Wet van 26 april 2012, houdende tijdelijke bepalingen over de ambulancezorg (Tijdelijke wet ambulancezorg)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe tijdelijke regels vast te stellen inzake de organisatie van de ambulancezorg;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. ambulance: een voor het vervoer van zieken of gewonden ingericht motorvoertuig, vaartuig of helikopter;
c. ambulanceverpleegkundige: verpleegkundige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit functionele zelfstandigheid;
d. ambulancezorg: zorg, erop gericht een zieke of gewonde ter zake van zijn aandoening of letsel:
1°. hulp te verlenen en per ambulance te vervoeren, of
2°. hulp te verlenen via een ambulanceverpleegkundige met een speciaal daartoe uitgerust en als zodanig herkenbaar motorvoertuig;
e. meldkamer: de meldkamer voor ambulancezorg, onderdeel van de meldkamer, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s;
f. regio: een regio als bedoeld in artikel 2;
g. veiligheidsregio: veiligheidsregio als bedoeld in artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s;
h. vergunning voor buitenlandvervoer: op grond van de Wet ambulancevervoer verleende vergunning die uitsluitend strekt tot het op grond van artikel 7, eerste lid, derde volzin, van de Wet ambulancevervoer verrichten van ambulancevervoer vanuit het buitenland, met inbegrip van het ambulancevervoer vanaf de Nederlandse luchthavens van patiënten voor wie ambulancevervoer is aangewezen vanwege een in het buitenland opgelopen ziekte of ontstaan ongeval.
2.
Deze wet is niet van toepassing op ambulancezorg met gebruikmaking van militaire ambulances.
Artikel 2
Voor de toepassing van deze wet is het grondgebied van Nederland verdeeld in regio’s overeenkomstig de verdeling, bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 3
Bij regeling van Onze Minister worden de gebieden vastgesteld waarin een standplaats van een ambulance zou moeten zijn gevestigd.
1.
Per regio is er een Regionale Ambulancevoorziening die is aangewezen bij of krachtens artikel 6.
2.
De Regionale Ambulancevoorziening draagt zorg voor:
a. het in stand houden van een meldkamer, en
b. het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg.
3.
Het is anderen dan de Regionale Ambulancevoorziening verboden ambulancezorg te verrichten.
4.
Het is verboden ambulancezorg te verlenen zonder opdracht van een meldkamer.
5.
Het derde lid geldt niet voor degenen die krachtens een overeenkomst met de Regionale Ambulancevoorziening ambulancezorg verrichten.
1.
Op elke aanvraag om ambulancezorg beslist de meldkamer van de regio waarbinnen de aangevraagde zorg aanvangt, of ambulancezorg nodig is, alsmede door wie en op welke wijze deze zal worden verleend.
2.
Indien de meldkamer besluit dat ambulancezorg wordt verleend door middel van een ambulance waarvan de standplaats zich in een andere regio bevindt, geeft de meldkamer na het verstrekken van de opdracht daarvan bericht aan de meldkamer van die regio.
3.
De meldkamer kan bij de hulpverlening aan zieken en gewonden andere vervoermiddelen inschakelen dan ambulances of speciaal daartoe uitgeruste en als zodanig herkenbaar andere motorvoertuigen, voor zover deze bij de meldkamer zijn geregistreerd.
1.
Onze Minister wijst als Regionale Ambulancevoorziening aan de rechtspersoon die op 1 december 2011 in een regio:
a. als enige vergunninghouder ambulancevervoer op grond van de Wet ambulancevervoer verleent, anders dan op grond van een vergunning voor buitenlandvervoer,
b. is opgericht door de rechtspersonen die als vergunninghouders in diezelfde regio ambulancevervoer op grond van de Wet ambulancevervoer verlenen, anders dan op grond van een vergunning voor buitenlandvervoer, en die als enig doel heeft het verlenen van ambulancezorg in die regio, of
c. als één van de vergunninghouders in diezelfde regio ambulancevervoer op grond van de Wet ambulancevervoer verleent, anders dan op grond van een vergunning voor buitenlandvervoer, en met de andere in die regio werkzame vergunninghouder of vergunninghouders over de gezamenlijke uitvoering van de ambulancezorg schriftelijke afspraken heeft gemaakt.
2.
Indien op 1 december 2011 in een regio het bepaalde in het eerste lid zich niet heeft voorgedaan, wijst Onze Minister voor die regio als Regionale Ambulancevoorziening aan:
a. één van de rechtspersonen die per 1 december 2011 als vergunninghouders in diezelfde regio ambulancevervoer op grond van de Wet ambulancevervoer verlenen, anders dan op grond van een vergunning voor buitenlandvervoer,
b. een per 1 december 2011 aan de regio grenzende Regionale Ambulancevoorziening, of
c. een daartoe door Onze Minister opgerichte rechtspersoon.
3.
Onze Minister maakt vóór 1 oktober 2011 in de Staatscourant bekend welke beleidsregels worden gehanteerd ten behoeve van de aanwijzing, bedoeld in het eerste en tweede lid.
4.
Een rechtspersoon als bedoeld in het tweede lid, onder c, kan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met de Algemene Rekenkamer door Onze Minister worden opgericht in afwijking van artikel 34 van de Comptabiliteitswet 2001. Onze Minister informeert de Staten-Generaal over de oprichting.
5.
Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling welke rechtspersoon in een regio Regionale Ambulancevoorziening is.
1.
Bij regeling van Onze Minister worden eisen vastgesteld waaraan de Regionale Ambulancevoorziening voldoet. De eisen kunnen per regio verschillen.
2.
Voor zover de eisen, bedoeld in het eerste lid, betrekking hebben op de meldkamer stelt Onze Minister deze vast overeenkomstig de eisen die de besturen van de veiligheidsregio’s hebben vastgesteld op grond van artikel 35, vierde lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
1.
Indien een Regionale Ambulancevoorziening niet meer aan de krachtens artikel 7 vastgestelde eisen voldoet, kan Onze Minister voor die regio, onder intrekking van de aanwijzing, bedoeld in artikel 6, eerste of tweede lid, als Regionale Ambulancevoorziening aanwijzen:
a. een aan die regio grenzende andere Regionale Ambulancevoorziening, of
b. een daartoe door Onze Minister opgerichte rechtspersoon.
2.
Artikel 6, derde lid, is van toepassing op het oprichten van een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, onder b.
3.
Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
4.
Voordat Onze Minister een besluit neemt als bedoeld in het eerste lid vraagt Onze Minister de in de regio werkzame zorgverzekeraars in de zin van de Zorgverzekeringswet en het bestuur van de veiligheidsregio om advies.
5.
Indien Onze Minister een besluit heeft genomen als bedoeld in het eerste lid draagt de rechtspersoon die als Regionale Ambulancevoorziening in gebreke is geweest, ervoor zorg dat hij:
a. uitvoering blijft geven aan artikel 4, tweede lid, in de overgangsperiode tot aan het moment dat de andere rechtspersoon krachtens de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, als Regionale Ambulancevoorziening functioneert,
b. op verzoek van Onze Minister in de overgangsperiode, bedoeld onder a, aan de door Onze Minister aangewezen rechtspersoon alle informatie verschaft die deze nodig heeft om als Regionale Ambulancevoorziening voor die regio te functioneren.
Artikel 9
Onze Minister vergelijkt jaarlijks de Regionale Ambulancevoorzieningen onderling met betrekking tot de wijze waarop zij ambulancezorg verlenen en hoe zij aan de eisen, bedoeld in artikel 7, voldoen.
1.
De Regionale Ambulancevoorziening verstrekt Onze Minister op verzoek gegevens over het verrichten van ambulancezorg, waaronder begrepen gegevens die nodig zijn voor het onderzoek, bedoeld in artikel 9.
2.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere eisen worden gesteld over de gegevens, bedoeld in het eerste lid, alsmede eisen worden gesteld over de wijze van verstrekking.
Artikel 11
Bij regeling van Onze Minister kan, ten aanzien van bij de regeling aangewezen ambulancezorg en onder bij de regeling vast te stellen voorwaarden of eisen, vrijstelling worden verleend van bepalingen van deze wet.
Artikel 12
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de ambtenaren van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid.
Artikel 13
Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, tweede, derde en vierde lid, 7, eerste lid, 8, vijfde lid, 10 en 11.
1.
Handelen of nalaten in strijd met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, tweede, derde en vierde lid, 8, vijfde lid, 10 en 11 wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie.
2.
De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Artikel 15
[Wijzigt de Wet veiligheidsregio’s.]
Artikel 16
[Wijzigt de Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders.]
Artikel 17
[Wijzigt de Wet cliëntenrechten zorg.]
1.
De Wet ambulancevervoer en de Wet ambulancezorg worden ingetrokken.
2.
Artikel 12a van de Wet ambulancevervoer zoals dat luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op de afwikkeling van aanvragen om een subsidie als in dat artikel bedoeld, ingediend vóór bovenbedoeld tijdstip.
Artikel 19
Deze wet wordt twee jaar na de inwerkingtreding geëvalueerd.
Artikel 20
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
Artikel 21
Deze wet wordt aangehaald als: Tijdelijke wet ambulancezorg.
Lasten en bevelen dat deze wet in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te
’s-Gravenhage, 26 april 2012
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de elfde mei 2012
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Regionale ambulancezorg
+ Hoofdstuk III. Bijzondere ambulancezorg
+ Hoofdstuk IV. Toezicht en handhaving
+ Hoofdstuk V. Invoerings- en overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht