Besluit van 21 december 2011, houdende tijdelijke regels inzake de zelfstandige bevoegdheid tot het verrichten van voorbehouden handelingen van verpleegkundig specialisten (Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig specialisten)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 november 2011, kenmerk DWJZ-3090776;
Gelet op artikel 36a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 december 2011, no. W.13.11.0494/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 19 december 2011, kenmerk DWJZ-3098028;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.
Als bevoegd tot het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 3 worden aangewezen:
a. de verpleegkundig specialist acute zorg bij somatische aandoeningen;
b. de verpleegkundig specialist chronische zorg bij somatische aandoeningen;
c. de verpleegkundig specialist preventieve zorg bij somatische aandoeningen;
d. de verpleegkundig specialist intensieve zorg bij somatische aandoeningen;
e. de verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg.
2.
De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid geldt voor een termijn van vijf jaar.
Artikel 2
De verpleegkundig specialist, bedoeld in artikel 1, heeft met goed gevolg de opleiding advanced nursing practice afgerond.
Artikel 3
De verpleegkundig specialist, bedoeld in artikel 1, is bevoegd tot de voorbehouden handelingen genoemd in artikel 36 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, voor zover:
a. die handelingen plaatsvinden binnen de uitoefening van het deelgebied van het beroep waarvoor zij een erkende specialistentitel, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, mogen voeren;
b. het handelingen betreft van een beperkte complexiteit;
c. het routinematige handelingen betreft;
d. het handelingen betreft waarvan de risico’s te overzien zijn;
e. die handelingen worden uitgeoefend volgens landelijke geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen;
f. het betreft:
voor de verpleegkundig specialist acute zorg bij somatische aandoeningen:
het verrichten van heelkundige handelingen;
het verrichten van endoscopieën;
het verrichten van catheterisaties;
het geven van injecties;
het verrichten van puncties;
het verrichten van electieve cardioversie;
het toepassen van defibrillatie;
het voorschrijven van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van de Geneesmiddelenwet.
voor de verpleegkundig specialist chronische zorg bij somatische aandoeningen:
het verrichten van heelkundige handelingen;
het verrichten van endoscopieën;
het verrichten van catheterisaties;
het geven van injecties;
het verrichten van puncties;
het voorschrijven van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van de Geneesmiddelenwet.
voor de verpleegkundig specialist preventieve zorg bij somatische aandoeningen:
het geven van injecties;
het voorschrijven van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van de Geneesmiddelenwet.
voor de verpleegkundig specialist intensieve zorg bij somatische aandoeningen:
het verrichten van heelkundige handelingen;
het verrichten van endoscopieën;
het verrichten van catheterisaties;
het geven van injecties;
het verrichten van puncties;
het verrichten van electieve cardioversie;
het toepassen van defibrillatie;
het voorschrijven van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van de Geneesmiddelenwet.
voor de verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg:
het geven van injecties;
het verrichten van puncties;
het toepassen van defibrillatie;
het voorschrijven van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel s, van de Geneesmiddelenwet.
Artikel 4
Onze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2012.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid verpleegkundig specialisten.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 21 december 2011
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de negenentwintigste december 2011
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht