Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector rechterlijke macht 2008-2012

Uitgebreide informatie
Besluit van 24 augustus 2011 tot vaststelling van rechtspositionele voorzieningen van sociaal flankerend beleid voor rechterlijke ambtenaren bij reorganisaties voor de periode van 1 januari 2008 tot 1 januari 2012 (Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector Rechterlijke Macht 2008–2012)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 15 juli 2011, nr. 5703626/11/6;
Gelet op artikel 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 augustus 2011, nr. W03.11.0301/II.);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 17 augustus 2011, nr. 5706351/11/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. aangewezen rechterlijk ambtenaar: de rechterlijk ambtenaar die schriftelijk in kennis is gesteld dat hij een functie bekleedt die is aangewezen als behorend tot een functiegroep waarin zonder maatregelen op termijn sprake zal zijn van boventalligheid dan wel standplaatswijziging anders dan op eigen verzoek;
b. Brra: het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren ;
c. functie: functie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel a, van het Brra;
d. herplaatsingskandidaat: een herplaatsingskandidaat als bedoeld in de artikelen 36h en 36i van het Brra;
e. herplaatsen: herplaatsen als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel b, van het Brra;
f. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
g. passende functie: passende functie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel b, van het Brra;
h. reorganisatie: reorganisatie als bedoeld in artikel 36c, eerste lid, onderdeel f, van het Brra;
i. wet: Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren .
2.
Dit besluit is niet van toepassing op de rechterlijke ambtenaren werkzaam bij de Hoge Raad of het parket bij de Hoge Raad.
1.
Ten aanzien van de bij een gerecht werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden op grond van dit besluit uitgeoefend door het gerechtsbestuur, tenzij anders is bepaald.
2.
Ten aanzien van de bij een parket werkzame rechterlijke ambtenaren worden de bevoegdheden op grond van dit besluit uitgeoefend door Onze Minister, tenzij anders is bepaald.
3.
De bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, worden niet uitgeoefend dan nadat advies is ingewonnen bij de functionele autoriteit.
Artikel 3. Loopbaangesprek
De niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die een aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat is geworden, heeft recht op ten minste één maal per jaar een loopbaangesprek waarin aandacht wordt besteed aan de onderwerpen mobiliteit, flexibiliteit en loopbaanperspectief in de toekomst.
1.
De aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat heeft recht op ondersteuning vanwege de functionele autoriteit teneinde vrijwillige mobiliteit te bevorderen. De functionele autoriteit kan besluiten deze ondersteuning ook aan andere rechterlijke ambtenaren te bieden.
2.
De in het eerste lid bedoelde aangewezen rechterlijk ambtenaar en de functionele autoriteit stellen gezamenlijk een mobiliteitsplan op.
3.
Voor de in het eerste lid bedoelde herplaatsingskandidaat stelt de functionele autoriteit in samenspraak met de herplaatsingskandidaat een herplaatsingsplan vast. Indien binnen een redelijke termijn geen overeenstemming over het plan kan worden bereikt, stelt de functionele autoriteit het plan eenzijdig vast, waarbij de rechterlijk ambtenaar de gelegenheid krijgt zijn visie apart te vermelden. Gedurende de herplaatsingstermijn wordt de uitvoering van het herplaatsingsplan iedere zes maanden geëvalueerd en wordt het plan zo nodig bijgesteld.
1.
De rechterlijk ambtenaar heeft tijdens de looptijd van het sociaal flankerend beleid het recht om ten minste eenmaal een vertrouwelijke loopbaanscan te doen, met behulp van een externe professionele loopbaandeskundige, bestaande uit ten minste één gesprek met deze deskundige met een schriftelijk advies.
2.
De rechterlijk ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van het in het eerste lid genoemde recht, heeft na zijn aanwijzing als aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat, het recht om voor beide aanwijzingen samen één extra loopbaanscan te doen.
1.
Aan de rechterlijk ambtenaar wordt een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide opleidingskosten en vijftig procent verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die gemoeid is met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding, en het afleggen van examens toegekend indien de inspanningen aantoonbaar bijdragen aan het realiseren van de tussen de functionele autoriteit en de rechterlijk ambtenaar vastgelegde loopbaanafspraken.
2.
Aan de aangewezen rechterlijk ambtenaar en de herplaatsingskandidaat wordt een volledige vergoeding van de met de studie gemoeide opleidingskosten en volledig verlof met behoud van bezoldiging voor de tijd die gemoeid is met het volgen van lessen en stages die een onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de opleiding, en het afleggen van examens toegekend, indien de inspanningen aantoonbaar bijdragen aan de (her)plaatsingsmogelijkheden, zowel binnen de sector rechterlijke macht en daarbuiten, of aan het realiseren van vastgelegde loopbaanafspraken. Bij de toekenning van het studieverlof wordt de maximale omvang en duur van het verlof tegelijk met de toekenning vastgesteld.
Artikel 7. Aanbieden functie
In afwijking van artikel 36k, eerste lid, van het Brra geldt gedurende de eerste zes maanden na aanwijzing van de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar als herplaatsingskandidaat de beperking dat een functie als passend wordt aangemerkt indien:
a. de functie niet meer dan één salariscategorie lager is gewaardeerd dan de oorspronkelijke functie, en
b. de reistijd voor woon-werkverkeer enkele reis niet met meer dan 15 minuten toeneemt.
Artikel 8. Voorrangsrecht
De aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat, heeft een voorrangspositie op andere rechterlijke ambtenaren bij de vervulling van vacatures bij een parket of gerecht of anderszins binnen het gezagsbereik van Onze Minister.
Artikel 9. Behoud salarisschaal bij vrijwillige plaatsing in lagere functie
De niet voor het leven benoemde aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat die op zijn verzoek wordt geplaatst in een lager gewaardeerde functie, heeft aanspraak op het behoud zijn oorspronkelijke salarisschaal gedurende de periode waarin hij die andere functie vervult. Artikel 6 Brra blijft buiten toepassing .
1.
Bij herplaatsing anders dan op eigen verzoek van een rechterlijk ambtenaar in een functie waaraan overeenkomstig het bij en krachtens artikel 7 van de wet bepaalde een lager maximum salaris is verbonden dan aan zijn oorspronkelijke functie, spant Onze Minister of het gerechtsbestuur zich in om, zodra een functie beschikbaar is waaraan overeenkomstig het bij en krachtens artikel 7 van de wet hetzelfde maximum salaris is verbonden als aan zijn oorspronkelijke functie, de rechterlijk ambtenaar in aanmerking te laten komen voor benoeming in deze functie.
2.
De herplaatsingskandidaat die is herplaatst in een functie waaraan overeenkomstig het bij en krachtens artikel 7 van de wet bepaalde een lager maximum salaris is verbonden dan zijn oorspronkelijke functie, heeft gedurende twee jaar na herplaatsing recht op toepassing van de voorzieningen in dit besluit voor herplaatsingskandidaten, voor zover die toepassing kan leiden tot plaatsing in een passende functie waaraan overeenkomstig het bij en krachtens artikel 7 van de wet hetzelfde maximum salaris is verbonden als zijn oorspronkelijke functie.
1.
De aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat heeft recht op vergoeding van de verhuiskosten overeenkomstig het gestelde bij en krachtens artikel 8, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989, indien binnen twee jaar na verplaatsing aan een verhuisplicht wordt voldaan, dan wel zonder verhuisplicht wordt verhuisd van buiten 50 kilometer van de plaats van tewerkstelling naar binnen 25 kilometer van de standplaats. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 stelt Onze Minister regels ten aanzien van de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, Verplaatsingskostenbesluit 1989.
2.
De aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat die in opdracht van Onze Minister of het gerechtsbestuur is verhuisd, heeft eenmalig aanspraak op een vergoeding ter tegemoetkoming in de daarmee verband houdende kosten. In afwijking van artikel 36r, eerste lid, Brra stelt Onze Minister regels ten aanzien van de vergoeding.
3.
Het eerste en tweede lid kunnen van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere dan de in het eerste en tweede lid genoemde rechterlijke ambtenaren.
1.
In afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 12ba, tweede lid, en artikel 12bb van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 heeft de aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat die als gevolg van een reorganisatie wordt verplaatst, waardoor hij niet dagelijks heen en weer kan reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, gedurende twee jaar na verplaatsing recht op volledige vergoeding van de door het bevoegd gezag redelijkheid geachte pensionkosten.
2.
Het eerste lid kan van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere dan de in het eerste lid genoemde rechterlijke ambtenaren.
1.
Indien de reistijd voor woon-werkverkeer door een wijziging van de plaats van tewerkstelling van de aangewezen rechterlijk ambtenaar en de herplaatsingskandidaat met meer dan 15 minuten per enkele reis toeneemt, wordt deze extra reistijd, voor zover deze meer is dan 15 minuten, gedurende twee jaar als werktijd aangemerkt.
2.
Gedurende het derde, vierde en vijfde jaar wordt respectievelijk 75%, 50% en 25% van de in het eerste lid bedoelde extra reistijd als werktijd aangemerkt.
3.
Voor de rechterlijk ambtenaar die de in het eerste lid bedoelde aanspraak heeft, en voor wie binnen twee jaar als gevolg van reorganisatie opnieuw de plaats van tewerkstelling wijzigt, wordt bij de berekening van de extra reistijd uitgegaan van de totale toename ten opzichte van de reistijd zoals die was voor de eerste wijziging.
4.
Indien de tweede toename van de reistijd meer dan 15 minuten bedraagt ten opzichte van de reistijd zoals die was na de eerste wijziging, wordt de in het eerste en tweede lid genoemde termijn, gedurende welke de aanspraak bestaat, opnieuw opgestart.
5.
De rechterlijk ambtenaar voor wie binnen twee jaar voor de tweede maal de plaats van tewerkstelling als gevolg van een reorganisatie wijzigt en voor wie pas na de tweede wijziging de toename van de reistijd meer dan 15 minuten bedraagt, heeft aanspraak op de voorziening, bedoeld in het eerste en tweede lid vanaf de tweede wijziging.
6.
Voor de bepaling van de route wordt uitgegaan van de feitelijk gebruikte methode van vervoer in de oude en de nieuwe situatie.
7.
Het eerste tot en met zesde lid kan van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere dan de in het eerste lid genoemde rechterlijke ambtenaren.
1.
In afwijking van artikel 12b1, derde lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 bedraagt de tegemoetkoming in gemaakte reiskosten voor de aangewezen rechterlijk ambtenaar en de herplaatsingskandidaat gedurende het tweede, derde, vierde en vijfde jaar respectievelijk 100%, 75%, 50% en 25% van de tegemoetkoming op grond van artikel 12a onderscheidenlijk artikel 12b van het Verplaatsingskostenbesluit 1989.
2.
Het eerste lid kan van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere dan de in het eerste lid genoemde rechterlijke ambtenaren.
Artikel 15. Proportionele diensttijdgratificatie
De rechterlijk ambtenaar die een diensttijd heeft van tien jaar of meer, aan wie ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 46h van de wet dan wel artikel 35a van het Brra is verleend, en voor wie hierdoor een binnen 5 jaar te verwachten toekomstige aanspraak op een gratificatie wegens ambtsjubileum wegvalt, heeft aanspraak op een diensttijdgratificatie ter grootte van een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van een gratificatie bij ambtsjubileum.
Artikel 16. Bovenwettelijke uitkering
Artikel 36v van het Brra kan van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere rechterlijke ambtenaren dan herplaatsingskandidaten.
1.
De aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsingskandidaat wordt op zijn verzoek toegestaan om tijdelijk, voor een periode van ten hoogste drie maanden, andere werkzaamheden te verrichten, indien dit bijdraagt aan de (her)plaatsingsmogelijkheden of aan het realiseren van gemaakte loopbaanafspraken, de organisatie van het werk het toelaat en er een geschikte plek beschikbaar is.
2.
Het eerste lid kan van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere dan de in het eerste lid genoemde rechterlijke ambtenaren.
1.
In afwijking van artikel 33n, achtste lid, en artikel 36q, vierde lid, van het Brra onderscheidenlijk artikel 3, vijfde lid, van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 wordt aan de aangewezen rechterlijk ambtenaar en herplaatsingskandidaat aan wie ontslag wordt verleend, ontheffing verleend van de terugbetalingsverplichting met betrekking tot de vergoeding voor de kosten in verband met ouderschapsverlof, verhuizing onderscheidenlijk scholing.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de disciplinaire maatregel van ontslag wordt toegepast of indien de rechterlijk ambtenaar een passende functie heeft geweigerd.
3.
Het eerste lid kan van overeenkomstige toepassing worden verkaard op andere dan de in het eerste lid genoemde ambtenaren.
1.
Aan een herplaatsingskandidaat aan wie op eigen verzoek ontslag is verleend wegens het aanvaarden van een functie elders dan bij een parket of gerecht of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister wordt op aanvraag gedurende vijf jaar een aanvulling op het inkomen toegekend, indien het in de nieuwe functie genoten inkomen lager is dan het inkomen in de oorspronkelijke functie.
2.
In afwijking van artikel 36t, tweede lid, Brra bedraagt de aanvulling op het inkomen het verschil tussen het in de oorspronkelijke functie genoten inkomen, bestaande uit het salaris, de eindejaarsuitkering en de toelagen en de toeslagen, en het volledige inkomen genoten uit de nieuwe functie, tot een maximum van 30% van het oorspronkelijk genoten inkomen. Indien de arbeidsduurfactor uit de nieuwe dienstbetrekking een andere is dan die als rechterlijk ambtenaar, wordt het oorspronkelijke inkomen omgerekend naar de arbeidsduurfactor uit de nieuwe dienstbetrekking.
3.
De aanvulling op het inkomen wordt jaarlijks vastgesteld en bedraagt het eerste jaar 100%, het tweede jaar 80%, het derde jaar 60%, het vierde jaar 40% en het vijfde jaar 20% van het vastgestelde verschil. De gewezen rechterlijk ambtenaar legt hiertoe een inkomensverklaring over de voorgaande twaalf maanden over.
4.
Geen recht op een aanvulling op het inkomen bestaat:
a. indien bij vertrek een stimuleringspremie is toegekend als bedoeld in artikel 20, eerste of vierde lid, of een premie als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onder c;
b. indien gebruik wordt gemaakt van de salarissuppletie als bedoeld in artikel 36t van het Brra.
5.
In aanvulling op artikel 36t, derde lid, van het Brra kan onder door Onze Minister of het gerechtsbestuur te stellen voorwaarden het recht op aanvulling op het inkomen op aanvraag van de rechterlijk ambtenaar worden afgekocht tegen 40% van de gekapitaliseerde waarde op het moment van afkoop. De functionele autoriteit kan in individuele gevallen besluiten een hoger percentage toe te kennen.
6.
De in het eerste lid bedoelde aanvulling kan worden toegewezen aan aangewezen rechterlijke ambtenaren.
1.
Aan de herplaatsingskandidaat die binnen de herplaatsingstermijn op eigen verzoek ontslag wordt verleend wordt een stimuleringspremie toegekend.
2.
In afwijking van artikel 36s Brra is de stimuleringspremie afhankelijk van het aantal dienstjaren van de rechterlijke ambtenaar op het moment van zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat en de resterende herplaatsingstermijn en bedraagt uitgedrukt in aantallen maandsalarissen:
3.
Indien een rechterlijk ambtenaar aan wie een stimuleringspremie is toegekend op grond van artikel 36v Brra aanspraak maakt op een uitkering krachtens het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rechterlijke macht , wordt de aanspraak krachtens het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rechterlijke macht verminderd met het als stimuleringspremie uitgekeerde bedrag.
4.
Aan de aangewezen rechterlijk ambtenaar die op zijn verzoek ontslag wordt verleend, kan een stimuleringspremie ter hoogte van ten hoogste twaalf maandsalarissen worden toegekend.
5.
Geen stimuleringspremie als bedoeld in het eerste en vierde lid wordt toegekend indien:
a. de in artikel 19, eerste of zesde lid, bedoelde aanvulling op het inkomen, de in artikel 19, vierde lid, onder b, bedoelde salarissuppletie of de in artikel 22 bedoelde terugkeergarantie is toegekend;
b. het ontslag is verleend met het oog op een uitkering op grond van de regeling van flexibel pensioen en uittreden, zoals vastgelegd in het FPU-Reglement basisuitkering en aanvullende uitkering;
c. een premie op grond van artikel 36s van het Brra is toegekend.
1.
Aan de herplaatsingskandidaat aan wie op eigen verzoek ontslag wordt verleend in verband met de aanvaarding van een functie bij een werkgever die niet is aangesloten bij de Stichting Pensioenfonds ABP, kan op zijn verzoek een bijdrage worden toegekend voor aanvulling van het in de toekomst op te bouwen pensioen.
2.
De in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt bij toekenning rechtstreeks betaald aan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij nadat de termijnen genoemd in artikel 36v, Brra, en artikel 22, eerste lid, zijn verstreken. De aanspraak vervalt indien gebruik wordt gemaakt van de aanspraak op hernieuwde aanstelling op grond van artikel 22.
1.
De herplaatsingskandidaat aan wie op eigen verzoek ontslag wordt verleend wegens het aanvaarden van een functie elders dan bij een parket of gerecht, of anderszins buiten het gezagsbereik van Onze Minister, wordt op zijn verzoek bij de ontslagverlening het recht op voordracht tot hernieuwde benoeming toegekend overeenkomstig de aanstelling voor het ontslag met een salaris dat overeenkomt met het laatstelijk genoten salaris voor het ontslag. Het recht op hernieuwde aanstelling geldt tijdens de eerste zes maanden van de uitoefening van de functie buiten de sector rechterlijke macht, bij ontslag in die periode buiten eigen schuld of toedoen.
2.
Het eerste lid kan van overeenkomstige toepassing worden verklaard op aangewezen rechterlijke ambtenaren.
3.
Het in het eerste en tweede lid bedoelde recht wordt niet toegekend indien een stimuleringspremie als bedoeld in artikel 20, eerste of vierde lid, of een premie als bedoeld in artikel 20, vijfde lid, onder c is toegekend of wanneer een aanvulling op het inkomen als bedoeld in artikel 19, vijfde lid, is afgekocht.
4.
Indien gebruik wordt gemaakt van het in het eerste of tweede lid bedoelde recht, wordt aan de rechterlijk ambtenaar de status van herplaatsingskandidaat verleend waarbij de eerdere periode waarin de rechterlijk ambtenaar herplaatsingskandidaat is geweest, in mindering wordt gebracht op de herplaatsingstermijn, met dien verstande dat de nieuwe herplaatsingstermijn ten minste drie maanden bedraagt.
1.
Aan de herplaatsingskandidaat die op eigen verzoek ontslag is verleend voor het aanvangen van eigen bedrijfsactiviteiten, wordt onmiddellijk voorafgaand aan de ingangsdatum van zijn ontslag buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend gedurende drie maanden.
2.
In plaats van het in het eerste lid bedoelde verlof kan op aanvraag van de herplaatsingskandidaat een premie worden toegekend ter grootte van drie maandsalarissen.
3.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid geldt als voorwaarde de indiening van een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel.
4.
De voorziening, bedoeld in het eerste of tweede lid, kan ook worden toegekend aan een aangewezen rechterlijk ambtenaar.
Artikel 24. Extra mogelijkheid aanwijzing herplaatsingskandidaat
Indien een functie waarin een herplaatsingskandidaat is benoemd of waarnaar deze is verplaatst alsnog binnen een jaar niet passend blijkt te zijn, kan de rechterlijk ambtenaar één keer opnieuw door de functionele autoriteit worden aangewezen als herplaatsingskandidaat, waarbij de eerdere periode waarin de rechterlijk ambtenaar herplaatsingskandidaat is geweest in mindering wordt gebracht op de herplaatsingstermijn. In dat geval is de redelijke termijn, bedoeld in artikel 36aa, tweede lid, van het Brra, gelijk aan de resterende herplaatsingstermijn met een minimum van drie maanden.
Artikel 25. Toepassing voorzieningen bij niet passendheid functie
Indien binnen een jaar na plaatsing de functionele autoriteit van oordeel is dat een aangewezen rechterlijk ambtenaar is geplaatst in een functie die niet passend is, heeft de rechterlijke ambtenaar, vanaf de dag dat hem dit oordeel schriftelijk ter kennis is gebracht, gedurende een jaar recht op toepassing van de voorzieningen die op grond van dit besluit gelden voor de aangewezen rechterlijk ambtenaar.
Artikel 26. Aanbieden faciliteiten in verband met mobiliteit
De functionele autoriteit heeft de mogelijkheid om overige kosten te vergoeden of faciliteiten aan te bieden die samenhangen met mobiliteit.
1.
De termijn, genoemd in de artikelen 36k en 36l van het Brra wordt verlengd, indien:
a. een herplaatsingskandidaat gedurende deze termijn op tijdelijke basis werkzaamheden verricht, dan wel
b. aan het eind van de termijn nog geen passende functie is aangeboden aan de herplaatsingskandidaat.
2.
De termijn wordt in het geval, bedoeld in het eerste lid, onder a, verlengd met de periode waarin de werkzaamheden op tijdelijke basis zijn verricht, waarbij het aantal gewerkte uren per week voor deze werkzaamheden in verhouding tot de arbeidsduur wordt meegewogen. De termijn wordt in het geval, genoemd in het eerste lid, onder b, verlengd met de periode die nodig is om alsnog een passende functie aan te bieden.
3.
De totale verlenging van de termijn, in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste twaalf maanden.
4.
Indien de betrokken rechterlijk ambtenaar voor 1 januari 2008 als herplaatsingskandidaat is aangewezen en de functionele autoriteit voor die datum heeft besloten tot verlenging van de herplaatsingstermijn, wordt de totale maximale verlenging, bedoeld in het derde lid, verminderd met de periode van de eerdere verlenging.
5.
In afwijking van het eerste tot en met vierde lid kan de verlenging van de herplaatsingstermijn in bijzondere gevallen worden geweigerd indien de betrokken rechterlijk ambtenaar voor 1 januari 2008 als herplaatsingskandidaat is aangewezen.
Artikel 28. Remplaçantenregeling
De voorzieningen op grond van dit besluit ten behoeve van aangewezen rechterlijke ambtenaren en herplaatsingskandidaten kunnen tevens van toepassing worden verklaard op andere rechterlijke ambtenaren voor zover daarmee de plaatsing van een aangewezen rechterlijk ambtenaar of herplaatsing van een herplaatsingskandidaat wordt gerealiseerd.
Artikel 29. Hardheidsclausule
De functionele autoriteit kan in voorkomende individuele gevallen van dit besluit afwijken voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 30. Regeling bij samenloop
Indien vóór 1 januari 2008 op grond van artikel 48 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in het Sectoroverleg Rechterlijke Macht ten aanzien van een reorganisatie een voorziening is overeengekomen die voor een rechterlijke ambtenaar die is betrokken bij die reorganisatie, gunstiger is dan een soortgelijke voorziening in dit besluit, dan kan eerstgenoemde voorziening in de plaats treden van die in dit besluit.
Artikel 31. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit sociaal flankerend beleid sector rechterlijke macht 2008–2012.
1.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug tot en met 1 januari 2008.
2.
Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2012.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 24 augustus 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Uitgegeven de zesde september 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Bevoegdheden
Artikel 3. Loopbaangesprek
Artikel 4. Trajectbegeleiding
Artikel 5. Loopbaanscan
Artikel 6. Opleidingskosten en studietijd
Artikel 7. Aanbieden functie
Artikel 8. Voorrangsrecht
Artikel 9. Behoud salarisschaal bij vrijwillige plaatsing in lagere functie
Artikel 10. Plaatsing eigen schaal
Artikel 11. Verhuiskostenvergoeding en voldoen aan verhuisplicht
Artikel 12. Vergoeding pensionkosten
Artikel 13. Reistijd
Artikel 14. Tegemoetkoming extra reiskosten
Artikel 15. Proportionele diensttijdgratificatie
Artikel 16. Bovenwettelijke uitkering
Artikel 17. Tijdelijk werk
Artikel 18. Vrijstelling terugbetaling
Artikel 19. Aanvulling inkomen en afkoop
Artikel 20. Stimuleringspremie
Artikel 21. Bijdrage pensioenopbouw
Artikel 22. Terugkeergarantie
Artikel 23. Verlof eigen bedrijf
Artikel 24. Extra mogelijkheid aanwijzing herplaatsingskandidaat
Artikel 25. Toepassing voorzieningen bij niet passendheid functie
Artikel 26. Aanbieden faciliteiten in verband met mobiliteit
Artikel 27. Verlenging herplaatsingstermijn
Artikel 28. Remplaçantenregeling
Artikel 29. Hardheidsclausule
Artikel 30. Regeling bij samenloop
Artikel 31. Citeertitel
Artikel 32. Werkingsduur
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht