Let op. Deze wet is vervallen op 1 april 2012. U leest nu de tekst die gold op 31 maart 2012.

Toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 ten aanzien van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers

Uitgebreide informatie
Besluit van 22 maart 1971, nr. B71/2260, zoals laatstelijk gewijzigd bij de Besluiten van 12 januari 1976, nr. 27-507475 en van 17 mei 1978, nr. 278-8415
De directeur-generaal Belastingdienst heeft namens de staatssecretaris van Financien het volgende besloten.
1. Aangezien onverkorte toepassing van de Wet op de omzetbelasting 1968 ten aanzien van exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers in een aantal gevallen tot minder gewenste gevolgen leidde, heb ik bij mijn aanschrijving van 28 januari 1969, nr. D68/8352 (OB-BTW 66) met betrekking tot de heffing van omzetbelasting ten aanzien van bedoelde ondernemers een aantal voorlopige richtlijnen gegeven, welke nader zijn aangevuld bij mijn aanschrijving van 30 september 1970, nr. B70/16673 (OB-BTW 266).
Als gevolg van de wijziging van de wetgeving inzake de omzetbelasting per 1 januari 1971 hebben de hiervoor bedoelde voorlopige richtlijnen voor een deel hun betekenis verloren en dienen zij voor een ander deel te worden gewijzigd of aangevuld. Een en ander betreft met name de rangschikking van toerwagenritten onder post b9 van de bij de Wet behorende tabel I en de uitsluiting van de aftrek van omzetbelasting ter zake van het verstrekken van spijzen en dranken binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf in het nieuw ingevoegde derde lid van artikel 15 van de Wet.
In verband met het vorenstaande worden eerderbedoelde voorlopige richtlijnen vervangen door de hierna volgende, tot nader order geldende richtlijnen.
2. Het verzorgen van ééndaagse reizen door de exploitant van een reisbureau, een reisvereniging of een dergelijke ondernemer kan - met inachtneming overigens van het navolgende - worden aangemerkt als onder post b9 van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel I te rangschikken vervoer van personen. Bedoelde reizen zijn derhalve in beginsel onderworpen aan heffing van omzetbelasting naar het verlaagde tarief. Daaraan doet niet af, dat in de voor bedoelde reizen in rekening te brengen vergoeding bedragen kunnen zijn begrepen ter zake van het verstrekken van spijzen en dranken, het bezichtigen van bezienswaardigheden en dergelijke.
3. In het geval waarin een ééndaagse reis mede in het buitenland plaatsvindt, kan deze voor de toepassing van artikel 6 van de Wet eveneens als een vervoersprestatie worden aangemerkt.
Op grond van het vierde lid van genoemd artikel zal de vergoeding voor een dergelijke reis alsdan dienen te worden gesplitst in een gedeelte dat betrekking heeft op het binnenlandse vervoer enz. en een gedeelte dat betrekking heeft op het vervoer enz. in het buitenland, waarbij slechts het binnenlandse gedeelte van de reis aan heffing van omzetbelasting is onderworpen.
4. Ingevolge artikel 15, derde lid, van de Wet kan geen aftrek plaatsvinden van omzetbelasting, welke aan de ondernemer die de reis organiseert in rekening wordt gebracht ter zake van het verstrekken van spijzen en dranken voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf. De exploitant van een dergelijk bedrijf is ter zake van die verstrekking omzetbelasting verschuldigd naar het verlaagde tarief voor wat betreft spijzen en naar het normale tarief voor wat betreft dranken. Teneinde te voorkomen dat deze verstrekkingen binnen het kader van de hier bedoelde reizen nogmaals aan heffing van omzetbelasting worden onderworpen keur ik goed, dat de ondernemers die deze reizen organiseren geen belasting voldoen over het gedeelte van de reissom gelijk aan de door hen aan de exploitanten van de desbetreffende horeca-bedrijven ter zake te betalen bedragen. Indien de ondernemer die de reis organiseert de verstrekking van spijzen en dranken verzorgt in een door hemzelf geëxploiteerd bedrijf, dient hij zelf voor dit onderdeel van de reis omzetbelasting te voldoen naar de voor de verstrekking van spijzen en dranken in bedoelde bedrijven geldende tarieven.
5. Goedgekeurd wordt, dat de prestaties van exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers, die volledig verzorgde meerdaagse reizen naar het buitenland (zgn. uitgaande all-inclusieve reizen) organiseren, voor de toepassing van artikel 6 van de Wet alsmede post b9 van tabel I en post b3 van tabel II eveneens in hun geheel als het vervoer van personen worden behandeld. Zulks brengt met zich, dat voor de heffing van omzetbelasting in beginsel van de totale vergoeding moet worden afgesplitst het gedeelte dat betrekking heeft op het vervoer van de reizigers naar de grens en - bij terugkeer - van de grens naar de plaats in het binnenland waar de reis eindigt. Bedoeld gedeelte van de reis is alsdan ingevolge post b9 van tabel I onderworpen aan heffing van omzetbelasting naar het verlaagde tarief, tenzij het vervoer van en naar het buitenland plaatsvindt door middel van een zeeschip of luchtvaartuig. In laatstbedoeld geval kan ingevolge post b3 van tabel II het nultarief toepassing vinden, wat met zich brengt dat in zodanig geval vorenbedoelde splitsing in feite niet behoeft te worden gemaakt. Het gedeelte van de vergoeding dat betrekking heeft op de reis in het buitenland en het verblijf aldaar blijft in alle gevallen geheel buiten de heffing van omzetbelasting, derhalve ook in gevallen waarin de organiserende ondernemer zelf een daarbij betrokken in het buitenland gelegen hotel, bungalowpark e.d. exploiteert. Indien spijzen en dranken voor gebruikt ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf worden verstrekt tijdens het hiervoor bedoelde vervoer van de reizigers naar de grens en/of van de grens naar de plaats in het binnenland waar de reis eindigt, dient met betrekking tot die verstrekking op dezelfde wijze te worden gehandeld als onder nr. 4 met betrekking tot ééndaagse reizen is voorgeschreven.
6. De prestatie van exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers, die volledig verzorgde meerdaagse reizen organiseren, welke geheel of gedeeltelijk in het binnenland worden uitgevoerd (andere dan de onder nr. 5 bedoelde reizen naar het buitenland) zijn in beginsel aan heffing van omzetbelasting naar het normale tarief onderworpen. Bij gedeeltelijke uitvoering van de reis hier te lande (bijv. bij zgn. inkomende all-inclusieve reizen) behoeft slechts het hier te lande plaatsvindende gedeelte van de reis in de heffing van omzetbelasting te worden betrokken. Teneinde te voorkomen, dat de in de onderhavige reizen begrepen onderdelen welke op zichzelf genomen aan het verlaagde tarief zijn onderworpen - zoals het onder tabel I, post b9 , te rangschikken vervoer, het onder post b11 te rangschikken logies - uiteindelijk toch met het normale tarief zouden worden belast, keur ik goed dat als volgt wordt gehandeld. De ondernemer die de reis organiseert kan volstaan met betaling van omzetbelasting naar het verlaagde tarief, met dien verstande dat hij, voor zover hij in eigen beheer bepaalde onderdelen van de reis verzorgt welke op zichzelf genomen aan het normale tarief zijn onderworpen, over het daaraan toe te rekenen gedeelte van de reissom (c.q. het belaste deel daarvan, indien de reis slechts gedeeltelijk hier te lande wordt uitgevoerd) omzetbelasting naar het normale tarief dient te voldoen. Anderzijds dient hij voor de heffing van omzetbelasting op de reissom (c.q. het belaste deel daarvan) in mindering brengen de bedragen welke hij moet voldoen aan andere ondernemers aan wie hij de verzorging van onderdelen van de reis heeft uitbesteed en die hem ter zake afzonderlijk omzetbelasting in rekening brengen, welke belasting alsdan door hem niet op de voet van artikel 15 van de Wet in aftrek mag worden gebracht. Eveneens kan hij op de reissom (c.q. het belaste gedeelte daarvan) in mindering brengen de bedragen welke hij wegens de verstrekking van spijzen en dranken hier te lande aan (andere) exploitanten van horeca-bedrijven moet voldoen.
7. Exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers die de in het voorgaande bedoelde reizen niet zelf organiseren, maar zich bezighouden met de "verkoop" van dergelijke, door andere ondernemers georganiseerde reizen, kunnen in alle gevallen - derhalve ook, indien geen sprake zou zijn van een doorlopende post - volstaan met betaling van omzetbelasting over de ter zake door hen genoten zgn. provisie, mits zij geen aanspraak maken op aftrek van de door de organiseerde ondernemer aan hen in rekening gebrachte belasting. Ik keur goed, dat de omzetbelasting over bedoelde provisie naar het verlaagde tarief wordt berekend. Betreft deze "verkoop" reizen naar het buitenland door middel van een zeeschip of luchtvaartuig dan ontmoet het - gelet op het vermelde in paragraaf 10, nr. 2 van het onderdeel "toelichting tabel II" van de toelichting op de wet - geen bezwaar dat ten aanzien van deze "verkoop" het nultarief toepassing vindt.
7.a. Goedgekeurd wordt dat de prestaties van exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers, die bestaan uit het ontbinden van met hen aangegane reisovereenkomsten op verzoek van de betreffende cliënt, niet in de heffing van omzetbelasting worden betrokken. Het bedrag dat aan een cliënt in rekening wordt gebracht ter zake van het wijzigen van een reisovereenkomst - verandering van het reispakket c.q. overboeking naar een andere reis - is daarentegen aan het algemene tarief onderworpen. Van het wijzigen van een reisovereenkomst in vorenbedoelde zin is geen sprake indien het verzoek daartoe op een zodanig tijdstip vóór de aanvang van de reis geschiedt, dat de reisorganisatie bij het bepalen van de aan de wijziging verbonden kosten, de annuleringsbepalingen toepast.
8. De verhuur van bungalows en appartementen binnen het kader van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen, die daar slechts voor een korte periode verblijf houden, kan niet worden gerangschikt onder de vrijstelling voor de verhuur van onroerende goederen van artikel 11, lid 1, letter b, van de Wet. Onder personen die in bedoelde bedrijven slechts voor een korte periode verblijf houden dienen in dezen te worden verstaan personen die als gast in die bedrijven vertoeven zonder het middelpunt van hun maatschappelijk leven daarheen over te brengen. Bedoelde verhuur kan overigens wel worden aangemerkt als het verstrekken van logies, bedoeld in post b11 van tabel I , zodat ter zake het verlaagde tarief toepassing kan vinden. Op de verhuur voor een heel seizoen aan exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers, alsmede aan personeelsverenigingen en werkgevers, is evenbedoelde vrijstelling wel van toepassing. In verband met het vermelde onder nr. 5 kan de verhuur van bungalows of appartementen welke in het buitenland zijn gelegen geheel buiten de heffing van omzetbelasting blijven. Deze gedragslijn kan zowel toepassing vinden ten aanzien van de verhuur van eigen bungalows en/of appartementen als ten aanzien van door de verhuurder op eigen naam voor bijv. een heel seizoen gehuurde bungalows en/of appartementen welke door hem worden onderverhuurd.
9. Bij prestaties welke niet bestaan uit verhuur van bungalows of appartementen in de hiervoor bedoelde zin, maar uit bemiddeling bij zodanige verhuur, dient met betrekking tot de heffing van omzetbelasting over de ter zake van die bemiddeling ontvangen provisie het navolgende onderscheid te worden gemaakt. Wordt de provisie ontvangen van een niet hier te lande gevestigde exploitant van bungalows en/of appartementen die hier te lande ook geen vaste inrichting heeft - wat inhoudt dat ook de desbetreffende bungalows en/of appartementen niet hier te lande zijn gelegen - dan kan ter zake ingevolge post b4 van tabel II het nultarief toepassing vinden. Wordt bedoelde provisie daarentegen ontvangen van een exploitant die wel hier te lande is gevestigd of daar een vaste inrichting heeft - ongeacht waar de bungalows en/of appartementen zijn gelegen - dan is ter zake omzetbelasting naar het normale tarief verschuldigd.
10. Exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers die hun bemiddeling verlenen bij het door anderen (bijv. hotel- en pensionbedrijven) verstrekken van logies, al dan niet gecombineerd met het verstrekken van ontbijt, demi-pension of vol pension, aan individuele toeristen of groepen van toeristen, zijn in beginsel slechts omzetbelasting verschuldigd over de door hen ter zake van die bemiddeling ontvangen provisie. Van bemiddeling zal in dezen echter slechts sprake kunnen zijn, indien de reisbureau-exploitant zijn tussenkomst verleent bij het tot stand komen van een overeenkomst tot het verstrekken van logies enz. tussen degene die het logies in feite verstrekt en de desbetreffende toerist of een derde (bijv. een buitenlands reisbureau). Hieraan staat niet in de weg, dat door deze laatste de vergoeding voor het logies enz. geheel of gedeeltelijk wordt vooruitbetaald aan de reisbureau-exploitant die zijn bemiddeling verleent. Bedoelde vooruitbetaling kan alsdan voor de heffing van omzetbelasting worden aangemerkt als een zgn. doorlopende post, waarover geen omzetbelasting behoeft te worden voldaan. In dit verband merk ik op, dat ook met betrekking tot het bespreken van hotels e.d. in het kader van autoreizen, waarbij de reiziger gebruik maakt van zijn eigen auto, het standpunt kan worden ingenomen, dat de reisbureau-exploitant daarbij bemiddelt tussen de hotelexploitant en de reiziger, waaraan niet afdoet dat deze laatste de logies prijs vooraf aan het reisbureau kan voldoen en daarvoor dan bonnen ontvangt die hij in de voor hem besproken hotels e.d. afgeeft; de met de verkoop van deze bonnen gemaakte "winst" dient dan als van de hotelexploitant ontvangen provisie voor deze bemiddeling te worden beschouwd.
Over de ter zake van vorenbedoelde middeling genoten provisie is omzetbelasting verschuldigd naar het normale tarief, dan wel naar het nultarief indien ter zake post b4 van tabel II toepassing kan vinden. Ingevolge genoemde post is aan het nultarief onderworpen de dienst bestaande uit het verlenen van tussenkomst bij het sluiten van overeenkomsten, indien degene aan wie de dienst wordt verleend niet hier te lande woont of is gevestigd en hier te lande ook geen vaste inrichting heeft. Hierbij dient er de aandacht op te worden gevestigd, dat in gevallen waarin de provisie wordt ingehouden op de vooruitbetaalde, aan het hotel- of pensionbedrijf door te betalen vergoeding voor het verstrekken van logies, enz., sprake is van het verlenen van een dienst aan bedoeld bedrijf, wat met zich brengt dat op de ingehouden provisie het nultarief geen toepassing kan vinden indien dat bedrijf hier te lande wordt uitgeoefend.
11. In veel gevallen zal met betrekking tot "bemiddeling" bij het verstrekken van logies, enz. geen sprake zijn van tussenkomst als is bedoeld onder nr. 10 hiervoor. Veelal kan van een dergelijke tussenkomst reeds niet worden gesproken omdat geen overeenkomst tot stand komt tussen degene die het logies enz. in feite verstrekt en de desbetreffende toerist of derde. Voorts wordt nog de aandacht gevestigd op artikel 3, vijfde lid, van de Wet, ingevolge welke bepaling goederen welke worden geleverd en diensten welke worden verleend door tussenkomst van een ondernemer die overeenkomsten sluit op eigen naam maar op order en voor rekening van een ander, geacht worden aan en vervolgens door die ondernemer te zijn geleverd onderscheidenlijk verleend. Een en ander houdt in, dat de "bemiddelende" reisbureau-exploitant in deze gevallen in beginsel omzetbelasting is verschuldigd over het gehele door hem in rekening te brengen bedrag, derhalve mede over het daarin ter zake van het verstrekken van logies enz. begrepen gedeelte. Daartegenover kan uiteraard de ter zake aan de "bemiddelaar" eventueel in rekening gebrachte omzetbelasting op de voet van artikel 15 van de Wet in aftrek worden gebracht. Gelet op het vermelde onder nr. 5 met betrekking tot meerdaagse reizen naar het buitenland keur ik echter goed, dat in de onderhavige gevallen door de "bemiddelende" reisbureau-exploitant over de door hem in rekening te brengen bedragen geen omzetbelasting wordt voldaan indien het verstrekken van logies enz. in het buitenland plaatsvindt. Voorts keur ik overeenkomstig hetgeen onder nr. 6 met betrekking tot de overige meerdaagse reizen is voorgeschreven goed, dat in gevallen waarin het logies enz. hier te lande wordt verstrekt, voor de heffing van omzetbelasting op de door de reisbureau-exploitant in rekening te brengen bedragen in mindering worden gebracht de bedragen welke door hem aan andere ondernemers wegens het verstrekken van logies, spijzen en dranken worden voldaan, mits hij geen aanspraak maakt op aftrek van de aan hem wegens het verstrekken van logies afzonderlijk in rekening gebrachte belasting. Aangezien slechts de verstrekking van dranken niet is onderworpen aan het verlaagde tarief en de desbetreffende omzetbelasting in deze gevallen reeds wordt voldaan door de ondernemer die het logies enz. feitelijk verstrekt, kan de "bemiddelende" reisbureau-exploitant volstaan met betaling van omzetbelasting over het resterende bedrag naar het verlaagde tarief. De hiervoor omschreven tegemoetkoming kan geen toepassing vinden in gevallen waarin aan de reisbureau-exploitant wegens het verstrekken van logies door degene die het logies enz. in feite verstrekt geen omzetbelasting afzonderlijk in rekening worden gebracht, bijv. omdat deze laatste geen ondernemer is of als ondernemer is ontheven van zijn administratieve verplichtingen. Alsdan is omzetbelasting verschuldigd over de gehele vergoeding. Ik keur goed, dat in deze gevallen door de reisbureau-exploitant eveneens slechts belasting wordt voldaan naar het verlaagde tarief, ook al zou in de door hem in rekening te brengen vergoeding een bedrag zijn begrepen voor het verstrekken van dranken.
12. Er bestaat geen bezwaar tegen, dat de Inspecteurs der invoerrechten en accijnzen c.q. der omzetbelasting met betrekking tot de omzetbelasting, verschuldigd door exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers die onder de nrs. 2 en 5 bedoelde reizen organiseren, een forfaitaire regeling treffen met betrekking tot de vaststelling van het gedeelte van de reis dat geacht moet worden hier te lande plaats te vinden.
13. Vorenstaande richtlijnen zijn mede van toepassing ten aanzien van niet binnen het Rijk gevestigde exploitanten van reisbureaus, reisverenigingen en dergelijke ondernemers, voorzover prestaties van deze ondernemers met inachtneming van die richtlijnen aan heffing van omzetbelasting zijn onderworpen. Een en ander kan met name van belang zijn ten aanzien van de reizen, bedoeld onder de nrs. 2 en 6, voor wat betreft het gedeelte van die reizen dat hier te lande plaatsvindt.
14. Deze aanschrijving wordt geacht te zijn in werking getreden op 1 januari 1971. De aanschrijvingen van 28 januari 1969, nr. D68/8352 (OB-BTW 66), en van 30 september 1970, nr. B70/16673 (OB-BTW 266) worden ingetrokken.
Inhoudsopgave
1.1. Inleiding
1.2. Eéndaagse reizen
1.3. Meerdaagse reizen naar het buitenland
1.4. Overige meerdaagse reizen
1.5. "Verkoop" van door anderen georganiseerde reizen
1.6. Annulerings- en wijzigingskosten
1.7. Verhuur van bungalows en appartementen
1.8. Bemiddeling bij het verstrekken van logies, enz.
1.9. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht