Let op. Deze wet is vervallen op 31 maart 2007. U leest nu de tekst die gold op 30 maart 2007.

Tijdstip vrijwillige verbetering

Uitgebreide informatie
Tijdstip vrijwillige verbetering
1. Inleiding
De inspecteur heeft een schriftelijke mededeling d.d. 9 juli 1996 dat over het jaar 1995 te weinig loonbelasting is afgedragen, niet aangemerkt als een vrijwillige verbetering, aangezien de brief na 1 april 1996 was ingediend. Het gerechtshof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat ambtenaren van de belastingdienst reeds op het spoor waren gekomen of binnen afzienbare tijd zouden zijn gekomen van de onjuistheid of de onvolledigheid van de aangiften loonbelasting betreffende het jaar 1995. De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van het gerechtshof (HR 29 september 1999, V-N 1999/47.8).
2. Vraag
Naar aanleiding van de hiervoor genoemde uitspraak van de Hoge Raad is de vraag opgekomen of een beleidsregel zou kunnen worden vastgesteld die zou inhouden dat een schriftelijke mededeling dat te weinig belasting is betaald, indien voor een bepaald tijdstip ingediend, in aanmerking wordt genomen als een vrijwillige verbetering, en daarna niet meer.
3. Antwoord
Er is sprake van een vrijwillige verbetering indien de belasting die op aangifte moet worden voldaan of afgedragen, niet of gedeeltelijk niet is betaald maar belanghebbende, voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur bekend is of zal worden met dat feit, schriftelijk uitdrukkelijk kenbaar maakt aan de inspecteur dat en tot welk bedrag niet of gedeeltelijk niet is betaald (paragraaf 28, derde lid, van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998.
De belastingdienst controleert of de juiste bedragen aan loon- en omzetbelasting zijn ingehouden respectievelijk afgedragen. Wanneer dergelijke controles worden uitgevoerd, hangt af van de lokale omstandigheden op de eenheid. Zodra wordt geconstateerd dat te weinig belasting is afgedragen of ingehouden en belanghebbende over deze bevinding wordt geïnformeerd, kan belanghebbende niet meer vrijwillig verbeteren. Belanghebbende kan ook niet meer vrijwillig verbeteren nadat hem is medegedeeld dat een boekenonderzoek zal worden ingesteld.
Het bewijs dat er geen sprake is van een vrijwillige verbetering dient te worden geleverd door de inspecteur aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden. De termijn waarbinnen de verbetering plaatsvindt, speelt daarbij op zichzelf geen rol.
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2. Vraag
3. Antwoord
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht