Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2006. U leest nu de tekst die gold op -.

Tijdelijk besluit tegemoetkoming verhuiskosten Antillianen en Arubanen

Uitgebreide informatie
Besluit van 29 oktober 2002 inzake voorzieningen en voorwaarden voor voorzieningen ten behoeve van verhuizing naar de Nederlandse Antillen en Aruba (Tijdelijk besluit tegemoetkoming verhuiskosten Antillianen en Arubanen)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 25 juni 2002, nr. CIM2002/55168;
Gelet op artikel 89 van de Grondwet, artikel 4:23, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 24, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
De Raad van State gehoord (advies van 2 september 2002, nr. W04.02.0281/I);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie in overeenstemming met Onze Minister van Justitie van 17 oktober 2002, nr. CIM2002/86762;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie;
b. de SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. verhuizing: het zich vestigen vanuit Nederland op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen of op Aruba;
d. de verhuizende persoon: de persoon, bedoeld in artikel 2, die met toepassing van dit besluit voornemens is zijn hoofdverblijf in Nederland op te geven om te verhuizen;
e. de partner: de meeverhuizende echtgenoot van de verhuizende persoon, de meeverhuizende geregistreerde partner van de verhuizende persoon of de meeverhuizende ongehuwd meerderjarige die met de verhuizende persoon, die geen bloedverwant is in de eerste graad, een gezamenlijke huishouding voert waarbij betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning, met dien verstande dat deze gezamenlijke huishouding uit niet meer dan twee meerderjarige personen bestaat;
f. het kind: het meeverhuizende minderjarige eigen kind, aangehuwd kind of pleegkind van de verhuizende persoon of zijn partner;
g. de voorzieningen: de voorzieningen, bedoeld in artikel 3.
Artikel 2
Dit besluit is van toepassing op:
a. de meerderjarige persoon met de Nederlandse nationaliteit die op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen of op Aruba is geboren,
b. de meerderjarige persoon met de Nederlandse nationaliteit die op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen of op Aruba tot Nederlander is genaturaliseerd, en
c. de meerderjarige persoon met de Nederlandse nationaliteit die in Nederland is geboren en van wie een van de ouders op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen of op Aruba is geboren dan wel tot Nederlander is genaturaliseerd.
Artikel 3
Aan de verhuizende persoon worden onder de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 5 en 6, de volgende voorzieningen verstrekt:
a. een eenmalige tegemoetkoming in de kosten van het vervoer tot de plaats van bestemming van de verhuizende persoon, van zijn partner en van hun kinderen;
b. een eenmalige tegemoetkoming in de kosten van het vervoer tot de plaats van bestemming van bagage en huisraad van de verhuizende persoon, van zijn partner en van hun kinderen.
1.
De eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, bedraagt:
a. per verhuizende persoon  €679,–;
b. per partner  €679,–;
c. per kind van 12 jaar of ouder  €679,–;
d. per kind van 2 tot 12 jaar  €339,–;
e. per kind jonger dan 2 jaar  €69,–.
2.
De maximaal voor de eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, in aanmerking komende omvang van de bagage en huisraad, bedoeld in datzelfde onderdeel, wordt vastgesteld:
a. voor de verhuizende persoon op 3 m 3 ;
b. voor de partner op 3 m 3 ;
c. voor elk kind van 12 jaar of ouder op 2 m 3 ;
d. voor elk kind van 11 jaar of jonger 1 m 3 .
3.
De eenmalige tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt per kubieke meter  €504,–.
4.
De voorzieningen bedragen per verhuizende persoon, zijn partner en hun kinderen in totaal maximaal  €5900,–.
1.
Om voor de voorzieningen in aanmerking te komen dient de verhuizende persoon:
a. blijkens een inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag van de voorzieningen ononderbroken hoofdverblijf in Nederland te hebben gehad;
b. aan te tonen aan de SVB dat hij een baan heeft op een van de eilanden van de Nederlandse Antillen, respectievelijk Aruba;
c. zijn schulden aan Nederland te hebben voldaan dan wel ten behoeve van bedoelde schulden een afbetalingsregeling te hebben getroffen;
d. geen beschikking te hebben over een rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, op 1 januari van het jaar waarin de voorzieningen worden toegekend of, indien over dat jaar nog geen aanslag is opgelegd, op 1 januari van het daaraan voorafgaande jaar, van meer dan  €91 000,–;
e. niet eerder, noch als verhuizende persoon noch als partner, de voorzieningen te hebben genoten;
f. indien zijn partner en hun kinderen niet de Nederlandse nationaliteit bezitten, een schriftelijk bewijs aan de SVB over te leggen, afgegeven door de autoriteiten van de Nederlandse Antillen, respectievelijk Aruba, dat zijn partner en hun kinderen zullen worden toegelaten tot de Nederlandse Antillen, respectievelijk Aruba.
2.
Onverminderd het eerste lid dient de verhuizende persoon, om voor de voorzieningen in aanmerking te komen, indien voor zijn toelating of voor de toelating van zijn partner of van hun kinderen, tot de Nederlandse Antillen dan wel Aruba een vergunning of verklaring is vereist, de door de SVB gevraagde bescheiden aan de SVB over te leggen.
3.
Indien de verhuizende persoon en zijn partner het voornemen hebben met hun pleegkind te verhuizen, dient de verhuizende persoon een schriftelijk bewijs van toestemming tot de voorgenomen verhuizing van het pleegkind van degene die het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent over het pleegkind aan de SVB over te leggen.
Artikel 6
De verhuizende persoon komt slechts in aanmerking voor de voorzieningen indien ook zijn partner voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen c en d.
1.
Om voor de voorzieningen in aanmerking te kunnen komen, dient de verhuizende persoon een aanvraag in bij de SVB.
2.
De SVB neemt het besluit op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk acht weken na ontvangst van de aanvraag.
1.
Indien de verhuizende persoon, zijn partner en hun kinderen niet binnen een termijn van drie maanden na de datum van het besluit, bedoeld in artikel 7, tweede lid, zijn verhuisd, wordt het besluit geheel of gedeeltelijk ingetrokken, tenzij de verhuizende persoon of zijn partner van de overschrijding van die termijn redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
2.
De verhuizende persoon, zijn partner en hun kinderen dienen binnen vier weken na vertrek uit Nederland een bewijs van inschrijving in het Antilliaanse, respectievelijk Arubaanse, bevolkingsregister aan de SVB te zenden.
3.
De in het tweede lid bedoelde inschrijving moet hebben plaatsgevonden na de datum van uitschrijving uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
4.
Indien de verhuizende persoon, zijn partner en hun kinderen niet hebben voldaan aan het zenden van het bewijs van inschrijving, bedoeld in het tweede lid, wordt het besluit, bedoeld in artikel 7, tweede lid, geheel of gedeeltelijk ingetrokken, tenzij de verhuizende persoon of zijn partner van het niet zenden van het bewijs van inschrijving redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
Artikel 9
De verhuizende persoon en zijn partner zijn verplicht om onverwijld aan de SVB op verzoek of uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan het hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op of op de hoogte van de voorzieningen.
Artikel 10
De SVB wijzigt een besluit als bedoeld in artikel 7, tweede lid, of trekt dat in:
a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 9, heeft geleid tot het ten onrechte of tot het voor een te hoog bedrag vaststellen van de voorzieningen;
b. indien anderszins de voorzieningen ten onrechte of voor een te hoog bedrag zijn vastgesteld.
Artikel 11
Indien de verhuizende persoon, zijn partner of een van hun kinderen binnen twee jaren na verhuizing, blijkens een inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, zich wederom in Nederland vestigt, worden de voorzieningen teruggevorderd, voorzover deze voorzieningen ten behoeve van personen die zich wederom in Nederland hebben gevestigd zijn toegekend.
1.
De voorzieningen die als gevolg van een besluit als bedoeld in de artikelen 8, eerste en vierde lid, en 10 onverschuldigd zijn betaald, worden door de SVB teruggevorderd.
2.
Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan de SVB besluiten geheel of gedeeltelijk af te zien van terugvordering als bedoeld in het eerste lid en artikel 11.
3.
Indien de verhuizende persoon aan de bij dit besluit gestelde verplichtingen heeft voldaan, en hij in redelijkheid niet heeft kunnen begrijpen dat de voorzieningen ten onrechte of voor een te hoog bedrag zijn vastgesteld en verleend, besluit de SVB geheel of gedeeltelijk van terugvordering als bedoeld in het eerste lid af te zien.
1.
De SVB is belast met de uitvoering van dit besluit.
2.
De SVB biedt Onze Minister een handhavingsplan aan overeenkomstig artikel 3 van de Regeling uitvoering en informatieverstrekking Sociale Verzekeringsbank.
1.
Onze Minister vergoedt de SVB de uitgaven van de voorzieningen die door de SVB op grond van dit besluit zijn betaald.
2.
Onze Minister vergoedt de SVB de kosten die door de SVB zijn gemaakt bij de uitvoering van haar taak, bedoeld in artikel 13.
1.
Ten behoeve van een goede uitvoering van dit besluit zijn de artikelen 8c, eerste lid, 8i en 8j van de Remigratiewet en de artikelen 2 tot en met 6 van het Besluit begroting en verantwoording Remigratiewet van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, in afwijking van artikel 8j van de Remigratiewet, artikel 13 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op dit besluit van toepassing is.
2.
Ten behoeve van de controle van de in artikel 14, eerste en tweede lid, bedoelde uitgaven en kosten zijn de artikelen 8d, 8e en 8f van de Remigratiewetvan overeenkomstige toepassing.
Artikel 16
Voor het aan Onze Minister verstrekken van inlichtingen, gegevens en bescheiden door de SVB zijn artikel 8h van de Remigratiewet, artikel 4, artikel 5, aanhef, onderdeel a, b en d, artikel 6, aanhef, onderdeel b, artikel 7, aanhef, onderdeel b, artikel 9, en artikel 10 van de Regeling uitvoering en informatieverstrekking Sociale Verzekeringsbank van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17
[Wijzigt het Besluit gebruik sofi-nummer Wbp.]
Artikel 18
Een aanvraag voor de voorzieningen moet uiterlijk 26 oktober 2004 bij de SVB zijn ingediend.
Artikel 19
Voorzover de peildata, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, zijn gelegen vóór 1 januari 2002 moet voor  €91 000,– worden gelezen: f 200 000,–.
1.
De Tijdelijke regeling tegemoetkoming verhuiskosten Antillianen wordt ingetrokken met ingang van 27 oktober 2002.
2.
Verplichtingen en vorderingen op grond van de regeling, genoemd in het eerste lid, worden beschouwd als verplichtingen en vorderingen op grond van dit besluit.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 27 oktober 2002. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 26 oktober 2002, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt het terug tot en met 27 oktober 2002.
2.
Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 22
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit tegemoetkoming verhuiskosten Antillianen en Arubanen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad wordt geplaatst.
's-Gravenhage, 29 oktober 2002
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
Uitgegeven twaalfde november 2002
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Voorzieningen voor verhuizing
+ Hoofdstuk 3. Voorwaarden voor de voorzieningen
+ Hoofdstuk 4. Wijziging en intrekking besluit; terugvordering
+ Hoofdstuk 5. Taken van en informatieverstrekking door de sociale verzekeringsbank
+ Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht