Let op. Deze wet is vervallen op 16 januari 2015. U leest nu de tekst die gold op 15 januari 2015.

Artikel 1.1 Toedeling van natuurlijke personen, lichamen en entiteiten aan organisatieonderdelen van de Belastingdienst (Toedelingsbesluit Belastingdienst 2003)

Uitgebreide informatie
1.1. Inleiding
Als gevolg van de reorganisatie van de Belastingdienst met ingang van 1 januari 2003 zijn de eenheden Particulieren, Particulieren/ondernemingen, Ondernemingen en Grote ondernemingen omgevormd tot 13 regio’s. Daarnaast zijn de zeven douanedistricten samengevoegd tot vier Douaneregio’s. In verband met de wetswijzigingen die voortvloeien uit deze reorganisatie is de Uitvoeringsregeling Belastingdienst (Stcrt. 1994, 114) ingetrokken en vervangen door de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 (Stcrt. 2002, 247). Dit besluit vervangt het besluit Toedeling van de bevoegdheden binnen de Belastingdienst (competentieregeling) van 23 augustus 2001, nr. CPP2001/2318M.
De Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 (hierna: de Regeling) geeft invulling aan de onder meer in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 opgenomen delegatiebepalingen. In de Regeling is de organisatie van de Belastingdienst in hoofdlijnen weergegeven. Tevens is op basis van de Regeling kenbaar onder welke inspecteur en ontvanger (voorzitter van een managementteam van een organisatieonderdeel van de Belastingdienst) de belastingplichtige/belastingschuldige ressorteert en tot wie hij zich voor zijn fiscale aangelegenheden in beginsel kan wenden. In artikel 11, derde lid van de Regeling is bovendien aangegeven dat een voorzitter van een managementteam namens de directeur kan bepalen dat een natuurlijk persoon of een lichaam al dan niet tezamen met één of meer daarmee direct of indirect in bestuurlijk, financieel, administratief of maatschappelijk opzicht verbonden natuurlijke personen of lichamen als een entiteit wordt beschouwd. In dit besluit worden daarvoor regels gegeven. Het betreft met name de wijze waarop entiteiten moeten worden gevormd (onderdeel 2), het toedelen daarvan aan het organisatieonderdeel van de Belastingdienst onder welke de belastingplichtige of entiteit ressorteert (onderdeel 3), alsmede het wijzigen van deze toedeling (onderdeel 4). Dit besluit geldt uitsluitend voor de onderdelen van de Belastingdienst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a van de Regeling.
Met betrekking tot de vorming van entiteiten en de overige bepalingen in dit besluit is ten opzichte van het besluit van 23 augustus 2001 een aantal vereenvoudigingen doorgevoerd. Het doorvoeren van deze vereenvoudigingen, noch de reorganisatie zijn op zichzelf beschouwd aanleiding voor een integrale herbeoordeling van de per 1 januari 2003 bestaande entiteiten. Het aanpassen van de reeds gevormde entiteiten vindt in het algemeen eerst plaats indien na 1 januari 2003 een wijziging in het structuurschema, als bedoeld onder 1.2, onderdeel g, plaatsvindt.
In de bijlage bij de Regeling zijn de Nederlandse gemeenten verdeeld over de 13 Belastingdienstregio’s. In beginsel vindt de fiscale behandeling (waaronder heffing en inning) van de in dit besluit gedefinieerde belastingplichtigen plaats door de voorzitter van het managementteam van het organisatieonderdeel van de Belastingdienst als vermeld in de bijlage bij de Regeling, bij de gemeente waarin de woon- of vestigingsplaats van de belastingplichtige of entiteit is gelegen. In afwijking van deze hoofdregel kan de fiscale behandeling plaatsvinden door een andere voorzitter. Voorzover deze afwijkingen van algemene aard zijn, zijn deze reeds opgenomen in de Regeling (zie artikel 12 t/m 25 van de Regeling).
Evenals de in de Regeling opgenomen ressorteerbepalingen zijn de bepalingen van dit besluit vooral bestemd voor de interne verdeling van werkzaamheden binnen de Belastingdienst. Deze bepalingen laten onverlet de landelijke bevoegdheid van de inspecteur en de ontvanger.
Inhoudsopgave
1. Algemeen
1.1. Inleiding
1.2. Begrippen
2. De vorming van entiteiten
2.1. Algemeen
2.2. De eenmanszaak
2.3. De vennootschap
2.4. De maatschap
2.5. De commanditaire vennootschap (CV)
2.6. Entiteitvorming
2.6.1. Algemene uitgangspunten
2.6.2. Aandelen die als handelsvoorraad door een onderneming, niet zijnde een bank, een verzekeringsmaatschappij of een pensioenfonds, worden gehouden
2.6.3. Betrokkenheid bij twee of meer ondernemingen
2.6.3.a. Aanmerkelijk belang in twee of meer vennootschappen
2.6.3.b. Maat in twee of meer maatschappen
2.6.3.c. Maat en aandeelhouder
2.6.4. Partners die betrokken zijn bij meer ondernemingen
2.6.4.a. Partners ieder aandeelhouder of certificaathouder in twee of meer vennootschappen
2.6.4.b. Partners beide betrokken bij een verschillende maatschap
2.6.4.c. Partners ieder betrokken bij een verschillende onderneming
2.6.5. Particulier(en) en in het buitenland gevestigde ondernemingen
2.7. Bijzondere situaties
2.7.1. Joint venture
2.7.2. Kostenmaatschap
2.7.3. Ondernemingen zonder winstoogmerk
2.7.4. Verenigingen en stichtingen
2.7.5. Pensioenfondsen
2.7.6. Fiscaal vertegenwoordiger
2.7.7. Belaste verhuur van onroerende zaken (artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968).
2.8. Buitenlandsituaties (grensoverschrijdende situaties)
2.8.1. Buitenlandse moedermaatschappij met Nederlandse dochtermaatschappijen
2.8.2. Deelneming in buitenlandse samenwerkingsvormen
3. Bepalen woon- en vestigingsplaats
3.1. Algemeen
3.2. Woonplaats van de particulier, niet behorend tot een entiteit
3.3. Vestigingsplaats van de onderneming
3.4. Vestigingsplaats van de entiteit
3.5. Vestigingsplaats en toedeling bij bijzondere grensoverschrijdende situaties
3.6. Afwijkende bepalingen
4. Overdracht van belastingplichtigen en entiteiten
4.1. Algemeen
4.2. Lopende zaken
4.3. Overdracht bij situatiewijzigingen
4.3.1. verhuizing van een niet tot een entiteit behorende particulier binnen nederland
4.3.2. Verhuizing van een niet tot een entiteit behorende particulier naar het buitenland
4.3.3. Verhuizing van een niet tot een entiteit behorende particulier van het buitenland naar Nederland
4.3.4. Wijziging van de vestigingsplaats van een entiteit binnen Nederland
4.3.5. Wijziging van de vestigingsplaats van een onderneming/entiteit naar of vanuit het buitenland
4.3.6. Verwijdering van een particulier uit de entiteit
4.3.7. Opname van een onderneming of particulier in een entiteit
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht