Besluit van 14 oktober 2015, houdende samenvoeging van de algemene maatregelen van bestuur op basis van de Tabakswet tot één besluit (Besluit uitvoering Tabakswet)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van 7 juli 2015, kenmerk 767940-136602-WJZ;
Gelet op de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3d, 7, eerste en tweede lid, 9, vierde lid en 10, eerste en tweede lid, van de Tabakswet;
Gelet op richtlijn 2015/1139/EU tot wijziging van Richtlijn 2012/9/EU wat de datum van omzetting en de uiterste datum van de overgangsperiode betreft (PbEU 2015, L 185);
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 26 augustus 2015, No.W13.15.0233/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 oktober 2015, kenmerk 767933-136602-WJZ;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1.1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder
richtlijn: richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juni 2001 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten (PbEG 2001, L 194).
1.
De gehaltes aan teer, nicotine en koolmonoxide van een sigaret bedragen niet meer dan:
a. 10 milligram teer;
b. 1 milligram nicotine;
c. 10 milligram koolmonoxide.
2.
Het teergehalte van shag is zodanig dat het gehalte in een sjekkie van 750 milligram niet meer dan 12 milligram bedraagt.
Artikel 2.2
Bij regeling van Onze Minister worden methoden van onderzoek aangewezen, die bij uitsluiting beslissend zijn voor de vaststelling of met betrekking tot een sigaret of een sjekkie aan de in dit besluit gestelde eisen ter zake van de gehaltes aan teer, nicotine of koolmonoxide is voldaan.
1.
Tot het verrichten van metingen en onderzoekingen als bedoeld in artikel 3c, eerste en tweede lid, van de Tabakswet zijn uitsluitend bevoegd de laboratoria die als zodanig zijn aangewezen of erkend door Onze Minister.
2.
Voor aanwijzing of erkenning komen in aanmerking laboratoria waaraan accreditatie krachtens NEN-EN-ISO/IEC 17025 is verleend.
3.
Aanwijzing als laboratorium dat bevoegd is tot het verrichten van metingen en onderzoekingen als bedoeld in artikel 3c, tweede lid, van de Tabakswet is voorbehouden aan laboratoria die deel uitmaken van het Rijk.
4.
Onze Minister verleent een erkenning op aanvraag. Aan de erkenning kunnen voorschriften worden verbonden, die gericht zijn op het waarborgen van de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de metingen en onderzoekingen.
5.
Een erkenning kan worden ingetrokken als niet langer aan de eisen, bedoeld in het vierde lid, wordt voldaan.
Artikel 2.4
Laboratoria die door de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Unie zijn erkend om metingen en onderzoekingen als bedoeld in artikel 4 van de richtlijn te verrichten, worden gelijkgesteld met laboratoria die krachtens artikel 2.3 van dit besluit zijn aangewezen of erkend.
1.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de voorschriften die kunnen worden verbonden aan een erkenning als bedoeld in artikel 2.3 van dit besluit.
2.
Onze Minister maakt in de Staatscourant bekend welke laboratoria zijn aangewezen of erkend als bedoeld in artikel 2.3 van dit besluit.
1.
Op alle verpakkingseenheden van tabaksproducten worden, met uitzondering van tabak voor oraal gebruik en andere niet voor roken bestemde tabaksproducten, de volgende waarschuwingen aangebracht:
a. één van de volgende algemene waarschuwingen:
Roken is dodelijk;
Roken brengt u en anderen rondom u ernstige schade toe.
b. één van de volgende bijkomende waarschuwingen:
Roken veroorzaakt 9 van de 10 gevallen van longkanker;
Roken veroorzaakt mond- en keelkanker;
Roken beschadigt uw longen;
Roken veroorzaakt hartaanvallen;
Roken veroorzaakt beroertes en ernstige handicaps;
Roken verstopt uw slagaderen;
Roken vergroot de kans op blindheid;
Roken beschadigt uw gebit en tandvlees;
Roken kan uw ongeboren kind noodlottig worden;
Uw rook is schadelijk voor uw kinderen, familie en vrienden;
Kinderen van rokers gaan zelf vaak roken;
Stop nu – blijf leven voor je naaste familie en vrienden: www.stoppen-met-roken.nl
Roken vermindert de vruchtbaarheid;
Roken vergroot de kans op impotentie.
2.
Op alle verpakkingseenheden van niet voor roken bestemde tabaksproducten wordt de volgende waarschuwing aangebracht:
Dit tabaksproduct kan uw gezondheid schaden en is verslavend.
3.
Op alle sigarettenpakjes worden voorts vermeld:
a. het nicotinegehalte, aangeduid met het woord nicotine, in tienden van een milligram per sigaret;
b. het teergehalte, aangeduid met het woord teer, in milligrammen per sigaret;
c. het koolmonoxidegehalte, aangeduid met het woord koolmonoxide, in milligrammen per sigaret.
4.
Op alle verpakkingseenheden van shag worden voorts vermeld:
a. het nicotinegehalte, aangeduid met het woord «nicotine», in tienden van een milligram per sjekkie van 750 milligram;
b. het teergehalte, aangeduid met het woord «teer», in milligrammen per sjekkie van 750 milligram.
1.
De in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, bedoelde waarschuwingen wisselen elkaar op zodanige wijze af dat zij regelmatig voorkomen.
2.
De in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b, bedoelde waarschuwingen wisselen elkaar eveneens op zodanige wijze af dat zij regelmatig voorkomen.
3.
De in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, bedoelde waarschuwingen worden aangebracht op de voorkant van de verpakkingseenheid en op elke in de detailverkoop gebruikte buitenverpakking, behalve op cellofaanverpakkingen.
4.
De in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b, bedoelde waarschuwingen worden aangebracht op de achterkant van de verpakkingseenheid en op elke in de detailverkoop gebruikte buitenverpakking, behalve op cellofaanverpakkingen.
1.
De waarschuwingen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, en in artikel 3.1, tweede lid, beslaan minstens 30% van de buitenvoorkant van het betreffende oppervlak van de verpakkingseenheid waarop zij worden aangebracht.
2.
De waarschuwingen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b, beslaan minstens 40% van de buitenachterkant van het betreffende oppervlak van de verpakkingseenheid waarop zij worden aangebracht.
3.
Op verpakkingseenheden die bestemd zijn voor andere producten dan sigaretten en waarvan de buitenvoorkant groter is dan 75 cm 2 beslaan de in artikel 3.1, eerste en tweede lid, bedoelde waarschuwingen ten minste 22,5 cm 2 van de voorkant en van de achterkant.
4.
De vermeldingen, bedoeld in artikel 3.1, derde lid, worden in het Nederlands gedrukt op één zijkant van het sigarettenpakje en beslaan minstens 10% van het betreffende oppervlak.
5.
De vermeldingen, bedoeld in artikel 3.1, vierde lid, worden in het Nederlands gedrukt op dezelfde kant van de verpakkingseenheid als de in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b, bedoelde waarschuwingen en beslaan minstens 2½% van het betreffende oppervlak.
6.
De krachtens artikel 3.1 vereiste waarschuwingen en vermeldingen van de gehaltes aan teer, nicotine en koolmonoxide worden aangebracht:
a. in zwarte vetgedrukte Helvetica-letters op een witte achtergrond, met een zodanige puntgrootte dat de tekst een zo groot mogelijk deel van de daarvoor bestemde ruimte beslaat, zonder aan leesbaarheid in te boeten;
b. in kleine letters, behalve de eerste letter van de boodschap;
c. gecentreerd op het voor de tekst bestemde oppervlak en evenwijdig met de bovenrand van het pakje;
d. voor andere dan de in artikel 3.1, tweede lid, bedoelde producten, omgeven door een ministens 3 mm en hoogstens 4 mm brede zwarte rand die geen belemmering vormt voor de leesbaarheid van de waarschuwingen of vermeldingen;
e. in het Nederlands.
7.
Bij regeling van Onze Minister kunnen omtrent de voorschriften, bedoeld in het vijfde en zesde lid, nadere technische specificaties worden gesteld.
8.
De in dit artikel voorgeschreven opschriften worden niet op de fiscale zegels van de verpakkingseenheden aangebracht. Zij zijn niet verwijderbaar of uitwisbaar en zijn in geen geval door andere aanduidingen of afbeeldingen bedekt of onderbroken, dan wel bij het openen van het pakje onduidelijk gemaakt of onderbroken. Bij andere tabaksproducten dan sigaretten mogen de teksten met behulp van stickers worden aangebracht, mits deze niet kunnen worden verwijderd.
9.
Ter wille van de identificatie en traceerbaarheid wordt het tabaksproduct op passende wijze gemerkt door vermelding van het partijnummer of een gelijkwaardige vermelding op de verpakkingseenheid, zodat plaats en tijd van productie kunnen worden vastgesteld.
Artikel 5.1
Het verbod op bedrijfsmatige verstrekking van tabaksproducten aan particulieren voor de instellingen, diensten en bedrijven, die door de Staat of andere openbare lichamen worden beheerd, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Tabakswet geldt niet in justitiële inrichtingen als bedoeld in:
Artikel 5.2
Als categorieën van inrichtingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Tabakswet worden met uitzondering van verpleeghuizen, revalidatiecentra, psychiatrische ziekenhuizen, zwakzinnigeninrichtingen, gezinsvervangende tehuizen voor gehandicapten en verzorgingshuizen aangewezen:
a. instellingen waarin zorg wordt verleend als bedoeld in de Kwaliteitswet zorginstellingen ;
b. inrichtingen waarin voorzieningen worden aangeboden op het terrein van maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
c. inrichtingen op het terrein van de sport;
d. gebouwen en inrichtingen van gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet, gebouwen en inrichtingen van jeugdhulpaanbieders als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, alsmede gebouwen van justitiële jeugdinrichtingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen die niet door de Staat of openbare lichamen worden beheerd;
e. openbare en bijzondere onderwijsinstellingen als bedoeld in:
1°. de Wet op het primair onderwijs ;
2°. de Wet op de expertisecentra ;
3°. de Wet op het voortgezet onderwijs ;
4°. de Wet educatie en beroepsonderwijs ;
5°. de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ;
6°. de Experimentenwet onderwijs .
1.
Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet tabaksproducten aan particulieren te verstrekken via een tabaksautomaat.
2.
Het in het eerste lid bepaalde verbod geldt niet, indien het verstrekken van tabaksproducten geschiedt via een tabaksautomaat die standaard vergrendeld is en voor het uitvoeren van een verkooptransactie slechts ontgrendeld kan worden door of ten behoeve van personen van 18 jaar of ouder.
1.
Tabaksautomaten bevinden zich niet in de buitenlucht.
2.
Tabaksautomaten bevinden zich in het zicht van degene voor wiens rekening en risico de automaat werkt of van zijn personeel, dan wel van de exploitant van de inrichting waar de automaat zich bevindt of van zijn personeel.
Artikel 6.1
Degene die – anders dan in een hoedanigheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a of b van de Tabakswet – het beheer heeft over een van de volgende gebouwen of ruimten, is verplicht daarin een rookverbod in te stellen, aan te duiden en te handhaven:
overdekt winkelcentrum;
evenementenhal;
congrescentrum;
luchthaven;
besloten ruimte bestemd voor passagiers die gebruik maken van middelen voor personenvervoer.
1.
De verplichting, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Tabakswet en in artikel 6.1 van dit besluit, geldt niet:
a. in ruimten waar geen inbreuk mag worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer;
b. in afsluitbare, voor het roken van tabaksproducten aangewezen en als zodanig aangeduide ruimten;
c. in de open lucht.
2.
In een ruimte als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden geen werkzaamheden verricht tijdens het gebruik van deze ruimte voor het roken van tabaksproducten.
Artikel 6.3
Indien in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, ouderenzorg, gehandicaptenzorg of maatschappelijke opvang meer dan één ruimte, behorend tot een van de categorieën wachtruimten, kantines, recreatie- of soortgelijke ruimten aanwezig is, kan het bevoegde orgaan besluiten per categorie ten hoogste de helft van dit aantal ruimten van het rookverbod uit te zonderen.
Artikel 7.1
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling methoden van onderzoek ten aanzien van teer-, nicotine- en koolmonoxidegehaltes in sigaretten en shag op artikel 2.2 van dit besluit.
Artikel 7.2
De volgende besluiten worden ingetrokken:
Aanduidingenbesluit tabaksproducten ;
Besluit maximumgehaltes aan teer, nicotine en koolmonoxide in sigaretten en shag ;
Besluit rookverbod ;
Besluit beperking verkoop en gebruik tabaksproducten ;
Besluit tabaksverkoop in justitiële inrichtingen ;
Besluit tabaksautomaten ;
Besluit criteria laboratoria Tabakswet .
Artikel 7.3
Tabaksproducten die zijn geproduceerd voor 20 mei 2016 en die voldoen aan het Aanduidingenbesluit tabaksproducten zoals dat luidde op 27 maart 2014 mogen worden verkocht tot 20 mei 2017.
Artikel 7.4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit uitvoering Tabakswet.
Artikel 7.5
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar, 14 oktober 2015
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de vijfde november 2015
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Producteisen
+ § 3. Verpakkingseisen
§ 4. Rapportageverplichtingen
+ § 5. Verkoopbeperkingen
+ § 6. Rookverbod en uitzondering op het rookverbod
+ § 7. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht