Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2007. U leest nu de tekst die gold op -.

Tijdelijk Besluit meetjaargegevens

Uitgebreide informatie
Besluit van 15 september 2005, houdende vaststelling van het Tijdelijk Besluit meetjaargegevens
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 31 maart 2005, nr. WJZ/2005/13881 (2631), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op artikel VII, zevende lid, en artikel VIII, vijfde lid, van de Wet van 16 juli 2005 houdende wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs (Stb. 423);
De Raad van State gehoord (advies van 14 april 2005, nr. W05.05.0107/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 12 september 2005, nr. WJZ/2005/38137 (2631), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Vastgesteld wordt een Tijdelijk Besluit meetjaargegevens luidend als volgt:
1.
In dit besluit zijn de begripsbepalingen van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van overeenkomstige toepassing, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald.
2.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 of artikel 185 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra voorzover deze school in het schooljaar 2004–2005 door het Rijk werd bekostigd met uitzondering van deelnemers aan pilot 1;
b. deelnemer aan pilot 1: een bevoegd gezag dat in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29399, nr. 2, is aangemerkt als deelnemer aan pilot 1;
c. leraren: personeelsleden die zijn benoemd of aangesteld in een onderwijsgevende functie als bedoeld in artikel 151 van Rechtspositiebesluit WPO/WEC met uitzondering van:
2. personeelsleden die in dienst zijn of van wie de betrekkingsomvang is uitgebreid in verband met vervanging, voor zover de kosten van deze dienstbetrekking of uitbreiding van de betrekkingsomvang ten laste komen van de in artikel 183 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 169 van de Wet op de expertisecentra bedoelde rechtspersoon;
d. systeem: het CASO-salarisadministratiesysteem;
e. deelnemer aan pilot 2: een bevoegd gezag dat in de bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 29399, nr. 2, is aangemerkt als deelnemer aan pilot 2;
f. fre-verbruik-declaratie: de op grond van de opgave, bedoeld in artikel 2, vastgestelde hoeveelheid in overeenstemming met de toepassing van artikel 17 van het Formatiebesluit WPO of artikel 24 of 26c van het Formatiebesluit WEC verbruikte formatierekeneenheden met uitzondering van de formatierekeneenheden die worden verbruikt op grond van artikel 112, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC en met uitzondering van de formatierekeneenheden die in overeenstemming met de toepassing van artikel 19 van het Formatiebesluit WPO of artikel 26 of 26e van het Formatiebesluit WEC zijn verzilverd;
g. fre-verbruik-verlof: op grond van de opgave, bedoeld in artikel 2, vastgestelde hoeveelheid verbruikte formatierekeneenheden op grond van artikel 112, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC;
h. formatiebudget: het formatiebudget van een school, bedoeld in artikel 2 van het Formatiebesluit WPO en artikel 2 van het Formatiebesluit WEC;
i. beschikbaar-formatiebudget: het formatiebudget vermeerderd met de formatierekeneenheden die in overeenstemming met de toepassing van de artikelen 17c tot en met 18b van het Formatiebesluit WPO of de artikelen 25 of 26d van het Formatiebesluit WEC zijn ontvangen, verminderd met de formatierekeneenheden die in overeenstemming met de toepassing van artikel 17c tot en met 18b van het Formatiebesluit WPO of artikel 25 of 26d van het Formatiebesluit WEC zijn overgedragen en verminderd met de formatierekeneenheden die in overeenstemming met de toepassing van artikel 19 van het Formatiebesluit WPO en artikel 26e van het Formatiebesluit WEC zijn verzilverd;
j. formatie-uitputting: de som van het fre-verbruik-declaratie en het fre-verbruik-verlof;
k. wet: de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van onder meer de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 in verband met de invoering van lumpsumbekostiging in het primair onderwijs (Stb. 423).
1.
Indien het bevoegd gezag of de deelnemer aan pilot 1 die is aangesloten bij het systeem daarmee heeft ingestemd, verstrekt de beheerder van het systeem de in artikel 3 bedoelde gegevens voor de in artikel 4 genoemde tijdstippen aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
2.
Indien het bevoegd gezag of de deelnemer aan pilot 1 niet is aangesloten bij het systeem of niet heeft ingestemd met de in het eerste lid bedoelde verstrekking door de beheerder van het systeem, verstrekt deze zelf vóór 1 oktober 2005 aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de in artikel 3 bedoelde gegevens, vergezeld van een verklaring van een accountant over de juistheid van de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.
3.
In geval van samenvoeging van scholen per 1 augustus 2004 worden de in artikel 3 bedoelde gegevens van alle bij de samenvoeging betrokken scholen verstrekt.
4.
Het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, verklaart op een bij ministeriële regeling vast te stellen wijze voor een in die ministeriële regeling vast te stellen datum dat de op grond van artikel 3 verstrekte gegevens juist zijn.
1.
De te verstrekken gegevens, bedoeld in artikel 2, zijn:
a. De gewogen gemiddelde leeftijd, de som van de werktijdfactoren en de som van de betrekkingsomvang van alle leraren op de school vermenigvuldigd met hun leeftijd op de peildatum 1 oktober 2003 en 1 oktober 2004;
b.1. Het fre-verbruik-declaratie en het fre-verbruik-verlof op de school in het schooljaar 2004–2005;
b.2. Het totaal van de betrekkingsomvang van al het gedeclareerde personeel op de school in het schooljaar 2004–2005 onderscheiden naar schoolnummer, functie, schaal behorend bij de functie, maximumschaal, de voor het betrokken personeelslid geldende schaal, salarisnummer, het aantal formatierekeneenheden behorend bij de voor betrokkene geldende schaal, verbruikte hoeveelheid formatierekeneenheden, bruto salaris, leeftijd, omvang van de verminderde werktijd in verband met verlof in het kader van bevordering arbeidsparticipatie ouderen, omvang van onbetaald verlof en aantal verbruikte formatierekeneenheden in verband met betaald ouderschapsverlof voor zover daarop artikel 112, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is;
b.3. De berekende declarabele loonkosten in het schooljaar 2004–2005 en een specificatie van de plus- en minposten die tot het vaststellen van de loonkosten hebben geleid, onderscheiden naar schoolnummer, functie, schaal behorend bij de functie, maximumschaal, de voor het betreffende personeelslid geldende schaal, salarisnummer, het aantal formatierekeneenheden behorend bij de voor betrokkene geldende schaal, betrekkingsomvang gecorrigeerd per maand, omvang van de verminderde werktijd in verband met verlof in het kader van bevordering arbeidsparticipatie ouderen, code die het soort betaling weergeeft, het kalenderjaar waarop de kosten betrekking hebben en het aantal verbruikte formatierekeneenheden;
c.1. Het fre-verbruik-declaratie en het fre-verbruik-verlof op de school in het schooljaar 2005–2006;
c.2. De onder b.2. en b.3. genoemde gegevens met betrekking tot het schooljaar 2005–2006.
2.
De gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in het eerste lid, is de betrekkingsomvang aan de desbetreffende school van elke leraar op de school, vermenigvuldigd met diens leeftijd op de in het eerste lid bedoelde peildatum en vervolgens gedeeld door de som van de betrekkingsomvang van alle leraren op de school. Voor leraren ouder dan 50 jaar wordt voor de toepassing van de eerste volzin de leeftijd op 50 jaar vastgesteld. Indien de uitkomst van de berekening van de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in de eerste volzin, lager is dan 30 wordt de gewogen gemiddelde leeftijd vastgesteld op 30. De in de eerste volzin bedoelde gewogen gemiddelde leeftijd wordt afgerond op 2 decimalen.
3.
Voor scholen waarvan de bekostiging aanvangt op 1 augustus 2004 wordt de gewogen gemiddelde leeftijd op de peildatum 1 oktober 2003 vastgesteld door in de het tweede lid bedoelde berekening uit te gaan van de leraren aan die school op 1 oktober 2004 en vervolgens de leeftijd van elke leraar met 1 jaar te verlagen.
1.
Het tijdstip van levering van de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is voor wat betreft de onderdelen a, b.1, b.2 en b.3, uiterlijk 1 november 2005 en voor wat betreft de onderdelen c.1 en c.2, uiterlijk 1 november 2006.
2.
Het bevoegd gezag en de deelnemer aan pilot 1 leveren voor 1 december 2005 de gewogen gemiddelde leeftijd, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de leraren van de school op 1 oktober 2005.
1.
Indien gedurende het schooljaar 2004–2005 de formatie-uitputting groter is dan het beschikbaar-formatiebudget van die school, wordt voor die school de gemiddelde prijs per formatierekeneenheid ambtshalve vastgesteld op zodanige wijze dat de loonkosten die samenhangen met de hoeveelheid formatierekeneenheden waarmee het beschikbaar-formatiebudget is overschreden, op het totaal van de in artikel VII, eerste lid, onderdeel a, van de wet genoemde bekostigingsbedragen in mindering worden gebracht op de in het tweede en derde lid beschreven wijze.
2.
Per formatierekeneenheid wordt de feitelijk gerealiseerde prijs berekend door het declarabele deel van de bekostiging, bedoeld in artikel 137, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 131, eerste lid, onderdelen a en c, van de Wet op de expertisecentra, in het schooljaar 2004–2005 te delen door het fre-verbruik-declaratie.
3.
De loonkosten die samenhangen met het aantal verbruikte formatierekeneenheden waarmee het beschikbaar-formatiebudget is overschreden, worden berekend door de feitelijk gerealiseerde prijs per formatierekeneenheid, bedoeld in het tweede lid, te vermenigvuldigen met het verschil tussen de formatie-uitputting en het beschikbaar-formatiebudget.
1.
Indien gedurende het schooljaar 2004–2005 voor alle scholen van een deelnemer aan pilot 2 gezamenlijk, de formatie-uitputting groter is dan de gezamenlijke beschikbaar-formatiebudgetten van die scholen, wordt voor de scholen van een deelnemer aan pilot 2 waarvan de formatie-uitputting groter is dan het beschikbaar-formatiebudget de gemiddelde prijs per formatierekeneenheid overeenkomstig artikel 5, tweede en derde lid, ambtshalve vastgesteld nadat toepassing is gegeven aan het tweede en derde lid.
2.
Voor elke school van een deelnemer aan pilot 2 waarvan de formatie-uitputting groter is dan het beschikbaar-formatiebudget, wordt het beschikbaar-formatiebudget verhoogd met het verschil tussen het beschikbaar-formatiebudget en de formatie-uitputting van de school gedeeld door het verschil tussen de gezamenlijke beschikbaar-formatiebudgetten en de formatie-uitputting van de scholen waarvan de formatie-uitputting groter is dan het formatiebudget en deze uitkomst te vermenigvuldigen met het verschil tussen de gezamenlijke formatie-uitputting en de beschikbaar-formatiebudgetten van de scholen waarvan de formatie-uitputting kleiner is dan het formatiebudget.
3.
Voor elke school van een deelnemer aan pilot 2 waarvan de formatie-uitputting kleiner is dan het beschikbaar-formatiebudget, wordt het beschikbaar-formatiebudget verminderd met het verschil tussen het beschikbaar-formatiebudget en de formatie-uitputting van de school.
1.
Indien gedurende het schooljaar 2004–2005 voor alle scholen van een deelnemer aan pilot 2 gezamenlijk, de formatie-uitputting kleiner is dan de gezamenlijke beschikbaar-formatiebudgetten van die scholen, wordt voor de scholen van dat bevoegd gezag de gemiddelde prijs per formatierekeneenheid ambtshalve vastgesteld overeenkomstig artikel 5, tweede en derde lid, nadat toepassing is gegeven aan het tweede en derde lid.
2.
Voor elke school van een deelnemer aan pilot 2 waarvan de formatie-uitputting kleiner is dan het beschikbaar-formatiebudget, wordt het beschikbaar-formatiebudget verminderd met het verschil tussen het beschikbaar-formatiebudget en de formatie-uitputting van de school gedeeld door het verschil tussen de gezamenlijke beschikbaar-formatiebudgetten en de formatie-uitputting van de scholen waarvan de formatie-uitputting kleiner is dan het formatiebudget en deze uitkomst te vermenigvuldigen met het verschil tussen de gezamenlijke formatie-uitputting en de beschikbaar-formatiebudgetten van de scholen waarvan de formatie-uitputting groter is dan het formatiebudget.
3.
Voor elke school van een deelnemer aan pilot 2 waarvan de formatie-uitputting groter is dan het beschikbaar-formatiebudget, wordt het beschikbaar-formatiebudget verhoogd met het verschil tussen het beschikbaar-formatiebudget en de formatie-uitputting van de school.
artikel VIII, derde lid, van de wet van Tijdelijk Besluit meetjaargegevens">
Artikel 8. Berekening percentage, bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de wet
1.
Het percentage, bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de wet, wordt vastgesteld op basis van een gemiddelde prijs per formatierekeneenheid, waarbij het fre-verbruik-verlof buiten beschouwing wordt gelaten.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven over de wijze waarop het aantal verbruikte formatierekeneenheden per maand en de declarabele loonkosten die ten grondslag liggen aan het percentage, bedoeld in bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de wet, wordt vastgesteld.
Artikel 9. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk Besluit meetjaargegevens.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2007.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 15 september 2005
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ,
Uitgegeven de vierde oktober 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 2. Verplichting gegevensverstrekking
Artikel 3. Te verstrekken gegevens
Artikel 4. Tijdstip levering gegevens
Artikel 5. Ambtshalve vaststelling bij overschrijding formatiebudget gedurende het meetjaar
Artikel 6. Ambtshalve vaststelling pilot 2 deelnemers bij overschrijding van het beschikbaar-formatiebudget gedurende het meetjaar
Artikel 7. Ambtshalve vaststelling pilot 2 deelnemers bij verbruik van minder formatierekeneenheden dan het beschikbaar-formatiebudget gedurende het meetjaar
Artikel 8. Berekening percentage, bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de wet
Artikel 9. Citeertitel
Artikel 10. Inwerkingtreding
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht