Besluit van 29 augustus 2005 tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 15 augustus 2005, nr. WDB 2005/489M;
Gelet op artikel 38a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
De Raad van State gehoord (advies van 24 augustus 2005, nr. W06.05.0382IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 26 augustus 2005, nr. WDB 2005/489M, Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Wetgeving Directe Belastingen;
Hebben goedgevonden en verstaan:
2.
Dit besluit verstaat onder:
a. wet: Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ;
b. Hulp- en informatiepunt: een rechtspersoon die belanghebbenden hulp biedt bij het aanvragen van een tegemoetkoming en belanghebbenden informeert over een tegemoetkoming en waarmee de Belastingdienst/Toeslagen een overeenkomst als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens heeft gesloten;
c. Verordening (EG) nr. 883/2004: Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2004, L 166);
d. Verordening (EG) nr. 987/2009: Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PbEU 2009, L 284).
Artikel 1bis. Versnelde tenuitvoerlegging dwangbevel
In situaties als bedoeld in artikel 31a van de wet kan de betekening en de tenuitvoerlegging van een dwangbevel geschieden op de uren en dagen, bedoeld in artikel 64, eerste en tweede lid, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, indien in het kader van een actie die mede is gericht op de toepassing en handhaving van de wet op deze uren en dagen:
a. bekend wordt dat van de belanghebbende een bedrag wordt teruggevorderd ter zake waarvan terstond een dwangbevel wordt uitgevaardigd, of
b. een vermogensbestanddeel van de belanghebbende aan wie reeds een dwangbevel is betekend, wordt aangetroffen.
1.
Aan de Belastingdienst/Toeslagen worden desgevraagd door de hierna aangewezen natuurlijke personen, rechtspersonen en instellingen de volgende gegevens verstrekt die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de wet:
a. voor zover het de toekenning van huurtoeslagen betreft: door de verhuurder, gegevens inzake het huurcontract, waaronder in elk geval begrepen de huurprijs van de woning;
b. voor zover het de toekenning van kinderopvangtoeslagen betreft:
1°. door het kindercentrum of het gastouderbureau: de gegevens of inlichtingen over de gegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;
2°. door de gastouder: gegevens inzake het kinderopvangcontract, waaronder in elk geval begrepen de uurprijs voor de kinderopvang en het aantal kinderen en uren waarvoor kinderopvang wordt genoten;
c. voor zover het de toekenning van huurtoeslagen of kinderopvangtoeslagen betreft: door financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen, bankafschriften met betrekking tot het berekeningsjaar waarop de toekenning betrekking heeft waaruit de betaalde huur of betaalde kosten van kinderopvang blijken, gedurende een periode van maximaal vijf jaren na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop de toekenning betrekking heeft;
d. voor zover het de toekenning van zorgtoeslagen betreft: door de zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, gegevens inzake de zorgverzekering;
e. voor zover het de terugvordering van huurtoeslagen, kinderopvangtoeslagen, zorgtoeslagen of kindgebonden budgetten betreft: door financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen, de naam, het adres, de woonplaats en de geboortedatum, van derden die kunnen beschikken over de bankrekening waarop een voorschot of tegemoetkoming is uitbetaald, gedurende een periode van maximaal vijf jaren na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop de terugvordering betrekking heeft.
2.
Aan de Belastingdienst/Toeslagen worden door financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen de volgende gegevens inzake bankrekeningen verstrekt: het bankrekeningnummer en de naam, het adres, de woonplaats en de geboortedatum van de houder van de bankrekening.
1.
De verstrekking van gegevens en inlichtingen ingevolge artikel 38, eerste lid, van de wet aan de Belastingdienst/Toeslagen vindt plaats onder vermelding van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens betrekking hebben en geschiedt op de door de Belastingdienst/Toeslagen voorgeschreven wijze. De Belastingdienst/Toeslagen kan voor de toepassing van artikel 1a, tweede lid, bepalen dat de vermelding van het burgerservicenummer achterwege blijft.
2.
Degene op wie de gegevens betrekking hebben, dienen hiertoe hun burgerservicenummer bekend te maken aan de instelling die de gegevensverstrekking aan de Belastingdienst/Toeslagen verzorgt.
1.
Als voorzieningen die de dienstverlening voortvloeiende uit de uitvoering van de wet verbeteren, worden aangemerkt: Hulp- en informatiepunten.
2.
De Belastingdienst/Toeslagen verstrekt aan Hulp- en informatiepunten de gegevens die noodzakelijk zijn voor de informatieverstrekking overeenkomstig het derde lid aan belanghebbenden.
3.
Hulp- en informatiepunten zijn verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarvan zij ingevolge het tweede lid kennis nemen en mogen uitsluitend op verzoek van de belanghebbende de in zijn aanvraagformulier voor een tegemoetkoming gevraagde dan wel reeds vermelde gegevens raadplegen of aan hem verstrekken.
1.
Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de samenloop van tegemoetkomingen op grond van de Wet op het kindgebonden budget met naar aard en strekking daarmee overeenkomende tegemoetkomingen op grond van een regeling van een andere Staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of Zwitserland.
2.
Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden regels gesteld met betrekking tot de samenloop van tegemoetkomingen op grond van de Wet op het kindgebonden budget met naar aard en strekking daarmee overeenkomende tegemoetkomingen op grond van een regeling van een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, of 14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999.
3.
Bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, worden regels gesteld met betrekking tot de berekeningswijze en de wijze van verrekening van tegemoetkomingen op grond van een inkomensafhankelijke regeling in situaties waarin een of meer Nederlandse gezinsbijslagen als bedoeld in artikel 1, onder z) van Verordening (EG) nr. 883/2004 met toepassing van artikel 68 van die verordening en Verordening (EG) nr. 987/2009 worden uitbetaald in de vorm van een aanvulling op een of meer gezinsbijslagen van een andere lidstaat.
4.
Bij regeling van Onze Minister worden, zo nodig met terugwerkende kracht, voor situaties waarin de Belastingdienst/Toeslagen op grond van artikel 6, vierde lid, van Verordening (EG) nr. 987/2009 geacht wordt retroactief bevoegd te zijn geweest regels gesteld met betrekking tot de aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming op grond van een inkomensafhankelijke regeling, de beslissingstermijnen die gelden voor de toekenning of herziening van deze tegemoetkoming alsmede met betrekking tot het aanvangstijdstip van het tijdvak waarover rente wordt berekend als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 2005. Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 augustus 2005, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 2005.
Artikel 4. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 29 augustus 2005
De Staatssecretaris van Financiën ,
Uitgegeven de eenendertigste augustus 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1. Reikwijdte en definitie
Artikel 1bis. Versnelde tenuitvoerlegging dwangbevel
Artikel 1a. Informatieverstrekking aan de Belastingdienst/Toeslagen
Artikel 1b
Artikel 1c
Artikel 2. Gegevensverstrekking aan Hulp- en informatiepunten
Artikel 2a. Samenloop met buitenlandse tegemoetkomingen
Artikel 3. Inwerkingtreding
Artikel 4. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht