Besluit van 3 juni 2014, houdende regels over de centrale eindtoets of andere eindtoetsen in het primair onderwijs, over een leerling- en onderwijsvolgsysteem in het primair onderwijs en over toelating van leerlingen tot het voortgezet onderwijs (Toetsbesluit PO)
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, van 24 maart 2014, nr. WJZ/607263(2762), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Gelet op de artikelen 8, zevende lid, en 9b, achtste en negende lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 11, achtste lid, en 18b, achtste en negende lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 27, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en de artikelen 2, eerste lid, en 4, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 mei 2014, nr. W05.14.0078/1);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 27 mei 2014, nr. WJZ/636713(2762), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
eindtoets: de centrale eindtoets of een andere eindtoets,
inspectie: de inspectie, genoemd in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht,
Onze minister: Onze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
toetsaanbieder: het College voor toetsen en examens of de rechtspersoon of natuurlijk persoon die een toets uitgeeft waarvan het gebruik op grond van artikel 9 is toegelaten.
1.
Het bevoegd gezag neemt bij de leerlingen in het achtste schooljaar een centrale eindtoets of andere eindtoets af.
2.
Het bevoegd gezag besluit welke eindtoets aan de school wordt afgenomen.
3.
Voor 1 januari van het kalenderjaar waarin de eindtoets wordt afgenomen, meldt het bevoegd gezag aan de betreffende toetsaanbieder het aantal leerlingen dat de eindtoets naar verwachting zal afleggen.
Artikel 3. Inhoud eindtoets [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De eindtoets meet welk eindniveau de leerling heeft behaald ten opzichte van de referentieniveaus, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen. Daarbij worden ten minste de domeinen als bedoeld in Bijlage 1 en Bijlage 2 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen , met uitzondering van de domeinen Mondelinge Taalvaardigheid en Schrijven, genoemd in Bijlage 1 van het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen, getoetst.
a. het resultaat dat een leerling behaalt, leidt tot een eenduidig advies omtrent het te volgen vervolgonderwijs,
b. de toets is inhoudelijk valide, betrouwbaar en heeft een deugdelijke normering,
c. de inhoud is gebaseerd op het algemene deel in de toetswijzer, bedoeld in artikel 2, zesde lid, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examens,
d. de opgaven over Nederlandse taal en rekenen en wiskunde worden jaarlijks ververst,
e. [dit onderdeel is nog niet in werking getreden,]
f. de toets is geschikt voor alle leerlingen met uitzondering van de leerlingen bedoeld in artikel 9b, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 18b, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra,
g. de toets biedt de inspectie voldoende basis voor een oordeel over de leerresultaten, bedoeld in artikel 10a van de Wet op het primair onderwijs of artikel 19a van de Wet op de expertisecentra,
h. het bij de eindtoets behorende toetsreglement bevat een regeling voor ten minste de in artikel 7 genoemde onderwerpen,
i. de resultaten van de toets zijn over meerdere jaren te vergelijken, en
j. de inhoud van de toets wordt verantwoord in een handleiding die een beschrijving van de gemaakte keuzes voor de te toetsen domeinen en de daarbij passende afnamevorm bevat.
1.
De directeur neemt de eindtoets af onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag en draagt zorg voor voldoende toezicht tijdens de afname van de eindtoets. Hij kan zijn taken aan een of meer toetsleiders overdragen.
2.
De eindtoets wordt afgenomen in overeenstemming met de afnameaanwijzingen die zijn opgenomen in het toetsreglement bij de desbetreffende toets.
3.
De directeur draagt zorg voor de geheimhouding van de toetsopgaven nadat deze hem door de toetsaanbieder ter beschikking zijn gesteld.
1.
Indien bij de afname van de eindtoets een onregelmatigheid wordt geconstateerd, dan kan de directeur maatregelen treffen. De directeur meldt de onregelmatigheid en de getroffen maatregelen aan de inspectie.
2.
Indien de eindtoets naar het oordeel van de inspectie, al dan niet nadat de directeur maatregelen heeft getroffen, niet op regelmatige wijze is afgenomen, kan de inspectie besluiten dat de toets geheel of gedeeltelijk voor een of meer leerlingen opnieuw wordt afgenomen. De eindtoets is in ieder geval niet op regelmatige wijze afgenomen indien is gehandeld in strijd met het betreffende toetsreglement.
3.
Indien door onvoorziene omstandigheden de eindtoets aan één of meer scholen niet, of niet op de voorgeschreven wijze, kan worden afgenomen, beslist het bevoegd gezag na overleg met de betreffende toetsaanbieder hoe alsdan moet worden gehandeld.
artikel 7. Toetsreglement
Bij elke eindtoets wordt door de betreffende toetsaanbieder een toetsreglement vastgesteld, waarin de wijze van afnemen wordt geregeld. Daarbij worden ten minste geregeld:
a. de wijze waarop de directeur de leerlingen aanmeldt voor de eindtoets,
b. welke hulpmiddelen de leerlingen kunnen gebruiken,
c. de wijze waarop de eindtoets kan worden afgelegd door leerlingen voor wie een afwijkende wijze van toetsing noodzakelijk is,
d. de wijze waarop de toetsopgaven aan de directeur ter beschikking worden gesteld,
e. de wijze waarop de geheimhouding van de toetsopgaven wordt geregeld en de wijze en het moment waarop de toetsopgaven openbaar worden gemaakt, en
f. de wijze waarop door de directeur toezicht wordt gehouden op leerlingen die de eindtoets afleggen.
1.
De toetsaanbieder stelt voor iedere leerling die de eindtoets aflegt een leerlingrapport op, waarin ten minste het resultaat van de eindtoets, het niveau waarop de toets is afgelegd, een advies omtrent het vervolgonderwijs en een indicatie van de beheersing van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen als bedoeld in artikel 3 worden opgenomen.
2.
Het leerlingrapport maakt deel uit van het onderwijskundig rapport, bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 43, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra.
1.
De aanvrager dient een aanvraag om toelating van een andere eindtoets voor 1 augustus van het schooljaar van eerste afname in bij Onze minister. Bij de aanvraag toont de aanvrager aan dat de andere eindtoets voldoet aan de kenmerken, genoemd in artikel 4. De aanvraag vermeldt in ieder geval de wijze waarop de beheersing van de referentieniveaus wordt gemeten. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van de handleiding, bedoeld in artikel 4, onderdeel j, een concept toetsreglement, de toetsopgaven en de normering van de toets.
2.
Onze minister besluit binnen dertien weken op de aanvraag. Een besluit tot toelating van een andere eindtoets wordt in de Staatscourant gepubliceerd. Een eindtoets wordt voor vier jaar toegelaten, tenzij het besluit tot toelating tussentijds wordt ingetrokken.
3.
Onze minister laat zich ten aanzien van de toelating adviseren door een onafhankelijke commissie.
4.
Indien Onze minister, op basis van een advies van de onafhankelijke commissie, vaststelt dat de andere eindtoets niet langer voldoet aan de kenmerken, genoemd in artikel 4, onderdeel b, dan trekt hij het besluit tot toelating in.
1.
Onze minister verstrekt subsidie aan de toetsaanbieder van een andere eindtoets die op grond van artikel 9 is toegelaten. De subsidie wordt jaarlijks verstrekt en bestaat uit een basisbedrag vermeerderd met een bedrag per leerling die de toets heeft afgelegd.
2.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van het subsidiebedrag.
3.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderwerpen, genoemd in artikel 4, tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies.
1.
Onze minister wijst de commissie die hem op grond van artikel 9, derde lid, adviseert, aan om het kwaliteitsoordeel over inhoudelijke validiteit, betrouwbaarheid en deugdelijke normering, bedoeld in artikel 8, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 11, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra te geven.
2.
Het kwaliteitsoordeel wordt gegeven over een enkele toets of over een reeks van toetsen. De toetsen meten in ieder geval de kennis en vaardigheden van de leerling op het terrein van Nederlandse taal en rekenen en wiskunde. De toetsen kunnen de kennis en vaardigheden van de leerling op de overige terreinen, genoemd in artikel 8, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 11, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra, meten.
3.
Bij het kwaliteitsoordeel worden in ieder geval betrokken:
a. de wijze waarop de leervorderingen van leerlingen systematisch worden gemeten,
b. de mate waarin de toetsen de kennis en vaardigheden van de leerlingen meten op de gebieden, genoemd in artikel 8, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 11, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, en
c. de wijze waarop de leervorderingen van leerlingen voor de ouders, voogden of verzorgers inzichtelijk worden gemaakt.
Artikel 14. Wijziging Toetsbesluit PO
[Wijzigt dit besluit.]
1.
Tot de datum, bedoeld in artikel 9b, tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs is dit besluit niet van toepassing op leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs.
3.
In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan het bevoegd gezag besluiten om in het eerste schooljaar na inwerkingtreding van dit besluit in plaats van een eindtoets als bedoeld in dit besluit een toets als bedoeld in Bijlage A bij de Regeling leerresultaten PO zoals die luidde op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit, met uitzondering van de Eindtoets Basisonderwijs, inclusief de Niveautoets van Cito, en de Entreetoets van Cito, bij de leerlingen af te nemen.
Artikel 16. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 17. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Toetsbesluit PO.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Wassenaar, 3 juni 2014
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Uitgegeven de negentiende juni 2014
De Minister van Veiligheid en Justitie,
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. Centrale eindtoets en andere eindtoetsen
+ § 3. Toelating andere eindtoetsen
+ § 4. Kwaliteit toetsen leerling- en onderwijsvolgsystemen
+ § 5. Wijziging andere besluiten
+ § 6. Slot- en overgangsbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht