Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2005. U leest nu de tekst die gold op -.

Tijdelijk besluit proefplaatsing WW

Uitgebreide informatie
Besluit van 26 april 2000, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 130a van de Werkloosheidswet (Tijdelijk besluit proefplaatsing WW)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 25 februari 2000, Nr. SV/WV/00/10225c;
Gelet op artikel 130a van de Werkloosheidswet;
De Raad van State gehoord (advies van 10 maart 2000, no. W12.00.0084/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 20 april 2000, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/WV/00/17302;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Algemene begrippen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
b. WW: Werkloosheidswet ;
c. uitkeringsgerechtigde: werknemer op wie dit besluit op grond van artikel 3 van toepassing is;
d. WW-uitkering: uitkering op grond van de Werkloosheidswet .
Artikel 2. Beoogde resultaat besluit
Het met dit besluit beoogde resultaat is het verschaffen van inzicht in het effect van het toestaan van proefplaatsing met behoud van WW-uitkering op de werkhervattingskans van uitkeringsgerechtigden.
1.
Dit besluit is van toepassing op de werknemer:
a. die recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb van de WW;
b. geen resterend aantal arbeidsuren per kalenderweek heeft;
c. voor wie geen arbeidsmarktinstrumenten beschikbaar zijn, gericht op directe bemiddeling of terugkeer naar de arbeidsmarkt.
2.
In afwijking van het eerste lid is dit besluit niet van toepassing op:
a. de werknemer die recht heeft op uitkering op grond van artikel 18 van de WW;
c. de werknemer wiens werkloosheid uitsluitend een gevolg is van verkorting van de werktijd, waarvoor op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 ontheffing is verleend.
1.
Op de uitkeringsgerechtigde die op ten minste twaalf uur per kalenderweek onbeloonde werkzaamheden gaat verrichten uit hoofde waarvan hij op grond van de WW niet als werknemer wordt beschouwd zijn de artikelen 8, eerste lid, van de WW en 20, eerste lid, onderdeel b, in samenhang met de onderdelen b van het derde tot en met vijfde lid, van die wet tijdelijk niet van toepassing indien:
a. de uitkeringsgerechtigde voor aanvang van de werkzaamheden aan het UWV mededeling doet van de omstandigheid dat hij deze zal gaan verrichten;
b. de natuurlijke persoon voor wie, of het lichaam waarvoor, de werkzaamheden worden verricht een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde heeft afgesloten;
c. er, naar het oordeel van het UWV, een reƫel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste zes maanden;
d. de uitkeringsgerechtigde niet eerder werkzaamheden heeft verricht voor dezelfde natuurlijke persoon of hetzelfde lichaam of diens rechtsvoorganger ter zake waarvan dit besluit toepassing heeft gevonden;
e. de aanvang van de werkzaamheden is gelegen voor de afloop van het kwartaal, volgend op het kwartaal waarin het aantal uitkerings-gerechtigden op wie, op grond van dit besluit, de in de aanhef genoemde artikelen tijdelijk buiten toepassing zijn of zijn geweest, de duizend heeft bereikt.
2.
De in het eerste lid genoemde artikelleden en artikelonderdelen blijven buiten toepassing over een aaneengesloten periode van drie maanden of zoveel korter als de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden verricht.
3.
Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van het tweede lid buiten beschouwing gelaten.
1.
Het UWV is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de mededeling, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a.
2.
Het UWV behandelt de mededelingen in volgorde van binnenkomst.
Artikel 6. Looptijd
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag gelegen drie maanden na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van het tijdstip waarop artikel II, onderdeel G, van het bij koninklijke boodschap van 13 april 2004 ingediende voorstel van wet, houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen, Kamerstukken II 2003/04, 29 513, nr. 2, tot wet is verheven en in werking treedt.
Artikel 7. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit proefplaatsing WW.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 26 april 2000
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Uitgegeven elfde mei 2000
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1. Algemene begrippen
Artikel 2. Beoogde resultaat besluit
Artikel 3. Doelgroep
Artikel 4. Behoud van WW-uitkering tijdens proefplaatsing
Artikel 5. Nadere regels inzake de melding
Artikel 6. Looptijd
Artikel 7. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht