Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Tijdelijke beleidsregel behandeling ontheffingsaanvragen ex artikel 61 Wp2000

Uitgebreide informatie
Tijdelijke beleidsregel van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat inzake het in behandeling nemen van aanvragen om ontheffing als bedoeld in artikel 61 van de Wet personenvervoer 2000 (Tijdelijke beleidsregel behandeling ontheffingsaanvragen ex artikel 61 Wp2000)
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 61, tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000;
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet personenvervoer 2000 ;
b. besluit: het Besluit personenvervoer 2000 ;
c. BAO: het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten ;
d. minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat;
e. aanvrager: de concessieverlener, bedoeld in artikel 20, tweede en derde lid, van de wet;
f. ontheffing: een ontheffing van de aanbestedingsverplichting als bedoeld in artikel 61, tweede lid, van de wet.
Artikel 2
In de aanvraag om ontheffing toont de aanvrager aan dat een ontheffing van de ministernoodzakelijk is, aangezien de aanvrager door niet aan hem te wijten omstandigheden niet in staat is om overeenkomstig de wet en artikel 37 van het besluit tijdig de vereiste concessie(s) te verlenen met toepassing van de procedures in het BAO .
1.
Indien de ontheffing wordt aangevraagd in verband met een wijziging van de indeling van concessiegebieden of een samenvoeging van meerdere vervoersvormen in één concessie als bedoeld in artikel 61, tweede lid, onder a, van de wet, legt de aanvrager gegevens en bescheiden over waaruit blijkt dat het niet mogelijk is om:
a. de betrokken concessie(s) voor de duur van slechts een of enkele jaren bij wijze van overbruggingsmaatregel aan te besteden;
b. de betrokken concessie(s) voor openbaar vervoer per trein bij wijze van overgangsmaatregel zonder aanbesteding te verlenen op grond van artikel 36a, eerste lid, van het besluit in het geval de einddatum van die concessie(s) niet overeenstemt met de einddatum van de andere betrokken concessie(s) voor openbaar vervoer anders dan per trein als bedoeld in artikel 61 van de wet;
c. de wijziging van de indeling van de concessiegebieden of de samenvoeging van meerdere vervoersvormen in één concessie te realiseren door overeenkomstig artikel 9 BAO in samenhang met artikel 37, eerste lid, van het besluit, een aanbesteding uit te schrijven in percelen, die afzonderlijk worden gegund en op verschillende tijdstippen in werking treden;
d. de concessieduur van de nog lopende betrokken concessie(s) bij wijze van overbruggingsmaatregel te verlengen;
e. de concessieduur van de nog lopende betrokken concessie(s) bij wijze van overbruggingsmaatregel te verkorten zonder dat dit tot onevenredig hoge kosten leidt.
2.
De aanvrager legt bij de aanvraag eveneens gegevens en bescheiden over waaruit blijkt dat:
a. de voorgenomen wijziging van de indeling van de concessiegebieden substantieel is;
b. de voorgenomen wijziging van de indeling van de concessiegebieden of de samenvoeging van meerdere vervoersvormen in één concessie in het belang van de reiziger is.
1.
Indien de ontheffing wordt aangevraagd in verband met openbaar vervoer dat een vernieuwende technologie of een vernieuwend vervoersconcept bevat als bedoeld in artikel 61, tweede lid, onder b, van de wet legt de aanvrager gegevens en bescheiden over waaruit blijkt dat het niet mogelijk is om:
a. aan te besteden door gebruik te maken van de concurrentiegerichte dialoog overeenkomstig artikel 29 BAO in samenhang met artikel 37, eerste lid, van het besluit;
b. aan te besteden door gebruik te maken van de procedure van gunning door onderhandelingen overeenkomstig de artikelen 30 en 31 BAO in samenhang met artikel 37, eerste lid, van het besluit, al dan niet in vervolg op een uitgeschreven prijsvraag;
c. ondernemers uit te nodigen om bij de inschrijving op de aanbesteding alternatieven in te dienen overeenkomstig artikel 24 BAO zonder dat dit leidt tot onevenredig hoge kosten;
d. in de aanbestedingsstukken te bepalen dat de vernieuwende technologie of het vernieuwend vervoersconcept na afloop van de concessie in eigendom zal worden overgedragen op de nieuwe concessiehouder tegen de op het tijdstip van de overdracht geldende boekwaarde.
2.
De aanvrager legt bij de aanvraag eveneens gegevens en bescheiden over waaruit blijkt dat:
a. uitstel van de aanbesteding om vervoerstechnische, organisatorische of financieel-technische redenen onvermijdelijk is om de vernieuwende technologie of het vernieuwende vervoersconcept tot stand te kunnen brengen en te implementeren;
b. sprake is van een vernieuwende technologie of een vernieuwend vervoersconcept dat in het belang van de reiziger is.
1.
Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de door de aanvrager overgelegde gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking.
2.
Voordat de minister beslist om een aanvraag niet te behandelen, wordt de aanvrager op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid gesteld om zijn aanvraag binnen een termijn van zes weken aan te vullen.
3.
De beslissing om de aanvraag niet in behandeling te nemen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen zes weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de termijn genoemd in het tweede lid ongebruikt is verstreken.
Artikel 6
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 7
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 3 december 2009.
Artikel 8
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Tijdelijke beleidsregel behandeling ontheffingsaanvragen ex artikel 61 Wp2000.
De
Staatssecretaris
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht