Besluit van 5 januari 1921, tot uitvoering van artikel 6, 3de lid, en artikel 23, 3de lid der Warenwet (Staatsblad 1919, n°. 501)
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onzen Minister van Arbeid van 7 December 1920, n°. 148 D, afdeeling Volksgezondheid;
Gelet op de artikelen 6, 3de lid en 23, 3de lid, der Warenwet ( Staatsblad 1919, n°. 581);
Gezien het advies van de Commissie bedoeld in artikel 17 dier wet;
Den Raad van State gehoord (advies van 21 December 1920, n°. 38);
Gelet op het nader rapport van Onzen Minister van Arbeid van 3 Januari 1921, n°. 255 D, afdeeling Volksgezondheid;
Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen:
1.
Bij den opslag van in beslag genomen waren wordt een gedagteekende staat opgemaakt, vermeldende den aard, de hoeveelheid, de verpakking, den toestand, de herkomst, de op het tijdstip van inbeslagneming door of namens den directeur van den keuringsdienst geschatte waarde van de waren en zoo mogelijk ook den inkoopsprijs.
2.
Deze staat wordt door of namens den directeur van den keuringsdienst onderteekend.
3.
Een afschrift van dezen staat wordt verstrekt aan dengene, bij wien de waren zijn in beslag genomen.
Artikel 2
De bewaring van in beslag genomen waren geschiedt onder zoodanige voorzorgen dat:
a. verandering of waardevermindering zooveel mogelijk wordt voorkomen;
b. de herkomst der waren steeds behoorlijk vaststaat.
Artikel 3
In plaats van te worden bewaard kunnen voor menschelijk gebruik ongeschikt gemaakt worden:
a. alle waren, waarvan door onmiddellijk ongeschikt maken een verdere waardevermindering kan worden voorkomen;
b. alle waren, die door intredend bederf hinderlijk worden voo de omgeving.
Artikel 4
Het ongeschikt maken van waren voor menschelijk gebruik geschiedt op dusdanige wijze, dat de waarde der waar voor andere doeleinden nog zooveel mogelijk behouden blijft.
Artikel 5
De ambtenaren, bedoeld in artikel 21 der wet, zijn bevoegd, om, indien zij zulks gewenscht achten, aan monsters, volle melk, afgeroomde melk en zoeten room als bederfwerend middel per Liter aan het monster toe te voegen 1 gram kaliumbichromaat of 1,5 c.M.3 formaline (voldoende aan de eischen van de Nederlandsche Pharmacopee).
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van een door Ons te bepalen dag.
Onze Minister van Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en in afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.
's-Gravenhage, den 5den Januari 1921
De Minister van Arbeid,
Uitgegeven den vijf en twintigsten Januari 1921.
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht