage A.
Basisfactoren
Aantal levende/dode dieren van bijlage B
per stuk: 20 pt
Aantal levende/dode planten van bijlage B
per stuk: 12 pt
Aantal delen van dieren en of planten van bijlage B
per stuk 8 pt
Hoeveelheid product gemaakt van dieren en of planten van bijlage B
Recidiveregeling
Mate van recidive (milieu, 5 jaar)
geen recidive + 0%
1 maal + 50%
2 maal +100%
3 maal of meer +150%
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive.
Draagkracht
Aard van de verdachte:
Particulier -25%
klein bedrijf + 0%
middelgroot bedrijf + 25%
grootbedrijf + 50%
art 13) van Richtlijn voor strafvorderingregelgeving Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie">
7 . Exemplaren of producten van beschermde uitheemse plant en of diersoorten uit bijlage C onder zich hebben, vervoeren of verhandelen ( art 13)
Beschrijving
In bijlage C staan levende dieren en planten, dode dieren en planten en delen of producten van dieren en planten genoemd die behoren tot soorten waarvoor handelsbeperkende maatregelen moeten worden genomen teneinde te voorkomen dat deze dezelfde status krijgen als de soorten op bijlage A en B.
Basisfactoren
Aantal levende/dode dieren van bijlage C
per stuk: 9 pt
Aantal levende/dode planten van bijlage C
per stuk: 9 pt
Aantal delen van dieren en of planten van bijlage C
per stuk 6 pt
Hoeveelheid product gemaakt van dieren en of planten van bijlage C
Recidiveregeling
Mate van recidive (milieu, 5 jaar)
geen recidive + 0%
1 maal + 50%
2 maal +100%
3 maal of meer +150%
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive.
Draagkracht
Aard van de verdachte:
Particulier – 25%
klein bedrijf + 0%
middelgroot bedrijf + 25%
grootbedrijf+ 50%
Beschrijving
De belangrijkste indicaties om te bepalen of sprake is van een persoonlijk goed of handelswaar is het aantal en/of de hoeveelheid van de aangetroffen goederen. Voor overtredingen ten aanzien van koralen, schelpen, rainsticks en planten in de sfeer van niet-handelsgoed (maximaal 3 stuks) gelden afwijkende sancties. Voor grotere aantallen (> 3 stuks) wordt uitgegaan van een handelsgoed. Voor producten, gemaakt van beschermde dieren of planten, wordt uitgegaan van het totale netto gewicht (zonder verpakking e.d.) waarbij bij een hoeveelheid van < 500 gram aannemelijk dat het een persoonlijk goed betreft.
Op deze wijze is het mogelijk onderscheid te maken tussen een toerist en een koerier die zich als toerist voordoet.
Basisfactoren
Aantal souvenirs
per stuk: 2 pt
Producten gemaakt van beschermde dieren of planten
tot 500 gram: 1 pt
Kaviaar
hoeveelheid tot 250 gram 5 0 pt
250 tot 350 gram 10 pt
350 tot 500 gram 15 pt
Ivoor
per gram 0,1 pt
Recidiveregeling
Mate van recidive (milieu, 5 jaar)
geen recidive + 0%
1 maal + 50%
2 maal +100%
3 maal of meer +150%
Uitgangspunt indien onbekend: geen recidive.
Overgangsrecht
Deze richtlijn voor strafvordering is uitsluitend geldig ten aanzien van strafbare feiten gepleegd vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
Inhoudsopgave
Beleidsterrein natuur
Achtergrond
Eis ter zitting/transactiebedragen
Transactie of dagvaarden
Meer strafbare feiten in een zaak
Bijkomende straffen
1. Doden, vangen, bemachtigen van beschermde inheemse dieren/Plukken, afsnijden, uitsteken, vernielen etc beschermde inheemse planten ( artikel 8 en 9)
Beschrijving
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren
Recidive
Draagkracht
Professionaliteit
Doelbewuste overtreding
Zorgplicht
2. Opzettelijk verontrusten van beschermde inheemse diersoorten/Verstoren, beschadigen, wegnemen, uithalen nesten, holen, of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaats van beschermde inheemse diersoort ( artikel 10 en 11)
Beschrijving
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren
Recidive
Draagkracht
Professionaliteit
Doelbewuste overtreding
Zorgplicht
3. Exemplaren of producten van beschermde inheemse plant en of diersoorten onder zich hebben, vervoeren of verhandelen ( artikel 13)
Beschrijving
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren
Recidive
Draagkracht
Professionaliteit
Doelbewuste overtreding
Zorgplicht
4. Jacht en beheer en schadebestrijding (diverse artikelen)
Beschrijving
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren
Recidive
Draagkracht
Zorgplicht
5. Exemplaren of producten van beschermde uitheemse plant en of diersoorten uit bijlage A onder zich hebben, vervoeren of verhandelen ( art 13)
Beschrijving
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren
Recidiveregeling
Draagkracht
6 . Exemplaren of producten van beschermde uitheemse planten of diersoorten uit bijlage B onder zich hebben, vervoeren of verhandelen ( art 13)
Beschrijving
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren
Recidiveregeling
Draagkracht
7 . Exemplaren of producten van beschermde uitheemse plant en of diersoorten uit bijlage C onder zich hebben, vervoeren of verhandelen ( art 13)
Beschrijving
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren 5
Recidiveregeling
Draagkracht
8. Persoonlijke goederen (waaronder ook souvenirs en huisraad) (art 13)
Beschrijving
Basisfactoren
Delictspecifieke factoren
Recidiveregeling
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht